De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

16 minuten leestijd

Een antwoord aan Dr. A. Kuyper.

VIII (Slot).

Naar onze meening — welke wonderwel overeenstent met het oordeel van dr. A. Kuvper in 1884. — was de Herv. Kerk - in 1834 niet de valsche Kerk en is de separatie of afscheiding van 1834 niet goed te keuren, 't Is in strijd met Gods Woord en onze belijdenis om zich af te scheiden van de ware Kerk als deze krank en verbasterd is. Men heeft dan die ingezonken Kerk niet te verialen maar te blyen in het midden van haar, om in Gods kracht het goede voor die Kerk te zoeken en mee te arbeiden aan den opbouw van de vervallene muren en aan de verdediging en verbreiding der waarheid in liaar midden, steunende op Gods genade en vasthoudende aan Zijne beloften.

• Als men het Traclaat der Reformatie door dr. A. Kuyper in 1884 (400 jaar na de geboorte van Luther) uitgegeven, hierop naleest, zal men b.v. op blz. 160, 161, 162 enz. lezen, dat hierin tusschen dr. Kuyper en ons geen verschil is.

In 1884 was de Herv. Kerk niet de valsche Kerk en afsclieiding van de Herv. Kerk was toen niet geoorloofd, niet naar de Schrift, niet gereformeerd.

En de Kerken uit de Afscheiding waren (jem Geref. Kerken. Ze waren toen ook reeds tot in den wortel bedorven, volgens .... dr. Kuyper.

Eu dan komt 1886,

En dan is plotseling alles veranderd.

In 1884 nog was verklaard, dat de Herv. Kerk niet een synagoge des Satans mag worden genoemd; dat afscheiding van de Herv. Kerk niet gereformeerd is, niet geoorloofd....

En twee jaren daarna is het plotseling héél, héél anders bij dr. Kuyper gesteld.

Waarom ?

Duizenden in den lande en ook zéér velen in Amsterdam liet men ongemoeid Leii opzichte van Belijdenis, Doop en Avondmaal.

Vele predikanten liet men ongemoeid in de prediking-, ook waar de afwijkingen niet gering waren.

Dat wist men ook na de Afscheiding onder de geestverwanten van dr. Kuyper, al sinds 50 jaren.

En sedert 3 Aug. 1870 was dr. A. Kuyper predikant in Amsterdam; ook hij wist dat, zag dat, maakte dat mee en leefde er midden in — in 1884 nog getuigend: wacht u om 'tgeen 't lichaam van Christus is de valsche Kerk te noemen en 'tgeen het orgaan des H. Geestes nog is een synagoge des Satans te schelden!

De breuke was groot in de Kerk.

De Herv. Kerk was krank.

Maar het stond onwrikbaar vast bij dr. A. Kuyper in 1870 en in 1880 en in . 1884, dat de Herv. Kerk niet de valsche Kerk was.

" Hij stelde zich ook principieel en wel gedocumenteerd tegenover alle afscheiding. Afscheiding was niet uit God. Bly ven en niet heengaan was de roeping. Dat was naar Gods Woord en dat was gereformeerd, naar uitwijzen van onze confessie en het getuigenis der Vaderen — oordeelde dr. Kuyper.

Maar daar komt de kwestie van de Vrije Universiteit; daar komt de beheerskwestie ; en ja, dan komt ook de attestenkwestie.

En dat laatste moet de vlag zijn waaronder de lading gedekt wordt. Dat zal 't meeste gevoeld worden onder 't volk. 't Ging in eens om „den Christus Gods". En plotseling was 't tegenover een paar catechisanten van moderne dominé's: gij komt niet anders binnen dan over mijn lijk!!....

Men houde 't ons ten goede, maar deze dingen kunnen we ook 30 jaren nadat ze gebeurd zijn nog niet recht verstaan en ze maken op ons altijd nog een beetje wonderlijken indruk.

Als men het Kerkverband zondermeer verbroken had in de jaren 1880—'86 b.v. „omdat het zoo'n rommel was in die Herv. Kerk" — dan zouden we het niet kunnen goedkeuren, maar dan zouden we er althans toch iets van begrijpen. Als men zich door z'n gevoel, vooral in moedelooze oogenblikken, laat leiden, is rnen niet altijd beginselvast en laat men KÏcli wel eens gemakkelijk tot verkeerde dingen brengen.

Maar hoe helder denkende menschen, van vast beginsel, in 1884 kunnen spreken en schrijven als in het Tradaat, plotseling in 1885 dan tot een zoo forse! len zet overgaan, waarbij het verband met de Kerk der Vaderen verbroken wordt, kunnen we onmogelijk verstaan.

En naar de lijnen van de Schrift en van de belijdenis was het niet!

De attestenkwestie — hoe klein was deze tegenover de groote dingen die aan de orde waren! — is gebruikt om te komen waar men naar 't gemaakte plan de campagne wilde zijn. Doch 't was niet om de Gereformeerde Kerk tot reformatie te leiden, 't Was om den boel te laten gpringen, om de Kerk te torpedeeren, en dan met eigen geestverwanten in een nieuw Kerkverband uit te komen.

Wat evenwel niet gelukt is.

Men heeft zich plotseling, met forschen zet, losgemaakt van de schuld in de geslachten.

Men heeft zich over veel heengewerkt, om ten slotte op een bepaald punt alles plotseling op één kaart te zetten.

Lichtvaardig is men te werk gegaan, ook waar men zéér ernstig gestemd was.

Dat blijkt ook uit de ernstige woorden die aan 't hoofd van de „verzamellijst" stonden.

Daar lezen we toch:

Ie dat zij (de ondergeteekenden) in hunne schuld voor God liggen, naardien reeds zoo lange jaren de breuk van dê Kerk huns Heeren hebben aange-Kien"; ...,

Was dat bombast?

Dan is 't verachtelijke taal.

Was dat ernst en waarheid?

Maar dan was het goddeloos, om op een bepaald oogenblik een bepaalden eisch te stellen in het midden van de diep gezonken Kerk — voor welker schuld en zonde men zich mede verantwoordelijk voelde — met het voornemen om, als dan niet, in een zaak, die enkele leerlingen en jonge menschen betrof, aanstonds gedaan werd wat men eischte, het Kerkverband te verbreken.

Natuurlijk heeft men zelf ook wel met deze dingen in moeilijkheden gezeten.

Want de mannen van '34 hadden recht om te vragen: hoe beschouwt gij, mannen van de doleantie, nu de Herv. Kerk ?

In '34 had men gezegd: de Herv. Kerk is de valsche Kerk.

In 1884 hadden mannen als dr. Kuyper dat ten stelligste ontkend. De Herv. Kerk was niet een Synagoge des Satans geworden. Maar hoe kon men dan in 1885—'86 het Kerkverband verbreken?

En vooral een man als dr. Rutgers heeft z'n Kerkrechtelijke wetenschap gebruikt, om te betoogen hoe men iets dat men niet mocht doen in '34, in '86 wel mocht doen. Waarbij zijn redeneering ongeveer zóo was: nu is de Herv, Kerk nog niet de valsche Kerk; maar als-nu alle „Waarheidsvrienden" met ons mee gaan, zal straks de Herv. Kerk de valsche Kerk zijn! Ze zal dan de Synagoge des Satans worden. Straks. Over 25 jaren b.v.., .

En nu we 30 jaren na de Doleantie zijn, gaan er stemmen op in de Kerken uit de doleantie voortgekomen, dat de Herv. Kerk moet beschouwd worden als de Kerk des Heeren die minder zuiver is dan „de Geref. Kerken" maar nochtans de Kerk des Heeren is en misschien meer en meer gaat worden. En men treedt, predikant bij de Geref. Kerken zijnde, op een Zondagmorgen in de Herv. Kerk op in den dienst des Woords!. ..

Is dat geen ironie der historie?

Neen, men heeft in '70—-80—86 niet eenvoudig, trouw, geloovig z'n roeping volbracht in het midden van de aloude Geref. Kerk, welke zoo diep was ingezonken. Men heeft het zelf erkend en plechtig onderschreven. En waar men z'n roeping tegenover duizenden heeft Verwaarloosd, is men op een paar leerlingen van moderne dominé's aangevlogen om ze — niet in een weg van vermaan, onderwijs en tucht, maar — in een weg van Kerkrechtelijke actie of den weg te versperren of... men ging de Kerk uit.

Of men dan in de Herv, Kerk alles moet toelaten?

Wij hebben nog nooit loochenaars van den Christus tot de belijdenis toegelaten ; nog nooit dezulken tot den Doop toegelaten; nooit ook tot net Avondmaal.

En als men langs een omweg, door hulp van een anderen Kerkeraad tracht binnen te komen, dan eischen we, dat men in die andere gemeente zal handelen naar uitwijzen van de Reglementen onzer Kerk, waarby voorgeschreven is, dat men in geest en hoofdzaak niet zal afwijken van de belijdenis.

Houdt men zich daaraan niet, dan schrijven we niet in en het Class. Bestuur heeft ons daarin steeds gesteund.

En dan liggen dezulken, die geveinsdelijk zich onderworpen hebben, voorts voor rekening-van eigen Kerkeraad, die in deze lang niet alles doen kan wat gewenscht is, maar toch volle vrijheid heeft om voor den Christus Gods op te komen. Om intusschen onvermoeid voort te gaan om het Kerkelijk leven in den geordenden  weg te reformeeren naar uitwijzen van Gods Heilig Woord en de beginselen onzer gereformeerde belijdenisschriften.

We willen de Kerkelijke Reglementen dus niet op een oogenblik willekeurig als niet bestaande buiten werking stellen.  Ook een kerkeraad mag dat niet doen. '

Dat is revolutie. '

Om bij die Reglementen, die nergens I leervrijheid toestaan en overal spreken van  Gods Heilig Woord en de beginselen onzer Kerkelijke belijdenis, voort te gaan in de prediking, bij het catechetisch onderwijs, bij huisbezoek, in den Kerkeraad, in het Vereenigingsleven enz. te spreken over de Waarheid naar de Schriften en aan te sturen op veranderingen en verbeteringen wat het Kerkelijk leven betreft. Waarbij niemand, die der zaken kundig is en van eerlijken zin, met Prof. Rutgers zal instemmen, waar hij in 1886 voorspelde, dat over 25 è. 30 jaren de Herv, Kerk zich als de valsche Kerk, als de Synagoge des Satans, zou openbaren.

Daar is gelukkig niets van uitgekomen van die hartelijk gemeende profetie.

Dat heeft God genadiglijk verhinderd.

En niet doende wat der Kerk is, niet vergetende de schuld der geslachten, niet aflatende van de waarheid, gebruiken we de vrijheid niet tot vernietiging der Kerk, maar tot stichting en opbouwing, geloovende, dat de Heere nog niet uit ons midden is geweken en dat Gods volk voor een groot deel nog in de Herv. Kerk leeft, vasthoudende den Onzienlijke.

Waarbij we nu weer zoo ongeveer hebben ingehaald wat met de doleantie verloren is gegaan.

De schade toen aangebracht is nu weer zoo ongeveer hersteld. En nu zyn we dus wel 30 jaren ten achter. Maar dlt is onse schuld niet. Dat is de schuld van de mannen der doleantie-beweging. Waren zij niet in dien verkeerden, revolutionairen, onbijbelschen en ongereformeerden weg ingegaan, dan had het, naar den mensch gesproken reeds veel beter gestaan met de Kerk onzer vaderen.

Doch er geschiedt niets bij geval.

De verlossing van Israël moéït ook 40 jaren uitgesteld worden na die, eerste forsche poging van Mozes.

't Moest ook niet van Mozes komen.

't Moest komen van den Heere.

En die geschiedenis herhaalt zich telkens niet zonder groote oorzaak, daar de mensch van nature een ijdeltuit is en de Heere een jaloersch God.

Dat we dan maar méér trouw gemaakt mogen worden in 's Heeren wegen.

Hij zal niet beschamen degenen die op Hem betrouwen en nederig hun plicht weuschen te doen.

Of we dus aan 't verslappen zijn?

Men heeft het dr. Kuyper fluisterend in 't oor geblazen, blijkens zijn vraag in „de Heraut."

Mogen we hier eveni bescheidenlijk opmerken, dat men voor die menschen, die in fluister-gesprekken ons wat komen meedeelen, gewoonlijk wat op z'n hoede moet zijn. 't Zijn niet zelden ... kwaadsprekers. "

Maar dat nu daar gelaten.

Onomwonden verklaren we hier, dat van verslappen gelukkig geen sprake is.

Integendeel; er komt meer kerkelijk bewustzijn, meer plichtsgevoel, meer ernst iin deze dingen,

En neen, •"— geheel instemmende met dr. Kuyper van 1884 — we beschouwen de Herv. Kerk niet als de valsche Kerk, niet als de Synagoge van Satan.

„En wat nog niet valsch is, is nog de ware Kerk (blz. 161 Tractaat van de Reformatie), waarom we ook dr. Kuyper van 1884 van harte nazeggen: „Het zou schrikkelijk zijn, indien we door-een uittreding of afscheiding een Kerk uitgingen, die nog openbaring van Jezus' lichaam is en alzoo als Synagoge van Satan veroordeelden wat nog orgaan was van den Heiligen Geest." (bk. 161)

De Heere zij onze Herv. (Geref.) Kerk voorts genadig. Hij vergadere Sion binnen de erve onzer vaderen. Hij geve, dat spoedig weer bij elkaar wonen die bij elkaar hooren en dat uiteengaat wat niet leeft uit een beginsel.

Hij make de aloude Geref, Kerk in Nederland weer spoedig tot een pilaar en vastigheid der waarheid, Gode tot eere en ons volk tot zegen.

't Kan nooit samengaan.

Wanneer het Kerkbegrip van de Vrijzinnigen en ^an de Gereformeerden in de Ned, Herv, Kerk tegenover elkaar gezet wordt moet men, of men wil of niet, toegeven, dat het hier een onverzoenlijke tegenstelling geldt. Dit wordt ook door den Vrijzinnigen schrijver van Kerknieuws in de N.R.Ct. telkens uitgesproken en de Orthodoxe beschouwing wijkt daarvan niet af. Derhalve zal uiteengaan van de twee ongelijksoortige bestanddeelen de eenige weg tot waarachtig kerkherstel zijn. Ieder zal naaF eigen beginsel, op den grondslag der werkelijkheid zich in eigen kring moeten groepeeren, de Gereformeerden in de ; Herv. (Geref.) Kerk en de Vrijzinnigen , er buiten, 't zij in vereeniging met de ; Remonstranten of zich aansluitend bij den Protestantenbond, of hoe dan ook,

Wat een onverzoenlijke tegenstelling vormt, moet uit elkaar.

Daar moeten we aan vast houden.

Dat is noodig voor de Kerk, voor het godsdienstig beginsel, voor de gemoedsrust, voor alles.

En of men nu al zegt: „dat gebeurt toch niet" — daar trekken we ons weinig van aan. Als men het beginsel recht gesteld heeft en steeds in 't oog houdt dan heeft men geen andere taak dan dat beginsel uit te werken. En de uitkomst valt dan dikwijls nog wel mee.

Volhouden maar.

De Vrijzinnigen staan daarbij zwak.

Hun sterkte is, dat in de laatste eeuw door allerlei omstandigheid in de praetijk veel door de vingers is gezien en hun allerlei vrijheden zijn toegestaan. Maar daarbij is nooit het beginsel in de Kerk losgelaten: bij alle vrijheid moet er gebondenheid blijven aan de belijdenis der Herv. Kerk.

Dat is de zwakke plek voor de Vrijzinnigen, waar ze dan ook te treffen zijn. De practijken van de laatste honderd jaar zijn niet eerlijk in overeenstemming met de grondbeginselen der Herv. Kerk geweest. En daar moet dan nu maar eens geleidelijk verandering in komen. Het grondbeginsel der Kerk moet de practijken hoe langs hoe meer gaan beheerschen.

De Vrijzinnigen noemen dat plagerijen van de Orthodoxen, om het leven van de Vrijzinnigen moeilijk te maken. En liefst betitelen ze dat dan met „kleine middelen" of iets dergelijks.

Maar dan moeten de Vrijzinnigen er maar aan wennen, dat het den Orthodoxe uit z'n natuur voortkomt, om principieele afwijking van de belydenis der Kerk 7iiet te dulden. We kunnen en mogen niet vredig saam wonen met menschen die de godheid van onzen Heiland loochenen, die de verzoenende kracht van Christus' bloed te niet maken, die een geheel andere opvatting van de Sacra­

Hier de Vrijzinnigen tegen te staan is geen „hatelijk plagen" en geen „miskenning van rechten" of „^verdrukking der minderheden". Neen, dat is nïèts meer en niets minder dan de meest natuurlijke zaak. Evenals een hond blaft als z'n meester gevaar dreigt.

En juist omdat het geheel in de natuur van de Orthodoxen ligt om de Vrijzinnigen niét te dulden in het midden van de Herv. (Geref.) Kerk met haar aloude, positievfs, bijbelsche belijdenis, is het dwaasheid van de Vrijzinnigen te blijven hopen, dat dit bij de Orthodoxen wel zal uitslijten, of dat door een of andere reglementsbepaling de zoete rust tusschen de partijen kan worden verzekerd en bevestigd. Want het slijt nooit uit en het is pure onzin — zooals nog weer eens in Kerknieuws N.R Ct. Avondbl. B Vrijdag 4 Jan. stond — door een reglementsbepaling dat te willen verkrijgen. 'tZou even weinig geven „als een wet die de leeuwen het brullen en de katten het muizen vangen verbiedt", of, zooals we boven reeds zeiden „als een wet, die de honden zou verbieden te blaffen als hun meester of het , goed huns meesters in gevaar is".

Men zal dan ook. onder de Vrijzinnigen meer en meer moeten gaan inzien, dat het ijdel is te verwachten, dat het ooit „rust en vrede" in de Herv. Kerk zal worden, zoolang daar de Orthodoxen met de Modernen saamwonen.

Waarbij het er voor de positie van de Vrijzinnigen zeker niet beter op zal worden, daai voor hen de omstandigheden overal minder gunstig zijn dan 50 jaar geleden. En in de gemeenten èn in de Kerkelijke besturen èn aan de Hoogescholen gaan zij er niet op vooruit. Als nu de Orthodoxen zich maar niet van de wijs laten brengen en met taaie volharding weten vol te houden! Daarbij saam één lyn trekkend waar het staat tegenover de beginselen der Vrijzinnigen die de hoofdwaarheden onzer belijdenis loochenen.

Laat er onder de Orthodoxen geen strijd om beuzelingen zijn. Laat men elkander leeren waardeeren en elkander zekere vrijheden gunnen en laten. En natuurlijk zijn we dan niet in één oogenblikje daar waar we wezen moeten. Het moet allereerst gaan om kleine vooruitgang voor de Orthodoxen. Want wie practisch van zin is voelt aanstonds dat een kleine vooruitgang in deze 'n groote verbetering is, daarbij bedenkende, dat de Vrijzinnigen juist met een knabbelpolitiek gekomen zijn tot de huidige voorschriften en omschrijvingen, welke hun gunstig zijn.

In deze moet het maar zijn: oog om oog en tand om tand. En met dezelfde munt betalend moeten we zien van stukje tot beetje weer terug te keeren tot het gezonde levensbeginsel der Herv. (Geref.) Kerk, naar uitwijzen van Gods Woord neergelegd in onze aloude Gereformeerde belijdenisschriften.

Hierbij gaat het dan niet om ouderwetsche woorden of versleten zinswendingen. Hierbij gaat het niet om doode vormen en verouderde gewoonten.

Dat alles geven we gaarne cadeau.

Maar wat we niet cadeau geven, nu niet en nooit, is de oude, beproefde waarheid ons in Gods Woord geopenbaard, welke weerklank vindt in de harten van duizenden bij duizenden, die geleerd hebben den Heere te aanbidden in geest en waarheid.

Die waarheid veroudert nooit.

Die waarheid heeft en houdt denzelfden inhoud.

Alles weer saamvallend in die innige belijdenis van de ziele, welke zich mag verblijden in God : „het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden".

Laat dat de gezindheid zijn die onder ons gevonden wordt.

En met die gezindheid vervuld kunnen we, willen we en zullen we nooit dulden dat in het midden van onze Herv. Kerk de waarheid Gods wordt verkracht, gelijk dat geschiedt door de Vrijzinnigen.

't Beginsel van den Orthodoxe en van den Vrijzinnige kan nooit samengaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's