Zonde en genade.
Gebogen en gebonden door onverzoende zonden en nooit te delgen schuld.; wie kan, o God, de plagen van uw vergelding dragen, als Ge eenmaal richten zult ?
Geen woord op uw verwijten, geen raad om schuld te kwijten, geen uitvlucht zelfs, niet één; geen arm om hulp te bieden, geen hart om heen te vlieden, in allen angst alleen!
o God, ik kan niet leven, niet sterven ook, slechts beven en siddren voor de pijn, die straks, van uw genade verstoken, vroeg of spade mijn gruwzaam deel zal zijn l
Maar, eeuwig dank, in nooden heeft God mij hulp geboden en troost en heil bereid: de Heiland wil mijn vlekken genadig overdekken met zijn gerechtigheid.
Mijn zonden zijn vergolden, men schulden kwijtgescholden in 't offer van zijn bloed en voor Gods heilige oogeJi zal ik verschünen mogen als hadde ik-zelf'geboet.
Gereinigd en geheiligd, zwijgt thans mijn ziel, beveiligd voor d' angst der helle, stil. '• Wie zal me nog verklagen, waar God zijn welbehagen in mij bewijzen wil?
Een Woord op Gods verwijten, een Raad om schuld te kwijten, een Toevlucht zooals geen, een Arm om hulp te bieden, een Hart om heen te vlieden en — nimmermeer alleen!
H. J, S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's