Uit het kerkelijk leven.
De Modus-vivendi.
Zooals men weet is de Modus-vivendi — het voorstel om orthodoxen en modernen vrij en vredig naast elkaar te laten leven in het midden der Ned.' Herv. (Geref.) Kerk — door de Synode verworpen.
Hoe de vrijzinnigen.daaronder gestemd zijn en wat zij nu voornemens zijn te doen blijkt o.m. uit een enkele aanteekening welke ds. Cramer von Baumgarten toevoegt aan zqn referaat „evenredige vertegenwoordiging en Modus-vivendi", uitgesproken op de jaarvergadering van de Vereeniging van vryz. Hervormden in N. Holland en nu in druk verschenen in Teekenen des Tyds afl. 4.
Het bedoelde naschrift luidt: „Even voor de verschijning van deze aflevering heeft de Synode besloten met 10 tegen 9 stemmen, zuiver rechts tegen links, den voorgestelden Modus vivehdi niet verder in behandeling te nemen. Niet, omdat er enkele bezwaren tegen in te brengen zijn, maar omdat zij de zaak zelve „het vreedzaam samenleven" nietwil. De rechterzijde wil geen vrede, maar den sti"ijd, den vinnigen en bitteren strijd, totdat, met uitdrijving van alle anderen, de Ned. Herv. Kerk zal geworden zijn de Kerk van één enkele groep, die van de Confessioneelen 5f van de Gereformeerden, die het laatst elkander bestrijden en verbannen zullen.
Voor de linkerzijde blijft nu voorloopig niets anders over dan, zoo beslist mogelijk, bij elke , verkiezing of benoeming van leden voor kiescolleges, kerkeraden en alle hoogere besturen de leuze vóór of tegen Evenredige Vertegenwoordiging of Modus Vivendi aan te heffen, ten einde te trachten, door zelve meerderheid te worden, de Ned. Herv. Kerk en daarmee ons vaderland te bewaren voor die ramp."
In het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden, waarin we dit „naschrift" lazen, teekent dr. C. J. Niemeijer dan 't volgende daarbij aan:
„Moge deze opmerking, waarin een aansporing tot krachtig werken ligt opgesloten, weerklank vinden!
Ja, wij moeten meerderheid zien te worden, met of zonder ethische voorstanders van evenredige vertegenwoordiging, maar in elk geval meerderheid. Anders loopt het mis met de Kerk en daarmee met het godsdienstig leven van ons volk."
Of men ook hooge gedachten van zichzelf heeft, onder de vrijzinnigen!
't Volk gaat verloren als de Herv. Kerk weer gaat leven uit het gereformeerd beginsel en als de vrijzinnigen dan daarbij komen gaam te leven in kerkelijk verband naar uitwijzen van de moderne beginselen. Dat zou ons volk doen verloren gaan.....
En daarom zullen ze nu met dubbelen ijver gaan strijden om meerderheid te worden in de Herv. Kerk
„Een ge\^aarschuwd man telt twee" zegt een spreekwoord. voor
Laten we er om denken!
De vrijmaking der Kerk.
Wie meent, dat er ooit een tijd zal komen dat Kerk en School niet meer mét déh Staat zal hebbeii rekening te houden vergist zich.
De Staat is geroepen over alles z'n oog te laten gaan in het belang van het volksleven, waarbij de Staat ook veelszins de roeping heeft om finantiëel bij te springen en te helpen.
We zullen dus met den Staat moeten blijven rekenen.
Maar de tigd dat de Staat z'n hand legt op Kerk en School, daar 't hoogste woord neemt, daar regelend en gebiedend optreedt is uit.
Inzake Staatsbemoeiing in Kerk en ; School is groote verandering gekomen en zal grooter verandering nog komen. Alles wijst er op.
Om bij het onderwijs te blijven.
Sinds 1806 heeft de Staat het onderwijs aan zich getrokken. Dat beginsel is gehuldigd in de Grondwet van 1815 en is eigenlijk tot nu toe zoo gebleven.
De Staat wil schoolmeesteren, de Staat neemt de kinderen van de ouders over, de Staat wil liefst èMe kinderen hebben op de Staatsschool en de Overheid richt die School dan in naar eigen meening en bepaalt hoe dat onderwijs zal zijn.
De Staatskerk eerst en toen de Staatsschool. De Staatskerk met de commissarissen-politiek; met Staatsbevel en Staatsverbod; met Staatstoezicht en Staatsdwang.
En toen de Staatsschool, waar de Staat de kinderen brengt, de onderwijzers instrueert, heel het onderwijs en de opvoeding der jeugd in elkaar zet — niet duldende dat daarbg de godsdienst als een splijtzwam zou werken en daarom godsdienstloos ingericht.
Niet duldende dat andere stelsels het éene, almachtige stelsel van den Staat zou breken — en daarom geen bizonder onderwijs!
Maar in Kerk en School is het protest en het verzet en het beginsel te sterk geweest. De Staat heeft zich moeten terugtrekken, de Staat heeft het moeten afleggen, de Staat heeft een gansch ander principe moeten erkennen en aanvaarden —al'is het in deze nog niet, waar we wezen moeten.
In de Kerk geen commissarissen-politiek meer. Geen voorschrift inzake leer of leven in het midden der Kerk. De Kerk is vrij om al haar eigen zaken vrij te regelen, zooals zij wil; mee kennisgeving aan de overheid van datgene wat met de publieke regeling en positie der Kerk in verband staat.
En nü komt ook de School weer aan de beurt.
Er is sinds 1889, door de wet Mackay, een wig gedreven tusschen het schier volmaakte stelsel van Vader Siaat! Vrucht mee van den onvermoeiden strijd van den grooten Christen-Staatsman Groen van Prinsterer. De leer der alvermogende Staatsmacht en van een alles regelend Staatsbewind heeft door Groen een geduchten klap gekregen, wat sinds heeft doorgewerkt.
En zoo mogen wij het beleven, dat — neen! het laatste is nog niel-bereikt en ons ideaal is nog niet verwezenlijkt — nu wéér een stukje afgebroken wordt van dat volmaakte stelsel van Vader Staat inzake de School.
Zoo onnatuurlijk als 't is, dat de Staat al de kinderen neemt en schoolmeester speelt — zoo natuurlijk is het, dat de ouders voor het onderwijs van hun kinderen zorgen.
Vandaar dat het bizonder onderwijs ook een „natuurlijke vanzelfsheid" is — zooals onlangs een bekend schoolman 't uitdrukte.
En dien weg gaaii we nu verder op.
We willen ons niet onttrekken aan 't oog van de Overheid. De hulp van de Overheid zal ook noodig zijn. In veel, heel veel zal de Staat moeten steunen en toezicht houden.
Maar het recht om onderwijs te geven aan hun kinderen en hun kroost'te. la ten onderwijzen naar dezelfde beginselen die ook in het huisgezin worden geëerbiedigd, moet onverkort blijven en hoe langs hoe meer tot volle vrijheid en volle ontplooiing komen,
En daarin gaan we zeer zeker vooruit.
Het bizonder onderwijs zal bij de nieuwe schoolwetregeling volle vrqheid krijgen, door den Staat finp, ncieel op gelijken voet worden behandeld met het openbaar onderwijs, en alzoo voortaan niet maar slechts geduld maar voortaan ook gewild worden.'
Het geven van onderwijs is vrij.
En het bizonder onderwijs zal uit de Openbare kas bekostigd worden.
Waarbij de Openbare neutrale, godsdienstlooze School wel blijft beslaan — maar zeer zeker ook den weg van alle kleurlooze-dingen zal gaan, en minder worden, om ten slotte te verdwijnen.
Dat is verblijdend.
Waarbij de vrijmaking der School haar voltooiing naderbij komt.
En waardoor de vrijmaking der Kerk meer aan de orde kan komen; opdat ook spoedig wat hier nog tusschen zit, eerlqk kan worden geregeld en de Kerk hare eigen zaken kan regelen zooals toch behoorlijk is.
Hoe sterker inmiddels de Kerk worde in innerlqke éénheid, liefde en kracht rondom haar wettige belijdenis, hoe beter.
Want is de Kerk zwak en krachteloos, dan houden de banden die haar nog binden des te langer stand.
Maar mag zij sterker worden in innerlijke kracht door Gods genade, en meer en meer de banier der waarheid omhoog heffen, zoo zullen de kluisters verbroken worden en de banden springen.
Ga de bede dan op om de genade des Heiligen Geestes te mogen ontvangen tot groei en sterkte op de erve van 's Heeren Kerk, met opbloeien van dè, t leven dat is naar Gods Woord en tot Gods eer, ons Volk tot zegen.
Het vrouwenkiesreeht in de Kerk. Een van de belargrijkste beslissingen die in de synode van dit jaar genomen zijn, is wel om aan de vrouw het kies recht te geven, en haar alzoo tot de stembus — nog niet tot de ambten — toe te laten. Waar we niet in de gelegenheid zijn zelf nu over deze zaak te schrijven, nemen we hier over wat de bewerker van Kerknieuws in de N. Rott, Ot. van Zaterdag 11 Aug. j.l. schreef.
We nemen dit stuk zonder op-en aanmerkingen op, alleen de bedoeling hebbend, dit veelzeggend artikel onder de oogen van onze lezers te brengen.
Het luidt als volgt:
De synode der Ned Herv. Kerk heeft dan eindelijk weer eens een goede aanteekening verdiend. Zelfs heeit zij ditmaal de stoutste verwachtingen overtroffen. Voordat zij bijeenkwam, lazen wij in het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden het volgende: „Onwillekeurig vraagt men zich af, wat wy van deze synode hebben te verwachten. Zal zij eerbied wekken door kloek en beslist optreden, bewondering door zachtmoedige wijsheid, of... ? Zal zg groot Werk doen, b.v. inzake den voorgestelden modus vivendi en het vrouwenkiesrecht? Wij zullen er het beste maar van hopen. Doch wij zouden onwaar zijn, indien wij zeiden, dat wij hooge verwachtingen hebben."
De bescheiden verwachting van het overgroote deel der vrijzinnigen zoowel als der rechtainnigen heeft de synode thans overtroffen.'Inzake den modus vivendi moge zij den ouden koers hebben bestendigd, met de gedachten wisseling over het vrouwenkiesrecht, bekroond met het aannemen van het kiesrecht, heeft zij de geesten verrast.
Het meest verblijdende is wel de flinke wijze, waar< p de orthodoxe meerderheid voor de vrouw in het kryt is getreden. Er klonk uit de rede van ds. de Haan, die verklaarde dat, zoo de vrouw inderdaad zelf al niet om het stemrecht mocht vragen, de kerk het haar „gracelijk" moet aanbieden, iets van den ridderlijken zwier, dien men in de synodale besprekingen tot nog toe maar al te veel heeft gemist. Bier is heusch „groot werk gedaan"; hier is-„kloek en beshst opgetreden, " want welk een duizelingwekkende zwaai moet er noodig geweest zijn, om in zulk een principieele zaak de synode over het doode punt 10 : 9 heen te helpen!
De verhouding der stemmen is hiei het voornaamste. Inderdaad dient men het aanbod van het stemrecht aan de vrouw met 14 tegen 5 stemmen wel „gracelijk" te noemen! Dit is nu eindelijk weer eens een beslissing, die vaststaat, en die, onafhankelijk van den stand der partijen en van het domme lot, waarlijk beklijven zal. Warme verdedigers onder de orthodoxen, een tegenstemmer helaas ook onder de vrijzinnigen, brachten deze zaak boven het peil van den richtingstrijd en maakten hierdoor een onbevooroordeelden uitslag mogelijk. De vrouw krijgt het voorrecht, dat zij in haar hoedanigheid van kiezeres niet reeds bij voorbaat ter versterking van een bepaalde partij in het kampperk wordt binnengehaald.
Wij hebben de moeite genomen, de samenstelling der synode van het volgend jaar in verband met de voorloopig aangenomen wetswijziging na te gaan. En het schijnt ons vrijwel onmogelijk, dat de synode van 1918 dit stuk werk van haar voorgangster uit 1917 weder [ te niet zal doen Van de 14 voorstemmers blijven er 10 in de volgende synode zitten. Oogenschijnlijk is hiermee de aanneming van het voorstel ook in tweeden ^ aanleg reeds verzekerd. Doch er kunnen zich altijd nog verrassingen voordoen, wanneer één of meer primi door hun secundus worden vervangen, of als een of meer leden, die thans als plaatsvervanger hebben gestemd, het volgend jaar hun primus ter synode zien opgaan.
Voorzoover wij we^en, hebben ditmaal vier secundi aan de stemming deelgenomen, nl. de heeren Oallenfels, Pijper, de Haan en Visser. De primi van de eerste drie, n.l. de heeren Oreutzberg, Zijp en Schrieke treden het volgend jaar af, en er is in zulk een geval steeds groote kans, dat men hun secundus in hun-plaats kiest. Dit komt aan de stabiliteit dezer beslissing alvast ten goede. En waar inplaats van dr. Visser ds. Scholte, evenals zijn secundus voorstander van kerkelijk vrouwenkiesrecht, zou kunnen optreden, dunken ons verrassingen in dit opzicht vrijwel buitengesloten.
Een der voorstemmers, de uit den „geest-en-hoofdzaak"-strijd bekende „Drentsche ouderling" Gordon Spandaw, moet het volgend jaar zijn zetel ruimen voor een orthodoxen ouderling uit Utrecht. De kans bestaat, dat deze met den Utrechtschen-predikant-afgevaardigdeds. de Groot mee tegenstemt. Biertegenover staat echter, dat ook de Waalsche tegen v stemmer, de ouderling mr. Tijssens moet c aftreden. En ongetwijfeld zullen de vrij m zinnige Walen er voor zorgen, in zijn z plaats een voorstander van vrouwenkiesrecht af te vaardigen. De Priesche tegen K m stemmer ds. Zoete zal inmiddels allicht i door een anderen tegenstemmer worden vb vervangen.
Gesteld nu, dat in het allerongunstigste geval eveneens de orthodoxe aftredenden Creutzberg en Schrieke voor tegenstemmers plaats maken, en dat de Walen ook weder een tegenstemmer ter synode zenden, dan klimt het aantal tegenstemmers nog slechts tot 8, nl. de heeren Steenbeek, de Groot en Hannema, benevens de Utrechtsche en de Waalsche ouderling, en de drie orthodoxe predikanten, die de vacatures Zoete, Creutzberg en Schrieke zullen bezetten. En waar de leden, die thans met zoo gracelijk gebaar het vrouwenkiesrecht binnenhalen, aan hun riddereer wel verplicht zijn, het volgend jaar wederom tegenwoordig te zijn, kunnen de voorstanders op 11 stemmen rekenen, — indien, wat we niet willen aannemen, geen van de voorstanders van gedachten verandert.
Helaas blijft echter nog de kans op het veto van de leden der provinciale kerkbesturen. Te goed herinnert men zich nog de befaamde vier-en-dertig, die het bedeeldenkiesrecht, toen de synode dat in tweeden aanleg had aangenomen, ondanks de algemeen gunstige consideraties der kerk hebben durven verwerpen. Zullen wij het volgend najaar een herhaling van dit pijnlijk geval beleven? Wij veronderstellen, dat de herinnering aan het oordeel van destijds zoowel als de sindsdien inzake het kiesrecht volslagen gewijzigde openbare meening hier een hernieuwing van het ongeluk zullen verhoeden. En de classicale vergaderingen zuilen bij het voorzien in de eerstkomende vacatures ongetwijfeld duchtig met de aanhangige beslissing rekening houden.
Zoodat, als de téekenen niet bedriegen, de vrouwelijke lidmaten der Ned. Herv, Kerk op 15 Januari 1919 het kiesrecht zullen bezitten. Weliswaar zal het voorshands hierbij blijven, maar wanneer de vrouwen zelf mee de beslissing in handen hebben, zullen zij desverlangd over de verkiesbaarheid kunnen beschikken, zoodra zij willen.
De invoering van het vrouwenkiesrecht zal voor de Ned. Herv. Kerk niet minder dan een omwenteling beteekenen. Zelfs in de uiterlijke bestuurszaken zal de kerk reeds aanstonds van aanblik veranderen. Immers zullen de kiezerslijsten in omvang meer dan verdubbelen; de meeste kleine gemeenten zullen hierdoor haar kiescollege krijgen en de waarde der attestaties van vrouwelijke lidmaten zal aanzienlijk omhoog gaan. Welk een drukte de, herziening van de kiezerslijst in den nazomer van 1919 voor de kerkeraden zal brengen, is moeilijk te overschatten.
Van meer belang zal echter zijn, welk gebruik het nieuwe kiezerskorps van zijn stemrecht zal maken. Men denke hier niet te uitsluitend aan het richtingsgeschil. Terecht wees dr. Deeleman er in zijn aanbeveling van de wetswijziging op, dat wij staan voor een nieuwen tijd en dat daarbij de medewerking van de vrouw niet kan worden gemist. Dit dunkt ons allereerst de roeping van de kiezeressen: in de Ned. Herv, Kerk, die broodnoodig aan een grondige hervorming toe is, doch ondanks de meest geruchtmakende voorstellen maar niet over het doode punt kan heenkomen, een nieuwe sfeer te scheppen.
Prof. Slotemaker de Bruine kan zijn „constituante" wel opbergen en ds. de Haan zijn beslommering over de voeling tusschen kerk en synode staken. Laten al deze hervormers den natuurtijken loop der gebeurtenissen afwachten. De kerk gaat nu spreken met nieuw geluid, en frissche stemmen zullen de afgezaagde strijdleuzen overschallen. Aan voorspellingen wage zich. niemand, maar dat de invoering van vrouwenkiesrecht een minder fortuinlijk tijdperk in de Ned. Herv. Kerk zal afsluiten, is buiten kijf. Het derde eeuwfeest der Dordtsche synode zal de kerk van een ondraaglijk geworden verleden ontlasten, en met hernieuwde kracht zal zij van de begrafenis terugkeeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's