Psalm XXIII.
Mijn herder is de Heere-Heer' en niets zal mij ontbreken: Hij weidt me in grazig veld aan zeerzacht-kabbelende beken. Hij laaft mijn ziel en leidt mij stil in 't spoor des heils om zijns Naams [wil. Wat zou mij nog ontbreken?
Ook als ik ga door 't schaduwdal des doods, ik zal niet vreezen, want Gij zijt bij mij; trooster zal uw stok en staf mij wezen. Gij richt me een feestdisch welbelaan ten aanzien van mijn haters aan. Wat zou ik dan nog vreezen?
Gij zalft mijn hoofd met olie; Gij, Gij overvult mijn beker. Genade en voorspoed volgen mij mijn leven lang en zeker zal ik — mijn ziel, wat zalig lot! - in 't heilig Huis des Heeren-God bestendig woning vinden.
H. Jan. 1918.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's