Psalm CXXII.
Een Pelgrimslied.
'k Verblijd me in hen, die mij verhalen van d' optocht naar des Heeren Hof. Nu staan de voeten in uw palen, nu juublen U de tongen lof, Jeruzalem, o stad der steden, vermaarde veste, hoog gezet, waarheen des Heeren stammen treden, Zqn Naam ten dank, naar Isrels wet.
Hier staan de hooge richterstoelen I waar Davids. Huis het oordeel spreekt. 'i Welzalig, die met teer gevoelen en ernst voor Sions vrede smeekt. Dat welvaart uw paleizen krone en vrede uw vesting! 't Is mijn beê om mijner maagschap wille wone in u een onverstoorde vree!
Ter wille van het Il^iis des Heeren, van Isrels volk de hope en trots, zoek ik U 't goede te vermeêren, doorluchte woonstede onzes Gods!
H. 1917
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 oktober 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's