Uit het kerkelijk leven.
Een oplossing gezocht. ,
't Is en 't blijft aan de orde: hoe komen we in onze Herv. Kerk (Geref.) Kerk uit het moeras?
De Modus vivendi is verworpen ën de N. Rott. Gt. heeft nog weer eens betoogd, dat zoo'n modus vivendi voor rechtzinnigen in de leer absoluut onaannemelijk is en blqven zal. Heel hun Kerkbegrip komt tegen-een dergelijk in elkaar zetten van het Kerkelijk leven op. En hun leer begrip kan de 'moderne beginselen niet toelaatbaar noemen.
Maar wat dan ? —
Natuurlijk dat hierbij de eerste vraag wordt: wat is de Herv. Kerk krachtens haar oorsprong en krachtens haar geschiedenis; is zij orthodox of is zij modern?
Van het antwoord hangt verder eigenlijk alles af.
Want is de Herv. Kerk rechtzinnig en heeft zij een positief belijdend karakter, dan zijn de vrijzinnigen natuurlijk niet op hun plaats daar, en moeten ze heengaan.
Is evenwel de Herv. Kerk krachtens haar .oorsprong en geschiedenis vrijzinnig en ingericht op het samenwonen met hen. die zelfs de godheid van Christus loochenen en Hem niet erkennen als den Verzoener onzer zonden — welnu, dan is aan de andere kant de oplossing 'gemakkelijk. Want dan moeten de rechtzinnigen een toontje lager gaan zingen en liefst moeten alien verdwijnen die ook maar iets voelen voor een bindende belijdenis.
Naar onze meening ligt dé, ar het punt van uitgang bij alle redeneeren over de oplossing van het kerkelijk vraagstuk en noch rechts noch links moest men hier nu overheen willen loopen, maar eerlijk hier de dingen aanpakken, om ze met de bewqsstukken verder duidelijk in 't licht te stellen voor alle belangstellenden. Nu hebben wij de zaak hier meer dan eens onder de oogen gezien en pas nog hebben wij in onze brochure Over de Leervrijheid in de Ned& rl, Hervormde Kerk onderscheidene stukken bloot gelegd en verschillende conclusies getrokken, die tot op dit oogenblik wel door onderscheidene persorganen zijn geaccepteerd, maar nog door geen enkel artikel zijn bestreden.
We zeggen niet, dat wat we hebben naar voren gebracht niet bestreden kan worden, Zoo dwaas en arrogant zijn we niet. Maar we wilden toch wel, dat vooral van vriizinnige zijde ook eens met de bewijsstukken — want anders geeft het toch niets tr-het tegendeel werd beweerd, van 't geen wij hebben geschreven.
Laat men eens niet om deze dingen heendraaien en laat men geen struisvogelpolitiek voeren. Want eerlijke mannen, die er eerlijk naar staan om een oplossing van het kerkelijk vraagstuk te zoeken, moeten juist hun eerste en meeste krachten besteden dé, ar waar 't punt van uitgang is.
En daarom willen wij allen die het wel meenen met onze Herv. Kerk, met het kerkelijk vraagstuk in 't algemeen, met het godsdienstig leven ook onder ons volk, vriendelijk vragen: kunnen we, met de bewijsstukken niet ieder een antwoord geven op de vraag: is onze Herv. Kerk krachtens haar oorsprong en haar geschiedenis een belijdende Kerk of niet; is zij rechtzinnig of vrijzinnig; is zij om saam te leven met allen en ieder, van welke godsdienstige overtuiging men ook is?
Eerst als we daar een degelijk, welomschreven, goed gedocumenteerd antwoord op hebben dan kunnen we verder gaan.
Anders zijn het toch maar groote woorden en slechts een schejrmen in de lucht als we allerlei oplossingen, - 't zij modus vivendi, boedelscheiding, uitkeering, strijd op leven en dood, enz. enz. aan de hand doen. We wachten.
Boedelscheiding en üitkeering.
In verband met bovenstaand artikel over Een oplossing gezocht laten we hier een ander en ander volgen uit een artikel voorkomend in de N. Rott. Ot. van Donderdag 20 Sept, Avondbl. A, getiteld Boedelscheiding en Uitkeering.
Daar wordt melding gemaakt van een schrijven van prof. Slotemaker de Bruine aan-de redactie van de N. Rott. Ot., welk schrijven in verband staat met een beschouwing van de N. Rott. Ot. en een artikel voorkomend in „de Waarheidsvriend", waarin prof. Slotemaker de Bruine iets anders heeft gelezen dan de schrijver van Kerknieuws in de N. Rotterdammer.
Prof. S. d. B. vindt als voornaamste bezwaar tegen boedelseheiding de onverdeelbaarheid van de historische kerk, die op, , tal van plaatsen voor het volksbesef samenvalt met het historisch kerkgebouw en een confessioneel (belijdend) karakter draagt.
Daarom ook geen boedelscheiding. Maar over iets anders wil hij 't hebben. Hij heeft in het artikel van „de Waarheidsvriend" niet gelezen „boedelscheiding" maar „uitkeering" en, Z09 zegt prof. S. d. B., dit vindt hij ten slotte ook de eenig mogelijke oplossing van het richtings-vraagstuk.
„Uitkeering is het tegendeel van boedelscheiding", zoo schrijft prof. S d. B. „De historische Kerk met de geheele traditie blijft bij „uitkeering" intact; alleen haar kapitaal vermindert. Een weg, waarop ik voor mij zeker gaarne zou meegaan."
Verder zegt de hoogleeraar dan aan het adres van de vrijzinnigen, dat zij tweeërlei kunnen doen: vrijheid en vrede zoeken buiten de historische (Herv.) Kerk — of de macht van die historische Kerk, desnoods zonder vrijheid en zonder vrede. Met andere woorden: een kerkelijk samenleven zoeken buiten de Herv. Kerk — of zich dood vechten, in de hoop in i de Herv. Kerk nog wel eens de overhand te krijgen. r
Wordt het eerste gekozen, dan, zoo schrijft de Utrechtsche hoogleeraar „kon met vereende krachten een billijke regeling van uitkeering gezocht en gevonden worden en zou een groot stuk oplossing van het kerkelijk vraagstuk verkregen zijn. En zoo niet, dan rest alleen de strijd, ..."
De N. Rott. Ot. teekent hierbij aan: „De redacteur van „de Waarheidsvriend" 1 en de Utrechtsche hoogleeraar hebben v d als uitganspunt de overtuiging, dat de niet-orthodoxen geen recht van bestaan hebben in de Ned, Herv. Kerk. Zy vinden beiden deze stelling zóó onbetwistbaar, dat ze zich van de simpelste toelichting meenen te kunnen onthouden."
„Met verbaring wekkende argeloosheid stelt prof. S. d. B., na de onschendbaarheid van de historische Kerk te hebben verdedigd, het alternatief. De vrijzinnigen moeten uit de Kerk gaan of zich den dwang der orthodoxie laten welgevallen. Een derde mogelijkheid komt niet eens ter sprake."
Dat de N. Rott. Ot, hierbij nog wat laat volgen is te begrijpen. En zij zegt dan nog iets over de „historische Kerk" wat we willen overnemen.
„Voor dengene, die niet onder den ban staat van de orthodoxe waanvoorstelling, k is het duidelijk, waar in dezen zonderlingen voorslag de fout schuilt. De onuitroeibare fout in de orthodoxe redeneering is de vereenzelving van de „historische Kerk" met het rechtzinnig bestanddeel daarin. Steeds vergeet men, dat er drie eeuwen liggen tusschen de Dordtsche Synode en onzen tijd en hardnekkig ziet men over het hoofd, dat de Ned, Herv, Kerk zich in die 300 jaren belangrijk gewijzigd heeft."
„Eenige mate van geschiedkundig inzicht is voldoende om de ontwikkeling gade te slaan, die zich binnen de „historische Kerk" heeft voltrokken."
Verder zullen we maar niet citeeren.
Ons aansluitend aan het' voorgaand artikel in dit No. zouden we ook aan den Schrijver van Kerknieuws in de N. Rott. Ot. willen vragen: kom nu eens niet met redeneeringen en heel veel vreemde woorden, maar kom nu ^ens met de bewijsstukken aantoonen, ' dat de historie der Ned. Herv. Kerk haar van belijdende Kerk gemaakt heeft tot een Vereeniging van elk wat wi's.
Indien men dat kan, werkelijk kan, welnu dan kunnen we verder gaan praten, maar anders blijft het een schermen met groote woorden en verder komen we dan niet.
Een kijkje in de binnenkamer.
'Eén kijkje te mogen nemen ddar waar de, familie zit, is wat waard. Daar leert men 't gezin ook eigenlijk eerst recht kennen en daar ziet men eerst hoe 'tal zoo in het midden van.de familie toe gaat. Natuurlijk laat men u zóo maar niet toe in de huiskamer. Dat is niet voor vreemden; dat is voor bekenden. Daarom is 't ook voor een buitenstaander dikwijls zoo moeilijk om over een zekere familie billijk te oordeelen.
Men weet er eigenlijk zoo weinig van. Men mag eens wat horen van deze.en wat opvangen van gene, maar 't rechte weet men niet.
Daarom waren we blij eens welwillend bij onze mede-kerkleden te worden binnengelaten.
De deur ging wijd open.
En we hebben eens rustig rond gezien en toen gehoord en gezien wat er al zoo „en familie" besproken en verhandeld werd.
Men moet n.l. het volgende weten. In den Ring Schoonhoven staan enkele moderne predikanten; en wel ds. Begemann te Ammerstol, ds. Immink te Berkenwoude, ds. van den Broek te Haastrecht, ds. Slot te Lekkerkerk en ds. Prance te Stolwijk. 5 van de 12 plaatsen zijn dus vrijzinnig en dus zou er te Schoonhoven bij vacature nog wel eens een modern predikant op stoel kunnen komen
Dat gebeurt evenwel niet. -
En wel, omdat de Kerkeraad te Schoonhoven aan de moderne dominé's heeft verzocht weg te blijven, belovende dan zelf in de diensten te zullen voorzien; welk verzoek ook is ingewiUigd door de betrokken predikanten.
Dat wegblijven van die heeren trok v de aandacht van dr. Niemeijer te Bols-d ward en in het Weekblad voo!r de Vrijz, Hervormden deed hij al spoedig de vraag, hoe het daar in den Ring Schoonhoven p toch mogelijk was, dat de moderne collega's in de vacature te Schoonhoven hun beurten niet vervulden. Hoe konden ze dat toch met liun geweten overeen brengen ? Het zou toch zoo goed zijn voor Schoonhoven om ook eens een vrijzinnige prediking te hooren enz. enz.
Toen we dat lazen dachten we dadelijk; die zal wel den wind van voren krijgen! Want die de Krimperer waard een beetje kent die weet wel hoe daar de vork in den steel zit. ' . Neemt b.v. Stolwijk: Éénmaal dienst op Zondag, door de week nooit. In die ééne Zondagmorgenbeurt pl.m. 15 centen in de coUectezak. Oatechisanten 9 in een heele week. En het andere naar evenredigheid
Wie dus iets van deze dingen weet en zelf modern is, die houdt^ wijselijk z'n mond over.de Krimpererwaard. Want wat men van moderne zijde kan inlichten is niet zoo heel moedgevend....
De belangstollende vraag van den grooten leider dfer vryzinnigen was er evenwel uit. k
En jawel, daar kwam direct een brief an een modern predikant, waarin de ingen uit de doekjes werden gedaan. g e K Bij het voorlezen van dien brief waren we getuigen en zoo hoorden we er van zelf iets van, 't welk we als bizonderheid gaarne aan onze lezers meedeelen. Misschien kan 't z'n nut hebben de briefwisseling tusschen twee moderne predikanten — die gepubliceerd is—^^ te lezen.
We knippen dan ook maar een stuk uit het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden uit en laten het hier volgen.
„Het ie" zoo schrijft een vrijz. predikant uit den Ring Schoonhoven „hpt is in deze omgeving vrijwel de gewoonte, dat bij vertrek van een orthodoxen predikant de kerkeraad aan de vrijzinnige ringpredikanten verzoekt, hun vacaturebeurten af te staan."
„Ook de kerkeraad van Schoonhoven verzocht dit en de vrijzinnige predikanten voldeden hieraan; vooral omdat zij wel weten, dat zij toch op geen opkomst kunnen rekenen."
„Toen schrijver dezes in den ring kwam, deed hij zelf die ervaring op ten aanzien van Bergambacht. Hij vervulde er een paar malen een vacaturebeurt, maar de belangstelling was zoo bitter en bitter treurig, dat hij, toen bij een nieuwe vacature de kerkeraad hem verzocht, zijn beurten af te staan, daaraan met een gerust geweten heeft voldaan. Toen later Ouderkerk a. d. IJsel vacant werd. Weigerde hij zijn beurten af te staan, omdat hij had gehoord, dat daar nog wel enkelen in vryzinnige godsdienstprediking belang stelden. De opkomst was echter treurig. En toen bij een volgende gelegenheid iemand met warme belangstelling ongeveer negentig briefjes rondzond aan vrijzinnige menschen met de opwekking, om op te komen, was het resultaat. ... nihil!"
„Hij preekt nu nog in het vacante Gouderak, doch ook daar voor een zeer klein gehoor, dat misschien voor de helft uit.... kinderen bestaat."
„Op grond van zijn ervaring heeft hij er dan ook niet het minste bezwaar tegen, om, als een orthodoxe kerkeraad in den ring hem vraagt, zijn vacaturebeurten af te staan, aan dat verzoek gehoor te geven."
Tot zoover de briefwisseling tusschen een modern predikant uit den Ring Schoonhoven, staande in de buurt van Ouderkerk en Gouderak, met den redacteur van het Vrijz. Weekblad. (Wij onderstreepten hier en daar wat.) 't Zal voor dr. Niemeijer wel als een emmer koud water geweest zijn.
Dat blijkt ook wel uit het korte antwoord dat hij op dit schrijven geeft.
't Komt hierop neer; „Wij trekken de conclusie, dat het zeer wenschelijk zou zijn, pogingen aan te wenden, om in die orthodoxe gemeenten de vrijzinnigen op te wekken tot leven, en te bewegen tot aaneensluiting."
Mooi gezegd.
Maar dr. Niemeijer is zelf bang, dat dit eigenlijk niets dan mooie woorden zijn, terwyl de zaak zelf zoo leelijk is en blijft. Want direct na dit onvergelijkelijk mooi en onfeilbaar advies, laat hij volgen: „tenzij.... die vrijzinnigen enkel nietorthodox zijn, maar overigens godsdienstloos, en zij dus niet mogen worden gerekend tot de vvi]zmmg-godsdienstigen. Dan helpt organiseeren toch niets ... ."
Hier wordt de spijker op den-kop geslagen.
Neen, de vrijzinnigen die hier en elders anti-orthodox zijn en ijverig meehelpen om een orthodox predikant te weren of te plagen, zijn voor het grootste deel niet kerkelijk gezind noch godsdienstig. Ze zijn voor een zeer groot deel godsdienstloos, onverschillig, materialist.
Ze hebben voor een groot deel als leuze; laat ons eten en drinken en vrooyk zijn, want morgen zijn we dood."
En dan tracht men wel hier on daar en orthodoxe gemeente „om" te krijgen. Maar als er een moderne kerkeraad en oderne predikant is dan kijkt men eenoudig niet meer naar de Kerk om en laat e orthodoxen in de moeite zitten.
Neem b.v. Stolwijk.
Waarom heeft men daar een moderne prediking ?
Laat men eens eerlijk zijn! En terwijl de Kerk onbezet blijft of heelemaal niet gebruikt wordt; terwijl men haast niemand vinden kan die nog voor ouderling fungeeren wil — zonder verplichting nog wel om veel in de Kerk te komen — zitten de orthodoxen verstoken van sAles en bewijzen in tusschen dat zij warm voelen voor de Herv. Kerk, voor de prediking, voor den godsdienst.
Is het niet treurig? Is het niet onrechtvaardig? Is het niet het recht van den sterkste, het meest domme en brute recht van enkele machthebbers, ook waar de zaak zelve zoo onrechtvaardig mogelijk is?
Wat recht heeft men in de Herv. Kerk voor anderhalf mensch te prediken, dat Jezus niet Gods Zoon is in den zin van onze beliydenisschriften; dat Jezus niet is 'opgestaan uit de dooden, zooals de Bijbel ons dat verhaalt; dat Ohristus' bloed zonder verzoenende kracht is, zooals van ouds onder ons is geloofd en beleden ?
Wat recht heeft men, om dèt te doen en daarbij honderden orthodoxen met hun kinderen buiten de Kerk te laten vergaderen en hen zelfs niet toe te staan en paar maal , in een jaar in de Herv. Kerk saam te komen om door een predikant, .die het sacrament van den H. Doop acht en bedient naar uitwijzen van Schrift en belijdenis, hun kinderen te laten doopen?
Laat men eens eerlijk zijn: een groepje vrijzinnigen, die anti-orthodox zijn en verder alles laten loopen zooals 't loopt heerschen in de Kerk, en de orthodoxen die naar de kerk willen, die belangsteling toonen, die moeten voor zichzelf en voor hunne kinderen maar toezien!
Wat schreiend onrecht gebeurt er on het groote veld van de wereld-politiek en volkerenkrijg!
Wat schreiend onrecht' gebeurt er ook in ta! van gemeenten in ons Vaderland in het midden van onze Herv. Kerk waar men Christus niet eert naar Schrift en belijdenis, de. Kerk verwoest, de kinderen des huizes buiten de deur zet, en zelf alles laat loopen zooals het loopt-, zoolang de kerkelijke fondsen het uithouden
Het is Gode geklaagd. Dat Hij onze klachte hoore, uit genade en spoedig uitkomst schenke! '
* Tweeërlei doen.
Er zijn twee wegen om God te ontmoeten en Zijn wil te doen.
De ééne weg is: wacht op den Heere ja wacht!
't Is dan: ik zal uitzien naar den Heere ik zal wachten op den God mijns heils,
't Is dan: in wachten en stille zijn zal mijn sterkte wezen.
En de andere is: gaat uit de Bruidgom tegemoet. 't Is dan: ik zal opstaan en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal .Hem zoeken, dien mijne ziel liefheeft.
't Is dan: Spreek Heere, Uw dienstknecht, uwe dienstmaagd hoort.
't Is dan: er zijn 12 uren in den dag, straks komt de nacht dat niemand werken kan.
't Is dan: de dooden zullen U niet prijzen, de levenden zullen U prijzen.
't Is dan: ik moet zijn in de dingen mijns Vaders.
't Is dan: de ijver van Uw huis heeft mij verslonden.
't Hangt van de geestelijke omstandigheden af, welke weg de van God gebodene is; de weg der lijdelijkheid of der dadelijkheid; de weg van het wachten of van het gaan; de weg van het stille zijn of van het ijverig bezig zyn.
Het hangt ook van het geestelijk karakter van Gods kind af, welke weg de voorkeur heeft,
Israel bij de Roode Zee moet stille zijn, de Heere zal voor hen strijden. Maar in de woestijn moet de keurbende uittrekken tegen Amalek, strijdende ten bloede toe.
In Gethsemané moeten de discipelen stille zijn, de Herder staat voor Zijn schapen en zij zullen vrij uitgaan. Maar in de Gemeente moeten zij arbeiden, de een meer en overvloediger nog dan de ander, bedenkende dat straks de nacht komt, waarin niemand werken kan.
De Heere zorgt voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk en het zal komen over het rond der aarde, zooals het zuurdeeg al de maten meels doortrekt, stil en zeker.
Maar de discipelen moeten uitgaan om te prediken het Evangelie aan alle creaturen, eerst aan de Joden, daarna in alle deelen der aarde; en ze zullen niet gelooven, tenzij hun gepredikt wordt Jezus Christus en Dien gekruisigd door de gezanten Gods. De Heiland bidt voor de Zynen en niet een van hen zal verloren gaan. Hij heeft voor hen betaald met Zijn bloed en Bij heeft Satan overwonnen. De vorst der hel is als een bliksem gevallen uit den hemel en voor eeuwig gebonden in de plaatse der eeuwige duisternis.
Maar de kinderen Gods moeten waken, bidden, strijden. Ze moeten het geestelijk harnas aandoen en het geestelijk zwaard dragen. Ze mogen het borstpantaer niet losgespen aleer de klokken der eeuwigheid luiden. Ze mogen niet het zwaard in de schede steken aleer het witte kleed zal omgehangen worden hierboven en de palmtak der overwinning in de hand zal egeven worden in de geopende poort van het hemelsch Jeruzalem.
Tweeërlei weg Om God te ontmoeten, om gezegend te worden, om Gods •wil te doen. "
't Hangt van de geestelijke omstandigheden af, welke weg de van God gebodene s; de weg der lijdelijkheid of der dadeijkheid; de weg van het stilie zijn of van het yverig bezig zyn.
Zalig, wanneer wij Gods tijd weten en op Gods tijd weten te wachten of te gaan, tille te zijn of ijverig bezig te wezen.
Die stille uren kennen, zullen ook druk ezig weten te zijn.
Die druk bezig mogen wezen, zullen ok de stille uren moeten kennen.
Niet stil zgn als we werken moeten! '
Niet werken als we stille moeten zijn! Straks komt de ruste voor Gods volk, dat hier telkens ervaart dat de ruste elders is.
„Zalig zijn de dooden die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hunnen arbeid ; en hunne werken volgen met hen" Openb. 14:13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1917
De Waarheidsvriend | 3 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 september 1917
De Waarheidsvriend | 3 Pagina's