Staat en Maatschappij.
Waar ligt de soheidingslijn?
Bij het uitstippelen onzer staatkundige beginselen behoort er voor gezorgd te worden — en dit hebben wij de vorige week breedvoerig aangetoond — dat tegen elke poging-om de Kerk in de politiek te betrekken, met nadruk moet opgekomen worden. Want doet men dit niet, dan wordt niet alleen de politiek bedorveia, maar berokkent men de Kerk ook groote schade.
De heer de Savornin Lohman, de leider der Christelijk-Historischen, heeft het nog niet lang geleden zoo duidelijk aangegeven, dat hij het eenvoudig een ramp voor ons land en een ramp voor de Kerk zou achten, indien de kerkelijke tegenstellingen werden overgebracht op het gebied der politiek.
Nu moeten we intusschen wèl begrijpen, dat, wanneer wij het vereenzelvigen van de politiek met de Kerk veroordeelen, dit laatste natuurlijk niets te maken heeft met het betrekken van den godsdienst in de staatkunde.
Het eene is heel wat anders dan het andere.
Zoo groot nu ons bezwaar is tegen het vermengen van de Kerk met de politiek, zoo van harte juichen wij toe, dat voor de eere Gods in de staatkunde wordt opgekomen,
In het belijden van die eere Gods en in het opkomen voor Gods absolute souvereiniteit zit de hartader van het beginsel der Antirevolutionaire partij.
Is het alzoo een drang der consciëntie, een behoefte en begeerte om in het Staatskundig leven den Christus Gods te belijden en naar de ordinantiën des Heeren te leven, het spreekt van zelf, dat daarbg het standpunt dat men jegens de waarheid van Gods Woord inneemt, niet buiten beschouwing kan bijven.
De ethische hoogleeraar dr. J, J. P. Valeton Jr. .schreef het zoo juist op blz. 14 van zijn geschrift Ethisch: h o „Laat men niet meen en dat, al geldt het hier de theologie, de vraag: al dan niet ethisch, zich alleen voordoet op het gebied van deze. Zij raakt de geheele levensbeschouwing, en ook op philosophisch, juridisch, economisch gebied, om van psychologie en pedagogie niet eens te spreken, heeft zij beteekenis."
De vraag al dan niet ethisch raakt dus de geheele levensbeschouwing (de cursiveering is van ons). Dit is zoo. Het is toch zoo geheel verschillend bij welk licht men de beginselen beziet, en op welke wijze ze voor het Staatkundig' leven van ons volk in toepassing gebracht worden, of men daarbij uit het Gereformeerde beginsel leeft, dan wel van een andere opvatting uitgaat.
Wij wezen in ons artikel van de vorige week „Juiste voorlichting noodzakelijk" op een paar zinsneden uit een artikel van het Christelijk-Historisch kamerlid de heer Snoek Henkemans, waartegen we toen ons bezwaar deden hooren. Dit maal willen we nog een opmerking van dit kamerlid uit zgn artikel: „Waarom Christelijk-Historisch? " in de Overijsselaar ' aanhalen, waarmede we het in meerdere ; mate eens zijn.
Die opmerking komt voor in dat gedeelte van het stuk, waarin de Apeldoornsche afgevaardigde het heeft over Willem van Oranje.
Het heet daar:
De antirevolutionairen gevoelen zich zonder twijfel één met den geest van Willem van Oranje; ook hij was Calvinist. Maar Willem van Oranje, die voor de vorming van óns volk, diep gevoelde de, beteekenis van het krachtige Calvinisme met zijn behoefte aan volkomen gehoorzaamheid, aan eigen rechtsbeginsel en vasten leefregel; — Willem - van Oranje wist ook op den waren prijs te stellen de trouw en de geloofsmoed van overtuigde christenen, wien Calvijn's hand te vast en Calvijn's geest te onbuigzaam scheen. '
Al zouden wij het bovenstaande op een iets andere manier geschreven hebben en eerst hebben moeten onderzoeken of het laatste gedeelte precies de gedachte van Willem van Oranje weergeeft, toch komt het ons voor, dat in de tegenstelling, die de heer Snoeck Henkemans hier maakt, dege juiste beschouv/ing ligt, dat waar eenerzijds de Antirevolutionairen staan „als eensdenkend met Willem van Oranje als Calvinist, en welke Antirevolutionairen als zoodanig in volkomen gehoorzaamheid aan de autoriteit van de Schrift willen leven, hun rechtsbeginsel gegrond hebbend op de ordinantiën Gods en op een vasten leefregel prijs stellen, welke conform is aan de onveranderlijke waarheden van het Woord ; anderzijds die mannen gesteld worden wiens Calvijn's hand te vast en Calvijn's geest te onbuigzaam is.
De Antirevolutionairen de Calvinisten. ' Zoo ook wordt het omschreven in art. 1 van het program der Antirevolutionaire partij
„De Antirevolutionatre partij of Christelijk-Historische richting vertegenwoordigt, voor zooveel ons land aangaat, den grondtoon van ons volkskarakter, gelijk dit door Oranje geleid, onder den invloed der Hervorming omstreeks 1572 zijn stempel ontving."
Bij het zich rekenschap geven van de vraag tot welke politieke richting men behoort, heeft men zich eerst zekerheid te verschaffen van het standpunt, dat men in zijne beschouwing omtrent de Schrift deelt, want beiden staan met elkander in onontbindbaar verband.
Uitvoering van artikel 192 der Grondwet.
In sommige gemeenten begint men op eigen gelegenheid uitvoering te geven aan het nieuwe artikel 192 der Grondwet.
Daarbij redeneert men dan zoo: Art. 192 der Grondwet wil de financieele gelijkstelling van den bijzonderen onderwijzer met zijn collega aan de openbare school; deze gelijkstelling is afgekondigd; niets weerhoudt de gemeentebesturen dus om uit de gemeentekas een toelage te verstrekken.
Er wordt dan besloten, dat met het oog op den nood der tijden, en uit waardeering voor de aan de gemeente bewezen diensten, een gratificatie te verleenen is aan elk der hoofden en onderwijzers en onderwijzeressen, die in den loop van het jaar 1918 werkzaam zullen zijn geweest aan eene der in de gemeente ge vestigde scholen, tot zoodanig bedrag als — met bijtelling van al hetgeen aan vast salaris, duurtetoeslag of gratificatie van hun schoolbestuur of uit 's Rijks kas wordt genoten — noodig zal zijn ona te komen tot, de som, welke zij zouden hebben genoten, wanneer zg over hetzelfde tijdvak in diezelfde betrekking aan een der gemeentescholen waren werkzaam geweest.
Deze besluiten zijn intusschen van hoogerhand geschorst uit overweging, dat het wenschelijk is om hangende het onderzoek naar de vraag, of er termen zijn, om' het besluit 'wegens strijd met de wet te vernietigen, het in werking treden daarvan te voorkomen.
Wij zien met belangstelling de beslissing over deze kwestie tegemoet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's