Uit het kerkelijk leven.
De vogelverschrikkers.
Terwille van de volkscultuur, van de volksbeschaving, willen vrijzinnige Godsdienstigen aansturen op verruiming van de Kerk. Alles wat op eene belijdenis Iykt moet weg. Ieder is dan welkom van wat geest ook bezield en van wat beginsel ook uitgaande. Als men zelf toelating tot de gemeenschap met de Kerk vraagt, dan is men welkom. Nu is dit natuurlijk de Kerk radicaal bij den wortel afsnijden, want de Kerk moet een belijdenis hebben; er moet orde en tucht zijn; er moet zijn een leven uit beginselen die allen gemeen en allen lief zyn: anders wordt het een zoo different gezelschap, dat verwarring, vernietiging van het huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, niet kan uitblijven.
Ook vrijzinnigen voelen dat nog wel. En waar in de laatste weken een vogelaar met zoet gefluit zioh laat hooren, om met verruiming van de Kerk plaats te geven aan lieden van allerlei gezindte, daar laat het Vrijzinnig-Godsdienstig Kerkblad van Groningen zich hooren en zegt: Wij, vrijzinnigen, willen geen zieltjes winnen door dik en door dun. Wat geeft 't of er al velen tot onze gemeenten toetreden, als die velen niet diep overtuigd zijn van dé waarde en 't belang van 't godsdienstig leven ! Daar is wel eens wat te licht over heen ge-loopen en aangenomen werden maar jonge menschen, alleen omdat zij den leeftqd er voor bereikt hadden, zonder dat zij zelf zich genoegzaam rekenschap hadden gegeven van den ernst, die de belofte inhield om 't godsdienstig leven te helpen bevorderen, of zonder dat de leeraar daarvan genoegzaam bij hen overtuigd was. Voor de groote meerderbeid kon daarop toch veel invloed geoefend worden en 't. moet uit zijn met dat lichtvaardig toetreden.
En die yan buiten willen overkomen moeten eerst maar eens komen luisteren, niet eens maar meermalen aaneen naar die vryzinnig-godsdienstige prediking en mocht daarin iets zijn, wat hun onbegrijpelijk is of wat hen afschrikt, daarover met de predikers zich in contact stellen enz."
De vogelaar met z'n zoet gefluit, zijnde de Kerknieuws-schrijver van de N. R.C is hierover niet best te spreken. De knip stond nu zoo mooi open voor de heeren Taal CS. en daar laat dat Groningsche blad nu opeens van die harde gilletjes hooren. Daar zullen de religieuze'beestjes van het type Taal nu waarlijk voor schrikken en wegvliegen. Of zooals de N. R. C, letterlijk zegt:
„ Ons dunkt, dat, wanneer iets bij machte is de buiten-kerkelijke godsdienstigen voor goed van de Kerk te doen afschrikken dit wel de verwaten wijze moet zijn, waarop hier het „buiten-kerkelijk" geloof wordt besproken."
Vreeselijk toch van dat Groninger Kerkblad om zoo tegen dat „buiten kerkelijk geloof" op te treden. En, zoo zegt de N. R.C. „wij vreezen, dat de Groningsche vrijzinnigheid hierin niet alleen zal blyken te staan."|
Die ellendige vogelverschrikkers!
Gekibbel.
De Vrijzinnige Hervormden zien dikwqls met leede oogen naar de beweging van den Protestantenboud, waar Hervormden met niet Hervormden samenwerken. Mon vreest, dat or wol eens meer nadeel dan voordeed voor de Herv. Kerk uit kan voortkomen en daarom zien de Vrgz. Hervormden liever een afdeeling van „de Vereeniging van Vrijz. Hervormden" ontstaan dan een afdeeling van den Protestantenbond. Dat hangt ook saam met hun ideaal: de Herv. Kerk te maken tot een vrijzinnige volkskerk I
Niet beter is de verhouding van de Vrgz. Hervormden en de Remonstranten. Ook al, omdat men bang is, dat de Vrijz. Hervormden bij de Rem. zullen aansluiten en de Herv. Kerk zullen verlaten. Het heerlijk ideaal der Vrijz. Hervormden zou daardoor in rook opgaan!
't Komt zelfs tot scheldnamen geven. Men spreekt in Herv. kringen van „het pronk-corps der gele rijders", bedoelende de deftig pareerende Remonstrantsche keurbende. Men schrijft over „de godsdienst van de glacé-handschoenen", van sectegeest, clubgeest, kliek enz. enz.
Natuurlijk laten de Remonstranten dat zoo maar niet passeeren. En wel wordt men niet handgemeen, zooals wq het onder Doopsgez. en Herv. Theol. studenten in de collegezaal van de Amsterdamsche Gemeente-Universiteit wel hebben bijgewoond, maar men zegt elkaar toch ongezouten de waarheid, waarbij nog wel wat te leeren valt voor ons.
Zoo protesteert o. a. dr. E.. Miedema, Remonstrantsch predikant te Amersfoort (vroeger te Schoonhoven) tegen het geschrijf van den modernen Herv. predt. ds. D. Mulder in de „Hervorming" en zegt, dat ds. M. blijk geeft de Remonstrantsche Broederschaj) niet te kennen en niet schijnt te weten, dat van sectarisme geen sprake is en naast den rentenier de arbeider broederlijk staat ingeschreven in de ledenregisters enz.
Wat ons nu in het scherpe en rake antwoord van dr. Miedema 't meest trof is 'tgeen we hieronder citeeren (uitknipsel uit het Handelsblad):
I , , Zeker, onze prediking verschilt niet van die der vrijzinnige elementen in het kerkgenootschap waartoe gij behoort. Er is geen apart Remonstrantsch evangelie. Maar wel verschilt de kerkelijke organisatie, waarin deze prediking wordt gehouden, en deze organisatie is, wegens het ontbreken van eenige bindende bepaling of belijdenis, m. i. de eenige waarmede een vrijzinniggodsdienstig mensch zich ten volle kan vereenigen,
„Hoe gij uw vrijzinnig-godsdienstige overtuiging kunt rijmen met het lidblijven van een kerkgenootschap, wiens belijdenis ge niet zonder juridische handigheid, zelfs niet in geest en hoofdzaak, als de uiting van uw godsdienstig geloof kunt beschouwen, begrijp ik niet goed, vooral daar ge zelf zegt, dat het om den godsdienst gaat en niet om een Kerk. Want uit kerkrechtelijk, zuiver politiek oogpunt kan ik mij het blijven der vrijzinnig-hervormden in de Hervormde Kerk indenken, doch niet uit het oogpunt van den godsdienst, dat is dus in de allereerste plaats uit 't oogpunt van waarheid."
Hierin ligt natuurlijk een ernstige aanklacht tegen de vrijzinnigen in de Herv. Kerk, waarmede we ons geheel kunnen vereenigen. Aangezien de kerkelijke organisatie, waarbij geen enkele bindende bepaling of belijdenis gevonden wordt, de eenige is waarmede een vrijzinnige godsdienstig mensch zich ten volle kan vereenigen, is het onverklaarbaar waarom de vrijzinnigen nog in de Herv. Kerk blijven, daar immers overal in de Reglementen der Herv. Kerk voorkomt dat leer vrijheid is verboden en ieder zich in leer en leven moet houden aan de belijdenis der Kerk naar uitwijzen van Gods Heilig Woord. Hierin moeten allen in geest en hoofdzaken met elkander overeenstemmen, gelijk het wezen en het karakter daarin juist moet uitkomen. Dat is, ook nu men ónder voortdurend protest een eeuw lang beproefd heeft om deze grondslagen van ons Herv kerkelyk leven te ondermijnen en los te woelen, nog altyd zoo gebleven en het laat zich niet aanzien dat het ooit nog zal veranderen. Leervrijheid is ten eenenmale verboden en de hoofdlijnen der kerkelijke belijdenis zijn ieder genoegzaam bekend. Hoe nu de vrijzinnig-godsdienstigen in de Herv. Kerk kunnen blyven is dr. Miedena en ons een raadsel. Een raadsel, waarvan èn door Miedena en door ons de oplossing gevonden wordt in de politieke bedoelingen der vrijzinnigen.
Ons standpunt is en blijft dan ook, dat alleen all'en die hartelijk en eerlijk instemmen met de rechtzinnige belijdenis onzer aloude Herv. Kerk daar thuis hooren en dat allen die daar welbewust in geest en hoofdzaak mee verschillen, uit geheel andere beginselen levend, uit de Herv. Kerk moeten uitgaan.
Men moet niet om politieke redenen blijven, als de godsdienstige beginselen zeggen, dat men er niet thuis hoort.
Laat men dan ook zichzelf en anderen niet langer wijs maken „dat de inrichting van de Herv. Kerk zoodanig is, dat de Vrijzinnigen daar niet alleen met volkomen eerlijkheid hun plaats innemen, maar er zelfs in veel zuiverder positie verkéeren dan de orthodoxen, " want dan heeft mon of nog nooit de geschiedenis van de laatste honderd jaar onderzocht en nog nooit een oog geslagen in de Reglementen der Kerk of inen misleidt zichzelf en anderen opzettelijk.
Wat een eenvoudig gemeentelid kan weten is, dat de Vrijzinnigen met machtsmisbruik en allerlei dubbelzinnige termen en' slinksche streken alleen nog wat kunnen blijven, totdat ook dit uit is.
Of weet een eenvoudig gemeentelid niet, dat b.v. in de Synode de Moderne leden van de Waalsche Commissie — die eigenlijk niets met ons^eder Duitsch Hervormd Kerkelijk leven te maken hebben en bovendien altijd samen zijn, terwijl het aantal Walen zoo bitter klein is — al zoo dikwijls onverantwoordelijk het roer hebben mee helpen omgooien in een richting welke de Kerk niet wil ?
Weet men niet, dat b.v. bij de belijdenis-vragen de belijdenis zelve intact moet blijven, waar de woorden mogen worden gewijzigd, wat voor een eerlijk, waarlijk vrijzinnig-godsdienstig mensch steeds een beletsel moet zijn om in de Herv. Kerk belijdenis af te leggen en als lid tot de Herv. Kerk toe te treden, gelijk ook geen enkel waarlijk, eerlijk Vrijzinnig predikant die vragen stellen kan ?
Weet men niet dat ieder die in eenig bestuur zit, van af den Kerkeraad tot de Synode toe, gehouden is om voor alles zorg te dragen dat de leer der Herv. Kerk wordt geëerbiedigd en gehandhaafd — waartoe geen waarlijk, eerlijk vrijzinnig-godsdienstige zich verbinden kan ?
Weet men niet, dat ieder predikant het Evangelie van Jezus Christus naar Gods Heilig Woord heeft te verkondigen, daarby in de prediking en in de bediening der Sacramenten zich aansluitend bij de belijdenis der Kerk ?
De vrijheid gegeven is nooit en nergens een vrijheid geweest om af te wijken van de beginaelen en den hoofdinhoud er kerkelijke belijdenisschriften — waarom ook een vrijzinnig-godsdienstige niet in de Herv. Kerk thuishoort. En blijft hij er in, dan blijft hij niet om godsdientige, maar wel om politieke redenen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's