De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hervorming herdacht.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hervorming herdacht.

HOOFDSTUK II.

8 minuten leestijd

De godsdienstige en kerkelijke toestanden vóór de Hervorming.

Ieder mensch ondergaat meer of minder den invloed van zijn tijd, hoewel 't veelal eerst gaat zonder dat men het bemerkt. Zoo was 't ook met Luther.

De leer der Roomsche Kerk was in den loop der eeuwen meer en meer afgeweken van die der apostolische tijden. Voor de eenvoudige leer der Schrift waren gekomen de latere overleveringen (traditiones) en deze werden door Rome's Kerk met het hoogste gezag bekleed, waarbij een ander fundament gelegd werd dan 'tgeen uit God is.

De Schrift werd niet meer gelezen. Wel werden de Tien Geboden, de Geloofsartikelen, het Onze Vader, nog in de scholen geleerd, maar niet behoorlijk toegelicht, terwijl veel tgd besteed werd aan het instudeeren van gezangen voor de mis en aan het leeren van gebeden, die men tot , de heiligen" richtte; van welke „heiligen" allerlei verhalen werden verteld en ingeprent van der jeugd afaan.

Het bijgeloof werd bij het volk dan ook hoe langer hoe grooter en de eenvoudigste stukken in zake het christelijk geloof raakten zoek.

Weliswaar werd op de grootere klooster en Domscholen de christelijke leer op wetenschappelijke wijze onderwezen (Scholastiek), maar de hier opgetrokken leerstelsels waren slechts voor een zeer klein gedeelte op de Heilige Schrift gegrond; grootendeels waren zij gebouwd op verschillende filosofische systemen, vooral op dat van den ouden Grièkschen wijsgeer Aristoteles, waarbij men trachtte in verstandelijk redeneeren de vastgestelde dogma's verstandelijk te begrijpen en te verklaren, wat veelszins een dorre beschouwing der dingen werd zonder geestelijken diepgang.

Onder de Scholastieken (de Scholastiek heet zoo naar de schoolhoofden of scholasters) die in de Middeleeuwen het onderwijs gaven) muntte vooral uit Thomas van Aquino, bijgenaamd „Doctor angelicus", die in 1274 in Italië is gestorven en in 1323 door de Roomsche Kerk is „heilig" verklaard. (In 1894 werd aan de Amsterdamsche Gemeente-Universiteit een leerstoel voor het stelsel van Thomas van Aquino gevestigd met prof. Groot als hooglèeraar).

Over allerlei spitsvondigheden werd lang en heftig gestreden en men zocht de beslissing in zake de leer der Christelijke Kerk niet meer in ondubbelzinnige uitspraken der Heilige Schrift, maar op de meestal zeer. stormachtige Kerkvergaderingen (Concilies), waar door den alles beheersohenden invloed van Paus en geestelijkheid alles zooveel mogelijk bij 't oude bleef.

Met geweld onderdrukte men ten slotte alles wat tegen de gangbai^e opvatting van Paus en geestelijkheid inging, en zoo gebeurde het, dat b.v. de kerkvergadering van Pisa in 1409 en de concilies van Constanz in 1414 en van Bazel in 1431 niets ten goede uitwerkten. Het concilie van Constanz kon het niet verder brengen dan.... een' brandstapel op te richten, waarop Gods heilige getuige Johannes Russ tot asch werd verteerd.

Er waren dus wel getuigen Gods in deze tqden. En dat doet ons de gelegenheid hier aangrijpen om enkele namen te noemen van mannen, die uit de Schrift oude en nieuwe dingen wisten naar voren te brengen, doch die helaas! door de Roomsche Kerk niet zgn aangenomen, maar ten vure zijn gedoemd.

Men heeft wel eens  te veel Luther als het nieuwe begin beschouwd, helder afstekend tegen den donkeren middeleeuwschen achtergrond. En zéér zeker neemt hij naar 's Heeren wonder bestel een geheel éénige plaats in bij het werk der Hervorming. Maar er is toch ook reden om te spreken van de Rejormatoren vóór de Reformatie.

Niet, om nu in een ander uiterste te vervallen en aan de vóórloopers der Hervorming zoo ongeveer èlles te gaan toeschrijven wat dienen moest tot reformatie van de kerk. Want Luther blijft een geheel éénige plaats innemen. Maar oin onze aandacht te schenken óók aan de geloofshelden van vóór de 16e eeuw is niet alleen geoorloofd maar zeer zeker dringend noodzakelijk. Zóó alleen leeren we de tijdsomstandigheden waaronder Luther optrad, eerst recht goed kennen.

Tot allerlei onbqbelsche leerstukken is de Roomsche kerk in den loop der eeuwen gekomen, afwijkende van de leer der Apostelen.

Maar niet zonder strijd zijn die onbijbelsche leerstukken tot stand gekomen.

Zoo werd in 1215 op het vierde Lateraan-concilie (Innocentius III was toen paus) als kerkelgk dogma vastgesteld, dat door de geheimzinnige wijdingsspreuken van den priester de heilige hostie veranderd werd in het vleesch van Christus, terwijl de heilige wijn veranderd werd in het bloed van den Heiland. De uiterlijke schijn, de uiterlijke smaak en de reuk mogen dan al blijven van brood en wijn, nochtans was het geen brood en geen wijn meer nadat de priester den zegen daarover had uitgesproken ; 't was dan wezenlijk vleesch en bloed van Christus geworden. Sindsdien is ook de kelk of beker aan de leeken onthouden en werd het Avondmaal slechts onder één gedaante (brood of ouwel) bediend.

Daarmee hangt samen de opvatting, dat de geloovigen in den doop met hun verleden, zoowel wat de schuld als de smet der zonde betreft, hadden afgere kend en in dat sacrament genoegzame heiligmakende genade ontvingen om Gode te behagen in een heilig leven, om goede werken te doen, van latere zonden zich door boetedoening te reinigen en alzoo zich de eeuwige zaligheid waardig te maken.

De rechtvaardigmaking, gelijk Paulus die ontwikkeld heeft, kwam alzoo bij de heiligmaking achter te staan en in de practijk van het leven kreeg men overal: werkheiligheid, verdienstelijkheid der goede werken, óver verdiensten, ascese (onthouding) van allerlei aard, n.l. onthouding van het huwelijk, onthouding van spijs en drank, van rijkdom en weelde, enz.

De macht van den priester om de zonden te vergeven stond boven alle verdenking. De verdienstelijkheid der goede werken werd overal verkondigd, De aanbidding van de heiligen, inzonderheid van de maagd Maria, werd 't voornaamste deel van den godsdienst. De leer van de mis en van het vagevuur werd algemeen geloofd. Om tot een hooger en heilig leven te komen werd de onj gehuwde staat en het afgezonderd wonen in kloosters, zoowel voor mannen als vrouwen, aanbevolen enz.

Niet ieder evenwel kon zich in deze dingen vinden en het misbruik dat de priesters maakten van hun macht om de zonden te vergeven, alsook het schandelijk leven van de pausen en de geestelijkheid in 't algemeen, deed menigeen : tot de gedachte komen, dat de kerk op een dwaalweg was geraakt en hervorming in hoofd en leden allernoodzakelijkst was.

Daarbij kwamen allerongelukkigste maatschappeiyke omstandigheden, waar onder het volk in de verschillende landen leven moest, veelal ook door [de schandelijke onderdrukkingen en afpersingen van de geestelijkheid en van de kloosters.

Tweeërlei element dus : 't verval van het godsdienstig leven, dat hoe langer hoe meer in het teeken der uiterlijkheid kwam te staan en zijn heiligste goederen veruitwendigde en als koopwaar verkwanselde, als ook de treurige oeconomische (maatschappelijke) toestand van het volk, dat zuchtte onder den financieelen druk van Rome — düt tweeërlei element treedt in de jaren voor de Hervorming sterk op den voorgrond.

En we zien dat er tal van mannen op deze dingen - hebben gereageerd, sprekende naar de diepste overtuiging hunner ziel, levende meer bij Gods Woord dan bij de overleveringen der kerk.

Hierin is des Heeren alvermogend en genadig bestuur aller dingen op te merken. Hij laat niet varen de werken Zijner handen. Hij geeft Zijn kerk niet over aan de macht der hel. In Achabs dagen deed hij dat niet, bewarende nog 7000 die de knie voor Baal niet bogen ; ook in de donkere tijden der Middeleeuwen trok Hij Zijn hand van Zijn volk niet terug, telkens lichtende sterren te voorschijn roepend aan den donkeren hemel.

Laat ons hier den naam van Petrus Waldus noemen. Rijk zijnde ontdekte hij plotseling, toen by een feestmaal een der aanwezige gasten op een oogenblik dood bleef, dat het voornaamste hem ontbrak. Hij onttrok zich aan zijn vrienden — 't was in het jaar 1160 — begon de geschriften der Kerkvaders te lezen, kreeg ook een Latijnschen Bijbel in handen; maar noch het een, noch het ander kon hem die rust zijner ziel geven waarnaar hij dorstte, gelijk dat ons beschreven staat in Ps. 42.

Aan twee geestelijken, van welke de een een groot taaikenner en de ander een goed schrijver was, verzocht hij het Nieuwe Testament en eenige stukken uit het Oude, in de Pransche taal over te brengen en uit te schrijven (de boekdrukkunst, eerst in 1423 bekend geworden, was nog niet uitgevonden) opdat hij het Woord des Heeren zelf zou kunnen lezen.

Dat bracht licht in de duisternis; dat schonk rust aan de ziele; dat deed gewaar worden, dat de dwalingen der Roomsche Kerk vele waren. En zelf geleerd hebbende hoe de mensch zalig wordt, liet hy zijn koophandel varen, besteedde zyn geld aan de vertaling, overschryving en verspreiding van gedeelten van Gods Woord en gewon op die manier niet alleen in Lyon, waar hij woonde, velen voor de waarheid, doch ook elders in Frankrijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Hervorming herdacht.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 1917

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's