De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Alzoo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Rom. 6:46.

Tot een nieuw leven geroepen.

„Schriftuurlijke bevinding".

Dat is zulk eene levenservaring bij Gods kind welke overeenstemt met Gods Woord en den toets der Heilige Schrift kan doorstaan, 't Is dus dat bevindelgk leven, dat gekend wordt door Gods ware, levend gemaakte volk, dat 't liefst handelt en wandelt naar uitwijzen van de. Schrift door de genade des Heiligen Geestes.

Er moet leven gekend worden aan de ziel.

Van nature zijn we dood in zonden en misdaden. Maar nu moet onze ziele door' Gods genade eerst de ontzettende macht der zonde leeren kennen, om dan vervolgens de beteekenis van Christus' zoendood te leeren inzien. En dan niet alleen de onmisbaarheid van dien Christus leeren , bespreken, maar de kracht van dien! Christus leeren kennen. Hij moet de onze worden en wij de zijnen. Door veel, twijfeling en angst heen, '

Maar door deze genade toch komend aan de toeëigening van des Heeren belofte: 0 alle gij dorstigen, komt tot de wateren, En gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk" (Jes. 55 : 1).

Er zijn in onze dagen veel smokkelaars. Die zouden niet gaarne openleggen hoe ze aan hun geld en goed gekomen zijn. Maar deze geestelijke dingen die zijn' gelegen in het waarachtig bezit van den Borg en Zaligmaker kunnen we niet op bedriegelijke en slinksche wijze ons eigendom maken.

Dat gaat langs een weg van recht.; Sion wordt door recht verlost. En dit is; een weg waarin de Heere een afgesnedene zaak doet aan de ziele. Gansch onwaardig begiftigd te worden met goddelijk heil. Zooals de Kananeesche vrouw er deel aan kreeg, door eigen onwaardigheid  goed te kennen, maar den Zaligmaker niet loslatend, , zeggende: de hondekens! eten ook wel van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heeren". (Matth. 15:27).

Kennen we zoo al iets van het heil des Heeren? .

Mogen we reeds getuigen van de mantel der gerechtigheid, ons omgeworpen door Gods hand, die voor een arm zondaarsvolk wil nemen uit Christus? O! 't gaat om de liefelijke ervaring van dat heil. Om de ontmoeting met den Heiland. Met opklaring van de nevels. Alle zwaarmoedigheid, alle kleinen ongeloof wegnemend, door Zichzelf te geven en te openbaren, waarbg de ziele dan vol blijdschap leert uitroepen: , mijn Heere en mijn Godl" Dat brengt een ander leven.

Christus is het brood des levens, die daarvan eten mag wordt gevoed en gesterkt en . mag de pelgrimsreize voortzetten met blgdschap, gelijk de Kamerling die het Lam Gods had leeren kennen, dat zijne zonden had weggenomen,

't Brengt in een nieuwe levenssfeer. 't Doet geestelijk ademhalen.

En de wandel komt in den hemel te liggen, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.

Niet — dat een kind van God aanstonds van de aarde verlost en in den hemel opgenomen wordt.

Geenszins.

De wandel is en blijft hier beneden, zoolang als het God belieft in dit leven te laten. En het stof van den weg maakt ook Gods kinderen vuil; 't aardsche stof hangt zoo aan; — en klagend moet de ziele telkens uitstooten: „mijn ziel kleeft aan 't stof" — om biddend neer te leggen voor den Heere: „maak mg levend naar Uw "Woord"

Maar als 't er op aankomt is 't toch waar: waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn". En die schat is boven, waar Christus-is, zittende aan de rechter hand des Vaders,

En in die ervaring mag de geloovige — zoo geheel naar de Schrift — leven, dat het 't zaligst is, als het stof weer eens mag worden afgeschud en als de vleugels mogen worden aangedaan om óp te varen naar omhoog, bekennende: »Wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op aarde",

i 't Gaat als in de natuur. Wat kunnen de bladeren slap hangen. Wat kan de bloesem lang wegschuilen. Wat kan de vrucht zich langzaam zetten. Wat moeten ook vele bedorven vruchtknoppen straks afvallen, zal er kloeke vrucht uitgroeien , aan velerlei tak en toch wat zit er dan in den boom een levenskracht! En als de malsche regen valt en de aarde doorvochtigt en aan den wortel raakt, wat verkwikt alles, wat leeft alles op, wat groent en bloesemt en geurt alles heerlijk. Om ook een beeld te zijn van 't geestelijke, Gods kinderen tot een spiegel,

Of vergelijkt Paulus in Rom. 6 de verhouding van tak en boom niet met de verhouding van den geloovige en Christus?

Indien wij met Hem ééne plant geworden zijn in de gelijkmaking doods, zoo zullen wg het ook zijn in de gelgkmaking Zgner opstanding; dit wetende dat onze oude mensch met hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde teniet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen". „Alzoo ook gglieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus onzen Heere. Dat dan de zonde niet heersche in uw sterfel^k üchaam, om haar te gehoorzamen, in de begeerlijkheden van dat lichaam. En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid, niaar stelt uzelven Gode als uit de dooden levend geworden sijnde en stelt uwe leden Gode tot wapenen der gerechtigheid", (Rom. 6.)

In dien weg van geestelijk, nieuw leven moet Gods volk gevonden worden. Daar is hun nieuwe natuur geteekend. Dat is het levenselement voor den geloovige, zooals de visch zich op z'n plaats bevindt in het water en de vogel in de lucht. Hoort nog eens hoe Paulus het beschrijft in den Efezerbrief: „En u heeft Hg mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, in welke gg eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld". „Maar God die rijk is in barmhartigheid, door Zijne groote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wg dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zgt gg zalig geworden) en heeft ons mede opgewekt en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus". „Want wg zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft opdat wg in dezelve zouden wan­ delen". (Efeze 2.)

Omdat de geloovigen met Christus werden opgewekt, zijn ze daardoor van de zondige wereld afgescheiden en overgebracht in het wonderbare licht van het Koninkrijk der opstanding. En in Christus geheihgd door de onweerstaanbare kracht der genade, zonder eenig toedoen hunnerzijds, mogen zij ervaren dat Zijn inwerking hun leven geheel en al verandert en vernieuwt.

Christus is bezig een gestalte in hen aan te nemen. En in dien Christus hebben zg niet alleen voor hun rechtvaardigmaking maar ook voor hun heiliging alles, wat tot hunne zaligheid van noode is, zonder eenig toedoen hunnerzijds.

In Christus mogen zij de vervulling zien van het woord des Heeren: uit U in der eeuwigheid geen vrucht — Uw vrucht is uit Mij gevonden". (Hosea 14:9). Maar daarbij hoort dan de praktijk van het leven.

't Gaat om de beleving der dingen, gelijk alleen in de ervaring van het leven de vreugd en de vrede ligt. Het leven moet inslaan in de ziel.

„Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen jdie boven zgn, niet die op de aarde zijn. Want gij zgt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God (Col. 3:1—3.)

Uit kracht der ontvangene genade zal de ziele zich moeten bewegen in de nabijheid Gods en de werken des Heeren.

„Dat dan de zonde niet heersche in uw sterfelgk Hchaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. En stelt oiwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid, maar stelt uzelven Gode, als uit de dooden levende geworden zijnde, en stelt uwe leden Gode tot wapenen der gerechtigheid". (Rom. 6:12—13.)

't Gaat om een leven der ziele, met uitgangen naar den Heere en dedingen die boven zijn.

't Gaat om de kracht van den levenden en opgestanen Heiland te ervaren.

Waarom 't gebed, met - Paulus, moet worden opgezonden , Opdat de God onzes Heeren Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den geest der wgsheid en der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in zgne kennis, namelijk verlichte oogen uws verstands, opdat gij moogt weten welke de hope is van zijne roeping en welke de rijkdom is van de heerlijkheid zijner erfenis in de heiligen; en welke de uitnemende grootheid Zijner kracht is aan ons die gelooven, naar de werking der sterkte zgner macht, die Hg gewrocht heeft in Christus, als Hg Hem uit de dooden heeft opgewekt". (Ef. 1:18—20).

Dat is het geestelijk ideaal van Gods ware, lèvendgemaakte volk. En o! wat blijdschap indien waarlijk zulke kenmerken der genade mogen worden opgemerkt in eigen leven. „Wij zijn dan met Hem begraven door den doop in den dood, opdat gelgkerwijs Christus uit de dooden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzoo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden". (Rom. 6:4.)

Ach — wat is er dikwijls het tegendeel van die nieuwigheid des levens. Wat heerscht dikwgls die oude tyrande dood. Dan is er doodigheid. Dan is er heerschappij der zonde, dienstbaarheid des vleesches, op zondige wgze aan den dienst van het vleesch verkocht!

En wat is dan Schriftuurlijke bevinding; bevinding in de lijn van de Schrift, welke den toets der Schrift kan doorstaan? Niet — het vertroetelen van de zonde; niet het vergoelijken van de ongerechtigheden ; niet een redeneeren, alsof het toch eigenlijk zoo erg niet is en alsof het toch eigenlijk gansch natuurlijk en vergeeflijk is.

Neen — zal het goed zgn, dan moet de ziele leeren weenen bij het Godsgemis; bij het vér van Jezus ronddwalen, bij het zoo verknocht zijn aan de zonde en de wereld. De klachte der ziele zal moeten opgaan; en waar er vertroosting ligt voor al Gods kinderen, ook in den meest afgezakten staat, in het zien op de alles bedekkende gerechtigheid van Christus, welke Hij heeft aangebracht door de verdienste van Zijn gehoorzaamheid — daar zal tegelijk een heilig begeeren opwaken, om het nieuwe leven te mogen leven, uitgetrokken uit den gruwelgken wandel van ondankbaarheid en ongerechtigheid. Dan hggt de ziele naar den vrede en naar de vreugd van 's Heeren dienst. Dan haakt de ziele om weer te mogen uitroepen: „wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op aarde".

En dat geeft vreugd en vrede en sterkte en eere als door genade de ziele weer uitgetrokken uit het moeras blijde mag uitroepen: „Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die naar Zijne groote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hope door de. opstanding van Jezus Christus uit de dooden".

Neen, speel niet met de zonde, met de wereld, met den booze. Acht de verzoeking niet gering.

Vergoelijk de ongerechtigheid en de afdwaling niet. Leef niet heen over de duisternis en de doodigheid. Leer uwegschamen over dat leven dat Gode niet tot eer e is en der ziele niet tot vreugd en den naaste niet tot zegen.

Wat is er een droeve, afgezakte, doodige staat bij velen. Wat is er een leven beneden den geestelijken stand in Christus. Wat is er een kruipen in het stof. Wat is er een vertroetelen van ongerechtigheden.

Neen — leg geen vleeschelijk fundament.

Neen — leef niet bij een gestolen belijdenis.

Neen — vlei u niet zonder de waarachtige kennis der schuldvergiffenis door het genadig bezit van een Heiland en Middelaar, Jezus Christus.

Die zijn zonde niet weet vergeven door des Middelaarsbloed in den weg van bekeering en wedergeboorte, die zal niet salig worden.

Maar die door genade aan deze dingen niet vreemd is, die klage over z'n zonden hoe langs hoe meer en leve in den weg der bijbelsche ervaringen, om door Geestes genade te getuigen: ik ben met Christus gekruist en ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij". (Gal. 2:20.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 september 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's