De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van de Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van de Leestafel.

11 minuten leestijd

De Ethische Richting. Eene studie van ds. J. van der Sluis, predt. te Varsseveld; met eene inleiding van dr. H. Bavinck. Drukkerij Libertas — Rott..

Over de Ethische richting is veel en f velerlei, maar zeker nog niet te veel geschreven. Er bestaan over haar be­ginsel en wezen allerlei verwarde en tegenstrijdige denkbeelden en zeker is dat wel te wijten aan het veelszins onbelijnde dat met allerlei schakeering in den Ethischen kring voorkomt, maar toch ook hieraan, dat een helder overzicht van wat door de voornaamste vertegenwoordigers dezer richting over verschillende onderwerpen werd gedacht en geleerd, tot dusverre ontbrak.

Ook zag een dogmatiek, die eenigermate als gezaghebbend gelden kan, .van die zgde nog nimmer 't licht, of't moest zgn die van den rustend-hoogleeraar Mulder.

Ds. van der Sluis, predt. bij de Geref. Kerk te Var^eveld heeft deze leemte gevoeld en het gewicht en de beteekeuis van de Ethische richting beseffend heeft hy zich gezet, om een onpartijdig overzicht te geven van 't geen in verschillende geschriften dezer richting over principe, methode en stelsel gegeven is. En voor zoover we zgn lijvig boek gelezen hebben moeten we erkennen, dat het hem gelukt is een duidelqk ovemcht te geven van de voornaamste gedachten die we bij de Ethische voormannen over de onderscheidene geloofswaarheden aantreffen. Nergens dringt hij aan de woordvoerders dezer richting — we zijn dat met prof. Bavinck, die een , voorwoord" in dit boek schreef, volkomen eens —-eene andere meening op, dan dien zij zelven hebben willen uiten: hij geeft slechts weer wat hij vond en is daarbij niet bang geweest om lange citaten te geven, opdat de schrijvers zich als 't ware ten einde toe zouden kunnen uitspreken; en hy geeft daarbij geen op-of aanmerkingen, maar laat de Ethischen behoolyk aan het woord. Ook heeft hij zyn citaten met goed overleg gekozen en laat hy bij bij elk onderwerp dien auteur aan 't woord komen, die daarvoor 't meest in aanmerking moet komen. De schrijver bewijst dat hij verbazend veel gelezen heeft en zijn studie breed heeft opgezet.

Wat zijn oordeel aangaat blykt, dat hij van meening is, dat de Ethische richting principieel genomen en aan Kant èn aan Schleiermacher verwant is en dat zij dientengevolge komen moest tot die eigenaardige opvatting van de verhouding tusschen leer en leven, welke haar het meest en het duidelykst kenmerkt. Hierop vooral geeft de schrijver zijn critiek, die beslist doch zakelijk en objectief is.

Belangstellenden kunnen door 't lezen an dit boek beter op de hoogte komen van de gangbare denkbeelden in de Ethische kringen. Want we zijn niet bilijk als we de Ethischen met de Remontranten verwarren, of als we ons ten hunnen opzichte bijna geheel blind staren op de historische kritiek. We moeten ook oog hebben voor de positieve beginelen, die de Ethische richting voorstaat.

Om een overzicht te geven van den veel omvattenden en rijken inhoud van de studie van ds. Van der Sluis, laten we hier den inhoud volgen. Hoofdstuk I Naam en Begrip; II Geschiedenis der Ethische richting; Hl Het Ethisch beginsel: IV Openbaring; V De Heilige Schrift; God; VII De verkiezing; Vni De Schepping; IX De Engelen; X De oorsprong des menschen; XI De ooi-sprong der zonde; XH De erfzonde; Xin De Persoon en het werk van Christus ; XIV Wedergeboorte, Geloof en Bekeering ; XV De rechtvaardigmaking; XVI De heiligmaking; XVII De Sacramenten; XII De Kerk; XIX Over de laatste dingen ; XX De Ethische richting en de Zending; XXI De Ethische richting en de Staat; XXII De Ethische richting en de Maatschappij; XXIII De Ethische richting en de Pa? dagogiek; XXIV Algemeene kenmerken der Ethiche richting; XXV Beoordeeling. Wanneer we nu ook nog een paar hoofdkenmerken van de Ethische richting naar voren mogen brengen, dan kan men zien hoe die richting is en beschreven wordt.

God wordt niet gekend door het verstand, het denken, maar door het hart, de geestelijke ervaring.

In het dogma is dan ook te zien de vrucht van de poging om een bepaald moment, eene bepaalde relatie van het leven der gemeente in de taal des verstands om te zetten; teiwiil de dogmatiek dan is de beschrijving, de omzetting in begrippen van dat leven in zyn geheel. Als nu de Ethische richting de dogmatiek opvat als beschrijving vawhet leven der gemeente, dan neemt ze niet alleen haar uitgangspunt in het subject, wat elke richting principieel doet, maar dan maakt zij dat subject ook tot bron der kennis, waartoe zij kwam onder invloed van de idealistische wijsbegeerte. En daarin ligt haar afwijking van het Reformatorisch beginsel, dat de H. Schrift de bron is van de leer, van de dogmatiek. Dat is in den grond der zaak Roomsch Want Rome maakt ook de dogma 's, vult ze aan, breidt ze uit en verklaart ze nader, al naar gelang de Kerk dat, onder onfeilbare controle-van den Paus, naar de behoeften van het religieuse leven noodig oordeelt. "Verandert de ervaring en de behoefte van het religieuse fèven, dan veranderen ook de dogma's. Hier wordt niet aan Gods Woord de prioriteit toegekend, maar aan de gemeente, aan de Kerk, aan de geloovigen.

Maar wie de religieuse ervaring verheft tot kenbron van de geloofswaarheid, berooft deze allengs van haar historisch karakter.

Hiermee hangt samen, dat de Ethischen, die zich wel willen aansluiten aan de klassieke vormen als b.v. de Apostolische' geloofsbelydenis, zich toch nooit wUlen binden aan een belydenis en nog minder een bepaalde belydenis aan anderen wüien opleggen, Zy verwachten ook van zulk ëene opgelegde belijdenis in het minst geen heil. Het leven, " waarvan de belijdenis de gebrekkige formuleering is, kan immers niet worden opgelegd! Is volgens de Ethische richting, de leer steeds de gebrekkige formuleering van het geestelijk leven, dan moet men van Ethische zijde tégen alle partijformatie zijn. Voor het vormen van eene partij heeft men immers scherp belijnde formules noodig; en daar hechten de Ethischen weinig waarde aan, ze veroordeelen ze in beginsel als een onmogelijke rechtvaardigverklaring om Christus' wil méér dan Rechter; Hij is Koning die de werkelijke gave van genade, van leven geeft. Men wil dus niet hoeren van een juridische, rechtvaardigmakende daad Gods, maar men legt de nadruk op de Ethische verhouding tusschen God en mensch ; een verbinding van het Ethische met het juridische element wil men.

Tenslotte heeft de Ethische van de theologie in engeren zin ook een eigenaardige opvatting. Zij stelt de immanentie, de zedelijke inwoning Gods, op den voorgrond; daar dryft de Ethische richting op. En men meent dat dit haar kracht is. Het is het eigen leven Gods in den mensch; welke zedelijke inwoning Gods een proces doorloopt en stijgt allengs uit de Heiden wereld door Israël in Christus tot volkomenheid. De volkomen zedelijke inwoning des Heeren wordt in deze bedeeling niet bereikt; eerst daarna zal zij werkelijkheid worden.

Het godsdienstig zedelijk leven zetelt in liet hart, de kern der menschelijke persoonlijkheid. Uit het hart gaat het goddelijk leven, waarvan het godsdienstig zedelijke de openbaring is, naar het hoofd en wordt tot theologie, dogmatiek, leer; 't welk dus de beschrijving is van het godsdienstig zedelijk leven. Er moet onderscheiden worden tusschen het leven en de beschrijving ervan. Het leven is een zaak van het hart, de leer van het verstand. Er kan verschil bestaan in de formuleering en dat toch hetzelfde leven in het hart klopt. Met 't hart kan men den Heere Jezus toebehooren, al weigert men met het verstand de Godheid van Christus te erkennen.

De heidenen, Mohammedanen met hun fetisjen, tempels, reinigingen, enz., zijn niet Godloos maar Godvreezend. Feitelijk worden hier de grenzen tusschen heidendom en christendom, tusschen gemeente eu wereld uitgewischt. Men zegt dus ook, dat het best mogelijk is, dat iemand door den Bijbel en Hem, die er de centrale persoonlijkheid in is, werkelijk met God in Ie ven vernieuwende aanraking is gekomen, al heeft hij bezwaar om de genoemde formuleeringen over te nemen; misschien ook omdat hg er de en onwaarachtige zaak.

Volgens de Ethische richting is dus niet de Heilige Schrift maar het geestelijk leven de bron van het dogma, de leer, de dogmatiek. Hier wordt dus het zwaartepunt verlegd van het object (voorwerp) in het subject (onderwerp). En in het subject (den mensch) verlegt de Ethische richting het zwaartepunt van het verstond naar het hart. (Schleiermacher v.erlegt het zwaartepunt in het gevoel). De weg Gods is dan ook van het hart tot het verstand, van binnen naar buiten. Het hart is het orgaan voor de kennisse Gods. De gesteldheid van ons hart bepaalt onze levensrichting. En het gaat dus niet van de leer tot het leven, van het verstand naar het hart, maar van het leven tot de leer, van het hart naar het verstand. Een andere trek, die tot de algemeene kenmerken der Ethische richting behoort, is de nadruk, die gelegd wordt op de persoonlijkheid des menschen. Dit dankt zij aan Vinet. Het noodige en heilzame beginsel van het individualisme; welk beginsel men beschrijft als de inwoning van Christus in lederen geloovige, waardoor deze de volheid der waarheid in zich heeft en die vrij en persoonlijk belijdt, zonder door iets buiten hem daartoe gedwoagen te zijn, alleen tengevolge van persoonlijk inzicht en persoonlijke ervaring.

Door de Ethische richting wordt dus het zwaartepunt verlegd uit het object iu het subject, uit de Heilige Schrift in de christelijke persoonlijkheid. Ook hierin komt het subjectivisme der Ethische richting uit. Moet volgens den Ethische de Kerk worden gebouwd op het beginsel der christelijke persoonlijkheid, onzes inziens moet zij worden ggfcouwd op de Heilige Schrift.

Vervolgens dient opgemerkt, dat de Ethische richting de heiligmaking op den voorgrond stelt. Het Godsleven, Gods immanentie, de inwoning Gods wordt openbaar in een nieuw leven. En dan stelt men niet alleen de heiligmaking op den voorgrond, maar verwart haar met de rechtvaardigmaking. Men wilde rechtvaardigmaking veel realistischer nemen dan de Gereformeerden. De onreine wordt rein. De Heere is in de voorkeur aan geeft dezelfde dingen anders te zeggen, omdat hij een ander is. De mensch, die met God in aanraking komt, maakt zekere bevindingen door en de bevindingen van den een kunnen nooit dezelfde zijn als die van een ander. Het jnnerlyk leven doet u denken en spreken aooals gq doet, omdat gij zyt, die gij zyt. De ethieche slet dan ook in den by bel liefst eene „verzameling van getuigenissen", die niet woordelijk door don H. Geest zijn geïnspireerd. Wel ontviugeif de profeten en apostelen in hooger mate dan de latere geloovigen de verlichting des Geestes, maar voor dwaling waren zij niet gevrijwaard. De theoloog is nu geroepen om uit de tot ons gekomen getuigenissen langs methodischen weg zooveel mogelijk te besluiten tot de ware toedracht der zaak. Hij spreke zich vrij uit als zijn onderzoek aangaande den gang der heilsopenbaring hem tot resultaten brengt, die geheel in strijd zijn met de traditioneele. De meeste ethischen zijn dan ook voorstanders van de z.g. dynamische inspiratie en aanvaarden de z.g. historische kritiek. Voor ons staat de H. Schrift niet in de eerste plaats in het teeken der getuigenissen; wij ontvangen in haar de waarheid zelf, door God geopenbaard. Veelal wordt ook alles subjectief gemaakt, door onderscheid te maken tusschen den inhoud der Evangeliën en de historische feiten. We weten dan van onzen Heiland niets meer.

Van Ethische zijde zegt men ook: de grond van ons geloof is niet de Schrift, maar de levende Christus. Maar die tegenstelling kunnen we niet aanvaarden. Voor ons komt tusschen den persoon van Christus en ons geloof het getuigenis van de apostelen te staan. Het geloof is aan de Schrift gebonden, vrucht des Geestes zijnde. Het geloof omhelst Christus als Zaligmaker en de Schrift als Gods Woord. Door Christus tot de Schrift en door de Schrift tot Christus.

In de Ethische richting is zeer te waardeeren, dat zij den nadruk legt op den nauwen band tusschen godsdienst en zedelijkheid, op de praktijk van het christendom, op de heiligmaking. Ieder christen moet in dat opzicht aan haar zijde staan. Maar in de Ethische richting is te veroordeelen, dat zij de heiligmaking op den voorgrond zet. Niet de heiligmaking, maar de rechtvaardigmaking moet de eerste plaats hebben; en niet Imogen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking met elkander verward worden. Als Rechtvaardige wil God, dat alle schepselen in die verhouding tot Hem staan waarin Hij hen oorspronkelijk geplaatst heeft, vry van schuld en straf. Als Heilige eischt Hij, dat zij alle rein en onbesmet door de zonde voor Zijn aangezicht zullen verschijnen. De rechtvaardigmaking is een rechterlijke daad Gods en in één oogenblik volteoid; maar de heiligmaking is ethisch en zet zich voort door het geheele leven. Rechtvaardigmaking en heiligmaking schenken den vollen Christus. In de rechtvaardig­ b making worden wij rechtvaardigheid d Gods in Hem ; in de heiligmaking komt Christus zelf door Zijn Geest woning in ons maken en vernieuwt ons naar Zijn beeld.

Onwillekeurig hebben we onze aanteekeningen bij het lezen van dit mooie boek wat breed gemaakt. We hopen dat men er iets aan hebben mag en dat het aansporen mag om dit duidelijk geschreven boek over de Ethische Richting te koopèn en te lezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Van de Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's