Uit het kerkelijk leven.
Jubileum Ds. D. Boonstra.
Hoewel ds. Boonstra den dag va, n zijn 40-jarig ambtsjubileum op 29 Juli 1.1. onopgemerkt voorbij wilde laten gaan, meenden zijn vrienden dat het aldus niet geheel en al zou geschieden. Een commissie van vrienden: ds. J. Goslinga van Utrecht, ds. G. H. Beekenkamp van 01debroek, ds. M. Jongebreur en ds. H.A. de Geus, beiden van Veenendaal, wilde den jubilaris gaarne namens eenige vrienden een stoffelijk blijk van hoogachting en waardeering aanbieden.
Door een zestigtal vrienden daartoe in staat gesteld, bood deze commissie bij monde van ds. J. Goslinga, die den jubilarié met eenige hartelijke woorden en welmeenende wenschen toesprak. Maandag 6 Aug. 1.1. in Wezep's lieve pastorie ds. en mevr. Boonstra een mooi jalousiekastje en jardiniere met zilveren voetstuk aan.
Ds. Boonstra dankte de conimissie en allen die hun vriendschap aldus toonden, ^terwijl hij niet kon nalaten met weemoed en warmte te getuigen van de vele oude vrienden, wier namen hij nu moet missen in het album, omdat zij reeds naar huis zqn gehaald.
Moge de avondstond van zijn eigen leven en dat zijner gade veel doen ondervinden, dat de Heere als Isrel's God krachten geeft en dat des Meester's stemme straks zal gehoord met het: „Komt in, gij gezegende Mijns Vaders, en beërft dat Koninkrijk, dat u weggelegd is van voor de grondlegging der wereld".
Het eind van den modus vivendi
Zooals men weet is de modus vivendi in de Synode met 10 tegen 9 stemmen (zuiver rechts tegenover links) verworpen. Het is niet onaardig en niet van belang ontbloot, hief een artikel over te nemen uit de „Nieuwe Rott. Courant" onder het opschrift: „hst eind van den modus vivendi", voorkomend in het ochtendblad A van Vrijdag 3 Aug. j.l.
Het artikel luidt als volgt:
Wij herinneren ons uit onze jongensjaren een verhaal, waarin een aantal oude heeren, slachtoffers van een studentengrap, gedoemd werd naar den slinger van een klok te kijken en de schommelende beweging daarvan tot in het oneindige na te bootsen met te zeggen: „Daar komt hij weer! daar gaat hij weer!" De verdere bizonderheden van het verhaal zijn ons ontgaan, doch zoo dikwijls wij de synode der Ned. Hervormde Kerk zien vergaderen, moeten we aan dat groepje slachtoffers denken.
Even gelaten immers als deze oude heeren, volgen de synode-leden den noodlottigen slinger, die over hun wetsvoorstellen heen en weer gaat en ook zij mompelen, doelende op een beslissing inzake geest en hoofdzaak, modus vivendi of wat dan ook, met eentonig geprevel: „Daar komt hij weer! Daar gaat hij weer!''
Daar is in 1914 na een rumoerige voorbereiding de lang verbeide oplossing van het belijdenis vraagstuk in den vorm van een wijziging-in de aannemingsvragen. Het voorstel, met 10 tegen 9 stemmen aangenomen, wordt in 1915 na even stormachtig voorspel met 10 tegen 9 stemmen verworpen. Doch dit hindert niet, de slinger komt wel terug. Het modus-vivendi plan, in dezelfde synode veiligheidshalve aireede aan de orde gesteld, verwerft in 1916 na menigvuldige opschudding 10 stemmen tegen 9, en verdwijnt natuurnoodwendig 1917 met 10 tegen 9 stemmen weder in het niet.
„Daar gaat hg weer!", prevelen de slachtoffers van het spel der klok. Geen nood, ook nu komt de slinger wel weer terug. De eenige verrassing is, in welken vorrn hij thans zal terugkomen. Augustus is nauwelijks begonnen en de synode 'heeft amper haar eerste dozijn zittingen vol. Er is dus tijd en gelegenheid te over, om de voortzetting van het slingerspel voor te bereiden en een nieuw bedenksel uit te vinden, dat in 1918 kan komen om in 1919 weder te gaan.
Al blijft het synodale slingerspel zonder eenige praktische beteekenis, het verschaft in deze regenachtige vacantiedagen den toeschouwer althans eenige afleiding. Hij zal zich kunnen bezighouden met voorspellingen over hetgeen men nu weer inzake het belijdenis-vraagstuk op de proppen zal brengen. Want in het jaar, waarin ook binnen de Ned. Hervormde Kerk alom de herinnering ontwaakt aan de kloekheid en den getuigenismoed onzer Protestantsche voorvaderen, terwijHaarbij bovendien de ernst der tijden aüereerst de kerk en haar dienaren tot geloofsdaden maant, mogen wij geenszins veronderstellen, dat de Synode op haar lauweren zal gaan rusten. Zij zal ook nu wederom op lofwaardige wqze het hare willen bijdragen, om de gewichtige beteekenis en de zware doch hoogheerlijke taak der kerk - tot haar recht te laten komen.
En dit kan alleen, nadat het bélij denisvraagstuk uit den weg is geruimd. Want de inwendige verdeeldheid blijft altijd een struikelblok. Achtereenvolgens mogen „geest-en hoofdzaak" en „modus vivendi" als twee te sterk opgeblazen speelgoedpoppetjes gebarsten zijn, hiermee is het probleem zelf niet uit den weg geruimd. „Er moet verandering komen, " scTireef ds. van Grieken ten vorige jare inzake den modus vivendi. „Zooals het nu is en nu gaat, kan en mag het niet langer blijven. Daarover zijn allen die op den bodem der Schrift staan en hartelijk instemmen met onze belijdenis, het roerend eens." En de windstilte uit den hoek der reorganisatie-mannen, Lütge CS. enz., zal wel niemand bedriegen. Te zijner tijd breekt de storm wel weer los.
De man, die als leider der nieuwe plannen schijnt te zijn voorbestemd, is prof. dr. Slotemaker de Bruine. Het is voor den gang van zaken een gewichtige gebeurtenis, dat deze „sterke man" thans in de synode kan voortzetten, hetgeen hij twee jaar geleden in de Hervormde Broederschap is begonnen. Zijn Synodale „ modus-vivendi"-rede is een waardig tegenhanger van zijn betoog over „geesten hoofdzaak" van destijds. Er klinkt dezelfde stelligheid in, gepaard met dezelfde openhartigheid. Voor-en tegenstanders weten wat zïg aan dezen strijder hebben.
In zijn rede voor de Hervormde Broederschap, nu twee jaar geleden, heeft hij ruiterlijk erkend, dat de Ned. Herv. Kerk onder tegenwoordig reglement niet alleen de vrijzinnigen toelaat, maar dat zelfs de tekst der artikelen omtrent de belijdenisvragen indertijd opzettelijk is gewijzigd om de kerk in vrijzinnigen geest te leiden. Inplaats van de vrijzinnigen misbruik van hun aanwezigheid in de kerk te verwijten, wilde hij welbewust het karakter der kerk veranderen, en met het schrappen van „geest-en hoofdzaak" een nieuwen toestand scheppen. De vrgzinnige predikanten moet men dan desnoods op wachtgeld stellen, en „trouwe herders" zouden „zich gelijdelijk aan de nieuwe arbeidsvelden kunnen en moeten geven.
Wanneer een man met zoo'n program de doodsklok over den modus vivendi luidt, kan dit niet anders. beteekenen, dan dat hij de baan voor een nieuwe oplossing wil vrijmaken. Zijn begrafenisrede over den afgestemd en maatregel is een program-rede voor de toekomst. Wie zal voor de kerk vuriger haken naar onbelemmerde vrijheid tot handelen dan deze frissche maatschappelijke werker, die de kerk in het volksleven wil herstellen en thans m^er dan opit beseft, dat zij zich naar de behoeften der nieuwe samenleving moet schikken?
Er is zulk een nauw verband te bespeuren tusschen de „geest-en-hoofdzaak"rede van toen en het „ modus-vivendi"betoog van nu. Heeft de spreker indertijd niet gewaarschuwd, dat de kerk het met het synodale stelsel van geven en nemen geen tweede honderd jaren meer zal houden en dat alleen een „aaneensluiten van alle positieve elementen" haar ondergang zal voorkomen ? En nu hij thans, na den modus vivendi praktisch te hebben veroordeeld en uit deze veroordeeling tot de overbodigheid van een principieel vonnis V te hebben besloten, een moreele gevolgtrekking maakt, komt deze wederom neer op „de verplichting" van allen die rechts staan „om één te zijn." !
Dr. Weyland verklaart, het bestaan van verschillende richtingen in de kerk niet te betreuren, maar stemt tegen een maatregel, die het bestaansrecht der richtingen verzekeren wil. Prof. Slotemaker de Bruine loochent daartegenover vierkant de niogelijkheid, dat „in de kerk allerlei antwoord wordt gegeven op een vraag, welke door God zelf is beantwoord." Zulk een ongezouten verkettering zal de vrijzinnigen verkieslijker zijn dan het hoffelijk gebaar, waarmede men hen in en buiten de synode zoo menigmaal afwijst.
De verwerping van den modus vivendi geeft aan, dat de tijd • voor overleg en minnelijke schikking voorbij is. De grondige oplossingj^is in aantocht. En vffor velen, zoowel rechts als links, die het passen en plooien, het wegen en wikken moe zijn, zal een hardhandige eindstrijd een verkwikking beteekenen. De wereld wacht op grootsche dingen, doch de Ned. Herv. Kerk kan aan den aanstaanden wedloop des geestes niet meedoen. Orthodoxie en vrijzinnigheid, beiden vol goeden wil, staan elk met een been siaamgebonden in een zak. Zij blijven struikelen, totdat de zak is losgesneden.
Onbewimpeld heeft prof. Slotemaker de Bruine de oneeuigheid in het orthodoxe kamp erkend. Zal deze onderlinge veete luwen zoodra de „modernen" er uit zijn? De Utrechtsche praeadviseur schijnt het te verwachten. Het ontzien van de „modernen" kweekt ontstemming in den gereformeerden hoek en drijft tot afscheiding. Het zuiver houden van de belijdenis — immers het een en het al der waarachtige orthodoxie — kan de mismoedige en Érakeelende broeders weer 'tot grootsche idealen doen ontvlammen. Eerst in een „belijdende kerk" met een „schriftuurlijke kerkorde" zullen d.© verschillende schakeeringen der orthodoxie tot hun recht komen.
Het zal dus weer gaan om de „belijdende kerk". Maar de synodale weg heeft nu toch langzamerhand wel voorgoed haar onbruikbaarheid bewezen. Hoe ook geformuleerd, elk voorstel tot reorganisatie keert volgens den regel 10 : 9 en 9:10 tot het niet terug. En een oprecht ideaal is op den duur te goed voor een slingerspel. Zal het tot een omwenteling komen buiten de synode om ? Dit lijkt tenslotte de eenige oplossing, die 'overblijft. In elk geval zou dan toch eindelijk eens iets grootsch zijn bereikt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's