Financiën.
De lezers hebben zeker wel al gehoord dat er in den laatsten tijd een bijzonder soort menschen is ontstaan. Nu ja, ge moet me goed begrijpen. Ik bedoel natuurlijk niet dat je tegenwoordig menschen zou hebben, die oogen op hun rug hebben of-wier hoofd achterst-voren sfaat of zoo iets. Neen, ik bedoel menschen, die in omstandigheden zijn gekomen die geheel verschillen met die waarin ze vroeger verkeerden, en dat niet hier of daar een enkele, maar zooveel dat men bepaald van een groep of van een soort mag spreken. "En daar het iets is wat vroeger niet bestond, ook een nieuwe soort mag heeten. Zij hebben dan ook een heel nieuwen bij zonderen naam gekregen. Ik zal u zeggen wie het zijn: het zijn de O.W.ërs,
Wat een vreemde naam is dat nu toch, zult ge zeggen. Zeker een nieuwe secte, zooals er tegenwoordig zooveel uit den grond opkomen. Maar wacht, ik geloof, dat ik het al begrqp, O wee! dat is een uitroep van iemand die in groote droefheid verkeert, die het benauwd heeft en geen raad weet. O, wee mij I roept, gelijk de Schrift ons vermeldt, iemand uit die denbeklagenswaardigen toestand van zich zelf heeft ontdekt en ziet hoe ongelukkig, ongerechtig en, onrein hg is. Ach zoo! dat is dus een groep menschen die tot zulk een ontdekking zijn gekomen en die nu het wee over zichzelve uitroepen en daarom O-Wee-roepers of bij verkorting O.W ërs genoemd worden. Ja, ja, zoo zal het wezen en dat zal het wel beteekenen Nu dat is nog zoo kwaad niet, want die dat in waarheid hebben leeren roepen, die worden ook uit die benauwdheid gered.
Ach man, schei er toch uit! Ik heb je nu maar eens door laten praten. Maar het-lijkt nergens naar. Je bent de plank zoo glad mis als het maar kan. Het be-j teekent precies heelemaal het omgekeerde van wat je daar opnoemde. Ik zal het i je gauw vertellen voordat je weer tot 1 zulke verkeerde gevolgtrekkingen komt. :
O. is de verkorting van „oorlog" en ' W. is de verkorting van „winst", dus O.W: is oorlogswinst en O.W.ërs zijn oorlogswinstmakers. Daar, nu weet je 't. Ge ziet dus: liet omgekeerde van wat ge meendet. Alzoo geen menschen die zichzelf beklagenswaardig achten; integendeel menschen die door den oorlog zulke gelukkige en voordeelige zaken hebben gemaakt, dat ze van heel gewone men-. schen in eens groote. mijnheeren zijn geworden, dié met de verworven schatten dikwijls allerki dwaze dingen doen. Er zijn er natuurlijk ook genoeg die de groote winsten op < ïen rechten prijs stellen en die het geld, dat hun zoo onverwacht is toegevloeid, nuttig besteden. Ja er zijn er zelfs die een deel ervan hebben afgestaan en gegeven aan verschillende nuttige en goede zaken en inrichtingen, zelfs aan vereenigingen en bonden die werkzaam zijn tot uitbreiüfng van het Koninkrijk Gods.
Zoo, zoo I Heeft de Bond of het Leerstoel-en Studiefonds daar ook al iets van ondervonden ? zult ge wellich t vragen.
Bij mijn weten niet Het schijnt dat de leden van den Bond of de lezers van de Waarheids vriend bij de laatstgenoemde O.W.ërs niet behooren, want dan zou ik daar ongetwijfeld wel iets van gemerkt hebben, maar het is zoo: wat nog niet is dat kan nog gebeuren. Als ze dan maar onder de eerstgenoemde 0-Weeroepers mogen, behooren, dan zijn ze misschien nog beter af.
Maar er is nog een geval mogelijk, namelijk dat ze tot beide behooren. Tot hen die O wee! hebben leeren roepen bij het zien wat hun aan geestelijk goed ontbreekt, en O W.ers zijn door hetgeen hun aan stoffelijk goed is geschonken.
Welnu, voor hen heb ik dan een brief die mij dezer dagen werd toegezonden en die ze eens met aandacht moeten lezen. Ik zal daar geen woord aan toevoegen, en als daar dan niets op volgt, dan mag het uitgemaakt zijn dat'ze bij de O.W.ërs behooren, maar dan mag toch ernstig betwijfeld worden of hunO-Wee-roepen wel van het echte soort is.
De brief luidt:
Delft, Juli 1917.
Waarde penningmeester,
Al meermalen is het bij mij opgekomen om u iets te zenden, maar steeds kwam er we.er iets tusschen met dezen duren tijd, maar nu heb ik weder rijke stof om den Heere dank te bewijzen voor Zijn milde zegeningen, daar ik de vorige week • duurtetoèslag bij mijn loon heb gekregen. Nu, dacht ik, moest ik het maar gelijk doen, en zoo zend ik u deze zilverbon van een gulden voor het Studiefonds. Ik zou hier wel bij willen zetten: „Ter navolging", want ik geloof dat er op het oogenblik wel meer vrienden zoo'n buitenkansje hebben, al is het dan niet zoo direct van hun werkgevers. Er zullen ook wel handelsmenachen onder onze vrienden zijn die iets extra's. verdiend hebben. In de hoop dat inijn wensch in vervulling komt en dat God de Heere er Zijn onmisbaren zegen over gebiede, • teeken ik,
Uw vriend en broeder, O.
Onder de ontvangsten vind ik in de eerste plaats een postwissel uit
Alphen van OomeToon. Deze was zeer gevoelig voor de belangstelling die ik in hem had betoond, en zond mij f3 als zijnde zijn reisgeld, daar hij was verhinderd om op den Zendingsdag te komen, waar hij in den regel iets voor mg mede brengt. Hartelijk dank.
Doorn van mej. H, v. d. P. f4, 50 uit busje No. 18.
Bolnes van den heer P. A. Joen f5 voor het Leerstoelfonds, deel collecte voor Uit-en Inwendige Zending, gehouden in de Herv. Kerk aldaar.
Oldebroek f 1 van N. N. uit blijdschap . en dankbaarheid dat hun dorpiné voor Bodegraven heeft bedankt Nu, dat wil ik gelooven.. Dat zou toch wat geweest zijn' voor hen als hij was weggegaan. Daar ben ik van op de hoogte.
Ooster-Nijherk door ds. P. J. Steenbeek f 5 voor den Gereform. Bond van'den . Kerkeraad.
Middelburg van A. W. Boucherie f9, 50 zijnde de inhoud van busje No. 170.
Alphen van W. Bonman, penningm. der Afdeeling, f 10 aan contributie 1917 en f3, 20 voor het Leerstoelfonds, gecollecteerd op de ledenvergadering.
En hiermede weet u weer alles én ik hoop de volgende week weer wat mede te kunnen deelen.
Hartelijk dank aan de gevers. Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
J. C. FLIEHE, Penningmeester.
Arnhem, G. A. v. Nispenstraat 18.
Postz., Capsules, Zilverpapier.
Deze week ontving ik slechts één pakje bij mij aan huis bezorgd. Het was er slechts één, maar het gold wel voor zes, want het was een reuzenpak. Ik dacht: er zal wel een briefje in zitten van den. afzender, maar vond niets. Hoewel zeer dankbaar voor dat eene, hoop ik toch dat ik u de volgende week de aankomst van een grooter aantal kan melden. Want 1 Dec. is niet meer zoo ver af en ik ben nog mijlen ver van het doel, het cijfer dat wij moeten bereiken.
Denk daarom s v. p.!
Met vr. groete,
Mej. H. H. VERBEEK,
Van Hoornbeekstraat 27, Den Haag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's