De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

12 minuten leestijd

Vrij onnoozel.

't Is eigenlijk om te lachen. Ieder heeft het druk over de vraag: hoe komen we in onze Herv. Kerk uit het moeras?

En ellen zijn 't er eigenlijk over eens, dat wat niet bq elkaar hoort, niet bg elkaar blijven moet.

Ook voelt ieder: de Herv. Kerk, kan men nooit modern maken; dat heeft men nu in 100 jaren, van 1816 tot 1916, niet kunnen doen en dat zal ook in de volgende jaren, van 1916 tot 2016, niet mogelqk blijken.

Neen, onze Herv. Kerk is nooit modern geweest en zal 't ook nooit worden I

Maar — was men nu ook maar eerlijk en eenvoudig in de toepassing bij deze dingen, dan waren we in een oogenblikje waar we wezen moeten.

Dan werd de Herv. Kerk weer de aloude Geref. Kerk, gebouwd op en levend bij en handelend naar de aloude belijdenis, welke aan duizenden, en tienen honderdduizenden in en buiten onze Herv. Kerk lief is.

Dan verdwenen de Geref. Kerken, die nu gescheiden van ons leven, want het zou weer één worden in het midden van de erve onzer Vaderen.

En de modernen kwamen saam in eigen kerkverband, uit moderne beginselen levend en naar moderne beginselen sprekend en handelend..

't Is zoo eenvoudig mogelijk!

En ieder zou dan voor heel ons volk een eerlijke positie innemen!

Doch daar moet men bij de modernen, althans bij de groep waarvan dr. Niemeyer de woordvoerder is, niet mee aankomen.

Die zetten, wanneer ze een dergelijke redeneering van vriend of tegenstander hooren, een gezicht alsof ze zeggen willen : wat dwaze praat is dïlt!

Eri om te bewijzen dat dergelijke redeneeringen, die telkens onder hun vrienden en tegenstanders weer opduiken, allerzotste taal is, gaan ze dan in positie staan en maken u duidelijk, dat de dingen heel aiiders^aan en daarom ook heel anders moeten aangepakt en uitgewerkt worden.

Hoe is dan de eigenlijke positie in onze Herv. Kerk?

Dr. Niemeyer zegt het voor de zooveel ste maal in het Weehhl. voor Vrijz. Hervormden: al de orthodoxen, die nu in dé Herv. Kerk »ich bevinden, hebben het geweten toen zij tot die Kerk toetraden, dat er vrijzinnigen in die Kerk waren. Toen ze toetraden hebben ze dus die vrqzinnigen mede aangenomen als hun medeleden in die Kerk. En nu mogen de orthodoxen niet zeggen, dat de vrijzinnigen er niet thuis hooren. Ze moeten ze de volle vrijheid geven in de Herv. Kerk. Anders hadden die orthodoxen maar niet tot de Herv. Kerk moeten toetreden; dan hadden ze, indien ze bezwaar hebbenu j tegen het samenwonen met de modernen in één kerkverband, maar tot een andere Kerk toegang moeten vragen....

We willen die mooie redeneering eens even nader onder de oogen zien.

Niet om de wille van hen die met een stalen gezicht deze dingen zeggen en schrijven, terwijl ze kostelijk goed weten dat het vrij onnoozel is om zoo te redeneeren. Maar om de wille van hen, die mogelijk zich deze praat op.de mouw laten spelden en wanen, dat er toch wel wat in zit dat waar is.

Stel eens dat ge een huis betrekt dat slordig bewoond' is langen tijd, en misschien ook nog een poosje leeg gestaan heeft — dan kan 't best gebeuren dat ge spoedig bemerkt dat er muizen zitten.

En als ge dan een kat meebrengt en op de muizenjacht gaat, kan het best gebeuren dat er een schrandere vadermuis is, die een muizenvergadering belegt. Na ampele muizen-beraadslagingen wordt u dan vast een muizen-deputatie toegezonden, waarbij de woordvoerder u dan ongeveer aldus zal aanspreken: Gij hebt het toch geweten of kunnen weten dat hier in. dit huis muizen zijn; gij hebt dit huis, waarin muizen zijn, gehuurd of gekocht; het is niet eerlijk van u dat gij dit huis nu wilt gaan béwönen zonder aan die muizen de vrije beweging te gunnen — indien gij een huis zonder muizen hebben wilt, hadt u een ander huis moeten kiezen.

Natuurlijk, dat ge na zoo'n bezoek van een muizen-deputatie en na zoo'n leepe redeneering van den muizen-woordvoerder paf staat. En ge voelt, dat er niets

tegen in te brengen is; ge spreekt met vrouw en kinderen af om maar weer te gaan verhuizen; in deze woning, pas door u betrokken, hooren de muizen thuis en gij zqt zedelijk verplicht een è, nder huis te zoeken, waar geen muizen zijn.

Per telefoon huurt of koopt ge een ander huis; de verhuiswagen wordt besteld; en alles is in een paar dagen prachtig in orde èn voor de muizen èn voor u!

Neen, de modernen willen we geen muizen heeten. Als men ons niet in de nachtschool onderbrengt, willen wij hen niet in den muizenhoek zetten.

Maar we willen ^nu wel eens even wat nader op die redeneering van sommige modernen, die - spreken zooals dr. Niemeyer spreekt — er zijn gelukkig ook tal van vrijzinnigen die ènders spreken —'^ingaan.

De vrqzinnigen hooren in onze Herv. Kerk thuis — zegt men.

Ze waren er in, toen gij, o orthodoxen, toegang hebt gevraagd tot de Herv. Kerk. En nu moet gij, orthodoxen, dien vrijzinnigen volle vrijheid geven en laten, anders handelt gij niet eerlijk zoo praat men in moderne kringen.

Doch met uw verlof, o vrijzinnigen: wij èiebben nooit gehoord en nooit gelezen en nooit geloofd dat menschendie Christus niet erkennen als den Verzoener onzer zonden, en niet van harte instemmen met den geest en de hoofdzaak oniser kerkelijke belijdenisschriften, tot onze Hervormde Kerk mogen worden toegelaten. Elke kerkeraad verklaart bij de predikantsbefoeping, dat hij van den herder en leeraar vraagt en verwacht, dat hij in de prediking en bij de sacramentsbediening het Evangelie van Jezus Christus zal brengen naar Gods Heilig Woord en mee zal zorgdragen dat de leer der Hervormde Kerk zal worden gehandhaafd, opdat — zooals al de jaren door ieder in onze Herv. Kerk is erkend — opdat de hoofdwaarheden van ons christelijk geloof niet ontkend en verwaarloosd-zuilen worden.

En geen jongeling of jongedochter, geen man of vrouw doet belijdenis des geloofs in onze Herv. Kerk, of men aanvaardt daarbij, de leer der Herv. Kerk, zooals die in de 12 geloofsartikelen, den Heidelb. Catechismus, de formulieren van Doop en Avondmaal enz. is begrepen, , althans wat de hoofdwaarheden betreft, opgevat in den geest van de opstellers en in den zin daaraan door oijze Herv. Kerk van ouds gehecht.

Iemand die dus welbewust modern is en overtuigd aanhanger van de vrijzinnige beginselen, waarbij het Evangelie van Jezus Christus niet naar Gods Heilig Woord wordt aanvaard en waarbij de hoofdwaarheden van onze kerkelijke be-Igdenis worden ontkend en tegengesproken — behoort niet als predikant, behoort niet als lidmaat in onze Herv. Kerk thuis.

En als er zulken zijn, die Christus niet als den Verzoener onzer zonden erkennen; die niet gelooven, dat Jezus ten derden dage is opgestaan uit de dooden; die geen waarde hechten aan den Doop en die het Avondmaal niet opvatten naar den zin en den geest van onzen Heidelb. Catechismus en de formulieren in onze Kerk gebruikelijk — en zij willen dan met hun belijdenis, die principieel indruischt tegen de aloude en in 1816 ook gewaarborgde leer der Kerk, blijven binnen onze Herv. Kerk, dan moet dien menschen aan 't verstand gebracht worden, dat hun verkeeren in het midden der Herv. Kerk een vergissing is, welke zoo spoedig mogelijk moet worden hersteld door er vrijwillig uit te gaan; of dat hun zijn in de Herv. Kerk een misdaad is, waarbij allen die het wèl meenen met de Herv. Kerk alles moeten in 't werk stellen, dat ons Vaderlijk erfdeel uit de hand van sloopers wordt verlost.

Net zoo min als kunstkenners het modern gepruts aan een oud, historisch gebouw kunnen aanzien zonder elk middel aan te wenden, dat het oude, schoone, prachtige werk niet verder bedorven wordt — zoo kan een orthodox mensch in onze Hervormde Kerk 't lijdelijk aanzien, dat men binnen komt met een belijdenis die vierkant in strijd is met de leer der Kerk en dat men krachtens z'n moderne beginselen de vrije hand wil hebben om 't in de Herv. Keik te zetten naar eigen, vrijzinnig inzicht..

De Herv. Kerk kent geen vrijzinnigen. Onze Herv. Kerk kent alleen ihaar orthodoxen, dat wil zeggen: menschen die hartelijk instemmen met den geest en met den hoofdinhoud van de leer der Herv. Kerk die natuurlijk — dat is van af 1816 door ieder erkend — vervat is in de drie formulieren van eenigheid en genomen moet worden naar den zin van de opstellers dier belijdenisschriften.

Dat heeft zelfs een man als prof. Scholten inderdaad erkend en verdedigd!.

We behoeven dan ook niet lang over deze zoo eenvoudige zaak te praten.

Natuurlijk, dat men van vrijzinnige zijde met allerlei praat deze dingen gaarne vertroebelt en groot plezier heeft als er zijn die er bij zulke redeneeringen invliegen.

Wat doet een mensch al niet om van de galg vrij te komen!

Maar we laten ons niet verschalken door wS.t ook en zeggen: onze Herv. Kerk kent geen vrijzinnigen.

Onze Herv. Kerk kent alleen maar menschen die hartelqk en eerlyk instemmen met den geest en met den hoofdinhoud van de leer der Herv. Kerk en krachtig meehelpen, dat die leer gehandhaafd en niet afgebroken noch tegengesproken wordt.

Ieder die toetreedt tot de Herv. Kerk, ieder die predikant is, ieder die ouderling is, ieder die in eenig bestuur zitting heeft, wordt door de Herv. Kerk opgeroepen om mee te helpen, dat de leer der Kerk zal gehandhaafd worden,

Dus er wordt op afbreken gerekend.

Men rekent er op, dat er zullen-zijn die zullen tegenspreken.

Maar dan is ieder rechtgeaard Hervormde door zijn Kerk geroepen om de leer der Kerk mee te helpen handhaven, opdat, zooals van ouds in de Synode ook; is geleeraard, de ongebreidelde vrijzinnigheid geen vrij spel zal hebben, de grondwaarheden der Hervormde leer niet zal tegenspreken en de grondslagen der Kerk niet zal loswoelen.

Wat wfi dus maar zéggen willen aan 't adres van dr. Niemeyer en de zijnen is dit: de Ned. Herv. Kerk kent en erkent geen vrijzinnigen-

De Ned. Herv. Kerk kent en erkent alleen rechtzinnigen, die de leer der Kerk ' in rechten zin opvatten zooals van ouds ; in de 12 geloofsartikelen en onze belijde­inisschriften is uiteengezet, daarin niet ' woordelijk aan de formulieren gebonden, j maar toch z6o, dat zij in den geest der opstellers eerlijk en hartelijk zullen instemmen met de waarheid, van ouds in onze Kerk aangenomen en tot op den huldigen dag bewaard.

Zooals een echte kunstkenner het modern gepruts aan een oud geveltje niet kan aanzien, zoo kan en mag een orthodox mensch in de Herv. Kerk het gedoe van vrijzinnigen niet dulden.

Een van tweeën: of men stemt van harte in met de belijdenis onzer Kerk, in prediking en bij sacramentsbediening, op Kerstfeest en met Paschen, in leer en leven, als leek en als predikant — of men gaat heen.

En wie niet heengaan en nochtans in wezen en hoofdzaak met de leer der Kerk verschillen en overal en altijd met de leer en praktijk der Kerk in conflict zijn, die zullen we aanzeggen: Gij hoort in de Herv. Kerk niet thuis.

En we zullen geen middel, dat eerlijk is, en geen weg, die mogelijk is, onbeproefd en ongebruikt laten om de Herv. Kerk te bevrijden van degenen, die haar mee helpen afbreken.

Gelijk we ook van harte hopen, dat zoo spoedig mogelijk alien die bij elkander hooren en de leer onzer Vaderen, die naar de Schrift is, lief hebben, weer bg elkander komen in één kerkverband, in het huis door den Heere in dezen lande gebouwd.

Mee betalen.

Een redeneering als deze: Men laat ons, vrijzinnigen, mee betalen, maar men gieeft ons, vrqzinnigen, niet de rechten die ons toekomen — maakt nooit veel indruk op ons.

Want in de Herv. Kerk wordt nooit aan iemand gevraagd: betaal als vrijzinnige uwe bijdrage.

Er wordt van allen die tot de Herv. Kerk behooren ais zoodanig/ een bijdrage gevraagd.

En wanneer die menschen dan niet zouden krijgen waarop zij als Hervormden, die eerlijk en hartelijk instemmen met den geest en de hoofdzaak van onze Herv. belijdenis — ja, dan wordt het onrechtvaardig!

Maar wanneer men als Hervormd lidmaat betaalt en men eischt dan het deel eens vrijzinnigen te Ontvangen — dan is men niet eerlijk.

Dat is niet gelqk oversteken.

Wil men het deel eens vrijzinnigen, dan moet men ergens elders zijn.

In de Hervormde Kerk behoort aan ieder het deel eens Hervormden te worden gegeven, naar uitwijzen van Gods Heilig Woord — zooals nadrukkelijk ook elke beroepsbrief zegt.

Laat men dan niet klagen.

Laat men liever heengaan, wanneer men iets ènders, dan Hervormd is, verlangt.

* *

Jubileeren.

De dingen kunnen toch wonderlijk loopen I Het is nu 25 jaren geleden, dat — 't was in 1892 — de Kerken, uit de Afscheiding en de Kerken uit de Doleantie ontstaan, zijn saamgesmolten. En men zal dit feit, na 25 jaren, plechtig gedenken in het midden der vereenigde Geref. Kerken. Maar naast dit jubileum staat een ander gedenkfeest. En dat is: men zal in de Chr. Geref Gemeenten plechtiglijk en dankbaar ge denken, dat in 1892 gelukkig niet allen uit de Scheiding zijn vereenigd met de Doleerenden. Men zal plechtig en dankbaar gedenken, dat men in 1892 onder de Afgescheidenen nog genoeg beginseltrouw is geweest om niet mee te gaan met de „veri'aderlijke" voorstellen tot samensmelting.

En ja — er zijn er meegegaan van de Afgescheidenen, hun beginsel ontrouw geworden, om zoo aan de Doleerenden de overwinning te bereiden.

Daar treurt men nog over. Maar gelukkig zijn er ook palstaanders geweest.

En de getrouwen zijn nu in de Chr. Geref. Gemeenten.

Waar men jubileeren zal dezer dagen, gedenkende dat de Chr. Geref. Kerk in aantal mag toenemen en steeds breeder plaats gaat innemen in het midden van ons volk

Is het geen verschrikkelijk ding eigenlijk, dat men in twee Kerken-groepen zal jubileeren, de een omdat de samensmelting gekomen is, de ander omdat de samensmelting niet is gelukt?

Terwijl men de Herv Kerk, de erve der Vaderen, aan haar lot overlaat.

Waarom wordt men niet gevonden dé, ar waar mee door eigen toedoen de zonde groot is, om daar in 's Heeren Naam te getuigen en in 's Heeren kracht het goede te zoeken voor het huis onzes Gods, dat de Heere bouwde in het midden van ons volk van ouds af ?

O! als die duizenden bij duizenden gereformeerden, dra de - aloude waarheid liefhebben, eens in het midden van de Herv. Kerk werden gevonden als broeders en zusters één

't Is een zaak om jaloersch op te worden

Als

God geve het spoedig.

Dan te jubileeren, dat zou heerlijk zijn !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1917

De Waarheidsvriend | 5 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 september 1917

De Waarheidsvriend | 5 Pagina's