Uit het kerkelijk leven.
De Kerk en het Woord Gods.
IV.
Over de geheele aarde is de Kerk des Heeren verspreid of zal er komen. Het zuurdeeg des Evangelies zal er voor zorgen naar Gods wonder bestel. Maar die Kerk wordt, waar ze is, opgebouwd op het fundament der apostelen en profeten; ze gaat zich openbaren, ze wast op tot een heiligen tempel in den Heere, En zoo moet overal waar ze als huis des Heeren opgebouwd wordt de huisorde Gods worden gekend. Dat is naar Gods ordinantie. Dat komt uit het wezen der Kerk voort. En zoo wordt het ook gezien in de Schrift van den beginne afaantot op het oogenblik, dat het Jeruzalem dat boven is op aarde nederdaalt, dat het niet zonder heilige, goddelijke orde toegaat in het huis des Heeren. Noch in de Oud-Testamentisehe Kerk, noch als onder de Nieuwe Bedeeling de gemeenten zich uitbreiden van land tot land, ontbreekt wet en regel, al is het bij den patriarchalen kerkvorm gansch anders dan onder de Israelietische bedeeling en weer anders in de dagen van het Nieuwe Testament. Waar Christus' Kerk dan nu ook wordt uitgeplant, daar geldt allereerst dat verstaan moet worden: één lichaam, één Heere, één Geest, één geloof, één doop, — één God en Vader van allen, die daar is boven allen en door allen en in allen."
Dat moest in Perge, in Colosse, in Athene, in Rome verstaan en beleden worden.
Maar dan moest in Perge en in Colosse en in Athene en in Rome een eigen Kerk en een eigen orde van Kerkelyk leven zich openbaren, alles naar uitwijzen van Gods Woord, levend uit Christus den eenigen Zaligmaker,
Van Perge en van Colosse en van Filippi moesten de geloovigen niet naar Jeruzalem of naar Antiochië reizen om déar saam te wonen in één gemeente. Wel één Heere, één geloof — maar niet in één plaatselyk Kerkverband,
Ook niet in Azië en in Italië en straks in Gallië of Spanje één taal sprekend. Wel één geloof, maar niet één in taal. Immers de Heiland wacht Zijn kinderen straks in den hemel uit alle geslachten, volken, natiën en talen! En daarom, sinds de bouwlieden van Babels toren failliet zijn gegaan en de brokstukken van dit grootsche menschenwerk vóór schuld zijn verkocht, is het ijdele droomerij om de grenzen van landen en werelddeelen, om de talen van natiën en volken te willen uitwisschen en daar te komen tot één groote wereld-Kerk, Dat is den grooten Bouwheer en Kunstenaar in den hemel in Zijn goddelijke plannen tegenstaan. En het zal de booze en dwaze bouwlieden in deze slecht vergaan I
Straks in den hemel zal-het één zijn, alles één. Dan geen instituut, geen organisatie, geen Kerkelyk leven meer zooals nu op aarde noodig is. Maar zoolang de Kerk in deze bedeeling verkeert, kan zij niet anders dan gedeeld — gedeeld naar de landen en gedeeld naar de steden en de dorpen— optreden. Zij kan en mag zich niet anders openbaren dan als de Kerk van Nederland, de Kerk van Duitschland, de Kerk van Engeland — ook hierin dan evenwel weer in onderscheiding van de plaatselijke Kerk van stad A en de plaatselijke Kerk van dorp B — waarbij de grootste stad niet te groot en het kleinste dorp niet te klein is voor de openbaring van de Kerk van Christus, dewijl Hij heerschappij voert van land tot land en van plaats tot plaats.
Over die Kerken nu moet het Woord Gods heerschen. het Woord des Heeren, door de apostelen verkondigd. In die schakel zitten alle Kerken aan al de plaatsen Zijner heerschappij vast, naar het eigen Woord des Heilands, dat Hij sprak, zeggende : „Ik bid niet alleen voor dezen (de apostelen), maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij gelooven zullen." Door het Apostolisch woord, dat immers de leer van Christus is, zijnde Gods Woord, is de Kerk van alle tijden en alle landen en alle plaatsen. De Kerk welke in dezen zin niet Apostolisch is, is niet van Christus. En van Christus zynde, Apostolisch zijnde — schikt de Kerk zich ook naar Christus' Woord, naar Christus' inzettingen, naar der apostelen leer en ordening, 't Zijn immers geroepen heiligen, geroepen en geheiligd in Christus, „die den naam onzes Heeren Jezus Christus aanroepen in alle plaats" (1 Cor. 1 : 2 enz.), 't Zijn immers de geloovigen, die van alle andere vreemde religiën afgezonderd zijn, omOhris tustoe te behooren. Zijn leerjongens te zijn, Zijn merk-en veldteeken te dragen, Zijn Naam te belijden, in Zijn Woord te blijven. Wat zij, dié door den H, Geest waarlijk geroepen en levend gemaakt ziju, onderschrijven — daarbij belijdende, dat zij hebben af te staan van alle ongerechtigheid en niet mee^hebben te wandelen naar het goeddunken van hun boos hart. (Jer. 3:17 enz.). En zij die Zijn Woord gaarne aannemen en bij dat Woord mogen leven en wandelen, mogen zich verblijden met des Heilands belofte : de H, Geest zal u in alle waarheid leiden en ziet. Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld. (Mattheüs 28 : 19, enz.)
-De Heere heeft onder alle volkeren Zijn uitverkorenen en vroeg of laat wordt Christus' Kerk uitgeplant in alle landen. Dat gaat naar Gods Raad en dat komt op Gods tyd, door het zaad des Woords geheiligd en gezegend door den H, Geest aan de harten der menschenkinderen.
En overal bindt de Heere dan Zijn Kerk aan dezelfde waarheid, hoewel die waarheid, in Gods Woord geopenbaard, in het eene land wel eens wat helderder wordt gezien en wat kloeker wordt beleden dan in het andere land. Daarin zijn de gaven Gods in het midden van een zondig volk wel verschillend. Ook wat de volkeren en de landen betreft, geeft de groote Schatmeester den een vijf en den ander drie en weer een ander één talent. Maar voor allen zonder onderscheid geldt: „Indien gylieden in Mijn woord blijft, deze heeft beiden den Vader en den Zoon", of zooals elders staat: „indien iemand tot ulieden komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis."
Het gaat om de waarheid Gods, om de volle waarheid in Gods Woord geopenbaard, om de gezonde leer — en bij dat Woord zal de gemeente groeien en zullen de geloovigen wèl varen, indien de Geest dat Woord mag heiligen aan de harten, iü de omhelzing van Jezus Christus en alle Zijne weldaden.
Voor valsche profeten, ook voor dezulken die in schaapskleederen kornen, heeft de Gemeente van Christus van "plaats tot plaats zich te wachten (Matth. 7 : 15). Er moet gewaakt worden tegen het binnenkomen van een anti-christelijke waarheid. Alles wat zich verheft tegen het Lam Gods, moet uitgebannen, we zagen het reeds. En onder het éenig Hoofd Jezus Christus zal de Gemeente in deze bedéeling, zich wèl moeten aanstellen naar Gods Woord in leer en leven.
Daarom moet in de Kerk toegezien worden dat er geen valsche leeringen worden verkondigd; daarover zal men in kerkelijken weg telkens hebben te richten; en een profeet, die valschheid en leugen profeteert, zal niet met rust gelaten en niet geduld worden, maar zekerlijk worden uitgedreven. De Heere zelf heeft dit van ouds geboden. Of lezen we Deut. 13:5 niet: , , , die tot een afval gesproken heeft tegen den Heere, uwen God, die ulieden uit Egypteland heeft uitgevoerd en u uit den diensthuize verlost; om u af te drijven van den weg, dien u de Heere, uw God, geboden heeft, om daarin te wandelen. Zoo zult gij het booze uit het midden van u wegdoen, " En Deut. 18:20: Maar de profeet, die hoogmoediglijk zal handelen, sprekende een woord in Mijnen naam, hetwelk Ik hem niet geboden heb te spreken, of die spreken zal in den naam van andere goden, dezelve profeet zal sterven."
Deze ordinantie Gods is nooit veranderd, omdat God zelf nooit veranderd is en Zijn Woord alleen autoriteit heeften houdt in het midden Zijner Kerk,
Hier ligt het onderscheid tusschen de ware en de valsche Kerk. Waarbij de valsche Kerk wel een schoonen schijn kan hebben en de ware Kerk met vuile kleederen kan bekleed zijn. Maar waarbij het kenmerk ten slotte is en blijft, of men in den grond der zaak Gods Woord erkent en belijdt als hoogste autoriteit en Jezus Christus als Verlosser en Zaligmaker; of men Gods souvereiniteit eert en het bloed van Golgotha aanneemt. Of zooals onze belijdenis zegt: „Aangaande de valsche Kerk, die schrijft zich en harer ordinantiën meer macht en autoriteit toe dan den Woorde Gods en wil zich het juk van Christus niet onderwerpen; zij bedient de sacramenten niet gelijk Christus in Zijn Woord verordend heeft, maar zij doet daar af en toe gelijk als het haar goeddunkt; zij grondt zich meer op de menschen dan op Christus, zij vervolgt degenen, die heiliglijk leven naar het Woord Gods en die haar bestraffen van hare gierigheid en afgoderijen, "
Natuurlijk dat we hier denken aan Rome met haar vervloeking van deleer die naar de Schrift is en haar brandstapels voor de schapen Christi. Maar hier hebben we ook acht te geven op alle verachtering, verslapping en verflauwing die wel gevonden wordt in het midden van de Protestantsche Kerken, zoowel hier te lande, alsook in Duitschland, Engeland enz. Waarbij we helaas! bizonderlijk ook te denken hebben aan onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk, welke toch Gods Woord in hare belijdenis eert als te zijn bekleed met autoriteit voor béel het kerkelijk leven en ook in eiken beroepsbrief Gods Heilig Woord als regel voor leer en loven aangeeft, inaar intusschen weinig waakzaam is, om te onderzoeken en uit te bannen dat vele, 'twelk niet is naat' Gods Wet en Getuigenis.
Want neen, we gelooven niet, dat zij de leugen tot heerschende macht heeft geproclameerd in haar wetten en ordonnantiën en dat zij zich in haar organisatie vastgezet heeft in de onwaarheid. De officieele bewijzen zijn daarvoor, dat het alzoo niet is, gelyk ook duizenden bij duizenden dat telkens ten sterkste ontkennen, wandelend in de oude, beproefde paden, die zijn naar Gods Woord,
Maar dat neemt niet weg dat, waar de bottende takken spreken van nieuwe tijden, de tegenwoordige gang der zaken allesbehalve in alles conform Gods Woord is. En de Kerk, die hierin afwijkt van den weg Gods, geeft den Heere smaadheid en schaadt zichzelf. Haar stand is niet als eeh groene boom aan een frisschen stroom geplant. En de vruchten worden niet gezien op gezette tijden, gelijk zij onder haar groen blad ook geen schaduw geeft om onder te rusten. Of bekeering moet hier komen; of .... de boom zal uitgeroeid worden.
Neen, dat is geen zucht tot fitten hetwelk ons hier zoo doet spreken, 't Is geen lust tot kwaadspreken en schelden, 't Is ook niet omdat we blind zijn voor het vele goede en heerlijke dat de Heere ons schenkt in het midden van onze Herv, Kerk, Hoe mag het Woord heerlijk worden verkondigd in stad en dorp, Hoe mogen de Sacramenten, door Christus ingesteld, naar Zijn ordinantie worden bediend. Hoe mogen honderden en duizenden van het opkomend geslacht worden onderwezen naar uitwijzen van Gods getuigenis, om gedrenkt te worden met het frissche water uit Bethlehems bornput, Hoe mogen de zieken getroost, de armen geholpen worden, Hoe mag het werk der Zending, der dienende liefde, der barmhartigheid ter hand genomen, voorgestaan, geholpen worden, Hoe mogen duizenden bij duizenden alzoo samenwonen in het huis door den Heere Zelf in dezen lande gebouwd, getuigende, dat de Heere goed en goeddoende is. En hierin gaan we niet achteruit, maar kennelijk vooruit, van provincie tot provincie.
Doch dat mag er ons toch niet toe brengen, om onze oogen gesloten te houden voor de zonden die onze Herv. Kerk in deze aankleven, waar zij als Kerk niet kloek en fier belijdt dat Gods Woord met autoriteit is bekleed, om naar deze belijdenis dan ook alles te richten op de handhaving der waarheid en de uitbanning van alle valsche leeringen.
En daarvoor is juist noodig dat er komt een kerkelijk samenleven, ingericht naar Gods Woord, waarbij dan gelegenheid is in kerkelijke vergaderingen over de waarheid Gods te spreken en te handelen naar Gods inzettingen, zooals van ouds onder ons gewoonte was.
De Kerk zelve moet waken, toezien, onderzoeken, goedkeuren en veroordeelen al naar 't geen men in haar midden naar Gods Woord spreekt, of wel met Gods Waarheid in strijd komt. Er moet opzicht en tucht zijn. En daarvoor zijn noodig de ambten en de Kerkelijke vergaderingen. Onze Herv, Kerk moet oogen hebben om te zien, een mond om te spreken, handen om uit te voeren wat de Heere in deze beveelt. Zich in alles richtend naar Gods Woord, dat de waarheid is en met goddelijke autoriteit is bekleed.
{Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's