Financiën.
„Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad", staat er in de Schrift. Een woord waarmede zeker een ieder van eenige levenservaring wel zal instemmen. Toch is iedere dag daarom nog niet even kwaad. Gelukkig niet. Hoewel het bovenstaande blijft vaststaan, zijn er in ons leven toch nog genoeg dagen waarop wij soms veel goeds mogen ervaren. Soms zooveel dat het goede het kwade overtreft en wij van gelukkige oogonblikken, zelfs gelukkige, blijde dagen inogen sproken. Onze vader Jacob zei aan het einde van zijn aardsche loopbaan: weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest. En hij zei daarmee niet te veel. Maar hij heeft onder die kwade nog wel goede dagen gekend, al waren het er niet veel. Of zou het voor den veel beproefden vader geen gelukkige dag geweest zijn toen hij vernam dat zijn verloren gewaande zoon nog leefde; en was het wederom geen blyde dag toen hij dezen, na zooveel jaren scheidens, weder in de armen mocht drukken?
Neen, er zijn in het leven door Gods genade ons nog blijde dagen geschonken. Het ligt er maar aan of een mensch veel of weinig eischt om een dag gelukkig te noemen of niet. Zoo hebt ge nu, om een voorbeeld te noemen, onzej^endingsdagen. Ik weet dat er menschen zijn die er nooit heengaan. Die zeggen: wat heb jeer aan? je wordt zoo moe; het is er zoo druk; 't is dikwijls zoo warm; misschien regent het wel; er wordt "ieder oogenblik gecollecteerd enz. Teveel om op te noemen. Dat zijn ontevreden mopperaars, die, ook al gaan ze niet naar een Zendingsdag, thuis ook niet veel gelukkige dagen zullen kennen. Ik beklaag ze en heb medelijden met ze. Maar ik kan niet zeggen dat ik op hun gezelschap bijzonder gesteld ben. En u?
- Neen, wij en de vele duizenden die de Zendingsdagen geregeld bezoeken, wij waaïdeeren deze dagen en verlangen er naar. Zij staan in onze herinnering te midden van zoovele donkere kwade dagen als lichtpunten aangeschreven. Heerlijke zonnige dagen zijn het voor ons, zelfs al zou zich de zon aan den homel niet yertoonen. Of is het geen groot genot zich te bevinden te midden van zoovele duizenden, met wie men zich ééns geestes gevoelt, uit - alle oorden des lands samengestroomd, om daar in de vrije natuur elkander te ontmoeten en tezamen te zingen tot Gods eer; te bidden en te luisteren naar de verkondiging van het, levende Woord van God?
Ja, dat is het. En wij gaan allen naar Zeist, als wij maar eenigszins kunnen. Wy willen van dezen blijden dag, door den Heere ons geschonken, dankbaar gebruik maken.
Naar Zeist? Ja, niet naar Driebergen. Er is wat voor te zeggen om het geregeld op dezelfde plaats te houden. De bezoe I kers .gaan langzamerhand het terrein I kennen en een ieder weet zijn eigen ' plaatsje weer te vinden waar hij het beste hooren kan, evenals Zondags in de kerk. ; En het terrein te Driebergen leende er ' zich uitnemend voor. Maar als er redenen ' waren om ditmaal een andere gelegenheid te zoeken, dan is het bestuur zeker gelukkig geweest op dit terrein de hand te leggen, want het is er prachtig. Ik j ben er herhaalde malen geweest. Het is i een eenig mooi bosch daar in Zeist en j niet zoo vér van het station. Wij hopen er vele vrienden te ontmoeten. De Heere ; schenke ons een rijk gezegende dag in alle opzichten. Hij geve ook dat de penningmeester van den Geref, Zendingsbond, als hij de rekening heeft opgemaakt, met voldoening op het resultaat van dezen dag mag zien,
Wij noemen u thans hetgeen, er is ontvangen, waarbij ik moet opmerken dat deze ontvangsten slechts loepen tot gépasseerden' Zaterdag dewijl ik toen van huis gegaan ben en niet weet wat er sedert is binnengekomen.
Utrecht door ds. J. Goslinga bij Z.EerWi aan huis bezorgd van N. N. f 13, 45, bestemd voor het Studiefonds.
Puiten van ds. v. d. Berg f 10 uit de catechisatiebus, ' voor het Studiefonds. ,
Delft door A. v, Herwijnen, penningm, der Afdeeling, f 5, 45, uit het busje No, 190 van Th. Vollebrecht f 4, 20 en f 1, 25 gecollecteerd op de ledenvergadering.
Zegveld van O. Bardelmeijer f 3, 111/2) zijnde de opbrengst van bu§je No. 20 van de maand Juli.
Voorburg van den heer A. Kievit f 2, 50 jaarl. bijdrage voor het Leerstoelfonds, f 2, 50 idem voor het Studiefonds en f 1 voor het lidmaatschap van den Bond.
Bodegraven van G. J. Kazemier f 23, 50, zijnde voor mij geïnd aan contributie van 1917.
Leerdam van G. Vos f 19, 35, als contributie nog geïnd van de Bondsleden.
. Reeuwijk van D. Slappendel, waarn. penn. der Afd , f 11, 371/2, zijnde de contributie der leden.
Hoogeveen, afgezonden door K. Brunsting als gevonden in den collectezak f5 met het volgende briefje: „Van te N. voor een gelofte en nagift van den Zendingsdag van 11 Juli voor Leerstoelen Studiefonds."
• Hiermede ben' ik aan het einde en dank hartelijk voor al deze gaven en voor de spoedige betaling der contributie, terwijl ik ook nog kan mededeelen dat voor den Zeeuwschen visscher nog f 1 inkwam van N, N. uit Utrecht, welke ik hem heb opgezonden.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's