Van de Leestafel.
De Ethische Richting. Eene studie van ds. J. van der Sluis, predt. te Varsseveld; met eene inleiding van dr. H. Bavinck. Drukkery Libertas — Rott
(Tot onsen spyt werd het gedeelte van deze recensie, dat in het vorig nummer op pag. 4 voorkwam, in onjuiste volgorde opgenomen en daardoor onleesbaar. Wy laten het daarom hier nog eens volgen.)
Is volgens de Ethische richting, de leer steeds de gebrekkige formuleering van het geestelijk leven, dan moet men van Ethische zijde tégen alle partijformatie zqn. Voor het vormen van eene partij heeft men immers soherp belynde formules noodig; en daar hechten de Ethischen weinig waarde aan, ze veroordeelen ze in beginsel als een onmogelyke en onwaarachtige zaak.
Volgens de Ethische richting is dus niet de Heilige Scfirift maar het geestelijk leven de bron van het dogma, de leer, de dogmatiek. Hier wordt dus het zwaartepunt verlegd van het object (voorwerp) in het subject (onderwerp). En in het subject (den menseh) verlegt de Ethische richting het zwaartepunt van het verstand naar het hart. (Schleiermacher verlegt het zwaartepunt in het gevoel). De weg Gods is dan' ook van het hart tot het verstand, van binnen naar buiten. Het hart is het orgaan voor de kennisse Gode. De gesteldheid van ons hart bepaalt onze levensrichting. En het gaat dus niet van de leer tot het leven, van het verstand naar het hart, maar van het leven tot de leer, van het hart naar het verstand. Een andere trek, die tot de algemeene kenmerken der Ethische richting behoort, is de nadruk, die gelegd wordt op de persoonlijkheid des menseheu. Dit dankt zij aan Vinet. Het noodige en heilzame beginsel van het individualisme; welk beginsel men beschrijft als de inwoning van Christus in lederen geloovige, waardoor deze de volheid der waarheid in zich heeft en die vry en peisoonlqk belijdt, zonder door iets buiten hem daartoe gedwongen te zqn, alleen tengevolge van persoonlijk inzicht en persoonlijke ervaring.
Door de Ethische richting wordt dus het zwaartepunt verlegd uit het object in het subject, uit de Heilige Schrift in de ehi'istelijkb persoünlykheid. Ook hierin komt het subjectivisme der Ethisoha richting uit. Moet volgens den Ethische de Kerk worden gebouwd op het beginsel der christelijke persoonlijkheid, onzes inziens moet zij worden gebouwd op da Heilige Schrift, j
Vervolgens dient opgemerkt, dat de Ethische richting de heiligmaking op den voorgrond stelt. Het Godsleven, Gods immanentie, de inwoning Gods wordt openbaar in eeu nieuw leven. En dan stelt men niet alleen de heiligmaking op den voorgrond, maar verwart haar met de rechtvaardlgmaking. Men wilde rechtvaardigmaking veel realistiseber nemen dan de Gereformeerden. De onreine wordt rein. De Heere is in de rechtvaardigverklaring om Christus' wil méér dan Rechter; Hij is Koniog die de werkelijke gave van genade, van leven geeft. Men wil dus niet hooren van een juridische, recht vaardigmakende daad Gods, maar men legt de nadruk op de ethische verhouding tusscheu God en menseh ; een verbinding van het ethische met het juridische element wil men.
Tenslotte heeft de Ethische van de theologie in engeren zin ook een eigenaardige opvatting. Zij stelt de immanentie, de zedelijke inwoning Gods, op den voorgrond; daar drijft de Ethische richting op. En men meent dat dit haar kracht is. Het is het eigen leven Gods in den menseh; welke zedeiyke inwoning Gods een proces doorloopt en stijgt allengs uit de Heidenwereld door Israël in Christus tot volkomenheid. De volkomen zedelijke inwoning des Heeren wordt in deze bedeeling niet bereikt; eerst daarna zal zij werkelijkheid worden.
Het godsdienstig zedelgk leven zetelt in het hart, de kern der meuseheiyke persoonlijkheid, Uit het hart gaat het goddelijk leven, - waarvan het godsdienstig zedelijke de openbaring is, naar het hoofd en wordt tot theologie, dogmatiek, leer; 't welk dus de beschrijving is van het godsdienstig zedelqk leven. Er moet onderscheiden worden tusschen het leven en de beschrijving ervan. Het leven ia een zaak van het hart, de leer van het verstand. Er kan verschil bestaan in de formuleering en dat toch hetzelfde leven in het hart klopt. Met 't hart kan men den Heere Jezus toebehooren, al weigert men met het verstand de Godheid van Christus te erkennen.
De heidenen, Mohammedanen met hun fetisjen, tempels, reinigingen, enz, , zqn niet Godloos maar Godvreezend. Feitelijk worden hier de grenzen tusschen heidendom en christendom, tusschen gemeente en wereld uitgewischt. Men zegt dus ook, dat het best mogelijk is, dat iemand door den Bijbel en Hem, die er de centrale persoonlijkheid in is, werkelijk met God in levenvernieuwende aanraking is gekomen, al heeft hij bezwaar om de genoemde formuleeriugen over te nemen; misschien ook omdat hg er de voorkeur aan geeft dezelfde dingen anders te zeggen, omdat hij een ander is. De mensch, die met God in aanraking komt, maakt zekere bevindingen door en de bevindingen van den een kunnen nooit dezelfde zijn als die van een ander. Het innerlijk leven doet u denken en spreken zooals gij doet, omdat gij zijt, die gy wilt. De ethische ziet dan ook in den bqbel liefst eene „verzameling van getuigenissen", die niet woordelyk door den H. Geest zijn geïnspireerd. Wel ontvingen de profeten en apostelen in hooger mate dan de latere geloovigen de verlichting des Geestes, maar voor dwaling waren zij niet gevrijwaard. De theoloog is nu geroepen om uit de tot ons gekomen getuigenissen langs methodischen weg zooveel mogelijk te besluiten tot de ware toedracht der zaak. Hij spreke zich vrq uit als zqn onderzoek aangaande den gang der heilsopenbaring hem tot resultaten brengt, die geheel in stryd zqn met de traditioneels. De meeste ethischen zijn dan ook voorstanders van de z.g, dynamische inspiratie en aanvaarden de z.g. histoiische kritiek. Voor ons staat de H. Schrift niet in de eerste plaats in het teeken der getuigenissen; wij ontvangen in haar de waarheid zell', door God geopenbaard. Veelal wordt ook alles subjectief gemaakt, door onderscheid te maken tusschen den inhoud der Evangeliën en de historische feiten. We weten dan van onzen Heiland niets meer.
Van Ethische zijde zegt men ook : de grond van ons geloof is niet de Schrift, maar de levende Christus. Maar die tegenstelling kunnen we niet aanvaarden. Voor ons komt tusschen den persoon van Christus en ons geloof het getuigenis van de apostelen te staan. Het geloof is aan de Schrift gebonden, vrucht des Cleestes zijnde. Het geloof omhelst Christus als Zaligmaker en de Schrift als Gods Woord. Door Christus tot de Schrift en door de Schrift tot Christus,
In de Ethische richting is zeer te waardeeren, dat zij den nadruk legt op den nauwen band tusschen godsdienst en zedelijkheid, op de praktijk van he christendom, op de heiligmaking. Ieder christen moet in dat opzicht aan haar zijde staan. Maar in de Ethische richting , is te veroordeelen, dat zij de heiligmaking op den voorgrond zet. Niet de heiligmaking, maar de rechtvaardigmaking moet de eerste plaats hebben; en niet mogen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking met elkander verward worden. Als Rechtvaardige wil God, dat alle schepselen in die verhouding tot Hem staan waarin Hij hen oorspronkelijk geplaatst heeft, vrij van schuld en straf. Als Heilige eischt Hij, dat zij alle rein en onbesmet door de zonde voor Zijn aangezicht zullen verschijnen. De rechtvaardigmaking is een rechterlijke daad Gods en in één oogenblik voltooid; maar de heiligmaking is ethisch en zet zich voort door het geheele leven. Rechtvaardigmaking en heiligmaking schenken den vollen Christus. In de rechtvaardigmaking worden wij rechtvaardigheid Gods in Hem ; in de heiligmaking komt Christus zelf door Zijn Geest woning in ons maken en vernieuwt ons naar Zijn beeld.
Onwillekeurig hebben we onze aanteekeningen bij het lezen van dit mooie boek wat breed gemaakt, We hopen dat men er iets aan hebben mag en dat het aansporen mag om dit duidelijk geschreven boek over de Ethische Richting te koopen en te lezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's