Uit het kerkelijk leven.
Voor onze Kerkvoogden.
27 September a.s. zal er te Utrecht een belangrijke vergadering worden gehouden waar onze Kerkvoogden eens bizonder acht op moeten geven.
Het is met het emeritaats-pensioen van de Hervormde predikanten niet zoo rooskleurig gesteld. En zoo komt het dat menig oude leeraar, door lichaamsgebreken gedwongen zijn ambt moet neerleggen om dan een kommervol leven in te gaan en nalang„een voortreffelijk werk" in het midden der Kerk te hebben verricht een somberen levensavond tegen te gaan. Waaruit ook nog weer iets anders voortkomt, n.l. dat veel predikanten geen lust betoonen emeritaat aan te vragen, hoewel de Gemeente met een leeraar van jeugdiger krachten zéér gebaat zou zijn en de oude leeraar Uever rust zou nemen dan in het ambt' te blijven; maar... het treurige emeritaats-pensioen is weer de oorzaak.
Nu wil men hierin verbetering brengen.
De eerste stappen zijn gedaan.
En op de vergadering van 27 September te Utrecht — waarvan toch alle Kerkvoogdgen bericht hebben ontvangen ? — wil men de dingen nader regelen en vasteren vorm geven,
O! laat naen deze zaak niet gering achten en gedachteloos naast zich neerleggen. Het staat met onze oude, bejaarde predikanten dikwgls zoo treurig. En vooral de Kerkvoogdijen in onze. gereformeerde gemeenten moesten nu eens flink en kranig optreden om deze goede zaak zoo goed mogelijk te doen slagen. Al de dominé's, dominé's-vrouwen en dominé's-kinderen zullen hen dankbaar zijn!
En ook ligt hier een Goddelijk bevel! Om uit de moeite te komen.
Ieder, van welke partij of richting ook" in onze Herv. Kerk, voelt dat de tegenwoordige toestand op kerkelijk gebied onder allerlei groote en ernstige bezwaren gedrukt gaat; en wel zóo dat een goede oplossing om uit de moeilijkheden uitte komen met allen ernst door allen moet worden gezocht.
Het voorstel van de Utrechtsche hoogleeraren was een poging om tot betere verhoudingen te komen binnen de muren onzer Herv. Kerk. Maar dit voorstel van een Modus-Vivendi ging met zulke groote en ernstige principiëele en practische bezwaren gepaard, dat men bijna overal en bg ieder bedenkingen aantrof tegen déze wijze van saamleving der meest heterogene bestanddeelen.
Maar hoe moet het nu verder nu de Modus-Vivendi van de baan is? Want dit verwerpen en nu verdemiets doen, mag niet.
Wie ernstig meeleeft voelt dat nu naar iets anders en naar iets beters moét worden gezocht.
De Modernen, bij monde van Dr. Cramer von Baumgarten en Dr. Niemeyer, hebben reeds iets anders gevonden. Ze hebben de leuze aangeheven: „wij, modernen, moeten overal meerderheid zien te worden/"
Een strijd op leven en dood dus — zeggen de modernen. Waarom ?
Anders — zoo zegt Dr, Niemeyer met name — „anders loopt het mis met de Kerk en' daarmee met het godsdienstig leven van ons volk".
Wij, voor ons, vinden dat dit de ongelukkigste leuze is die men kan uitdenken.
En, nog afgezien van het feit, of men ooit overal tot een moderne meerderheid zou kunnen komen — de beginselen onder de modernen en de opvattingen aangaande een dergelijken kerkelijken strijd onder de vrijzinnigen lobpen nog al een beetje uiteen! — vinden we, dat men geen ongerijmder stelling kan verkondigen dan: „anders loopt het mis met de Kerk en daarmee met het godsdienstig leven van ons volk".
Neen, laat men van moderne zijde die leuze opbergen! En laat men toch tot een andere en betere stelling komen, dan door Dr. Niemeyer nu daarheen geworpen!
Er is een betere leuze. Er is een eerlijker en wijzer stelling. Waarvan men gelukkig óok onder de modernen gewaagt en meer en meer propaganda maakt.
De vorige week wezen we er reeds op door aan te halen wat in „de Hervorming", het Orgaan van den Protestantenbond, te lezen stond. .
Daar werd als ideaal geteekend: gereformeerden en vrijzinnigen uit elkaar gaan
En het werd genoemd: „een heerlijk verschiet".
Zulks is niets nieuws onder de modernen. Men voelt, dat de Herv. Kerk toch nooit" modern is te maken. Men voelt dat door al het vechten alle godsdienstzin, vooral bij de vrijzinnigen, hoe langs hoe meer verloren gaat. Men voelt, dat ieder op eigen terrein zich veel meer thuis zal voelen en zich beter zal kunnen ontwikkelen.
Men voelt dat het eerlijker is en veel meer zin heeft, dat uit elkaar gaat wat niet bij elkaar hoort, dan dat met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen bij elkaar gehouden wordt, dat met elkaar vierkant in strijd is en alle gezond kerkelijk leven moet drukken en vernietigen.
Dat zijn moedgevende dingen. Waarbij nog komt, dat, — getuige b.v. Middelburg en Dordrecht — men onder de orthodoxen gaat gevoelen, dat het nu de tijd is, om alle afscheidingen van de Herv. Kerk te voorkomen en onder elkander zich te gaan verstaan om saam op te trekken en saam te zoeken naar een vredig samenwonen in het midden onzer Vaderlandsche Kerk, op den breeden grondslag van ons christelijk en allerheiligst geloof, nader aangegeven in de 12 geloofsartikelen en den Heidelb. Catechismus, in onze liturgische en leerstellige kerkelijke formulieren.
Hierin ligt veel wat moed geeft en de hoop doet herleven, dat we een nieuwe toekomst tegen gaan.
In verband met een en ander achten we het niet van beteekenis ontbloot een artikel over te nemen uit de N. Rott. Ct. waarboven staat: „ Uit het Moeras" (Avondblad 31 Aug. j 1.)
Zonder verder daar iets aan toe te voegen laten we dit stuk, door een vrijzinnigen predikant geschreven, hier volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's