De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

15 minuten leestijd

Een antwoord aan Dr. A. Kuyper.

VI.

Een onderscheid tusschen de Afgescheidenen-van 1834 en de Doleerenden van J 886 is wel, dat de mannen van '34 veel meer hebben gehandeld naar 't oogenblik, naar hun conscientie, noodgedwongen, zonder oorlogsplan, zonder ook van te voren allerlei maatregelen te nemen — terwijl men in 1886 alles eerèt in elkaar gezet heeft, nauwkeurig berekend, rechtskundig verzekerd, om bij alle mogelijke gebeurtenissen „klaar" te zijn.

Dat verklaart voor een groot deel, dat bij ons gereformeerde volk over 't algemeen véél meer sympathie gevonden wordt voor de Afgescheidenen van '34, daa voor de Doleerenden van '86. Bij de eersten is, zoo zegt men nog telkens, stiller geest en dieper geestelijk leven, terwijl bij de laatsten arrogantie tn gemoderniseerd gereformeerd leven wordt gevonden.

Hoe dat is laten we verder liggen. We weten dat in deze ook in „de Geref.. Kerken" een heftige strijd is over d© kracht en de beteekenis en de beginselen der Afgescheidenen en der Doleerenden, waarbij, we hebben het nog pas gelezen, o.a. de Wageningsche dominé van Schelven heel broederlijk sprak van de Afgescheiden „doove kolen".

Dat de Afgescheidenen er dikwijls onderdoor moesten In den loop der jaren 1886—1892 enz., is bekend. De Doleerenden waren ook dèarin graag haan'je de voorste. En ze kwamen niet zelden veel meer geharnast ten strijde, in sterken phalan^ met fijn uitgewerkte plannen. Waarbij aan de Afgescheidenen nog wel wat gelaten is — denk maar aan de Kampensche Theol. School — maar waarbij toch over 't algemeen de overwinning aan de Doleerenden bleef; 't welk echter ook bewerkte, dat de waarachtige sympathie en het oprecht samenleven niet steeds zóo gevonden' wordt, als dat wel onder broeders en zusters van 't zelfde , huis wenschelijk zou wezen. Er is steeds j een gevoel: we moeten op onze tellen passen, anders worden we beet genomen ! En al wakende, loopt men toch nog-wel eens in de fiiik, die listiglijk gezet is, om mogeliij k weer wat • te vangen !

We denken aau deze dingen, nu we meteen enkel woord hebben te spreken over de houding der mannen van '86 inzake het beheer,

In betrekking tot de proponentsformule merkten we al" op, dat ze bezig waren als groep van menschen Kerkje te spelen in de Kerk.

Ze maakten afspraken, bepalingen, wijzigingen, alsof ze de Kerk zelve waren. Gelijk ze ook bij het examineeren en beroepen en bevestigen van den candidaat Houtzagers maar gedaan hadden alsof een kerkeraadslid hiervandaan en een kerkeraadslid ddarvandaan gekomen - ^ 't waren zulke „kundige" mannen, wordt er bij vermeid — in naam van de Kerk konden en mochten optreden, handelen en beslissen!

En dat ging ook zoo met het beheer.

Een groep van mannen zou 't er wel eens «even doorjagen, , dat, met name in Amsterdam, de kwestie van het beheer zóó geschikt, geplooid, geregeld en vastgesteld werd, dat, bij mogelijk conflict, de Doleerenden het eigendom der Gemeenten zouden in handen krijgen, om dan als Gereformeerde Kerk de oude zaak op nieuwen voet te kunnen voortzetten

15 Februari 1869 had de gemeente van Amsterdam aan haren Kerkeraad opgedragen de Kerkelijke goederen en fondsen te beheeren. In 1875 zijn daar eenige veranderingen in gebracht en is aan de Kerkelijke Commissie eenzekere zelfstandigheid gegeven in deze zaak.

Daar dachten de mannen die in de doleantie-beweging vooraan stonden reeds gauw aan. Daar kon partij, van getrokken worden en voordeel van gehaald. Want als die Kerkelijke Commissie, die in het midden van de 'Hervormde Gemeente van Amsterdam—welke gemeente in alle opzichten natuurlijk saamgeweven was met de Hervormde Kerk — een zekere zelfstandigheid had, nog wat méér zelfstandig werd gemaakt — dan zou die Kerkelijke Commissie met dat goed vian de Hervormde Gemeente héél wat kunnen doen bij mogelijke conflicten, vooral waar de Kerkelijke Oom missie en de meerderheid van den Algemeenen Kerkeraad nog al sympathiseerde met dr. Kuyper c.s.

En in 1885, toen het reeds kookte in het midden van onze Herv. Kerk, werden enkele gewichtige veranderingen gemaakt in het reglement voor de Kerkelijke Commissie, waarvan de voornaamste was in art. 41, dat zóo werd ingericht, dat de „gereformeerde groep" de „Kerkelijke" goederen zou kunnen meenemen •als „men" uit het Kerkelijk verband raakte.

Die het dan niet eens waren met die gereformeerden en die zich alzoo niet van de Hervormde (Gereformeerde) Kerk wilden losmaken, die konden dan achterblijven zonder Kerken en Kerkelijke goederen. Wat men billijk vond, want de Kerkelijke goederen behoorden immers aan de Gereformeerde religie! Ze hoorden immers aan de Kerkelijke belijdenis en niet aan de Kerkelijke organisatie, welke met die belijdenis in strijd; , is I!

Handig opgezet. Principieel voorgesteld. Met meerderheid van stemmen doorgedreven. Die niet meededen voor verloochenaars van den Christus en verraders der broederen gesignaleerd. Alles sprak haast van zelf. En'tliep ook als gesmeerd. Totdat er een kink in den kabel kwam, want 4 Jan. 1886 werden 80 kerkeraadsleden die vóór de wijziging in de beheerskwestie gestemd hadden, waaronder ook leden van de Kerkelijke Oommissie, voorloopig geschorst.

Wat een tumult!

Maar men zou 't er niet bij laten zitten. Dr. Kuyper en dr. Rutgers hadden zich van rechtskundigen verzekerd, die ' ten opzichte van de Kerkelijke goederen in verband met de plaatselijke gemeente en de Kerkelijke organisatie wel eens even zouden uitmaken wat hier oogenblikkelijk moest geschieden! En in kwaliteit van kerkmeesters stappen dr. Kuyper, dr. Rutgers en Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman naar de kosterij der Nieuwe Kerk te Amsterdam, en laten daar het slot van de vergaderzaal wegnemen en vervangen de twee bewakers door anderen....

We willen over deze dingen niet breeder uitwijden, 't Is ons niet te doen om de „paneelzagerij" of iets dergelijks.

Maar nu, na 30 jaren, betuigen \? e gaarne: hoe jammer, hoe vreeselijk jammer, dat men het in de jaren 1880—86 zóó heeft aangelegd.

Laten dan de Afgescheidenen „doove kolen" worden genoemd door ds. van Schelven, die zelf één van de doleantiebeweging is — maar wat ons betreft, wij gelooven vastelijk dat het voor onze Gereformeerde Kerk en voor heel ons volk tot grooten zegen zou zijn geweest, indien de mannen der doleantie wat minder „klaar" waren geweest voor alle mogelyke' gebeurtepissen.

't Verhoogt de sympathie niet voor een bewegiug, die een godsdienstige, Gereformeerde beweging wil zijn.

!t Doet zoo klaar uitkomen, dat men geen geduld had om de dingen ordelijk, in Kerkelijken weg te behandelen en af te wikkelen. Men had nu al lang gezucht onder het juk — dat God, om der zonde wil, had opgelegd. Nu moest het maar eens uit zijn! Eu dan zouden ze zorgen niet aan 't kortste eind te trekken. Ze zouden allen te vlug en te slim af zijn

Maar 4 Jan. '86 kwam de voorloopige schorsing; 1 Juli worden 75 van de 80 geschorste Kerkeraa".lsledeu, waaronder 5 predikanten, voor goed - van hun Kerkelijke bediening ontzet en 1 Deo. bevestigt de volle Synode de afzetting van deze 75 mannen, waarop van 10 tot 14 Januari 1887 het Kerkelijk Congres te Amsterdam gehouden wordt.

Men-moet ons niet k'wahjk nemen, maar wanneer we dan lezen dat b.v. ds. Hoekstra betuigt: „wat er ook gelasterd is in en na die dagen, en velen misschien te goeder trouw geloofd hebben, aangaande vleeschelijke bedoelingen der leiders en blinde volgzucht der massa's — het is toen waarlijk te doen geweest om de eere van God en Zijn Christus in het Huis des Heeren, om de gehoorzaamheid aan het Woord, cm de geestelijke opbouwing van de Kerke Gods" — dan willen we daar niet al te veel van zeggen. Maar toch wel dit: dat de vleeschelijke bedoeling den leiders parten gespeeld heeft, dat de blinde volgzucht der massa op de leiders nadeelig gewerkt heeft en voor de massa tot groote schade is geworden, terwijl het ijveren voor het Huis des Heeren en het opkomen voor de eere Gods onder omstandigheden is geschied, dat we voor een lief ding wel wilden, dat het héél anders ware gegaan!

En moeten we over de schorsing der Amsterdamsche Kerkeraadsleden oordeelen, dan zeggen we, zonder meer, dat het niet is geschied, omdat zij van den Christus wilden getuigen.

. 't Is niet zóo gegaan, dat zij voorden Hoogepriester en den Joodschen Raad moesten verschijnen en dat toen de keus gelaten werd: of van den Christus zwijgen 5f in de gevangenis.

Heelemaal niet.

En dat moet men ook niemand wijs maken!

Waarom we ook niet aanvaarden dat men zoo maar telkens Hand. 5 : 29 in verband met deze actie aanhaalt.

Want daar staat: „Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan den menschen."

En dat past hier absoluut niet.

De volgende maal over „de attestenkwestie.".

{Wordt vervolgd.)

Over ons boekje.

Bij den heer. Ooms. de Jong te Oud-Beierland gaven we een boekje ter perse „over de leervrijheid in de Nederl. Hervormde (Geref.) Kerk", een artikelenreeks waarin gehandeld wordt over de bestuursorganisatie en de belijdenis.

Dat boekje is nu verschenen en het is ons een genoegen het 'getuigenis van twee collega's, staande buiten onzen Geref. Bond, te mogen meedeelen in ons Bondsblad; 't welk we doen om ieder, die eenigszins belang stelt in onze Herv. Kerk en liefde gevoelt voor de Geref. Waarheid, op te wekken dit boekje te koopen.

Er worden door mannen binnen en buiten onze Kerk soms zulke wonderlijke dingen getuigd in betrekking tot onze Herv. Kerk, dikwijls zonder dat men zelfs de moeite gedaan heeft de stukken zelf te onderzoeken, dat we niet genoeg kunnen waarschuwen . voor beschouwingen en beweringen, die klakkeloos zijn overgenomen, en door groote, dikke woorr den uitmunten, maar daarbij geheel bezijden de waarheid zijn. Laat men nu eens moeite doen om de dingen recht te leeren zien, waarbij we bescheidenlijk ' dit boekje aanbevelen.

De kern van dit boekje is geworden ' uit en door de bekende groote Haagsche Vergadering. Waarbij de kwestie van „geest" en hoofdzaak" tot verder uitwerken dreef.

En het is ons niet ontgaan hoe b.v. ds. Hulsman aanstonds na de Haagsche Vergadering verklaarde, dat het belangrijke dingen waren die wij naar voren hadden gebracht, welke noodzakelijk van vrijzinnige zijde moesten worden tegenge sproken en weerlegd.

Dat duidt min of meer de beteekenis van dit boekje aan.

! Laten daarom allen die op den bodem ' der belijdenis staan — of we Bondsmannen, Oonfessioneelen of Kohlbruggianen zijn doet hier niet ter zake — deze dingen eens ernstig in zich opnemen, dan zal men zich nooit meer óp de mouw laten spelden, dat de Herv. Kerk is ingericht op het samenwonen van de meest tegenstrijdige richtingen, noch dat de modernen meer recht hebben in de Herv, Kerk dan de gereformeerden. Met dezen onzin behoeft men bij ons dan niet meer te komen aandragen. Dat is dan voor goed uit!

j Dal wij voor het plan van dr. Kromsigt om deze brochure te zenden aan al kerkeraden Veel voelen, behoeft nu vet" der zeker geen betoog. En waar we reed» twee giften van'f 2, 50 voor dat doel out. vingen, houden we ons gaarne aaubevo. len voor toezending van kleine of gx%. tere bijdragen Met eenigen steun uitjj Bondskas en enkele giften V& -Q. hier en daar kunnen weleen heel eind komen We houden ons aanbevolen. Zoodra wj een sommetje hebben, beginnen we aau een 100-tal kerkeraden een exemplaar te zenden, inliggend een postwissel, met verzoek zoo mogelijk.iets voor de gratis, verspreiding af te zonderen

En nu laten we de bovenbedoelde ge. tuigenissen volgen, 't Eerste is van dr, J. O. S. Locher te Leiden, 't tweede vaij dr. P. J. Kromsigt te Amsterdam.

Over de leervrijheid in de Nedtrl, Hervormde (Gereformeerde) Kerl Ecne artikelenreeks, waarin gehanieU wordt nver de beituursm'ganisatie en de belijdenis, door M. van Grieken pred. te Delft. Ie stuk. Corns, it Jong, Oud-Beijerland. 1916.

„Reeds meer dan eens kwam bij hel lezen der artikelen van ds. van Grieken in „de Waarheidsvriend" over genoemde onderwerpen de wensch bij mij op, dat ze afzonderlijk als brochure uitgegeven werden; want er staat veel belangrijk in. Met de stukken wordt aangetoond dat er van wettelijke leervrijheid in onze Kerk nimmer sprake geweest is, dat ome Kerk niet krachtens haren aard „ingericht is op het samenwonen van de meesl uiteenloopendé beginselen", dat de beschuldiging van prof. Visscher, als zouden eigenlijk de orthodoxen met minder reclit en oprechtheid in onze Kerk kunnen leven dan de modernen, ten eenenmaie is bezijden dé waarheid, en dat aau het modernisme en andere van de leer dei Kerk afwijkende stroomingen het zijain onze Kerk niet anders mogelijk is ge. maakt dan door, om de ^woorden te bruiken van een die zelf modern „onwaarachtig geschipper en geknoei"! Deze artikelen dienen wel onder de oogen te worden gezien. We zullen eens zien, wat de vrijzinnige bladen daartegen in kunnen brengen, om het verblijf der vrijzinnigen in onze Kerk te rechtvaardigen.

Wegens zijn belangrijken inhouö wenschen wij het geschrift van ds. van Grieken in de handen van velen."

(Dr. J. C. S. LOCHER, Leiden.)

Naast dit getuigenis in „Ons Kerkblaadje" zetten we nu het schrijven) dr. Kromsigt in „de Geref. Kerk."

Het luidt:

Een belangrijke brochure,

„Tot ons genoegen kunnen we meedeelen, dat thans de artikelen van ds, van Grieken over de bestuursorganisatie sinds 1816 en de wording der zoogenaamde „leervrijheid" in onze Ned. Herv. Kerk, op welker afzonderlijke publiceering ook onzerzijds zeer is aangedrongen, iii brochure-vorm verschenen zijn (bij 0. de Jong te Oud-Beijerland; bij den uitgever of in den boekhandel te verkrijgen tegen toezending van postwissel ad f 0, 55] onder den titel: Over de leervrijheid in è Nederl, Hervormde (Geref.) Kerk. 1ste stuk.

Wij willen gaarne met allen nadruk op deze uitgave opmerkzaam maken hopen, dat dit handige boekje, waarin al de gegevens, die we in onzen strijd zoowel tegen het modernisme als tegei de voorstanders van den modus viveni of evenredige vertegenwoordiging noodig hebben, bijeen zijn, door velen, zoowel van onze ouderlingen als van onze predikanten, zal worden aangeschaft Eigenlijk zouden we het liefst zien, dat ds. van Grieken door giften van verschillende zijden in staat gesteld werd dit boekje gratis aan alle Kerkeraden toe te zenden, Het is broodnoodig, dat onze Kerkeraden eens goed ingelicht worden en ook moderne Kerkeraden móeten eens go weten, hoe kerkrechtelijk zwak heel bel modernisme toch eigenlijk in onze Hervormde Kerk staat. Ook dat kan toi vreedzame en gezonde oplossing der kwestie leiden.

I Dit is te meer noodig, nu zelfs i jman als prof. Vischer in Tijdschrift de Ibeschuldiging der modernen heeft overgenomen (en daardoor zelfs verwarring stichtte bij de heeren Dijkstra en Couvée) dat eigenlijk niet de modernen, maar de orthodoxen in onze Kerk kerkrechtelijk in een scheeve, oneerlijke, onrechtmatigei positie zouden verkeeren. Deze brochure, die ons de ontwikkeling der toestanden ­ van 1816—1880 op zeer heldere wij* bloot legt, toont duidelijk aan, dat zutt eene beschuldiging ten eenenmaie onjuist' en in hooge mate onrechtvaardig is.

Wij komen waarschijnlijk nog nadei op deze belangrijke uitgave terug. Thans volsta dit weinige ter krachtige aanbeveling en ook ter opwekking om gave" voor bovengenoemd', doel aan ds. v. Grieken te Delft te zenden. Al sprak ds. ƒ1 G. niet over zulk een plan, toch twi]" ik niet, dat zulke gaven hem welkom zullen zgn."

P. J. KROMSIGT.

Men zal na het bovenstaande wel begrijpen, dat ons niets liever zal zijn dan in postzegels of per postwissel veel te ontvangen, waardoor we in staat gesteld kunnen worden om aan alle kerkeraden n ex. van ons boekje toe te zenden.

Wie wil particulier hier wat voor afzonderen? .Of mogelijk uit de catechisatiebus ? we wachten.

Naar Zeist !

Pas schreven we: naar Hoogeveenl ~ Nu is 't: naar Zeist!

Niet, dat we verwachten dat de mengcben, ' die naar Hoogeveen gingen om onzen' Zendingsdag daar bij te wonen, nu ook de reis naar Zeist zullen ondernemen

Maar we bedoelen met: naar Zeist nog een opwekking te geven aan hen, die meer in 't centrum en 't Zuiden van ons land wonen en die als vrienden van onzen Zendingsbond te Zeist niet mogen gemist'worden.

Zeker! de reis is duur voor velen.

Bu als 't al te bezwarend is om hoog reisgeld te geven, dan kunnen we 't verstaan dat men maar liever thuis blijft. Men kan dan per postwissel aan d«. Heyer te Vlaardïngen sturen wat men anders aan-de Spoorwegmaatschappij zou geven.

Maar er zijn er gelukkig toch nog velen die het reisgeld (plus een flinke gave in de collecte op het terrein) wel kunueu bij elkaar krijgen en ja, dïln zeggen we: naar Zeist!

In het gemeenschappelijk ligt zoo groote kracht. samenzijn

Als we daar in Zeist weer eens krachtig hooren bepleiten wat onze roeping is in zake het zendingswerk, dan worden ffe weer opgewekt tot gebed en tot het afzonderen van onze gaven. En dan wordt het ideaal weer levendig: aan alle volkeren moet het Evangelie des kruises morden gebracht, opdat ook waar de wildste volkeren wonen, de zielen zich leeren verblijden in het bezit van een Heiland en de Heere ook daar ontvangen aanbidding, eer en dankbre lofgezangen!

Heel de wereld, zoo jammerlijk uit elkaar geslagen door de zonde en zoo schrikkelijk overgoten met een geest van haat en vijandschap, moet worden voorgesteld aan de liefde Gods, welke zoo heerlijk geopenbaard is in de zending van Jezus Christus.

De Heere spreekt nog van groote blijdschap, die al den volke wezen zal.

En dan zullen we, vooral als straks — zij 't spoedig I — de oorlog zal geëindigd zijn, tot groote dingen worden geroepen, ' waarbij een krachtige voorbereiding in gemeenschappelijke actie niet mag ontbreken.

01 wat hebben de christenen, die het wel meenen met Gods Woord, in deze tijden een hooge roeping.

Wat moest er veel gebeds zijn.

Krachtige, gemeenschappelijke actie.

Ernstige, breede voorbereiding tot het werk dat roept.

Het is onze hartelijke wensch en bede, dat ook de Zendingsdag te Zeist daartoe mag medewerken, ten goede van ons in Nederland en ten voordeele van het zendingswerk in Indie — waartoe de Heere dezen lOden Zendingsdag onder Zijn genadige en gunstrijke hoede neme.

Hij make alles wel.

Waarbij onze bede is:

Uw Koninkrgk koom' toch, o HEER'; Ai, werp den troon des satans neer; Regeer ons door Uw Geest en Woord; Uw lof word' eens alom gehoord, En d' aarde met Uw vrees vervuld, Totdat G'Uw rijk volmaken zult.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's