Uit het kerkelijk leven.
Reorganisatie zonder meer.
Het lijdt geen twijfel of het woord reorganisatie, dat vooral onze Oonfessioneele broeders gebruiken, is, zonder meer, héél onduidelijk en doet telkens allerlei vragen stellen, waarbij verwarring der dingen aan de orde van den dag is.
Hoe dat komt? Eenvoudig omdat het woord reorganisatie, zonder meer, niets zegt. En omdat het altijd weer onwillekeurig het formeele (een zaak van vorm) op den voorgrond schuift, terwijl we iets materieels (een zaak rakende ónze belijdenis moeten hebben.
Wij wilden wel, dat onze Confessioneele broeders daar eens wat meer rekening mee gingen houden en wilden probeeren om hierin verbetering te zoeken en verduidelijking aan te brengen. Meer precies zeggen wat men bedoelt is hier gebiedende eisch, terwijl ook hier weer geldt dat het opheffen van een leuze o zoo gevaarlijk is en veel schade kan berokkenen.
We leven niet van leuzen. We leven van beginselen. En de beginselen in een leuze juist weer te geven is niet zoo makkelijk als 't wel eens lijkt.
Wij dwepen dan ook niet met het woord reorganisatie. We vinden daarin te veel het formeele, te weinig het maierieele; te veel een zaak van wrm, te weinig een zaak van belijdenis.
Voor ons heeft meer waarde te zeggen, dat onze Herv. (Geref.) Kerk een belijdenis heeft. Een Christelijke, Protestantsche, Gereformeerde belijdenis.
En ja, nu begeeren we een andere wyze van Kerkregeering.
Natuurlijk!
Want de tegenwoordige Synodale organisatie is strijdig met het wezen van de Kerk. Is haar ook nooit anders dan tot groote schade geweest. En als ze niet met wijs beleid spoedig weggedaan wordt zal het de totale ondergang worden van de Hervormde Kerk in dezen lande.
Dus begeeren we hartelijk een eindere organisatie, een endere wijze van terkregeering.
En zoo spreken we óok van re-organisatie.
Maar elke andere vorm is ons daarom nog niet 'tzelfde.
't Kon dan zelfs nog wel slechter worden dan 't nu is. En dat begeeren we niet. Geenszins willen we dan ook een leu^e in ons vaandel schrijven als: geef ons een andere organisatie.
Neen: we begeeren een wijze van kerkregeering, die naar Gods Woord is. Waarbij de ambten tot hun recht komen. Zóó heeft Jezus het gewild. Die heeft met goddelijke wijsheid en koninklijke majesteit het alzóo verordineerd.
Maar dat is óok nog niet voldoende, om het alzóo te zeggen.
We staan er op de historische continuïteit in deze te bewaren. We willen de draad der historie in ons Kerkelijk leven niet afbreken. We willen ook niet doen alsof de eeuwen na de Reformatie er niet geweest zijn. We beginnen niet, zonder meer, bij Ef. 4 : 11 of welken tekst ook die in deze zoo duidelijk sprekend is.
We zijn "in het midden van de Ned. Herv. Kerk, welke de Heere van ouds hier heeft geplant en sinds bewaard in weerwil van de menigvuldige zonden en afdwalingen.
En in die Kerk vragen we naar een eindere organisatie, naar herstel van de ambten, naar de presbyteriale echt-kerkelijke vergaderingen — maar dan vragen we om dat alles om de wille van de belijdenis der Kerk, opdat die belijdenis, die zelve niet anders zijn wil dan het gemeenschappelijk belijden van Gods waarheid door de Kerk, zal gaan leven, zal worden gehandhaafd, zal worden verdedigd, zal worden verbreid.
Wij meenen, dat in den grond van de zaak de Confessioneele Vereeniging en de Geref. Bond ongeveer hetzelfde willen.
Maar wij meenen evenzeer, dat de Confessioneele Vereeniging met leuzen als „Volkskerk" en „reorganisatie" veel te veel het formeele naar voren brengt, zonder dat genoegzaam uitkomt, dat het gaat om het materiëele.
En zeker is het materiëele óok formeel. Maar gebrek aan het materiëele kan met het formeele niet goed gemaakt worden.
En dit drukt ook op heel de Confessioneele Vereeniging.
Mett heeft door het formeele op den voorgrond te zetten een kring geschapen, die materieel niet altijd 't zelfde voelt en niet altijd zoo sterk staat.
Die inzake de belijdenis niet altijd zoo betrouwbaar is.
Die wat de stukken der waarheid betreft niet altijd zoo vast gereformeerd is, naar Schrift en Belijdenis genomen althans. En nu willen we onzen Geref. Bond geen pluim op den hoed steken. De hand in eigen boezem te steken is beter.
Maar als men spreken wil van onderscheid tusschen de Confessioneele Vereeniging en den Geref. Bond, dan vinden we-het niet onbehoorlijk en niet verkeerd om dan óók te zeggen: de Confess. Vereeniging stelt meer het formeele op den voorgrond in de leuzen „heel de Kerk en heel 't volk", „Volkskerk" en „reorganisatie" — terwijl van den Geref. Bond mag gezegd worden, dat het daar gaat om de belijdenis.
En de belijdeniskwestie meer naar voren gebracht te hebben lijkt ons tot schande niet.
Laat men het maar weten, dat het ons vóór alles om het onvoorwaardelijk gezag der H. Schrift gaat en de rechtvaardigi g des zondaars door het geloof alleen. En nog eens: nu kunnen we het formeele niet missen.
Maar waar het zooveel menschen helaas! alleen om het formeele gaat, moeten we steeds duidelijk doen uitkomen dat het gebrek aan het materiëele nooit goedgemaakt kan worden door het formeele.
Het materiëele is het eerste en het voornaamste.
Moet ook het eerste en het voornaamste blijven.
Vrijheid, geen bandeloosheid.
De Hervorming heeft den mensch zijn vrijheid hergeven zonder de goddelijke instellingen te verwoesten, die deze vrijheid des menschen beheerschen en beschermen.
Neen, het Protestantisme heeft het gansche Christendom niet doen rusten, hetzij op vrij onderzoek, hetzij op het subjectieve geloof. Steeds is de band gelegd aan Gods Woord, welke een onlosmakelijke is bij het Protestantisme.
Wordt dus de vrijheid des menschen voorgestaan en de persoonlijkheid des christens geëerbiedigd, dit is nooit geschied om het individualisme zonder grens en de persoonlijke vrijheid zonder band voor te staan. Integendeel, de persoonlijke waaide van den mensch is geleerd met de daarbij behoorende saamhoorigheid der leden onder elkander en het gezamenlijk gebonden zijn aan Gods Woord en het geloof in Ohristus.
De bandeloosheid onder de Protestanten die zich afwenden van het Woord en Christus niet eeren als Gods Zoon en den eenigen algenoegzamen Zaligmaker is dus niet de vrucht van de evangelische vrijheid en het genadeleven, maar een ontaarding daarvan waarbij elke geeste-Iijke gemeenschap met het echt Protestantisme is verloren gegaan.
Bij het Eeuwfeest der Hervorming
Wie met Luther weet en verstaat en belijdt dat de drang des harten] naar zonde verge ving door niets uitwendigs, door niets menschelijks, door niets van beneden kan bevredigd worden, doch slechts in de verzoening door Ohristus offerand troost en zaligheid vindt die staat op denzelfden bodem als Luther en de andere Groote Hervormers der 16de eeuw.
De grondbeginselen der Hervorming zijn geen andere dan deze: het onvoorwaardelijk gezag der Heilige Schrift en de rechtvaardiging door het geloof alleen.
De keerzijde van deze reformatorische beginselen is: de rede te stellen boven de openbaring Gods en de verdienstelijkheid van den mensch tot grond voorde eeuwigheid.
Wie daarmee dweept is niet Hervormd, maar Roomsch.
Wie onder de Protestanten dan ook den Bijbel als het onfeilbaar Woord van God verwerpt, de menschelijke rede principieel boven de Openbaring verheft, de noodzakelijkheid van schuldverzoening door Golgotha's kruis ontkent — onteert de Hervormers en smaadt het bloed der martelaren.
Die jubele niet op Hervormingsdag.'
Die verstaat de Hervorming niet.
Die is in den grond der zaak meer Roomsch dan Protestant, ook al zou men lid zijn van den Protestantenbond!
Een heilig moeten.
Wij gelooven .dat alles ligt in Gods raad.
Geen ding geschiedt er willekeurig.
De Heere werkt alle dingen naar Zyn raad en, doet al Zijn welbehagen.
Christus moest alles lijden, wat hij geleden heeft, om alzóó in Zijne heerlgkheid in te gaan.
Christus moest alles werken, wat Hy gewerkt heeft, om alzoo den wille Gods te volbrengen.
Daarin was ook begrepen, dat een mensch blind geboren werd. welken mensch Jezus moest genezen. (Joh. 9). Lazarus de broeder van Maria en Martha moest sterven, opdat de Heiland hem zou opwekken uit den dood.
Naar Gods raad is het kwaad
Naar Gods raad is de genezing.
Christus moest werken de werken des Vaders tot genezing en redding en zaligheid en troost. Daartoe had de Vader Hem gezonden.
Zoo moet ook Christus' gemeente werken de werken desgenen die haar geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
Dat is naar Gods raad: het kruis achter Christus te dragen, Hem te volgen, Zijn discipel te zijn. Zijn Naam te belijden. Zijn eer te zoeken. Zijn werken te doen. En daaraan mag de geloovige, daaraan mag de Gemeente des Heeren, daaraan mag de Kerk van Ohristus zich niet onttrekken in het midden van een krom en verdraaid geslacht.
De duivel werkt; werkt altijd, zoolang de Heere het toelaat naar Zijn raad.
En bij de openbaring van het booze en de werking der zonde, die ook in de Kerk openbaar wordt, zegge dè Gemeente van Christus het haar Heiland na: ik moet werken de werken desgenen die mij geroepen heeft, zoolang het dag is: de nacht komt, wanneer niemand werken kan. (Joh. 9„; 4.) „Ecclesia Reformata semper reformanda est."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's