Van Onderwijs en Opvoeding.
Onze Schoolkinderen.
Er wordt geklaagd dat de resultaten van het onderwijs niet bevredigend zijn tegenwoordig. De schoolgebouwen zijn zooveel mooier dan 50 jaren terug; de leermiddelen zqn zooveel beter en grenzen bijna aan het volmaakte en terwijl klasse-indeeling en verdeehng van leerstof ongetwijfeld deugdelijker is dan vroeger hoort men toch allerwege de klacht, dat onze kinderen niet zoo vaardig zijn in schrgven, rekenen, geschiedenis, taal, zang enz. dan vroeger de schooljeugd was.
Wij gelooven dat men voorzichtig moet zijn met de klagers en dat men veilig gaat als men hier wèl onderscheidt.
Er zijn menschen die altijd klagend zeggen, dat het vroeger zooveel beter was dan tegenwoordig. En dikwijls is er niets van aan. Ook zijn er ouders die altijd klagen over de onderwijzers en nooit' over hun kinderen. Waarbij het wel eens voorkomt dat de onder wig zers wel goed zijn maar de kinderen echte uilskuikens.
Toch gelooven wij ook, dat de resultaten van ons schoolonderwijs beter moesten en konden zqn.
Zonder nu hier breed over deze dingen te handelen, dewijl daarvoor de kolommen van ons Blad niet de meest geschikte zijn, willen we toch in verband met ons huiselijk leven eens op een en ander wijzen.
Br wordt geklaagd over de poovere resultaten van het schoolonderwijs.
Zouden de ouders hier ook schuld kunnen hebben ?
Om éen ding te noemen: sedert de leerplichtwet is tot stand gekomen en daardoor de kinderen naar school moeten, is het bij veel ouders, vooral op 't platte land, gewoonte geworden om de kinderen veel, heel veel met z.g.n. landbouwverlof thuis te houden. Dat mag volgens de Wet, "zoo redeneert men, en daarom is het veelszins gewoonte geworden om nu ook maar van die vrijheid het volle te Aemen, en zoo gebeurt het dat kinderen die vroeger niet zoo lang thuis bleven nu, omdat de Leerplichtwet spreekt van landbouwverlof, al dien tijd maar niet naar school gaan.
Vroeger voelden vele ouders zich in deze bezwaard, nu, na wettelijke regeling niet meer. Men neemt er van wat er van te nemen-is. Dat is jammer en dat werkt zéér schadelqk op de school en op het kind.
Iets anders is, dat men in onzen tijd niet zelden het kind te hoog zet. Ook hierin, dat het kind meer vrijheid moet hebben dan vroeger, meer uitspanning en genot — wat niet zelden schadelgk werkt op de school, op het onderwijs, op het kind.
Men heeft zoo gauw medelijden met het kind, dat het te lang op school zit^ dat het te veel leeren moet, dat de hersentjes te lang gespannen zign, dat het kind te veel huiswerk mee krijgt en 's avonds en 's middags te veel thuis werken moet enz.
Nu voelen wij daar over 't algemeen niet zoo veel voor, als msn zóó klaaj.
Moesten wij dan ook niet zoo lang op de schoolbanken zitten? Moesten wij ook geen huiswerk maken? Moesten wij 's middags ook niet thuis blijven en 's morgens soms vroeg opstaan, om straks met thema's, opstel, sommen enz. bij meester te komen ? En we hebben nooit ervaren^ dat het zoo slecht voor onze gezondheid was. We zouden zeggen; 't tegendeel!
„Overlading" is nu het modewoord geworden. „Ontspanning" is de tweeling, zuster. En de jeugd vindt het dwepen van de ouders met die twee modewoorden best 1 Ze dikken - het graag nog wat aan, als vader of moeder 't hebben over die kinderhersentjes en over die lange schooltijden en over dat vele huiswerk!
De uilskuikens hebben dan niet zelden 't. hoogste woord en weten vaak 't beste recept voor een goed onderwijzer en voor goed onderwijs — maar om eeii knap leerling te worden verstaan ze niet al best.
Wij zouden willen zeggen: laten de ouders toch niet zoo telkens op den voorgrond zetten „dat hun kindertjes 't tegenwoordig zoo moeilijk hebben op school I"
Want er is niets van waar!
Is op een goede school tegenwoordig werkelijk niet soms het leeren spelen f
Maar wat is soms wel 't geval in de huisgezinnen? .
De gemakzucht en de genotzucht der ouders bederven zooveel.
Er is zoo weinig toezicht op het werk en er zijn zeovéel dingen waarmee de tijd verloren gaat, zonder dat de degelijke ontwikkeling bevorderd wordt.
Er is een jagen naar allerlei genietingen, welke we 30 jaren terug niet kenden. En in die" genietingen wordt dikwijls zoo weinig gevonden, wat onze kindeten waarlijk kan stalen in den levensstrijd en werkelijk tot bevordering van hun verstandelijke en zedelpe oefening is.
Onnoodig laat gaan ouders — maai ook kinderen, betrekkelijk kleine kinderen — naar bed.
Onmogelijk laat staan kinderen - maar ook ouders — des morgens op.
En 't late uur 's avonds is niet bevorderlijk voor lichaam en geest, 't Late uur 's morgens. werkt allerlei slordigheid en ongeregeldheid in den weg.
Sport is goed.
Maar vroeger hapten we ook buitenlucht; sprongen we slootje; renden door de straten met elkander spelende; zaten soms boven in een hooiberg bij den boterboer; gingen visschen, hoepelen en wat dies meer zij — zonder dat toen over 't algemeen dergelijke bewegingen en spelen zóó afmattend en zenuwschot kend werkten dan tegenwoordig de sport
En dan voor vele ouders en vele kinderen die ellendige bioscopen.
Dan dat vermoeiend „uitgaan", zooali dat nu "veelszins gewoonte wordt.
Was vroeger het huiselqk leven - ook in eenvoudige kringen —nietmeei „vormend" voor de kinderen dan nu!
Het gezellig „thuis zitten", met een gezellig, leerzaam boek. Het gezellig praten van ouders met kinderen en omgekeerd, voorals als de avonden wa' langer werden en de lamp wat vroege werd aangestoken — of juist om de will* van het schemeruurtje wat later wer^ gehaald — was dat soms ook niet „ont' wikkelend"?
Maar nu heeft vader vergaderingi moeder heeft krans, de broers hebbeii cursus, de zusters hebben een partijtje» — en er komt niets meer terecht van dat-warme, intieme, gezellige, huiselijk leven, dat vooral voor de kleine kinderen is als een warm bad voor een vermoeid* vóór het naar bed gaan en dat zo" ongemerkt zoo heilzaam inwerkt op t*' leven van de kinderen.
Reusachtig! wat worden onze avonden bedorven.
Vreeselijk! wat worden onze morgen' bedorven.
Wat gaat het héél den dag heel de week anders.
Wat wordt de Zaterdag tot vermoëiens toe tot afjakkeren gebruikt.
Wit wordt de Zondag heel anders doorgebracht.
En dan giet men zijn fiolen van toorn uit over de scholen, de onderwijzers met het huiswerk. Daa klaagt men over de hersentjes van de kinderen. Dan klaagt men over allerlei
En zelf is men de oorzaak van zooveel.
Zelf bederft men zijn kinderen.
Ouders herzie u zelf.
Laat ons huiselijk leven gaan veranderen.
Laat ons de ware vijanden van onze kinderen herkennen en uitwerpen. En laat ons boven alles er naar staan dat we ons leven voor ons en onze kinderen in de dagen der week en des Zondags en des avonds en des morgens, inrichten naar Gods Woord. Men zal eens zien of dat niet heilzaam is voor het tegenwoordige en toekomende leven van groot en klein!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's