De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hervorming herdacht.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hervorming herdacht.

7 minuten leestijd

Maarten Luthers' afkomst en jeugdjaren.

HOOFDSTUK I. (Vervolg.)

Waarom Hans Luther zijn zoon zoo kort te Maagdenburg gelaten heeft weten we niet. Of het onderwijs er niet goed was, of dat het onderhoud hem te duur was, of wel dat hij den meer piëtistischen geest van de Broeders des Gemeenen Levens vreesde ? We weten het niet. Misschien deden familieoverwegingen den vader wel besluiten om Maarten naar Eisenach te zenden, omdat aldaar vele familieleden woonden, o.a. Koenraad Hutter, koster der Nicolaïkerk, wiens vrouw een zuster van Luthers grootmoeder was, die ook later door hem bij zijn priesterwijding is uitgenoodigd geworden en dus toen bij hem in hooge achting stond.

Zoo komt Luther dus weer in het Thüringer bergland.

Maar of de bloedverwanten, op wier hulp de vader min of : meer gerekend had, zich veel over Maarten hebben bekommerd, is ons niet bekend. Wel weten we, dat hij ook te Eisenach langs de huizen ging, zingende om brood vragend. („Panem prop ter Deum", d.i. brood om Gods wil, genadebrood.)

Zijn helder stemgeluid en vriendelijk bescheiden optreden trokken de aandacht van een voorname dame, Ursula Cotta. Deze dame was zelf uit de familie Schalbe en van Eisenach geboortig, terwijl haar man Coenraad Gotta afstamde van een adellijk Italiaansch geslacht. In dezen voornamen familiekring werd Luther nu binnengehaald en al is het nu niet waarschijnlijk, dat hij geheel kwam inwonen bij de familie Cotta — bij deze voorstelling wordt, gelijk bij andere verhalen uit Luthers leven, wel eens wat il te veel gefantaseerd ! — toch mocht hij voortaan veel bg deze aanzienlijke, vrome familie aan huis verkeeren, waarbij Luther indrukken heeft ontvangen, die nooit weer uit zijn herinnering zijn weggevaagd,

Hoe warm moet zijn kinderhart hebben geklopt in deze vriendelijke woning!

Hoe heerlijk heeft Luther er zijn muzikaal gevoel kunnen ontwikkelen; hoe helder zal zijn frissche jongensstem door het huis van zijn lieve beschermster hebben weerklonken I En de zegen van een gelukkige echtverbintenis en 't bezit van eene liefdevolle huisvrouw heeft hier zulk een druk op Luther gemaakt, dat hij later in zijn bijbelverklaring bij een kantteekening op Spreuken 31 : 10 waar de deugdelijke huisvrouw bezongen wordt, een van de schoone gezegden van Ursula Cotta aanhaalt  "..voor degene, wien zij ten deel mag vallen, is er niets heerlijkers op aard dan vrouwenliefde." Aan den invloed van de familie Cotta had Luther waarschijnlijk ook te danken, dat hij vrij mocht gaan eten („vrij tafel") in een inrichting door de familie Schalbe gesticht.

Op de St. Georgeschool ontving hij uitnemend onderwijs van rector Johannes Trebonius, een - verstandig en geleerd man met ruimen blik, wiens gaven door Luther geroemd worden. Van hem wordt verhaald, dat hij bij 't binnentreden van het schoollokaal zijn baret placht af te nemen, en hiertoe spoorde hij ook de andere leeraren aan „omdat God wellicht verscheidene dezer scholieren had uitverkoren om later kanselier of hooggeleerd doctor te worden"; wat Doctor Maarten Luther schitterend heeft waar gemaakt!

De school was uitstekend en Luther leerde grondig de Lalijnsche grammatica, het Latijn spreken en zelfs verzen maken in die taal. Maar tot 4e kennis der klassieke schrgvers als Cicero, Livius, Vergilius kwam het niet. Toch heeft dat onderwijs hem voldoende toegerust voor de Universiteit.

Na een verblijf van vier jaar, waarnaar later de gedachten nog meermalen terug gingen, is het oogenblik van scheiden gekomen en verlaat hij Eisenach, om nu, 17 jaar oud, naar Erlürt te gaan (Juli 1501), een stad welke Luther later noemt een „bierhuis" en een „herberg der ontucht."

Erfurt was een grootere stad dan Eisenach. Schilderachtig gelegen was het de stapelplaats van Thüringen, staande onder het oppergezag van den aartsbisschop van Mainz. De stad was overvloe­dig in kloosters.

Men vond er de Benedictijnen en het Nonnenklooster dezer orde, evenzoo die der Augustijnen, der Karthhuizers, der Schotten, der Witte vrouwen, der Dominicanen en Barrevoeters, enz

Processies werden hier veel en bizonder luisterrijk gehouden en de verkoop van aflaatbrieven, waarbij het roode kruis stond opgericht naast den geldkist, was hier in volle gang. Het jubeljaar 1502 moet Luther hier hebben meegemaakt.

De Hoógeschool van Erfurt stond bizonder goed bekend, Luther zeide later: dat haar roem en aanzien zóó schitterend waren, dat .alle andere Hoogescholen, bij de Erfurtsche vergeleken, als hulpschooltjes werden beschouwd.

Met Luthers financiën stond bet nu wat beter.

Zijn vader was tot eenig eer en aan-i zien gekomen, In 1491 ontmoeten wij hem onder de 4 gemeenteheeren, die den raad der stad Mansfeld bijstonden, In 1502 lezen we dat hy pachter werd van smeltovens; nog vóór 1507 pachtte hij nieuwe ovens en als straks zijn zoon Maarten in 1507 de eerste mis zal lezen — waarover straks uitvoeriger — dan rydt vader Hans met 20 paarden naar Erfurts klooster en geeft daar een geschenk in geld.

Niet al te onbekrompen kon Luther dus student zijn. Maar dit wil volstrekt niet zeggen, dat hij een vroolyk leven heeft geleid aan de Hoógeschool. Want naar de gewoonte van dien tijd ging Luther wonen in een „internaat" aan welks hoofd een Magister stond, .eu waar; men gebonden was aan de strenge huisregels, die alles in bizonderheden voorschreven, zelfs hoe men moest gekleed gaan.

Om 4 uur 's morgens stond men in de St. George-inrichting, waar Luther was, op; om 8 uur 's avonds ging men ter rust; en de dagtaak was voor de inwonende studenten doorweven met liturgische en kerkelijke voorschriften, waartoe men ook een eigen huis-kapel had. Van Luther wordt om dan ook gemeld: „hoewel hij van nature een vroolijke, vlugge jongen was, begon hij toch allen morgen zijn leeren met hartelijk gebed en kerkgaan."

Door den rector Jodocus Trutvetter werd de 17jarige Luther als student ingeschreven, na gedauen eed van trouw aan de inzettingen der universiteit, terwijl de geheele benoodigde som door Lutherzelf betaald werd.

Uit het album der universiteit blijkt dat de inschrijving geschiedde onder den naam van „Martinus Ludher ex Mansfeldt." (Ludher of Luder was een Oud-Duitsche naam, de verbastering van „Lotharius"),

Voor de studie in de rechten bestemd moest eerst de faculteit der vrqe kunsten doorloopen worden, waarbij destijds hoofdstreven was de denk-en redeneerkunst te oefenen, omdat men langs dien weg tot vaststelling der wetenschap meende te kunnen geraken. Vooral met Aristoteles vertrouwd te raken stond bij het nauwkeurig onderwijs te Erfurt op den voorgrond. Deze cursussen in redeneer-en denkkunst (dialectiek en filosofie) zijn voor den later als Kerkhervormer opgetreden doctor Maarten Luther niet zonder groote beteekenis geweest. „Ik ken hun eigen dialectiek en filosofie beter dan zij allemaal en weet daarbij goed, dat geen hunner zijn Aristoteles i) verstaat", zoo zegt hij in 1530.

Reeds in den herfst van 1502 behaalde hij de graad van Baccelareüs in de filosofie, en       2 1/2 jaar later, in den winter van 1505, dien van Magister", waarbij hij op grond zijner bekwaamheden van 17 candidaten de tweede plaats inneemt.

Als wij de vele en strenge bepalingen saamvatten, waaraan het studentenleven onderworpen was haast de strenge huisregels van het internaat en dan zien, dat Luther in den gezetten tijd schitterend zijn studiën volbracht, dan kunnen wij de slechte vermoedens over een èl te vroolijk studentenleven gerust ter zijde leggen, ter plaatse waar zooveel andere lasterlijke aantijgingen aan het adres van Luther moeten worden gedeponeerd. Van nature «en vroolijke, vlugge jongen, heeft hij zijn studiejaren met gebeden,  kerk gaan gemengd" en heeft zich in alles als een ijverig en leergierig discipel betoond, ' waarbij meer dan een dacht en uitsprak: „dat wordt nog eens een groote in den lande!"

Hier is het dan ook de plaats om over Luthers godsdienstige gevoelens een en ander nader te vertellen, waarbij mag worden gezegd, dat terwijl Luther ijverig studeerde, zijn hem aangeboren godsdienstig gemoed zich hoe langs hoe meer ontplooide, waardoor het kwam dat hij, de vlugge, kerngezonde en opgewekte student, zich voortdurend bezighield met godsdienstige vraagstukken.

Maar om dit alles beter te verstaan moeten we eerst een blik slaan op de godsdienstige en kerkelijke toestanden van zijn tijd. Want ieder mensch-is een kind van zijn tijd. Dit geldt van iedereen, maar vooral van de groote mannen en vrouwen door God geschonken als voorlichters van hun tijdgenooten. Ook Luther kan alleen maar recht gekend worden als men acht geeft op 'tgeen rondom hem voorviel en vóór zijn tijd reeds was geschied. ^

1) Aristoteles, de leermeester van Alexander den Groeten lee/de van 384 tot 322 vóór Chr. en was een van de beroemdste Grieksche wijsgeeren. Hij was een leerling van Plato en geen der oude wijsgeeren overtrof hem in geleerdheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Hervorming herdacht.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's