De Hervorming herdacht.
HOOFDSTUK II.
De godsdienstige en kerkelijke toestanden vóór de Hervorming,
(Vervolg)
Als waakzame speurhonden gaven de geestelijken acht op Petrus Waldus en zijn volgelingen. En wel inziende, dat de leeringen van deze evangelische christenen ingingen tegen de leeringen van de Kerk, welke niet op de Schrift maar op de overlevering berustten, verboden zij aan Petrus Waldus de prediking. Bn toen dit niet hielp werden hij en zijn geestverwanten door Paus Lucius HI in den ban gedaan. Lyon moest verlaten worden; zwervend ging het doorFrankrijk, later naar Beieren, Zwaben en Bohemen, waar hij nog eenigen tijd in het Evangelie werkzaam bleef. Omstreeks 1197 stierf hij.
Door de vervolgingen heeft men de reformatorische beweging van de Waldenzen niet kunnen uitroeien. Sedert 1177 trokken naar het voorbeeld der zeventigen twee aan twee uit om het Evangelie te verkondigen. In de Heilige Schrift waren zij bizonder thuis. Daar waren er, die het boek Job, anderen die het boek der Psalmen, weer anderen die heele Evangeliën of andere stukken van het Nieuwe Testament van buiten kenden. Een monnik, die uitgezonden werd om hen tot de Roomsche Kerk terug te brengen, zeide, dat hij nog nooit menschen ontmoet had, die zooveel van de Heilige Schrift wisten. In hun handel en wandel waren zij voorbeeldig. Waar zij kwamen betoonden zij zich in waarheid Christenen te zijn. Voor ieder hadden zij een gepast woord. Hunne kinderen werden door vele aanzienlijke Roomschen gaarne als dienstboden begeerd. Dat alles kwam de verspreiding van hun evangelische leerstellingen ten goede; maar dat maakte ook, dat de vervolgingen toenamen, waardoor zij evenwel niet vertraagden en hoe langs hoe meer tegenover de Kerk kwamen staan.
Paus Innocentius III wilde heel handig door vriendelijker houding de „Armen van Lyon" — zooals zij genoemd werden - — omzetten in een soort monnikachtig genootschap „de Katholieke Armen", maar die poging mislukte. Ze bleven getrouw aan het Evangelie en richtten hunne gemeenten in " naar apostolische wijze. Vooral de Duitsche Waldenzen gingen verder dan de ransche Waldenzen, braken met de eeste instellingen der Kerk en namen lleen aan, wat in het N. Testament uitdrukkelyk geleerd en bevolen werd. Zij verwierpen daarom het vagevuur, de aflaat, de zielemisaen en de werken voor de dooden, maar ook de feestdagen, bedevaarten, beelden, liturgische kleeding, het laatste olieselj de mis enz.
De Waldenzen zijn ondanks bloedige vervolgingen getrouw gebleven en zijn later naar de ontoegankelijke dalen van Piëmont en 'Savoye gegaan, waar zij zich, nadat ze de beginselen der reformatie van de 16de eeuw hadden aangenomen, tot heden hebben staande gehouden. In Italië zijn tegenwoordig nog ongeveer 20 duizend Waldenzen met 59 gemeenten en 56 kerken. Tot zelfs in Rome hebben ze eene Kerk, terwijl ze in Florence een voortreffelijke theologische school bezitten. Zij worden nu niet meer vervolgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's