Uit het kerkelijk leven.
Het kerkelijk leven in 1917.
Uit de N. Rolt. üt. knippen we het onderstaande uit:
„Ouder de Protestanten heeft ook dit jaar weder de Ned. Herv. Kerk 't meest de aandacht getrokken. De prineipieele tegenstelling tussehen orthodox en vrijzinnig heeft zich in de praktijk al weer scherper belichaamd. De poging tot verzoening door een modus vivendi heeft de synode verijdeld, en het begint er op te gelijken, dat thans een scherpe str^d om kerkrechtelijke reorganisatie de natuurlijke splitsing tussehen de beide ongelijksoortige groepen zal voorbereiden, Het voorstel-Niemeyer is eindelijk eens een teeken, dat de vrijzinnigen ook inzake de Kerkorde den principieelen strijd willen aanvaarden. Of men de vrouwen nog metterdaad in dezen strijd zal betrekken ? De voorloopige aanneming van het vrouwenkiesrecht door de synode wekt den schijn alsof deze, nu de mannen ten einde raad zijn, de oplossing van het netelig vraagstuk in handen der vrouw wil stellen.
De stemmingen voor het kiescollege wezen op een toename van den invloed der vrijzinnigen. In Enkhuizen verwierven zij de meerderheid, al staat daarte, genover, dat Beverwijk, en Gorkum orthodoxe predikanten beriepen. De eigen - aardige rol van de. ethischen kwam aan het licht .te Groningen, 's Gravenhage en Amsterdam, waar met hun hulp de confessioneelen in het kiescollege overwonnen en te Middelburg, waar zij de hun verdrukkende ultra's ten koste der vrqzlnnigen aan een notabelen-zetel hielpen. Als zelfstandige partij verdwijnen de ethischen meer en meer; in Amsterdam, Groningen, Leiden en Den Haag brachten ze het dit jaar niet eens meer tot een herstemming.
Komen aldus in den kerkelij ken strijd fle uitersten steeds scherper tegenover elkaar te staan, buiten het terrein van de kerk breidt de eenheidsbeweging zich uit. En liet is vooral de Barchem-beweging, die hier de leiding behoudt. Deze beweging won weder aan beteekenis door de stichting van een retraitehuis, waarbij tevens de vraag, ter sprake kwam, of de bevindelijke weg ook iu organisatorisch opzicht de juiste is. Dit vraagstuk is in den boezem der vereeniging nog evenmin besliat als dat betreffende de openbaarheid van het vereeuigingsleven. Het trok de aandacht, dat een drietal voormannen uit de beweging op jeugdigen leeftijd emeritaat nam.
Vermeldenswaardig zijn in de Ned. Herv, Kerk nog de pogingen tot pensioen verbetering en de aanval op de collatierechten. Overleden zijno.a. ds. G. Boer, die nog den steek en de korte broek heeft gedragen; ds. O. H. Koopman; dr, . E. Barger; ds. G, H. Bleeker, de „Paul Kruger van Nederland"; dr. W. Haverkamp; ds. P. O. A. Pantekoek, oud-predikant van Petrograd; ds. Ph. S. Niemeyer; dr. A. J. Oort, veteraan der moderne richting, en de jeugdige Schatkamer-redacteur was ds. Joh, Beks".
Aan het Handelsblad ontleenen we het volgende relaas:
„Internationaal van wezen, kunnen wij de Lutherfeesten hier toch als een zuiver nationale gebeurtenis herdenken. Van een grootsche viering in Duitschlaud kwam uiteraard in., dezen tijd niet veel. Ook in ons land hebben de omstandigheden de viering in den weg gestaan. Toch mogen de Protestanten er met onverdeeld genoegen op terugzien. Zonder toasterige opgewondenheid en met alle erkenning van het betrekkel^'ke in onze waardeering van het Protestantsche verleden, is toch met groote opgewektheid en met dankbaren eerbied allerwegen het vierde eeuwfeest van de Hervorming herdacht. De feestviering slaagde overal uitnemend, de jubileumsliteratuur stond op hoog peil en bezorgde ons eenige boekwerken van blijvend belang, en de samenwerking, hier en daar, tusschen Protestanten van verschillende gezindte bergt wellicht ook beloften voor de toekomst iu zich. Gememoreerd mag worden, dat de houding der Roomsch-Katholieken bij dit alles zoo onberispelijk geweest is als verwacht mocht worden, en dat ook de eigenaardige „jubileums"-uitgaven, welke hunnerzijds het licht zagen, op hoog peil staan.
Voor de Protestantsche kerken ging 1917 zonder opzienbarende gebeurtenissen voorbij. De zes zittingsweken van de Synode der Ned. Herv. Kerk brachten ditmaal niet de spanning van groeten strijd. Met den roemloozen dood vandenjonggesmoorden Modus Vivendi schijnt de gtrijd over de belijdenis in een stadium van tijdelijke rust gekomen. Wellicht worden reeds nieuwe confessioneele aanvalsplannen beraamd, meer waarschijnlijker dunkt ons, dat even ademgeschept wordt en gewacht op mogelijke verandering in de samenstelling der Synode. Hierop is in de laatste maanden de aandacht van meer dan eene zijde gevestigd en ofschoon de geopperde voorstellen niet naar den zin zijn van de oude ijveraars voor reorganisatie, de confessioneelen, zoo is toch met reden te verwachten, dat in 1918 en vol^nde jaren ernstige pogingen zullen worden gedaan tot nieuwen opbouw van het regeerend en wetgevend lichaam der Herv. Kerk. Met henieuwdheid zien wij er naar uit welke voorstellen ingediend zullen worden en welk beleidvol overleg aan de openbare actie zal voorafgaan. Van verflauwing van den partijstrijd overigens — alle pogingen tot Synthese ten spijt — in de Kerk nog geen sprake. Incidenten al» het o]itreden van den Gereformeerden predikant Netelenbos op den Hervormden kansel geven enkele proeven van de beerscbeude verdeeldheid en de macht van liet sectarisme onder rechtzinnigen.
De toestand der predikantstractementen bleef als hij was: treurig. Het fonds „Aanpakken" werkte voort. De leiders mogen slagen in hun arbeid - — maar dan zal nog pas, als ziy gereed zijn, een eerste begin zijn gemaakt. Intusschen wordt in vele pastoriëu gebrek geleden. En 't getal vacatures stijgt met het jaar".
„ De Remonstrantsche Broederschap koos op een buitengewone algemeene vergadering, in de eerste dagen van Januari, dr. Heering tot haar hoogleeraar {opvolger van prof. Qroenewegen). Typisch teeken des tijds is, dat haar kweekschool by den nieuwen cursus een mannelqken student en daarnaast drie vrouweiqke toeliet; bq deze drie (eigenlijk vijf, want twee studeerden reeds) voegde zich in den loop van den cursus nog eene oudere studente, Bandidaat reeds in de theologie. Gebrek aan beschikbare vrouwelijke predikanten bedreigt de Remonstranten voorloopig niet!
Intusschen is alleen de Doopsgezinde wereld voorloopig een functioneerende vrouwelijke predikant rijk; na het eme-^ ritaat van domina Zernicke is de bestaande leemte aangevuld door domina Gerritsma".
„De Woodbrooke - beweging breidde zich uit en handhaafde haar niet overmatig snellen maar gestadigen groei. Behalve plannen, die den bouw van een eigen retraitehuis der Vereeniging eischen zoodra de tijdsomstandigheden dit zullen toelaten, zal onder leiding van leden der Vereeniging Jeugdwerk ter hand worden genomen. „Omhoog" zou met 1 Januari officieel vereenigingsorgaan worden. Het gewestelijk werk van provinciale kringen van Woodbrookers werd voortgezet. Uittreding uit hun ambt van 2 predikanten die lid waren van de Vereeniging, bracht eenige pennen in beweging over de verhouding van de levenssfeer en de kerkelijke bediening.
De Protestantenbond nam op zijn jaarvergadering belangrijke besluiten, welke met het nieuwe jaar eerst in werking zullen treden eu waaromtrent dus nog niets kan worden gezegd. De besluiten zelve zijn bekend: instelling van een bezoldigd secretariaat, waar voor een kracht is vrijgemaakt, en reorganisatie van het orgaan „De Hervorming",
De Christelijke Studenteuvereenigingen zetten hun mooi werk voort. Naast de oudere N.C.S. V. wint de zeer jongeV. C.S.B, snel in kracht. De vriendschappelijke verhouding tusschen de rechtzinnige en de vrijzinnige vereeniging belooft • iets goeds voor de toekomst. Rijkhalzend ziet de Vrijzinnige Bond uit naar kapitaal, om zijn ferme plannen tot stichting van jongenskampen enz. te kunnen uitvoeren.
De Christen-Socialisten eindelqk lieten zich allerwegen (in de Religieus Socialistische samenkomsten niet immer tot genoegen van hunne naaste verwanten) met de prediking van hun eischen en beginselen hooren. Hun productiviteit in geschriften was overvloedig. Als meest eigenaardige en knapste vertegenwoordigers gaven B. de Ligt en Enka nog onlangs beiden een geschrift uit, de een een gecommeutarieerden herdruk van Martinus des Amorie van der Hoeven's verhandeling over „het wezen van den Godsdienst", de andere „Leeke-Preeken".
Ten slotte voegen we hieraan toe een stuk van het jaaroverzicht uit de Heraut:
„Nu het nieuwe jaar is mgegaan, wendt het oog zich als van zelf nog eenmaal naar achteren om te vragen, wat winst het afgeloopen jaar voor ons kerkelijk leven bracht.
Het groote feit, dat aan het jaar 1917 zijn stempel heeft opgedrukt, is het vierhonderdjarig gedenkfeest der Kerkhervorming geweest. Dat de oorlog, die de volkeren verdeelt en ^ in blinden haat tegenover elkander doet staan, een schaduw over dit Protestantsche gedenkfeest zou werpen, was te voorzien. Van een gemeenschappelijk gedenken van den rijken zegen, dien God door de Reformatie aan de Kerk schonk, kon geen sprake wezen, nu de Protestantsche volkeren in de bitterste vijandschap tegenover elkander stonden".
„Alleen in Duitschland, het moederland der Reformatie, en in de onzijdige Protestantsche landen is de Reformatie met warme bezieling herdacht, en hulde gebracht aan de groote mannen, die God als instrumenten gebruikt heeft, om zijne Kerk uit de Babylonische gevangenschap te verlossen".
„In hoeverre dit herdenkingsfeest blijvende vrucht voor de Protestantsche Kerken heeft achtergelaten, zal de toekomst moeten leer en. Een bad in de historie onzer geloofshelden werkte altoos versterkend".
„Gelukkig heeft op dit herdenkingsfeest der Reformatie het vaal-en kleurloos* neo-Protestantisme, dat alleen van negatie en papisténhuat leeft, maar van geen enkel geloofsbeginsel door de Reformatoren beleden, weten wil, weinig opgeld gedaan. In dat opzicht was er winst bij wat een eeuw geleden in ons vaderland gezien werd, toen het driehonderd-jarig bestaan der Reformatie werd herdacht. En niet minder mag dankbaar erkend, dat de groote beteekeni, ? , die het Calvinisme voor de Reformatie in ons eigen vaderland had, veel beter tot haar recht kwam dan voor honderd jaar, toen wegdoezeling van het Gereformeerde karakter van ons volk het wachtwoord was.
Niet minder kenmerkend voor het afgeloopen jaar was, dat zoowel de herdenking der Reformatie als de vredesactie voor 't eerst een zekere samenwerking tot stand bracht van de verschillende Protestantsche groepen iu ons vaderland, die door de kerkelijke scheidsmuren anders zoo streng van elkander gescheiden ieyen".
„Op bet groote Ilervormingscongres ' te 's Gravenhage traden sprekers uil verschillende Protestantsche Kerken in ons vaderland op, en zag men naast Lutherschen en Hervormden hier ook mannen uit onze Gereformeerde Kerken uitgenoodigd. Voor zoover daarin een opheffing lag van het ostracisme, vaak in deze kringen op ons Gereformeerden toegepast, zijn we daarvoor niet ondankbaar. En nog gewichtiger was de stap, dien de Synodale Commissie der Hervormde Kerk deed, toen zij alle Protestantsche Kerken uitnoodigde, ook onze Gereformeerde Kerken, om aan haar vredesmanifest mede te doen, en afgevaardigden onzer Kerken met die van de Hervormde Kerk dit üumifest opstelden en onderteekenden. Van een wegdoezeling van het principieel verschil, dat onze Kerken van deze andere Kerken scheidt, was in beide gevallen gelukkig geen sprake. Een Unionsversuch om safim te smelten wat niet sa& .m hoort, was noch het Protestantsche congres noch deze vredesactie".
„Ongetwijfeld is uit deze beide feiten gebleken, dat de scherpe verhoudingen, door liet kerkelijk conflict in 188G ontstaan, voor een welwillender beoordeeling hebben plaate-genaaakt. Te bevreemden behoeft dit niet. Ook wij Protestanten van onze dagen staan anders in onze beoordeeling van de Roomsche Kerk, dan Luther en Calvijn. De Paus is voor ons niet meer de antichrist en de Roomsche Kerk niet meer de hoer uit de Openbaring. Het Christelijk element, dat in de Roomsche Kerk nog nawerkt, wordt door ons beter gewaardeerd, en waar de strijd in onze dagen vooral tegen het moderne ongeloof gaat, voelen we zelfs, bij alle verschil van dogmatiek en kerkelijk standpunt, hoe na we in menig opzicht aan de Roomsche Christenen staan. En zoo ligt het ook in den aard der zaak, dat nu de stofwolken van het conflict zijn opgetrokken en de zelfstandigheid onzer Gereformeerde Kerken herwonnen en beveiligd is, de verhouding tot de Hervormde Kerk minder scherp is geworden. Van ons principieel bezwaar tegen het onwettig gezag der Hervormde Synode en de heele organisatie der Hervormde Kerk laten we niets los, evenmin als van ons protest teg«n het dulden van allerlei kettersche leer en ongeloofspropaganda in haar midden. Maar wel kan de strijd tegen haar onwettige organisatie en tegen haar dulden van ketterij en ongeloof gepaard gaan met waardee» ring van de Christelqke elementen, die ook in deze Kerk nog gevonden worden, vooral van de Gereformeerde broeders in haar midden, die voor herstel |der wettige orde en handhaving der Gereformeerde belijdenis het pleit blijven voeren. Trouwens de dwaze voorstelling, alsof de Gereformeerde Kerken zich zelf als de eenige Kerk zouden beschouwen, wordt reeds afdoende weerlegd, doordat onze Kerken den doop ook van de Hervormde Kerk, mits deze naar Christelijke instelling bediend wordt, steeds hebben erkend en de ambtsdragers in deze Kerk als ambtsdragers zullen blijven aanspreken. De enghartigheid van het sectarisme, dat in de eigen Kerk de alleen ware ziet éti van de Katholiciteit der Christelijke Kerk niet weten wil, is nooit bij onze Gereformeerde Kerken gevonden.
Evenzeer echter als we op deze Katholiciteit der Christelijke Kerk nadruk wenschen te leggen en daarom de Christelijke elementen in elke Kerk wenschen te waardeefen, zoowel in de Roomsche als in de Hervormde Kerk, dient er echter tegen gewaakt, dat deze waardeering niet ontaardt in een verzwakking van ons eigen beginsel en ons eigen kerkelijk standpunt. Even beslist als we voor het sectarisme met zijn eigenaardige bekrompenheid ons te wachten hebben, hebben we te waken tegen een syncretisme, dat alle grenzen wil wegdoezelen, onderden schijn van breede opvatting en broederlijke waardeering van al wat nog zegt Christus te erkennen, den kostelij ken schat der waarheid ons geschonken, prijs geeft en uitloopt op een verzwakking en inzinking van ons eigen kerkelijk leven. Al erkennen we de pluriformiteit der Kerken, die onder Gods bestel tot stand ie gekomen, het verschil tusschen de zuivere en minder zuivere Kerk, tusschen de ware en de valsche Kerk, tusschen wat zich Kerk noemt en wat werkelijk een Kerk is, wehschen we geen oogenblik uit het oog te verliezen. Of er in dat opzicht voor ons Kerkelijk leven geen gevaar te duchten is, is een vraag, die zeker niet met al te groot zelfvertrouwen als onnoodig kan worden afgewezen. De samenwerking, die op menigerlei terrein van Christelijke actie tusschen personen niet alleen van verschillende Kerken, maar ook van verschillende dogmatische richting, heeft plaats gevonden, kan op zich zelf niet worden afgekeurd, in zooverre daarin bij alle verschil van richting en inzicht de diepere eenheid van het Christelijk geloof uitkomt. Maar deze samenwerking is dan alleen geoorloofd, wanneer ze niet tot fusie leidt. Dat gevaar nu is zeker niet denkbeeldig, en wat in de laatste aren gezien is, — feiten en namen behoeveu we nifet te noemen, — toont wel, dat er een geestesstrooming ook in onze Kerken ontstaan is, die minder onder bet volk, dat zeldzaam trouw is aan de gereformeerde beginselen, maar onder de intellectueelen, de geleerden, de predikanten, op een ernstige verzwakking van onze belqdenis, die met het bloed der martelaren bezegeld is, moet uitloopen. In plaals van in de kringen, waarmede men samenwerkt, beslist uit te komen voor het rijkere inzicht in de waaïheid, dat God ons schonk, vreest men dan, door al te beslist te zijn, af te stoeten en zoekt zijn kracht veel meer in bet algemeen Christelijke, eu vandaar glijdt men dan nog verder af, verbroedert met al wat nog „religieus" voelt, ook al wil dit religieuse leven niets weten van een Christendom, zooals God het in Zijn Woord ons~ geopenbaard heeft en al is het niets dan een vaag mysticisme, uit den wortel der natuurlijke religie geboren.
Te ernstiger nu is dit gevaar, omdat de mannen, die God in. Zijne genade aan ons volk schonk, en die op zoo uitnemende wijze ons volk geleid en ia trouw aan Gods Woord onderwezen hebben, allengs ons ontvallen en voor een nieuw geslacht plaats maken".
„Waar zulke mannen van ons genomen werden, gaan we niet zonder zorg de toekomst tegemoet. En de bede klimt te ernstiger uit het hart op, dat God de Heere ook dit nieuwe jaar weer krachtiger met Zijn Geest in onze Kerken werken moge om ons vast te houden aan Zijn Woord en aan de heerlijke belijdenis, die Hij aan onze Kerken geschonken heeft".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's