De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

De soheidingslijn.

Onlangs schreef de A.-R. Rotterdammer een artikel over: „de Chr. Historischen en de Hervormde Kerk."

Het heette daarin:

Nu de anti-revolutionaire partij zelfstandig ten strgde trekt, is het - plicht haar eigen karakter scherper dan voorheen naar voren te brengen.

Ook op wat haar van de andere partijen der rechterzijde scheidt moet sterker de nadruk worden gelegd.

Vooral is dit noodig, nu, naar luid van verschillende berichten, die bij ons inkomen, sommige woordvoerders der Christelijk-Historische partij praktqken in zwang brengen, die ongeoorloofd moeten heeten.

Zij toch zoeken de menigte diets te maken dat de anti-revolutionaire partij de vergaderplaats is van leden der Gereformeerde Kerk, terwijl alleen in de Christelijk-Historische partq de belangen der Hervormde Kerk veilig zijn.

Natuurlijk is deze voorstelling in flagranten strijd met de waarheid.

Verderfelijk zouden wij het vinden indien het speculeeren op kerkelqke hartstochten thans door onzen vroegeren bondgenoot in praktijk werd gebracht.

Zouden de leidende mannen in de Christelijk-Historische partij niet eens hun ernstig protest doen hooren tegen deze onwaardige vertroebeling van den politieken strijd?

Aan dit verzoek heeft „De Nederlander", het orgaan, dat aan de Chr. Hist. Unie nauw verwant is, voldaan.

Twee punten werden daarbij op den voorgrond gesteld.

In de eerste plaats, dat ook het blad het speculeeren op kerkelijke hartstochten ten scherpste afkeurt. Geen blad, zoo zegt de Redactie, is meer beslist dan het onze daartegen ingegaan, ook houdt het Program van beginselen der Unie niets in, wat wijst op hetgeen, volgens de Rotterdammer, door sommige Chr. Hist, woordvoerders wordt verkondigd.

En in de tweede plaats bevat ook het A. R.-Program van beginselen niets dat leiden kan tot de conclusie, dat de A. R. partij de vergaderplaats is van leden der Gereformeerde Kerk; verscheidene leiders dier partij behooren tot de Hervormde Kerk en, al behooren de meesten waarschijnlijk tot de Gereformeerde richting in die Kerk, toch is dit nimmer als eisch voor lidmaatschap van die partij gesteld.

Wij gaan met deze twee opmerkingen van de Nederlander geheel accoord, Wg verheugen er ons over, dat zoo onomwonden wordt uitgesproken, dat de „scheiding" tusschen Anti-revolutionaren en Ohristelijk-Historischen niet ligt op kerkelijk gebied.

Echter zijn wij het met de Redactie van het blad niet eens, als zij beweert, dat er geen verband bestaat tusschen een godsdienstige overtuiging, die gefundeerd is op de Gereformeerde beginselen, en een staatkundige gezindheid, die zich beweegt in Calvinistische lijn.

Ook al kunnen zij, die gereformeerd denken, zich niet altijd of wel in vollen omvang rekenschap geven van de vraag: hoe het in de Staatkunde precies loopen moet, toch gevoelen zij allen het, alsbq intuïtie, dat de hoofdmotieven, die hunne godsdienstige gevoelens beheerschen, in het Staatkundig leven tot ontplooiing moeten komen.

Afgezien van dit verschil van ihzicht, onderschrijven wij in haar geheel de gevolgtrekking, welke de Nederlander maakt, dat op politiek gebied, zij, die zich uit de Hervormde Kerk in de Gereformeerde Kerken hebben teruggetrokken, en zij, die tot die Gereformeerde groep behoorende, maar niet met de Hervormde Kerk . wilden breken, in de A.R.-parlij samengaan.. Tegenover deze kwamen, zoo vervolgt het blad, vanzelf zij te staan — en dit zijn dan de Ohristelijk-Historischen — die zich in de Ned. Herv. Kerk met de Gereformeerde leerstellingen, zooals die in deze Kerk zijn vastgesteld, niet ten volle vereenigen konden, althans niet op de geschilpunten den nadruk legden, welke in de Herv. Kerk van de 16e eeuw zoo groote scheuring hebben teweeggebracht.

Onder welken kerkdijken naam de laatsten zijn te brengen, zegt de Nederlander niet. Maar elk man, die kerkelijk medeleeft, zal weten wat hier bedoeld wordt.

Het deed ons genoegen, dat dit licht over de vraag: Antirevolutionair of Christelijk-Historisch? werd ontstoken.

Wat ons betreft, we hopen binnenkort en dan e'enigszins breedvoerig, op het eigen karakter der beide groepen nader in te gaan. -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's