De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappije

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappije

4 minuten leestijd

In een ander stadium.

Reeds, vanaf het begin der mobilisatie van het leger is geklaagd geworden over de onvoldoende voorziening in de geestelijke behoeften van de troepen te velde,

Met de feiten werd het aangetoond  hoe demoraliseerend deze toestand in het leger werkte en hoe er achteruitgang in het godsdienstig bewustzijn van zoovele  duizenden viel te constateeren.

Toch kon de regeering, en wel met name de Minister van Oorlog, er niet toe komen om het gebrekkige in de regeling van de geestelijke verzorging te erkennen. 'Het heette, zoo telkens als er bezwaren werden ingebracht, dat het instituut der veldpredikers in alle opzichten in de behoeften voorzag, en dat b.v. aan de militaire tehuizen voldoende steun werd verleend. Daarbij kwam dan nog, dat de veldpredikers in hun arbeid bij gestaan werden door de hülp-veldpredikers. En niet voor het minst wees de regeering er op, hoe allerwege de Kerken medewerkten om in de bediening des Woords naar behooren te voorzien.

Klachten omtrent onvoldoende behartiging van de geestelijke behoeften der gemobiliseerden waren alzoo ongegrond en het paste niet om ze te doen hooren,

Intusschen heeft de meening der regeering eenige wijziging ondergaan.

Wat de vorige Minister van Oorlog niet wilde toegeven, wordt thans door zijn opvolger erkend, n.l. dat het op het stuk van de voorziening in de geestelijke belangen der troepen niet in orde is.

Dit blijkt duidelijk uit het antwoord, v dat de Minister van Oorlog gaf op het  verzoek van den Kerkeraad der Ned, Herv. Gemeente te Amersfoort inzake de benoeming van een garnizoens-predikant.

Naar de bladen melden moet de Minister aan den Kerkeraad medegedeeld hebben, dat de geestelijke verzorging der militairen te Amersfoort door gebrek aan arbeidskrachten te wenschen overlaat. Dit feit was hem uit inlichtingen gebleken.

In hoeverre eenzelfden toestand valt vast te stellen in andere garnizoenen, in legerplaatsen, kantonnementen en stellingen zegt het antwoord van den Minister niet, maar zou van beteekenis zijn om dit te vernemen '

Doch hoe dit zij, de onomwonden erkenning van de gegrondheid der klacht, die reeds gedurende 3 jaren geuit werd, doet, ook al valt het feit der mededeeling te betreuren, weldadig aan.

De rondborstige verklaring, dat op het punt der geestelijke verzorging der militairen tekort wordt geschoten, kan nu de eerste stap worden om tot verbetering in den toestand te geraken.

Zal de Minister nu in het tekort aan verzorging willen voorzien ? Zal Zijne Excellentie bereid bevonden worden om mede te werken, dat hetgeen thans te wenschen overlaat wordt verholpen.

Wij, betwyfelen het.

Die twijfel spreekt uit hetgeen de Minister verder aan den Kerkeraad van Amersfoort mededeelt. Op zijne vraag (die van den Kerkeraad) om een garnizoenspredikant te willen benoemen, zegt de Minister, dat 't niet op zijn weg ligt, in de daar ter stede bestaande behoefte aan geestelijke verzorging der troepen door aanstelling van een garnizoenspredikant te voorzien.

Het verzoek van den Kerkeraad wordt dus afgewezen.

Toch ligt er in de afwijzing van den Minister iets, dat niet duidelijk is, .

Wil de Minister in zijn antwoord te kennen geven, dat de aanstelling van een garnizoenspredikant van hem niet is te verwachten, maar dat dit echter niet uitsluit dat hij bereid" is om op een andere wijze eene regeling te treffen?

Is dit de bedoeling van het Ministeriëele antwoord, dan zou hier de weg geopend worden voor overleg,

De oplossing zou dan hieria gezocht moeten worden, dat de regeering de regeling aan de Kerken opdroeg, en daarvoor de Kerken financieel ter hulpe kwam; eene oplossing die bij ons meer sympathie zou hebben dan het instituut van het veldpredikerschap.

Intusschen is de zaak der voorziening in de geestelijke behoeften der militairen door het antwoord van den Ministereen ander stadium ingetreden.

Hopen we, dat eindelijk dit hoogst belangrijke vraagstuk afdoende zal geregeld worden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappije

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 augustus 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's