Staat en Maatschappij.
Cijfers, die spreken.
Oyerdeniegenwoördigen oorlog worden lieel wat cijfers gegeven, die een denkbeeld kunnen vormen over de ontzettende offers, die van de volken worden gevraagd.
Zoo werd dezer dagen een nieuw oorlogscrediet in het Engelscbe Lagerhuis toegestaan van 650 millioen pd, St. (8 milliard gulden) De Minister, Bonar Law, deelde mede, dat de dagelijksche uitgaven sedert de vorige aanvrage ruim 1 millioen pond (12 millioen gulden) hooger waren dan de raming nl. 6, 795 000 pd. St. (ruim 80 millioen gulden) per dag.
Het totaal-bedrag der verleende oorlogscredieten steeg tot het cijfer van 5262 millioen pd St. (62, 5 milliard gulden), terwijl het totaal van Engeland's voorschotten aan de bondgenooten klom tot 1, 025 millioen pond (meer dan 12, 5 milliard gulden).
Dat deze verstrekkingen van geld niet zoo vlot gaan, bewijst wel hetgeen de Minister aan zijne gegevens toevoegde. Hij verklaart zich eenigszins teleurgesteld door het feit, dat ondanks de hulp van Amerika, Engeland's voorschotten aan üijne bondgenooten toegenomen waren en vertrouwde, dat Wilson en zijn natie in even edelmoedigen geest als Engeland zou handelen, of juister, dat Engeland, wat het inzicht betreft, dat de zaak van alle geallieerde volkeren dezelfde is, er op kon rekenen, dat het van de Vereenigde Staten de middelen zal ontvangen "de cursiveering is van ons) om de benoodigdheden van allerlei aard voor de geallieerden aan te schaffen.
Van dit laatste geeft de Economist eenigen indruk door zijne mededeelingen betreffende den uitvoer van oorlogsmateriaal uit de Vereenigde Staten.
In het nummer van dit tijdschrift vinden we deze gegevens,
1914 1915 1916 Patronen 6567122 25408079 55103904 Dynanaiet 12136Ó0 1509050 4173175 Geweer-en geschutkruit 289893 66922807 263428149 Andere . springmiddelen 1966972 95129957 392875078
En deze uitvoer betreft nog alleen maar dien van de Vereenigde Staten aan de geallieerden..
Het zijn cijfers die spreken.
Cijfers van geheel anderen aard vonden we onlangs in de N. R. Ct. Zij betreffen "geboorte en sterfte in den oorlog.
Om het belang der zaak drukken we '"eronder af wat aan dat blad gemeld wordt,
Men schrijft ons:
Het Kopenhaagsche Genootschap tot bestudeering van de sociale Gevolgen van den Oorlog, door den Russischen söcialist A, Parvus in het leven geroepen, heeft in zijn derde Bulletin het resultaat van eenige onderzoekingen omtrent sterfte en geboorte bij het tehuis gebleven, niet direct aan den oorlog deelnemende gedeelte van de bevolking in oorlogvoerende landen. Het onderzoek strekt zich slechts uit tot twee dier landen, namelijk , Duitschland, bewerkt door O. Döring, en Frankrijk, door V. Perazitsch. Het onderzoek is echter ook hier niet volledig rnogelijk geweest, bij gebreke aan statistisch materiaal. Hoe onvolledig echter ook, de richting van de ontwikkeling en van den aard der bevolkingsverschuiving laten zich er vrij duidelijk uit opmaken.
Wat Duitschland betreft zag zich de bewerker, om voor het geheele Duitsche rijk de conclusie te verkrijgen, meestendeels verplicht om aan te nemen, dat in de afzonderlijke Duitsche Staten, die met hun statistiek ten achter waren, de bevolkingsbeweging zich op gelijke wijze verschoven had als in die waaruit reeds de ofRcieele getallen aanwezig waren.
Feitelijk is in 1914 de perceutelijke achteruitgang van de geboorte niet grooter geweest dan in de voorafgaande jaren; zelfs voor Pruisen en Beieren, die tezamen meer als tweederde van het totale aantal inwoners van Duitschland omvatten, was die achteruitgang van 1913 op 1914, zelfs iets of wat geringer dan die van 1912 op 1913.
Reeds van April 1915 is voor de steden boven de 15000 inwoners een afneming van ongeveer 6 proc. te constateeren, in Mei van dit jaar wordt die achteruitgang nog veel sterker.
De cijfers van het Bulletin strekken zich slechts uit over een bevolking van 29 millioen zielen, of over 29 proc. van de totale bevolking van Duitschland.
De berekening is dat er in Mei 1915 14.860 kinderen minder geboren zijn dan in dezelfde maand van het voorafgaande jaar; een achteruitgang met 26 1/2 p.roc. Voor Baden bedroeg dé achteruitgang 21, 7 proc, voor Beieren 29, 8 proc.
Van Mei 1915 daalt de geboorte dan voortdurend, voor de tijdsruimte van 1 Mei 1915 tot einde April 1916, in vergelijking met die van 1914—'15 is het een daling van 32, 6 proc,
In totaal genomen berekent de bewerker voor Duitschland, dat in het gansche rijk tijdens de eerste 33 oorlogsmaanden, van het begin van den oorlog tot einde April 1917, bijna 1 1/2 millioen kinderen minder geboren zijn, dan wanneer er geen oorlog geweest zou zijn. Een enorm aantal, vooral ook wanneer men hiermefe vergelijkt dat in den vroegeren Pransch-Duitschen oorlog, van April 1871 tot Februari '72, de daling van het aantal geboorten slechts 162.000 beliep.
Naast dit verlies aan menschenlevens komt dan nu nog de hoogere sterfte, vooral onder de zuigelingen en in hoogere leeftijdsgroepen. De vraag in welken graad de oorlog op de sterfelqkheid van de burgerlijke bevolking in Duitschland invloed heeft gehad, is nog moeilijk te beoordeelen, want slechts voor weinige steden en staten waren sterftetabellen aanwezig, waarin het aantal van hen die in den oorlog gevallen waren afzonderlyk is aangegeven. Het best was de toeneming der sterfte nog vast te stellen bij het vrouwelijk deel van de bevolking en'bij het niet tot den militairen dienst opgeroepen deel van de mannelijke bevolking. En dan bleek dat in Pruisen bij het vrouwelijk geslacht in de eerste vijf oorlogsmaanden (Augustus—December '14) de sterfte 121/2 proc. grooter is geweest dan in dezelfde tijdsruimte van 1913 en wanneer men de zuigelingsterfte hiervan aftrok, nog ongeveer* 10 proc.
Hetzelfde bleek bij het onderzoek van de sterfte onder het mannelijk deel van de bevolking, dat buiten den militairen dienst was gebleven, de groepen tot het 17e en vanaf het 45ste jaar en hooger. Reeds 1914 toonde onder hén, vergeleken met 1913, een toeneming van de sterfte aan met 6, 8 proc. voor Pruisen alleen, en wel valt het grootste deel dezer stijging op de hoogste leeftijden, op de oude mannen, die reeds voor den oorlog niet veel weerstand meer hadden. Zuigelingen, vrouwen en oude mannen worden dus door den oorlog en zijn gevolgen in het land zelf het meest aangetast.
Nog meer dan Duitschland moet Frankrijk onder dezen oorlog lijden, wat zijn bevolkingsbeweging aangaat; ook in die gedeelten van het land die niet onmiddellijk in de oorlogszone liggen. Het materiaal voor Frankrijk was nog spaarzamer dan dat voor Duitschland; slechts Parijs en een aantal grootere steden hebben bruikbare vergelijkingscijfers opgeleverd.
In Parijs bedroeg het aantal geboorten:
1914 1915 1916 Ie kwartaal 12.394 11.291 6.524 2e kwartaal 12.461 7.351 , 7.378 3e kwartaal 11.094 5.753 7.156. 4e kwartaal 9.379 6.078 6.937
In het eerste oorlogsjaar is de geboorte met 12.830, of 25, 7 proc. achteruitgegaan, in het tweede met 23.738 of met 47, 5 proc. Uit een in het Bulletin bewerkte samenstelling van negen groote en middelmatig groote Pransche steden waarvan materiaal aanwezig was, valt op te maken, dat in het tweede halfjaar van 1915 het aantal geboorten 42 proc. kleiner geweest is dan in het tweede halfjaar van-1913.
Wat de sterfte aangaat zijn in de nietbezette 77 departementen in het eerste oorlogsjaar72.300 (11, 8 proc) menschen meer gestorven dan in hetjaar vóór den oorlog; die getallen moeten in het tweede jaar van den oorlog nog aanzienlijk hooger geweest zijn, want in vergelijking tot het eerste halfjaar van 1913, wijst het eerste halfjaar van 1915 in deze 77 departementen een toeneming aan van 53.722 gestorvenen of van bijna 17 proc.
De bewerker van de gegevens voor Frankrijk komt bij zijn vergelijking van de geboorte-met de sterfte-getallen tot de conclusie, dat er afgescheiden van het verlies . aan mensehen door den oorlog, tijdens het eerste oorlogsjaar in Frankrijk 143, 229 menschen meer gestorven dan geboren zijn geworden.
Van beteekenis is ook nog een conclusie waartoe deze bewerker voor-Frankrijk komt en. wel deze: dat na drie jaren oorlog in-dit land, op de 10.000 personen der bevolking nog slechts 4704 tot arbeid geschikte menschen aanwezig zijn.
Een treurige toekomst voor Frankrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's