Uit de Synode.
III.
Van de 11de zitting (Maandag 30 Juli) is nog het volgende te melden:
Aan de orde komt een verzoek van den Nationalen Bond voor „Plaatselijke Keuze", om het streven van dien Bond te ondersteunen. Dat streven is, zooals bekend is, er op gericht om een Wette erlangen, waarbij aan mannen en vrouwen van 23 jaar en ouder gelegenheid wordt gegeven zich bij stemming^uit te spreken over beperking of opheffing der inrichtingen voor drankverkoop ter plaatse. n
Het verzoek werd door prof. dr. Slotemaker de Bruine toegelicht.
Nadat de Voorzitter herinnerd had aan een schrijven, dat de Synode in 1914 heeft gericht tot de ringen, waarin zij worden opgewekt, middelen te beramen tot bestrijding van het alcoholisme, stelde dr. Slotemaker de Bruine voor, aan den Nationaleh Bond voor Plaatselijke Keuze te antwoorden, dat zijn pogingen om het alcohol-kwaad te'keer en, door de Synode zullen worden gesteund. Dat voorstel werd aangenomen, en het antwoord zal in het officieel orgaan der Kerk worden openbaar gemaakt.
Dinsdag, in de 12de zitting, komt, na het afdoen van enkele zaken, het rapport over den Modus-Vivendi in behandeling.
De Voorzitter, , dr. G. J. Weyland, herinnert aan het besluit der Syn. Oommissie om voor deze zaak geen buitengewone Synode bijeen te roepen.
Prof. Knappert begeert dat de Synode na haar beginsel-besluit van verleden jaar den arbeid in zake een Modus voortzet.
Prof. Slotemaker de Bruine laat rusten de vraag of de Synode door dat besluit gebonden is en herinnert, dat verleden jaar de stemming niet volkomen zuiver was. Ds. Schrieke was niet in beginsel voor den' Modus, maar wilde de Kerk er wel eens over hooren en stemde daarom vóór. b i dm n r
Spr. sluit zich aan bij de gevoelens, die prof. Aalders verleden jaar vertolkte. Wat den vrede in de Kerk betreft, zegt hij, dat niet allen kunnen gedoogen, dat in eenzelfde Kerk op de vraag, wat de Christus voor ons is, allerlei antwoorden worden gegeven..
Moreel, zegt Spr., zijn zij, die rechts staan, verplicht in deze ééïi te zijn, wat helaas niet het geval is.
De strijd in de Kerk verwoest haar kracht. Daarom moet onderzocht of het " Utrechtse voorstel uitvoerbaar is dit niet zoo, dan blijve de principieele vraag rusten. Spr. zelf acht het plan niet uit r voerbaar. Al zijn zes Utr. hoogleeraren z het eens, het probleem konden ze niet oplossen, hoe nl. zich een Kerk met een bepaald belijdend karakter rijmen laat met een zeer groote mate van leervrijheid. In verband hiermede wijst Spr. op de artt. 4 en 5 van het concept. Elk - van de gemeentekerken moet een eigen belijdend karakter hebben, en het classicaal bestuur moet het toelaatbare van dat belijdend karakter beoordeelen. Dit moet leiden tot de pijnlijke inquisitie, tot leer-d tucht aan den allersmalsten kant. Ook wijst Spr. op art 12, waar in art. 39 Regl. Godsdienstonderwijs (het artikel der Belijdenisvragen) wordt vastgehouden. Welke vrijheid zal er zijn, als zoo vast aangegeven lijnen blijve. ?
Ook wijst Spr. op art. 9 (het afstaan van het kerkgebouw aan de minderheid.) Men moet de mentaliteit van de rechtzinnige groote meerdei beid al zeer weinig kennen, om te meenen, dat de toepassing van dit artikel zoo maar zal gaan. Neen, wij zullen hier komen te staan voor een reusachtige propaganda voor de Gereformeerde Kerken.
Derhalve: 't is practisch onmogelijk, en daarom adviseert Spr. de Kerk over dezen Modus niet verder te hooren.
De Secretaris, ds. L. W. Bakhuizen van den Brink, meent dat verleden jaar de Syaode haar besluit niet had mogen nemen. Thans ziet-zij de niet-uitvoerbaarheid duidelijk in. De .Modus mag dus niet afgewezen, maar moet blijven rusten.
De Vice-voorzitter, ds. J. Steenbeek, acht den Modus practiseh onuitvoerbaar. Spr.'s gevoelen is, dat een Kerk zonder belijdenis een dwaasheid moet genoemd worden.
Ds. F. Tammens ziet wel practische ezwaren, maar ze kunnen wellicht opelost worden. De Synode is moreel verlicht verder, te gaan. Als modern man egt hij, dat de vrijzinnigen enkele wenchen laten vallen. Zoo moeten ook de echtzinnigen doen.
Dr. J. Visser heeft bezwaren, maar elooft dat de Modus een einde aan den erkstrijd kan brengen.
Drie moderne leden zeggen nog, dat erlijk evenredige vertegenwoordiging oet plaats hebben.
Dr. Oallenfels ziet in den Modus een eneesmiddel erger dan de kwaal en ds. rins voorziet, dat het in het huis met ijn verschillend gezinde bewoners, geeldig zal gaan spoken.
Ds. H. van Druten staat ten aanzien van de Christus-opvatting, die hier de hoofdvraag is, tegenover de vrijzinnigen.
Ds. A. Cremér wil den Modus, wijl hij „vrijheid van geweten" zal brengen. Er zijn nu Kerken waar de meerderheid 52 Zondagen per jaar kan. opgaan en de minderheid nimmer.
De heer Landman heeft practische en principieele bezwaren. Een Kerk kan wel één, maar niet meer belijdenissen hebben.
Ds. K. A. de Groot zegt dat Christus niet gedeeld is Een Modus-Vivendi is alleen mogelijk als alle leden der Kerk" voor Jezus de knie buigen.
Ds A. Zoete ontkent de moreele verplichting der Synode. Hij heeft niet den vrede lief ten koste van de Waarheid, van de belijdenis van Christus. De beloofde vrede zal verscherpten strijd brengen.
De heeren Hannema en ds. A. de Haan denken er eveneens over.
De heer De Haan heeft zich teleurgesteld gevoeld'door bet ontwerp van den Modus-Vivendi. Hij vreest dat deze Modus den strijd erger zou doen ontbranden.
De president dr. Weyland meent dat deze zaak moet ophouden. Zij is reeds in de Kerk besproken, en er is gebleken dat groote groepen daarvan geen heil verwachten, ja, dat zij daarin de ontbinding der Kerk zien. Wij mogen de Kerk er niet 'meer voorspannen. Een der hoogleeraren heeft het als een „verloren zaak" aangeduid.
Prof. Knappert doet nog een beroep op de Synode, en vraagt, of het onrecht moet worden bestendigd, dat aan tienduizenden vrgzinnigen geschiedt in de Kerk, waarvoor bijdragen worden geofferd en lasten gedragen, terwijl zij toch ook voor de Waarheid werken willen. De Voorzitter zegt, dat uit de besprekingen in de persen in de Synode blijkt, dat, de Modus niet het verwachte kan brengen.
Spr. betreurt het, dat het partijwezen in de Kerk bestaat, al keurt hij goed dat er verschillende richtingen zijn. Er moest echter federatief eenheid zijn.
Prof. Slotemaker de Bruine gaf ook nog eenige nadere toelichting op wat hij reeds sprak.
Daarna wordt met 10 tegen 9 stemmen besloten den ModuB Vivendi niet verder in behandeling te nemen.
Vóór dit besluit adviseerden prof. Slotemaker de Bruine en de secretaris en stemden de leden Steenbeek, dr. van der Beke Callenfels, Prins, van Druten, Landsman, de Groot, Zoete, Hannema, de Haan en dr. Weyland; •
Er tegen adviseerde prof. Knappert en stemden de leden Tammens, mr. Huber, "dr. Deeleman, dr. Visser, Gordon Spandaw, Pinarr!, van Bnrk, Cremer en Pjjper.
Woensdag 1 Aug. Nieuwe leden. De heeren mr. L. J. Huber en J'. H. van Bork zijn vervangen door hunne primi, de heeren J. W. Bolt, oud-ouderling te Niéuwe-Pekela en mr. H. J. M, Tyssens, ouderling te Utrecht.
Benoemingen. De heeren mr. dr. J. Schokking en ds. O. Schrieke nemen hunne benoeming, resp, tot lid van de Alg, Synod, Commissie en lid-gecundus va, n.het Alg. College van Toezicht aan.
Toelating evangeliebediening. De heer Zoete rapporteert over het voo? : stel van dir. P. G. Datema te Delfshaven en dr. J, D. de Lind van Wijngaarden te Peijenoord, om toelating tot de Evangeliebediening ook van hen, die door eenige Classicale Vergadering voorgestfeld en door de Synode daartoe waardig gekeurd worden, en zij, die om' bijzondere gaven, welke hun verleend zijn, in eenige Classicale Vergadering worden voorgesteld als geschikt om tot een colloquium doetum te worden toegelaten, en die bij dat colloquium hebben bewezen, voldoende bekwaamheid te bezitten.
In het Rapport wordt erkend, dat elk streven om het nog altijd groote aantal vacaturen te verminderen, moet worden gesteund. Maar als adressanten zich beroepen op art. 21 van de Handelingen der Provinciale Synode van Dordrecht van 1574, en op art. 8 der Kerkenordening, opgesteld door de Nationale Synode van 1618—1619, dan merkt de Commissie van Rapport op, dat de rnaatregelen die toen gewenscht waren, dit niet zijn voor onzen tijd. De gemeente heeft behoefte aan voorgangers, die wetenschappelijk zijn gevormd, , en bovendien ia het aantal vacaturen niet zoo groot, dat de maatregel van art. 8 der Dordtsche Kerkenordening noodig zou zijn. De Commissie concludeerde dus tot afwijzing van het verzoek. De conclusie werd met algemeene stemmen aangenomen.
Godsdienstonderwijs. Prof. dr. Knappert brengt rapport uit over het voorstel van het class, bestuur van Gouda tot benoeming van een commissie van rapport en advies in zake godsdienstonderwijs. De commissie van rapport, die de belangrijkheid van de zaak wel erkent, stelt voor aan het verzoek van het class, bestuur van Gouda niet te voldoen. Over deze zaak worden vele besprekingen gevoerd. Prof, Slotemaker wijst er op, dat vooral in groote steden het zeer moeilijk is in onze dagen uren te vinden voor het godsdienstonderwgs waar zooveel tijd aan sported, besteed wordt. Hij vestigt ook de aandacht op het buitenkerkelijk catechiseeren in vele gemeenten.
Men vestigt de aandacht op de treurigj godsdienstige opvoeding van de jeug^ji, sommige plaatsen. Er zijn gemeenten ^^ landstreken waar een geslacht opgroeit dat met Bijbel en godsdienst geheel onl bekend is.'
Vele leden vreezen echter dat een com. missie, die weer een groot aantal statig, tische gegevens zal verzamelen, geen ef. fect zal sorteeren. Dan wil men overle» met hen die aan het hoofd van onderwijj. inrichtingen staan. Sommige leden willen een bepaling, waarbij de predikant vet. plicht is jaarlijks verslag uit te brengen van zijn catechetischen arbeid. Ook wordt de aandacht gevestigd op wat reeds dooj de commissie, door het Hoornsche cou, vent benoemd, en ook door het Gerefor. meerd Schoolverband ten aanzien vau deze zaak is gedaan. De wensch wordt uitgesproken, dat meer algemeen dfizj voorbeelden zullen worden gevolgd.
Ten slotte wordt aangenomen een voor. stel van dr. Van der Beke Callenfels, dat de Synode zich zal richten tot de Clas. sicale Besturen met het verzoek bijzon. dere aandacht te wijden, vooral bij per. sooulijke kerkvisitatie, aan den. toestand van het godsdienstonderwijs in de ge. meenten van hun ressort.
Donderdag 2 Aug. TeUgram. De Synode herdenkt^ de geboortedag van H. M. de Koningin-Moeder en besluit H. M. een telegram van gelukwensching te zenden, Kerkelijke en burgerlijke grenzen.
-Rapport werd uitgebracht over eeii voorstel van prof. Slotemaker de Bruine, om de aandacht der Kerkelijke Besturen te vestigen op de wensclielijkheid, dat aan aangroeiende gemeenten in het Algemeen de grenzen der kerkelijke gemeente met die der burgerlijke in overeenstemming worden gebracht en gehouden. Volgens den voorsteller is het voor de regeling der verzorging van behoeftigen en kranken zeer gewenscht, dat de ter zake door het burgerlijk bestuur getroffen regelingen voor de geheele kerkelijke gemeente gelijk zijn, en niet in het eene deel der kerkelijke gemeente gansch andere regelingen gelden, dan in het andere. Evenzoo is het vooi de voorbereiding der herderlijke ^org van de grootste beteekenis, dat de kerkeraad voor de verkrijging der administratieve •gegevens met ééne-burgerlijke autoriteil van doen hebbe.
Mocht door het bedoelde streven de kerkelgke gemeente te groot worden, dan kan dit bezwaar dikwijls reeds ondervangen worden langs den weg in het reglement op de buurtgemeenten gewezen, of, indien aan de oprichting van een nieuwe gemeente de voorkeur wordt gegeven, dan blijft het wenschelijk, dat er zojj voor gedragen worde, dat de ressorten der gezamenlijke kerkelijke gemeenten binnen ééne burgerlijke gemeente overeenkomen met het gebied dier burgerlijke gemeente.
In het rapport spreekt men uit, dal de wenschelijkheid der voorstellen vaststaat. De commissie wil echter geen dwangbepalingen opleggen, maar de besturen met aandrang op de belangrijkheid der zaak wijzen. Besloten wordt in den geest van het rapport een schreven op te nernen in het officieele weekblad Pastoriegoederen. De heer TammeM rapporteert over een voorstel, gedaan door de class, vergadering van Heerenveen tot wijziging van het reglement op de pastoriegoederen. De rapporteerendi commissie meent, dat het beheer van pastoriegoederen, in gemeenten met meei dan één predikantsplaats en waar eeii vacature is, voldoende geregeld is. Eu dat er geen wetswijziging noodig is. Vrijdag 3 Aug. Kerkvisitatie. De Synode neemt in behandeling het verslag nopeus de schriftelijke kerkvisitatie over 1916, samengesteld uit de tabellen, door de provinciale kerkbesturen ingezonden.We noemen allereerst enkele cijfers.
Het zielental van de Ned. Herv. Kerk bedroeg 2, 791, 216.
In 617 gemeenten werd gedurende het geheele jaar catechetisch onderricht gegeven ; in 119 gedurende drie kwartalen; in 551 gedurende twee kwartalen.
Er zgn 132 godsdienstonderwijzers, j hulppredikers en 4 godsdienstonderwij' zeressen, nevens de predikanten door de kerkeraden met het godsdienstonderwijs belast. Het. aantal leerlingen bedroeg 263, 051. •
In 1916 zijn 24, 835 lidmaten bevestigd-Van de Nederl. Herv. Kerk 7ijn 604 personen naar andere kerkgenootschappen overgegaan en 521 van daar naar de Ned. Herv. Kerk overgekomen.
Daarna volgen de mededeelingen over Zondagsrust en openbare zedelijkheid. De rust op Zondag verschilt naar de gemeenten. In de groote steden laat zl zeer te wenschen over; dus ook. de Zondagsviering.
Bij de behandeling van de openbare zedelgkheid wordt mede van veel achteritgang gesproken, vooral in de groote steden. Zeer vaak klaagt men over den lechten invloed, door de mobilisatie eoefend.
De lijst der Diaconie-werkzaambedeo s daartegenover echter weer verblijden* oor de veelheid der goede resultaten'
Het rapport wordt met dank aan de amenstellers voor kennisgeving aangenomen. Secundus scriba. Class. Bestuur. Behan 3g]d wordt een rapport van dr; Slotemaker de - Bruine over een voorstel van het Classikaal Bestuur van Goes tot wijjjging van art. 6 Alg. Reglement. Het blijft hier eene nogal splinterige moeilijkheid betreffende de keuze en het optreden van den Secundus-Scriba in het Classikaal Bestuur. De artt. 6 en 42 Alg. Reglement laten op dit punt onzekerheid kgstaan. De rapporteerende corümissie concludeert tot eenige wijziging in die artikelen, waardoor de moeilijkheid verdwijnt-Die conclusie wordt aangenomen. De voorstellen Gronemeijer. In behandelïDg komt het rapport van denzelfden prae-adviseur over de drie voorstellen yan den heer Gronemeyer. Overeenkomstig de conclusie wordt het eerste dier voorstellen — evenwel, na langdurige bespreking, eenigermate gewijzigd^ — aangenomen. Dit voorstel strekt om de mogelijkheid te openen, da, t predikanten eener gemeente van niet meer dan 400 zielen als hulppredikers dienst doea in eene gemeentfi waar gebrek aan arbeidskracht is.
Over het tweede voorstel oordeelt de commissie van rapport minder gunstig, vooral omdat daarbij geen rekening is gehouden met de rechten en plichten van consulent en ring.
Het wordt dan ook, hoezeer de strekking wordt gewaardeerd, verworpen. Ben gelijk lot treft het derde voorstel, dat de strekking heeft aan predikanten die om verschillende redenen op hunne standplaats in moeilijkheden verkeeren, verwisseling van standplaats mogelijk te maken. Dat eene regeling als de voorgestelde in vorige eeuwen gunstig werkte moge waar zijn, dit feit bewijst volgens het rapport niets voor de uitvoerbaarheid onder de tegenwoordige omstandigheden.
Enkele leden der Synode, waaronder de prae-adviseur dr. Knappert, betreuren het ten zeerste, dat allerlei practische en reglementaire bezwaren de aanneming van die beide voorstellen van den heer èronemeijer, zooals zij thans luiden, onmogelijk maken.
XVIde zitting. Prof. Slotemaker rapporteert over een verzoek van de confessioneele vereeniging, dat de tucht over predikanten, cand, t. d. H. Dienst, ouderlingen en diakenen in eerste instantie komt bij de classicale vergadering. De conclusie van het rapport is daarop niet in te gaan, welke conclusie met algemeene stemmen wordt aangenomen.
Aan de orde komt het rapport van den heer de Haan over het voorstel van prof. Slotemaker de Bruine, dat de Synode, kr verkrijging van een constituante, besluite:
a. tot vernieuwing van het besluit van 1915, om de leden der Synode te doen benoemen door de classicale vergaderingen ;
b. tot benoeming eener commissie, die, staande de zittingen dezer Synode, rapporteere over de vraag, hoe aan de destijds ingebrachte practische bezwaren tegen een uitbreiding van het ledental tot 45 ware tegemoet te komen;
e. een commissie te benoemen om art. 56 A. R. en andere artikelen te wijzigen, wier wijziging noodig zal bliijken. In de commissie van rapporteurs was een meerderheid, die adviseert het sub a genoemde te verwerpen om redenen, reeds zoo menigmaal aangegeven, en een minderheid, die het wil aannemen.
Over dit rapport ontspon zich een uitvoerige gedachtenwisseling. In zijn praeadvies verklaart prof. Knappert zich er tegen om de bekende bezwaren.
Prof. Slotemaker de Bruine gevoelt zich teleurgesteld door het rapport, dat de bezwaren niet vermeldt. Hij weet, dat er allerlei in de kerk gist en woelt, wat zich moet openbaren. Hij wil een constituantie, om de groote vragen, die er zijn, te bespreken, een constituante, voor eenmaal door de classicale vergaderingen gekozen. In onze kerk zijn drie dingen mogelijk: een uitbarsting; de dingen houden zooals zij zijn; baan maken voor nieuwe dingen. Hij wil dat laatste en ziet dat komen door een kring, die meer rechtstreeks voortkomt uit de kerk.
De secretaris dankt voor de toelichting yan prof. Slotemaker de Bruine, maar het is hem nog niet duidelijk. De constituante komt toch met hare voorstellen bij de Synode, zooals zij thans is. Wat hij wil, iiioet geschieden door een wetsvoorstel. De vice-president oordeelt, dat de Synode niet de Kerk vertegenwoordigt. Daarom moet er een andere samenstelling zijn. Er zal meer vrede komen, denkt men als de leden der Synode door de classicale vergaderingen worden gekozen. Daarop dient de heer De Haan het volgende voorstel in:
De Synode verzoeke aan de classicale vergadering van 1918 en aan de Waalsche Reünie een lid, hetzij welke predikant ouderling, aan te wijzen, welke leden zullen samenkomen in een vergadering om de Synode van 1919 te dienen van advies met betrekking tot hetgeen zij meent, dat veranderd moet worden, opdat er meer voeling zij tusschen Kerk en Synode
Kerkvisitatie. Dr. Visser rapporteert over enkele voorstellen tot wijziging van de reglementen onder kerkvisitatie. Het - rapport stelt voor dat de Synode beslechte om 1e. over te gaan tot eene herziening van het reglement op de kerkvisitatie; 2e. te benoemen eene commissie, die een concept Reglement ter Synode van 1918 indient. Deze conclusies worden met algemeene stemmen aangenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's