De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het moeras.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het moeras.

11 minuten leestijd

Een vrijzinnig Hervormd schrijft ons: predikant

Het heeft in vrijzinnig Hervormde kringen nog al wat ontstemming verwekt, dat de Synode in haar zitting van dit jaar den modus-vivendi heeft begraven, een ontstemming die eenigszins verzacht is, door het feit, dat ze ook aan het voorstel van prof. Slotemaker de Braine een vriendelijke uitvaart heeft bezorgd. Het gevolg van deze besluiten is, dat de Hoogeerwaarden, al hebben ze dan geen glas gedronken met wat daar bij hoort, toch gedaaji hebben naar den derden regel van het oud-vaderlandsche rijmpje: ze lieten de zaak, zooals - ze was.

Zoodat de Ned. Herv. Kerk blijft rondploeteren in het kwalyk-riekende moeras, waarin zij reeds zoo lange jaren bezig is haar gezondheid te verspelen. Het is een merkwaardige geschiedenis : van alle kanten wordt toegestemd, dat men in de misère zit. Aan alle kanten hoort méh den roep om uitkomst uit de ellende. Mee van de kloekste geesten spannen zich in, om tot gezonder toestanden te geraken, en het resultaat is, dat er niets gebeurt, dat elk jaar de Hoog-Eerwaarden vele weken samen vergaderen en tot geen enkel resultaat komen. Het is ook een uiting van den miserabelen toestand, dat ons hoogste bestuurscollege ons rustig in de misère laat.

Twee middelen worden aangeprezen om tot gaver leven te komen. Het eene is de z.g.n. reorganisatie. Verschillende voorstellen zijn in den loop der jaren hieromtrent ingediend. Ze komen alle hier op neer, dat de groote macht in de kerk weer zal worden gelegd in de handen der classicale vergaderingen, de „grondvergaderingen" der terk, die dan vooral ook „leertucht" zullen hebben uit te oefenen, een leertucht, waarbij de maatstaf van de drie formulieren zal worden aangelegd, ' met als hooger beroep „Gods Woord", dat dan weer door diezelfde „grondvergaderingen" zal moeten worden uitgelegd. Het is niet te ontkennen, dat door deze „reorganisatie" het kerkelijk leven veel gezonder worden zou. De voorstelen liggen geheel in de lijn der democratie. De kerk zou weer een eenheid worden. Wat innerlijk niet tot haar hoort, wordt op gansch natuurlijke wijze uitgedreven. Er blgft geen verstijfde eenheid achter, want binnen het raam der Dordtsche belijdenis is ruimte voor de onder menschen nu eenmaal noodzakelijke, wijl natuurlijke, verscheidenheid. Hetisdan ook volkomen goed te begrijpen, dat van rechtzinnige zijde telkens weer met groote kracht naar dezen kant gedrongen wordt, en dat er onder de uitnemendsten ter rechter zijde zijn, die in zuivere oprechtheid hun hart aan deze beweging hebben gegeven.

Maar het is ook te begrijpen, dat men zich van vrijzinnige zijde daartegen zeer harnnekkig heeft verzet. Immers de „reorganisatie" beteekent het einde van het vrijzinnig leven in de Hervormde Kerk, beteekent naar hun vaste overtuiging een terugval in het verleden, waardoo]? , de kerk zich voorgoed van haar invloed op de geestelijke ontwikkeling van ons volk berooft. En waar mét de modernen ook de evangelischen en vele ethischen, die terughuiveren voor een exegese van „Gods Woord" door het illustere gezelschap, dat classicale vergadering heet, voor het toelaten van de ouderlingen van Staphorst of Ede of Oud-Beyerland als leertuchtenaren over mannen als de Sopper, de Hartogh of Cramer, zich tegen de reorganisatievoorstellen verzetten, daar is er niet veel kans dat ze in afzienbaren tijd tot uitvoering zullen komen, al worden ze ook door de welsprekendheid, den invloed van mannen als Slotemaker de Bruine verdedigd.

Het andere middel om uit de ellende te komen, prijzen de vrijzinnigen ten zeerste aan. Het is de zoogenaamde modus-vivendi, en wil een regeling tot stand brengen, waarbij de verschillende partijen binnen hetzelfde kerkverband ieder hun eigen leven leiden, elkander niet hinderend, elkander in hun wederzijdsche rechten erkennend. De modernen loven het met warme woorden, de evangelischen glimlachen goedkeurend, vele ethischen knikken vriendelijk. Men zou zoo zeggen, dat veel ellende voorgoed tot het verleden zou behooren, als de kerk op deze wijze werd gereorganiseerd. De rechten der minderheden wettelijk gewaarborgd, geen leelijke verkiezingspractijken dus meer, geen yrees voor een uitbanning, de strijd alleen met geestelijke wapenen gevoerd, 't Klinkt als een idylle.

Maar er zal niets van komen. Want de macht der zich verzettende orthodoxen is wel zoo sterk, dat een toepassing van deze beginselen in de eerste tientallen van jaren in hooge mate onwaarschijnlijk, zoo niet geheel onmogelijk is.

Maar er mag ook niets van komen; 'Want de modus-vivendi-voorstellen zijn, in welken vorm ze ook mogen worden ingediend, volstrekt onrechtvaardig tegenover de orthodoxie. Immers ze hébben ten doel de rechtzinnigen in vrede te doen leven met wat ze krachtens hun beginsel tot den dood toe moeten bestrijden. Ze dringen de orthodoxie een verdraagzaamheid op, die strijdt met haar diepste wezen. Men verwijt de rechterzijde dikwqls dat ze tegen de linkerpartijen zegt: „Krachtens uw beginsel moet gij mij verdragen, krachtens mijn beginsel moet ik u bestrijden. Ik heb, terwijl ik zelf absoluut onverdraagzaam ben, het recht van u verdraagzaamheid te eischen." Voor dit verwijt is geen grond. Want met zoo te spreken, heeft de rechterzijde volmaakt gelijk. En dat het haar een ergernis is, in één kerkverband te moeten leven met lieden, die loochenen wat zij goddelijke waarheid acht, de bovennatuurlijke geboorte van Christus, zijn '.ïonderen, zijn lijfelijke opstanding, zijn lichamelijke hemelvaart, zijn zitten aan Gods rechterhand, het bindend, gezag van den Bijbel, spreekt vanzelf. En nu wil men haar door den modus-vivendi dwingen, de rechten der ketters, der loochenaars van de geopenbaarde waarheden te erkennen! Men kan evengoed van een ezel-eischen dat hij niet balken, als van een orthodoxe dat hij de modernen niet verketteren zal. En zoo goed dit brave dier het recht heeft om i-a te roepen, heeft de rechtzinnige het recht om onverdraagzaam te zijn.

Ook binnen de kerk. Want, de moderne moge hem toevoegen dat hij met zijn geest in de 17e in plaats van in de 20e eeuw leeft, het is niet te ontkennen, dat hij recht heeft op zijn plaats in de Ned Herv. Kerk. Er is geen enkel reglernent of artikel te vinden, dat hem het recht zou ontzeggen te gelooven en te verkondigen, dat Bileams ezel heeft, gesproken of dat Jonas den wonderboom ten hemel zag gegroeid.

Wat zou nu echter het gevolg zijn, zoo de modus vivendi w~erd ingevoerd? Dat de rechtzinnigen werden uitgedreven. Als eerlijke menschen konden zij niet blijven in een kerk, die de loochenaars der „waarheid" rechtens even goed een plaats gaf als hun. De modus vivendi zou dus naar de andere zijde precies hetzelfde resultaat hebben als de „reorganisatie" : de momenteel sterkste partij dreef de anderen, die hun plaats in de kerk hadden krachtens de vigeerende reglementen, uit. Dat mag liggen in het wezen der orthodoxie, de modernen zouden zichzelf ontrouw worden, als ze van een tijdelijke overmacht gebruik nciaakten om het eigen bestaan te verzekeren ten koste van het besiaan der anderen. Zoodat men er zich over verheugen kan, dat het de synode van dit jaar heeft ontbroken aan den euvelen moed, om naar een van beide zijden iets te doen. Want het eene ware al even slecht geweest als het andere. /

Maar - — we zijn in het moeras gebleven.

Hoe komen wij er uit? De vraag is te beantwoorden door een andere te stellen: hooren ds. Keiler en dr. Niemeijer in één kerkverband? Of dr. deLindvan Wijngaarden en dr. v. d. Bergh van Eysinga? Of ds. Jongebreur en ds. Schermerhorn ? Of ds. van Grieken en ds. Horreus de Haas? Of dr. Slotemaker de Bruine en dr. Hoog? Of dr. J. Th. de Visser en ds. van der Heide?

Ze zouden samen uitnemend kunnen voetballen, en ik stel me voor dat er een voortreffelijke oude acht uit ware te vormen, maar samen in één kerk behooren ze niet. Op dezelfde vragen, waarop de een antwoordt: ja ik, van ganscher harte, zegt de ander zeer heftig en overtuigd: neen ik. Van eenige samenwerking binnen de kerk is dan ook geen sprake en kan geea sprake zijn. Men ziet elkaar eens per jaar op de classicale vergaderingen, men bestrijdt elkaar daar hevig, en verder gaat ieder zijn eigen gang. Zelfs bij het opvoedingsgesticht kon men niet samen gaan. Elke partij heeft haar eigen leven, verricht naar eigen inzicht eigen taak en heeft geenerlei punten van overeenkomst met de andere, 't Zijn twee werelden die elkander zelfs niet meer raken, en elkaar ook niet meer begrijpen. En toch zitten ze samen in één kerkverband. De geheele situatie is door en door onwaarachtig. Elk der beiden voelt het. Ze benemen elkaar den adem. De kleine geesten, die onder hen g'evonden worden, verbitteren elkaar het leven. En de niet-kerksche Nederlandsche Protestant ziet het aan en ergert zich en heeft een spotwoord gereed en begrijpt maar niet, waarom deze beide groepen, die zoo graag van elkanders gezelschap verlost zouden willen zijn, er maar niet toe kunnen komen om de vennootschap bij minnelijke schikking te ontbinden, boedelscheiding te houden, en ieder met zijn hebben en houden zijn eigen weg te gaan en elders een anderen compargnon te zoeken, waarmee werkelijk eenheid van wezen en belangen bestaat.

Want dat alleen zal ons waarlijk uit de ellende kunnen helpen: een volledig uiteengaan van wie niet samen hooren.

De „reorganisatie" miskent de historische rechten der modernen, de modusvivendi miskent die der rechtzinnigen, een volledige scheiding doet niemand onrecht en waarborgt beiden het leven. Het is rechtaf onbegtgpelijk dat dit noch door de eene, noch door de andere partij is gepropageerd. De rechtzinnigheid — het is waar — zou daarbij moeten erkennen een zeker recht van de modernen op een deel van het bezit der kerk, maar wanneer zij deze ketters, die ioch door de kerk toegelaten zijn, allerech ten die een lid kan hebben uitoefenen, en wier recht om nu te zijn tcaa, r ze zijn, ze onder de gegeven omstandigheden niet kon loochenen, op deze wijze kwijt kan raken om daardoor haar eigen leven sterker, gezonder, glorieuzer te voeren, kan men niet inzien, waarom zij er zich op den duur tegen verzetten zou. Men mag toch niet onderstellen, dat de liefde voor die rijksdaalders, waarover ze nu toch al geen beschikking heeft en waarschijnlgk ook nooit «al krijgen, bij haar zwaarder weegt dan de zuivere omgrenzing van de kerk, die dan haar kerk zou zijn.

En de vrijzinnigheid zou een los worden van de orthodoxie te zeer als een heuglijke bevrijding ervaren, dan dat men van haar ernstigen tegenstand kan verwachten. Vooral waar zij toch wel overtuigd is, dat ze nooit de gansche kerk zal winnen. Niet allen kunnen vrijzinnig zijn of worden. De geestelijke vrijheid, de geestelijke zelfstandigheid was nooit voor de velen. Zoo zou de oude volkskerk, ^ die nooit een eenheid was, die eeuwen lang zichzelf vaak tot onvruchtbaarheid doemde door onderling getwist over de leer, die in de laatste halve eeuw de karikatuur van een kerk geworden is, met één slag zichzelf oplossen in twee of drie deelen, die elk op zichzelf gaaf en frisch zouden zijn, en zoo elk naar eigen wijs zouden kunnen arbeiden aan wat het hun het waarachtig heil van het vaderland dacht te zgn.

Dan geen „sotte kluchten" als classicale vergaderingen meer, dan geen idiote kerkelijke processen over geweigerde lidmaten, dan geen samen-stikken meer in synoden, waar de kloekste geesten worden geworgd, dan geen waarschuwen meer van den eenen dominee voor den. ander, die tot dezelfde kerk hoort, dan geen ellendige hakketakkerijen meer in de kerkelijke partijbladen — dan een naast elkaar leven, elk naar eigen wet en eigen aard. En dan zou er komen een nieuwe opbloei van 't gemeenteleven, want dan zou er weer geboren worden een gemeentebesef. Dat is nu dood, omdat er geen gemeente d. i. een eenheid van gelijk-willenden is. Dan een frisch élan, om de groote vragen aan te zien. Dan zou er wellicht weer iets openbaar worden van een diepere eenheid, die er toch is, maar die overwoekerd wordt door kerkelijk agendas.

Welke wetgeleerde in de Ned. Herv. Kerk geeft eens een schema? Wie zegt nu eens, waar hier de mogelijkheid werd aangewezen om uit het moeras te geraken : zie, hier is de polsstok waarmee gq op den vasten wal kunt springen? Of zullen de leiders van rechts en links bij het overdenken dezer dingen, nadat al hun pogingen op niets zijn uitgeloopen, terugschrikken van den eenig mogelij ken weg naar zuiverder, christelijker verhoudingen: een eerlijke boedelscheiding?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het moeras.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's