De Hervorming herdacht.
HOOFDSTUK III.
De godsdienstige en kerkelijke toestanden vóór de Hervorming.
(Vervolg)
Nauw met Husz verbonden is de naam van Hieronymus van Praag, 'n Boheemsch edelman, die van het zelfde gevoelen zijnde met Husz naar Constanz gegaan was doch, bevreesd geworden zijnde voor eigen leven, was gevlucht. Onder weg gevangen genomen was hij niet sterk genoeg om getrouw te blijven aan zijn belijdenis en als Simon Petrus, verloochende bij zijn Heiland!
Zijn heete tranen bleven den Heere niet verborgen en aangedaan met nieuwe krachten mocht hij andermaal kloek uit komen voor de Evangelische waarheid tegenover de leugenleer der Kerk.
Dat bracht hem opnieuw in de gevangenis, maar nu mocht hij standvastig van zijn geloof belijdenis doen en hij schrikte niet terug toen hij hét vonnis van zijn woedende rechters hoorde, waarbij hij veroordeeld werd tot den brandstapel, nadat hij eerst 10 dagen aan de deur der Kerk was vastgebonden geweest.
Stervend riep hij te midden van het vuur: „o, Heere God, wees mij genadig en vergeef mij mijne zonden. Gij weet, dat ik Uw waarheid heb liefgehad".
In het voorbijgaan zij hier nog even vermeld, dat de volgelingen van Husz zéér ontstemd over den wreeden dood van hun geliefden leermeester, besloten met ijver voort te gaan in den weg dien zij van hem hadden geleerd.
Jammer, dat er na hevige vervolgingen, waarbij de Huszieten in Ziska, een dapper man met één oog, hun aanvoerder vonden, verdeeldheid onder hen ontstond en de twee partijen, de Calixtijnen en de Thaborieten, uit elkaar gingen.
De Calixtijnen stelden vier eischen aan de Roomsche Kerk. Werden die eischen ingewilligd, zoo wilde men weer in den schoot der Kerk terugkeeren.
De vier Caiixtijnsche eischen waren : het Evangelie moet vrij verkondigd worden in de taal van het volk; bij het avondmaal, moet aan de leeken ook de beker worden gegeven; de geestelijken moeten afstand doen van aardsche goederen en op de geestelijken moet een strenge tucht worden toegepast.
De Thaborieten eischen nog méér. Want behalve 't geen door de Calixtijnen werd voorgesteld, was hun voorwaarde: dat de dwaalleer van de mis, de biecht, het vagevuur en den beeldendiènst zou worden weggedaan.
De Kerk wilde met de Calixtijnen wel onderhandelen; men hoopte dat, als deze gewonnen waren, de Thaborieten ook het hoofd wel in den schoot zouden leggen.
Op het concilie van Bazel (met tusschenpoozen gehouden van 1431—1438) werden afgevaardigden van de Calixtijnen uitgenoodigd, 300 in getal, die met groote plechtigheid werden ontvangen. Na veel redeneéren gaf het concilie de vier eischen toe. De Calixtijnen waren tevreê. Maar het duurde niet lang of de paus trok al de artikelen in, toen de arme Huszieten zich onderworpen hadden!
De Taborieten zetten den strijd voort, maar ze waren nu zóo weinig in aantal, dat ze verslagen werden. Zij gaven echter hun geloof niet prijs.
Uit die Thaborieten zijn ontstaan de Boheemsche en Moravische! broeders, die we ook later in de geschiedenis nog aantreffen.
Van een ander man spreekt de geschiedenis ook nog in verband met de actie tegen de Roomsche Kerk en hare dwalingen en wel van Girolamo Savonarola in 1452 te Ferara, een stad in Italië, geboren. Van jongs af was zijn geest gedrenkt met de voorstellingen dat het groote Godsgericht aanstaande was en in 1490 te Florence, 38 jaar oud, als prediker optredend maakt hij opgang als boetgezant, die te midden van de weeldezucht en het najagen van allerlei aardsche wetenschap, den nadruk-legt op hetgeen de onsterfelijke ziel noodig heeft te weten als straks alles zal vergaan. Hij geleek een andere Johannes de Dooper!
Bedeeld met groote redenaarsgaven was de prachtige kathedraal te Florence steede vol wanneer hij optrad en zijn prediking was niet ongezegend. De wereldsgezindheid werd bedwongen; de herbergen werden gesloten ; geld, door woeker verkregen, werd terug gegeven; die vroeger in vijandsehap met elkander geleefd hadden, verzoenden zich met elkaar.
Het volk is uitzinnig van enthousiasme ; ze vallen hun vorst, die door Savonarola bestraft werd, af en als deze Lorenzo de Medicis, nog maar 44 jaar oud, na een voorspelling van den boetprediker, sterft, draagt het volk, met verwerping van Lorenzo 's zoon, aan Savonarola het dictatorschap op, die het aanvaardt voor „Jezus Christus, den Koning van Florence".
Savonarola wilde van Florence een „godstad" maken.
Drie jaren lang beheerschte hij de bevolking. Hij deed veel goed; predikte de waarheid die zoo lang verborgen was geweest; bestreed elke vereering van Maria; leerde openlijk, dat een zondaar alleen door het geloof in Jezus Christus behouden kan worden, daarin een voorloöper van de hervorming zijnde.
Maar zich overgevende aan allerlei toekomstdroomen en zich druk makende met allerlei gewaagde voorspellingen, verloor hij zijn gezag over het volk, dat voor een groot deel ook spoedig genoeg had van de strenge zeden en gewoonten, waarbij de paus, Alexander VI, de vorsten en de orde der Franciscanen tegen den ijveraar samen spannen en teleurgesteld in zijn verwachtingen op den Franschen koning, dien hij een reddenden Cyrus dacht te zijn, wordt hij ruim twee jaren na zijn optreden als dictator door zijne stadgenooten gevangen genomen, waarna hem de foltering, strop en brandstapel wachten. Den 23sten Mei van het jaar 1498 stierf hij, in het midden der vlammen zijn vinger ten hemel heffend, verwachtende de on verderfelijke kroon der overwinning daar boven.
Naast deze nu genoemde personen en groepen van personen moeten hier genoemd worden „de stillen in den lande", die vaak armoede naar de wereld voorwaarde voor hemelschen rijkdom achtten en niet als leiders optraden maar de rust der vergetelheid zochten. Met Thomas a Kempis, één van hen, zeidon ze: amo nesciri, d.i ik wensch onbekend te zijn.
Zij zochten in verdiependen inkeer de vroomheid en de rechtstreeksehe aanraking der ziele met God.
Luthers eerste arbeid voorde drukpers was in 1516 een uitgave te bezorgen van een mystiek vroom boekje, tegen het eind der 14de eeuw geschreven, 'twelk hij „Duitsche theologie" noemde. Terwijl hij bij zijn college over den brief aan de Romeinen in de jaren 1515—16 alsook in brieven uit dienzelfden tijd, met onderscheiding den naam van den mysticus Tauler noemt. Daarin ligt het bewijs, dat Luther vóór het jaar 1517, juist toen zijn ziele dorstte naar God zooals het hert schreeuwt naar de waterstroomen, acht gaf op de'geschriften van dé mystieken uit zijn tijd. Waarbij het ons moet treffen dat de mystieke geschriften van Gerson, (die met Peter d'Ailly genoemd wordt onder de mannen die aan de Universiteit te Parijs getracht hebben een „reformatie in hoofd en leden" te bewerken), vóór het jaar 1500 reeds honderdtienmaal zijn herdrukt, terwijl ook het boekje van Thomas i Kempis „De navolging van Christus" door duizenden werd gelezen. (In 1521 waren er 20 drukken van dat boekje bekend, waarvan 5 in de landstaal; nu is het wel meer dan 6000maal gedrukt).
Dergelijke zaden werden niet zonder gevolgen her-en derwaarts uitgestrooid. Waarbij we immers in dit verband, ook vooral met 't oog op ons land, hebben te wijzen op de „Broeders des gemeenen (gemeenschappelijken) levens", waarvan we slechls de namen Geert Groote (1340— 1384), die onder Ruisbroek bekeerd is, Floris Radewijnsz, Wessel Gansfort en Rudolf Agricola noemen.
Zonder kloostergelofte leefden deze Broeders des gemeenen (gemeenschappelijken) levens bij elkaar. De fraterhuizen — stichtingen van Geert Groote — waren middelpunten van bijbelschen godsdienstzin en van practische vroomheid. Men hield daar eigen godsdienstoefeningen en geregeld korte preeken (collatiën) in de landstaal. Het innerlijk leven werd verzorgd door gebed en geregelde devotie; daarnaast stond, practische bezigheid: het afschrijven van Bijbel-en andere stichtelijke boeken, het boekbinden, ambachtswerkzaamheid, onderwijs. Van de scholen dezer Broeders des gemeenen levens mogen bizonder genoemd worden die te 's Hertogenbosch, Deventer en Zwolle. De roem van deze scholen trok leerlingen uit alle .landen van Europa naar Nederland. Duitschers vooral, maar ook Franschen, zelfs Italianen, Spanjaarden en Polen verdrongen zich binnen deze scholen, die de Universiteiten van Duitschland de loef afstaken. Te Zwolle is een tijd geweest dat er 1000 leerlingen waren. Te Deventer, waar een Kapittelschool was, zijn er zelfs 2200 geweest.
Uit dit alles ziet men, dat ook in den duisteren nacht van de Middeleeuwen — die men doorgaans rekent van den ondergang van het Westersch-Romeinsche rqk in 476 tot de ontdekking van Amerika in 1492 of 't begin der Kerkhervorming in 1517 — ook nog wel heldere sterren hebben geschitterd, als bewijs dat de Heere door alle tijden heen de Zijnen heeft, die niet alleen treuren over de breuke Sions, maar ook met al hun kracht ijveren om de Kerk uit haar verval op te beuren. Wat evenwel aan de hervormers voor de Hervorming niet mocht gelukken, had de Heere weggelegd voor Luther, wiens levensgeschiedenis, ook in zijn geestelijke ontwikkeling, we nu verder gaan beschouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 december 1917
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's