Stichtelijke overdenking.
En .Simeon zegende hen, en zeide tot Maria zijne moeder: Zie, deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teeken dat wedersproken zal worden, en ook een zwaard zal door uw zelfs ziel gaan], opdat de gedachten uil vele harten geopenbaard worden. Lucas 2 : 34 en 35.
Simeons profetie.
Gods eeuwige liefde heeft den Middelaar Gods en der menschen toebereid. Allen hebben wij bij vernieuwing gehoord van de verborgenheid der Godzaligheid, die groot is.
Kerstmis is weer achter ons. Op allerlei toon is bezongen de lof der Engelen Heere en Zijns volks Zaligmaker. Wij en onze kinderen hoorden de naklanken van de eerste Kerstpreek en het eerste lied, in Bethlehems velden gezongen.
Veler moedelooze gedachten en ernstige bekommernissen zijn misschien door die boodschappen een weinig öp den achtergrond geraakt; voor korten tijd vergeten.
Er zijn heel wat tegenstellingen gemaakt tusschen toen en thans in Efratha's velden. Gewïs vele valsche Tegenstellingen zijn gemaakt en oppervlakkig idealisme gevoed uit onbekendheid met de gedachten Gods of met voorbijzien daarvan. De omstandigheden en ' de droeve, donkere tijd waarin wij leven, kunnen eene stemming van heimwee doen opkomen en eene hartelijke begeerte, dat de Heere, die telkens onmogelijkheden doet. Zich opmake en boven 'trumoer der volkeren betoone, dat Zijn troon in eere staat, ook te midden van „vuurkolommen en donkerheid".
Doch vooral, dat het Hem believe, de heerlijkheid Zijner deugden te doen aanschouwen in de .zending Zijn Zoons geworden uit eene vrouwe, geworden onderde wet.
De nooden der volkeren roepen om de ware kennisse Gods en van Zijne wegen, opdat eenzijdigheid en oppervlakkigheid (zij beide doen veel nadeel !) worden teruggedrongen van 't heilig erf.
Wellicht was 't getal klein van hen, die uitgingen om den Koning in Zijne heerlijkheid te zien. Mogen het velen van onder onze lezers zijn, die zich in Hem mochten verblijden, als de God van heil en volkomen zaligheid.
Kort na de geboorte van den Christus Gods brengt het H. Evangelium ons de mededeeling van twee bejaarde menschen want ook in de toon van 't lied van Simeon hooren we, met de geslachten, , de stem der jaren. Zijn profetie doet ons nog meer uitkomen de levenswijsheid van een gezegenden ouderdom.
Verkeerde voorstellingen, zyn vaak een. zoet vergif, dat groote schade doet aan de klacht des geloofs; zij baren dikwijls teleurstellingen, waarover wij straks murmureeren, terwijl wij, bij nader inzicht in Gods weg en Zijne uitkomsten, .die aan onszelven hebben te wijten.
Vooral als de aanvang zonnig is en schoon zijn wij zeer gevaarlijk voor een soort optimisme of valsch idealisme en komt later de tegenslag, dan is de ontnuchtering des te smartelyker.
Daar is soms liefdeloosheid in 't verzwegen van den ernst der tijden, doch wijïze voorzichtigheid doet een waaraschuwend-woord hooren voor gevaar, dat mogelijk naakt. De Heere verbergt de gevaren niet, om Zijn volk te wapenen in den strijd tegen moedeloosheid.
Wat zou zelfs een Maria, de moeder des Heeren, door de „blijde beginselen" onvoorbereid komen te staan, indien Zijne liefde haar de onderwijzing had onthouden en krachtig gemaakt ter Zijner tijd, van de voorzegging van den ouden Simeon! Jaren daarna heeft ze wellicht 's Heeren bestel gezegend.
Ook gij hebt misschien lange 'n woord medegedragen van een godzalig bejaarde, 't welk u een zegen was in menig gewichtig oogenblik uws levens.
Een moederhart heeft ook hare diepten, een moederhart brengt eigen gevaren meê.
'k Heb ze gezien moeders, die haar eerste kind wiegden op de knie, en-'k las de blijdschap op 't gelaat, zoo zelfs, dat de vraag: Wat zal dit kindeke zijn? haast eene wat wreede verstoring zou zijn van moeders vreugd, 'k Hoorde dikwijls van ontzettende teleurstelling, dewijl de verwachtingen werden beschaamd en een kind af jongeling, die goede hope gaf, in lichtzinnigheid" opgroeide en onderging.
In den tekst, hierboven afgedrukt, is niet slechts Christelijke bedachtzaamheid, maar Goddelijke wijsheid aan-'t woord, om een vrouwe, eene moeder, een kind Gods te Wapenen, opdat zij in natuurlijke teleurstelling geestelijke sterkte zou genieten.
Veertig dagen zijn heengegaan, sinds dien wonderbaren nacht vol sterrenpracht. De moeder brengt 't reinigingsoffer, terwijl zij niet in zonde had ontvan|en en dat heilige, 'twelk uit haar geboren was, haar niet verontreinigd had. „Zij droeg zorg voor haren vrede, doende naar de gewoonte der wet, meer dan te zien op haar privilegie." De schatting wordt betaald, en het offer, het armenoffer wordt gebracht (die 't leest, die merke daarop!) als moeder van Hem, Wien het betaamde alle gerechtigheid te vervullen. Bij die gelegenheid heeft, gij weet dit allen, Simeon zijn geloofslied gezongen, zijn avondlied, omdat er iets van dé eeuwige jeugd over hem kwam. En toen Jozef en Zijne moeder (zoo staat het er!) dat hoorde, verwonderden ze zich, wegens de grootheid der dingen, der heerlijke vergezichten, al hadden ze ook toen de volheid van dat lied niet gegrepen. Goddelijke liefde maakt den dichter profeet als altijd, en in die profetie, is bij algemeene les, bizondere genade-bedeeling voor de jonge moeder 't eerst, als zy straks vluchten moet naar Egypte en zich later metterwoon zal vestigen in Nazareth, het verachte.
Teedere liefde spreekt in den tempel nog een woord van zegening over het kind en Zijn moeder en in dat woord bemoediging voor de ouders, dat de Heere alles zal terecht brengen en over 't kind, dat het het gezegend zaad is, van voor de grondlegging der .wereld. Er; dan komt dat ontzaglijke woord, dat van de grootheid van .lezus getuigt en hoe Hij de. tegenspraak oproept en tegenover Hem de gedachten des harten openbaar zullen worden.
Hoe absoluut is dit woord en maant het tot bezinning.
De Heilige Schrift kent slechts - twee wegen door dit leven en slechts twee uitgangen van dit leven. Hemel of hel, saligheid of verdoemenis, rechter-of linkerzryde, licht of duisternis, leven of dood, Christus of belial, 't is alles besliste tegenstelling.
En deze wordt gezet, is' verordineerd, zoo is het vastgesteld bij ordonnantie des Heeren, deze is ten val of ter opstanding. Jesaja had ook zoo gesproken. Hij had gezegd, dat de Heere een 'volk. Wiens vreeze Hij is, tot een heiligdom zou zijn, doch tot een steen des aanstoots en een rotssteen ter struikeling de twee huizen Israels en dat velen struikelen en vallen zouden. Petrus schrijft later van den in Sion gelegden uitersten hoeksteen, den uitverkorenen dierbaar, doch den ongehoorzamen een steen des aanstoots en een rots der ergernis, nl. die zich aan het woord stooten, waartoe zij ook gezet zijn.
Christus zelf spreekt in Matth. 21 : 43 en 44 eenzelfde gedachte uit, Velen-uit Israel ten val en'anderen tot opstanding. Hij is tot een oordeel in deze wereld gekomen ; tegenover Hem is niemand neutraal. Velen zullen, zich aan Hem bezondigen en. deswege zal hun allerlei onheil en eeuwige jammer treffen. De . toets der zielen, de toets dér geslachten is Hij; de verhouding tegenover Hem en Zijn Evangelie t)eslist over aller menschen lot. Hij zal anderen ten leven, ter opstanding, tot veelvuldigen zegen zijn.
Hij zal ze in hun val de hand toesteken en oprichten, en het net, dat hunne zielen omspant verbreken, zoodat ze zullen juichen in Zijn heil.
Wij bepalen dit woord niet tot enkelen bij Israël die zich eerst bizonder schuldig maakten aan 't bloed van Jezus en daarna bekeerd werden, maar nemen het in ruimeren zin, dat n.l, de heerlijkheid van Christus ook hierin zou uitkomen tot in de geslachten, waar zijn Evangelie zou worden gebracht, zoowel velen door hun ongeloof zich aan Hem stooten en vallen zouden, als ook dat anderen door geloof Zijne barmhartigheid zouden 'ondervinden.
Daar gaat nog steeds aan elke geschiedenis van opstanding, eene geschiedenis van vallen vooraf. Ik bedoel dit. Van nature ergeren wij ons allen aan Hem en Zijne waarheid. Wij bezondigen ons aan den Heere en leeren dit met smarte erkennen, eer wij door Hem worden uitgeholpen. Doch hier is bizonder aangegeven, dat de uitwerking van de prediking van het heil, dat in Christus is, zal zijn tot oordeel of tot voordeel.
De geschiedenis van Gods Kerk heeft treffend de waarheid, dezer profetie bevestigd. Bij Israël het eerst en het duidelijkst; onder de volkeren daarna en in deze tijden niet het minst.
Christus is het teeken, dat weersproken wordt. Hij is het teeken van Gods gerechte liefde over een schuldig volk; 't teeken van 's Heeren heiligheid en rechtvaardigheid; een wegwijzer, een mikpnnt, waarop schutters hunne peilen richten (Calvijn) of hoe gij 't wilt verklaren, eigenlijk gaat het om Hem en Zijne genade-heerschappij.
Wat een tegenspraak tegen Zijn Woord! Hoeveel pogingen, om dat Woord op zij te zetten! Wat vurige pijlen, die gericht worden tegen Hem in booze gedachten en woorden ! Hij is het mikpunt in veler beschouwingen. Schijnbaar is het anders. Dan gaat het tegen menschen, of dwaasheid en onkunde van menschen; maar achter veler sprake staat de vijandschap tegen Hem,
't Is zoo indroevig, dat velen zich aan het Woord stooten en soms in zelf bedriegelijken toestand zich nog achten als menschen, die toch ook God liefhebben.
Van den Christus staat, dat Hij het tegenspreken van den zondaar verdragen heeft; en Hij verdraagt het eiken dag van Zijn eigen kinderen, die Hij tot opstanding werd.
Eens zal de tegenspraak verstommen. Velen zullen te laat zien tegen welk een goedertieren God en trouwen Heiland zij zich hebben verzet. Dan zullen ze zien, dat al hunne redenen bedrogredenen waren, waardoor ze zich zelven en anderen misleiden.
Daartegenover is hèt zulk een groote zaak, als een mensch door genade van een tegenspreker, mag worden of geworden zijn, iemand die zich met heilige schaamte, als zoodanig kennen mocht en begeerde zich nederig te onderwerpen aan den Heere en gewillig om in genegenheid der ziele Gods waarheid in Christus te verstaan en zich blij te beroemen in het teeken van Gods.gerechtigheid en barmhartigheden.
Er is een volk, dat in Hem zich beroemen mag en al is het dan-ook onder gedurige ervaring van zijn tot wederspraak gereed harte, de goedkeuring hecht aan Gods waarheid tot zaligheid, zooals die uitkomt in Bethlehems kribbe en in Simeons - loflied en voorspelling.
Onder de prediking van Gods waarheid worden de gedachten openbaar. Soms plotseling. In kleine omstandigheden. En naarmate de prediking duidelijker en krachtiger is, komt verzet het meest uit. Geeft de Heere kennelijk getuigenis van de doorwerking van Zijn Woord en de heerlijkheid van Zijnen Gezalfde, de oppositie maakt zich op tegen Hem, die niet alleen vele oogen op Zich gevestigd ziet, maar ook vele tongen tegen zich gericht. Het diepe hart moet zich uitspreken. Niemand kan tegen den Heere noch vriend noch vijand zijn.
Mochten velen nog leeren zich naarstig onderzoeken en dan, bij 't rechte licht tot dezen slotsom komen: Van nature iemand, die zich stoot aan God en Zijn waarheid; door genade werd die waarheid mijn leven; van nature een tegenspreker van Gods heilsweg in Zijnen Zoon; door genade iemand, die Zijn teeken aanschouwen mocht in genegenheid en mij in dat teeken mag beroemen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's