Psalm XLVI.
God is een toevlucht voor zijn vromen, hun bijstand als ze in nooden komen, dies duchten wij geen dreigend wee, al wankelt de aarde, al kookt de zee, aI wordt door hemelhooge golven 't ontzaglijk berggevaart' bedolven.
Laat juichend bruisen al haar waatren, 't gebergte siddren bij haar klaatren — hier vloeit een stroom, wiens zilvernat des Hoogsten Heiligdom omspat in wiens beekjes heldre spieglen de muren van de Godsstad wieglen.
Daar woont de Heer'; zij zal niet sagen; God helpt haar bij het morgendagen. Dat volken woeden, rijk op ryk': in 't wiss'lend worstelperk bezwijk', Jehovah spreekt, zijn stemme dondert, het aardrijk beeft en zwijgt verwonderd.
De Heer', de God der legermachten is met ons, schenkt ons moed en krachten; een hechte burg in 't hachlijkst lot is ons Jehovah, Jacobs God. aanschouwt hoe de arm van zijn gerichte verwoestingen op aarde stichtte.
Aanschouwt hoe Hij tot 's werelds enden den krijg verbiedt, de speer doet wenden, den boog verbreekt, den wagen brandt, het twistvuur dooft, de veete bant. laat af, erkent, dat Ik, de Heere, als de eenig Hooge op aard regeere.
De Heer', de God der legermachten is met ons, schenkt ons moed en krachten; een hechte burg in 't hachlijkst lot is ons Jehovah, Jacobs God.
II. Jan. 1918.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's