De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Ziet, Ik ben met ulieden, alle de dagen, tot aan de voleinding der wereld. Matth. 28:20.

Altijd tegenwoordig.

In deze tijden, waarin de woelingen en bedoelingen van menschen zoo openbaar worden, komt ook uit de onrustin 't menscbenhart. Ik zeg niet, dat er geene redenen voor bestaan; wèl viel het mij op, dat één woord van een kundig en voorzichtig Minister veler aangezicht doet betrekken, terwijl zoovele getuigenissen des Heeren worden gehoord zonder dat men in breeden kring daarop acht geeft,

't Was ook in bangen tgd, dat een godaalig man sprak: „als men zich niet keert tot iets beters, dan zal de Heere zich keereu tot iets ergers." En hoe menigmaal sprak God zelf tot de geslachten, dat er onheil op onheil te wachten stond in de afwijking van Zijne waarheid.

Daar is een loslaten van 's Heeren getuigenissen en een verwerping van Zijne openbaring, die u met vreeze mocht vervullen. Veler onrust en geheime vreeae staat met de erkentenis van deze dingen in verband.

Een volk, 'twelk door genade het burgerschap ip den Hemel mag hebben, al leeft het ook weinig in de bewustheid en heerlijkheid daarvan, leest van Gods daden in de H, Schrifture en weet, dat het ook nu in de geschiedenis van deze geslachten gaat, zooals het ging in den Bijbel; het zoekt bij 't licht van Gods Woord ook deze tijden te verstaan, omdat het weet, dat achter de historie een God in den Hemel staat, die zich ook in de schrikkelijke dingen openbaart en alle dingen leidt naar den Raad Zijns willens. Zijne macht heerscht over winden en wolken, als ovei de harten van Overheden en onderdanen. Hij weet de plannenmakers te vangen in hunne raadslagen en regelt de uitkomst van eiken veldslag.

En nu ziet een volk, dat God vreest, met bezorgdheid de uitbarsting van lichtvaardigheid en spotzucht, de verwildering van 't volksleven en merkt „hoe de tong wandelt op aarde" en hoort de sprake: .Wij zullen de overhand hebben met onzen mond." Dies is er bange vreeze voor ergere toestanden. Een klein gerucht maakt soms vervaard.

Beter ware het gewis om bij den Heere zijn nooden te klagen en van Hem genade te smeeken, opdat onze en veler harten gericht werden tot 's Heeren Getuigenissen.

De volkeren moeten teleurstelling brengen, als het van hen wordt verwacht. Amerika zal niet redden, noch Engeland, noch Duitschland; Hij alleen, bq Wien al de volkeren als niets zijn geacht. Bij Hem is de uitkomst te zoeken; bij Hem, die op één wenk wending geeft.

Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde en alle volk, bizonder de volkeren, die den Naam van Christus belijden, hebben tot roeping om van hunne hoogten af te komen en op de knieën wgsheid te zoeken bij den eenigen troon, die staan zal in glorie, als alle tronen zijn vergruisd.

Die Vorst, met zooveel macht bekleed heeft eens — 't was kort voor de Hemelvaart — een trouwe, volle belofte gegeven, opdat Zijn volk in alle eeuw en op elke plaats door geloof profijt zou genieten uit die Zijne toezegging en ruste genieten ook bij de onrust der tijden en de onrust des harten.

Op den Olijfberg heeft Hij tot de vertegenwoordigers van heel Zijne gemeente gezegd: „Ziet, Ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld."

Juist op dat uur hadden de eerste hoorders noodig te weten: Ik scheid wel van u, doch scheid Mij niet van u af. De tegenwoordigheid van vrienden kan u soms verkwikken en in groote moeite en diepe droefenis zoo zeer tot steun wezen; zelfs kan in de eenzaamheid de tegenwoordigheid van een kind u lieflijk zqn, Gideon mag Pura meenemen in dien nacht.

Maar hoeveel te meer sterkt het in 't verborgen, als gy goed gezelschap hebt aan een bidder; zelfs spotters hebben in nood liever een bidder bij zich dan een vloeker.

En toch geldt het van alle menschenhulp, dat zq ijdel is. Wij weten niet veel van 'n „Engelenwacht, die zich legert rondom die God vreezen"; soms zijn er opmerkelijke gevallen geweest, waarin de Heere deze „gedienstige geesten" uitzond; en eens, als wij de verklaring der wegen Gods bekomen, zal er overvloedige reden zijn om ons over den Heere te verwonderen.

Boven alle middellijke hulpe en vertroosting, ja in die alle is het toch de tegenwoordigheid des Heeren, die verkwikt; èn dat gezicht èn die bewustheid geeft eigenlqke troostvolle blijdschap.

David beroemt er zich in, als hij dit weet, dat God met hem is. Dat is het licht in zijn paleis, en met dit licht is geen hut te donker, geen zee te onstuimig,  geen woestenij te onherbergzaam, geen nood te groot, In die bewustheid zijn moeielijke roepingen aanvaard en donkere wegen ingegaan; ja zelfs brandstapels juichende beklommen.

Dit met u heeft bizondere beteekenis. 't Is niet slechts: Ik ben altijd bij u, naar  Mgne alomtegenwoordigheid en Goddelijke kracht, maar in gunst, in vriendschap, zoodat Mijne Almacht u ten goede werkt in vriendelijke beschikking en verrassende uitkomsten; Ik ben werkzaam u ten nutte, ook als gij dat zoo niet ziet. Mijn macht werkt in uw belang en in dat van heel de gemeente, door al de eeuwen heen.

Wel klaagt Zion dikwijls: De Heere heeft mg vergeten! doch dat kan niet. God is niet vergeetachtig, Geen muschje op de aarde vergeet Hij, hoe zou Hij dan één Ziijner kinderen (gij hebt het vaak gevreesd, is 't niet? ) vergeten? Immers Hij heeft gezegd: Gij gaat vele muschjes te boven,

't Ia alsof de Heere de verzekering wil geven aan Zgn Hem gedurig vergetend volk: Mijn macht is in uw belang, Mgne wgsheid op uw heil bedacht, want Mijn hart is tot u genegen in liefde.

Er dient nog aan toegevoegd: Ik ben met u vereenigd. Juist uit dien innigen band der geestelijke gemeenschap, uit die eenheid, waarvan sprake is in de gelijkenis van den wijnstok en de ranken, vloeit Mgne zorge voor u, ook als het deel der dingen dezes tijdelijken levens sober wordt,

Als wij het zoo verstaan, dan lees ik , hierin, dat het leed van Gods volk den Heere aangaat, hunne smaadheid Hij als Hem aangedaan rekent en den zegen, Zgn volk beschikt door vriendelijkheid van menschen, Hg acht als aan Hem bewezen.

Daar is éénheid des levens. der liefde; daar is levensstuwkracht van uit het: Hoofd in al de leden des lichaams van Christus.

Zelfs is men verder gegaan en heeft  in dit woord iets gelezen van de heerlijke beteekenis van Immanuël, gelijk gewis ' de vleeschwording des Woords achtergrond, ja grond is voor deze toezegging van den Middelaar aan al Zijne uitverkorenen. Geen pad... of Hij gaat mee; geene moeite of Hij heeft ze afgewogen.

En als gij geen adem kunt halen, en de vgand spot: Waar is nu God, uw God? Dan verhoogde Hij Zijn hand u ten goede, soms in Zijne oordeelen over de vijanden, die 't niet zagen noch beschaamd werden. Eens zal de zaak van Gods volk — onze' Vaderen spraken er reeds van in onze belijdenis I — bekend worden als Gods zaak.

Gij zoudt misschien verwachten, dat de Heere Jezus zou gezegd hebben: Ik zal met u zijn; niet alzoo, mijn lezer. Hij zegt: Ik ben altijd tegenwoordig, al betoon Ik Mijne nabijheid ook voor u niet duidelijk.

De krachtige werkingen van Zijnen Geest in onze ziels vermogens zijn niet steeds kenbaar.

Soms wordt een kind Gods zóó gesterkt met kracht naar den inwendigen mensch onder drukkende omstandigheden en te midden van heftige aanvallen des vijands, dat hij in de duisternis gezeten, zich beroemen mag in den. Heere. Lieflijke inspraak van vrede, sterke vertroosting, verzegelende genade, doen de ziele in de ruimte gaan ; Hij spreekt naar 't harte van Jeruzalem en zal tot Zijn volk en gunstgenooten van vrede spreken.

De ondersteuning des Heeren vergoedt en verzoet soms nog rijkelgk den tegenstand van heel een wereld.

Spreekt de Heere van Zgne genadige tegenwoordigheid, dan voegt Hij er aan toe: „alle de dagen, " 'k Weet ook, dat als 't tijdperk van 24 uren bedoeld was, vaak gesproken werd van dag en nacht, Dat hier slechts van dagen werd gesproken, gaf iemand de aanleiding tot de vraag: „en de nachten dan? " Zou het waar zijn, dat de oplossing van het weg laten van de nachten, ligt in deze richting, omdat er eigenlijk geen nacht is, als de ziele in de geloovige bewustheid van Jezus' nabijheid leeft? Zeker, de nacht wordt verhelderd, de nacht wordt dag, als Christus' troostrijke nabijheid wordt gevoeld en Zijne heerlijkheid aanschouwd.

En dan staat er nog bij: „tot aan de voleinding der wereld", d, w.z. zoolang deze bedeeling zal volduren. Dus in de 1ste, maar ook in de 20ste eeuw.

Tot het einde dezer bedeeling, totdat de groote crisis komt en deze orde der dingen eindigt. Ja gewis. Doch als er staat, tot de voleinding, dan is dat iets meer dan tot 't einde. ; — Voleindiging, zegt mij iemand, duidt op een nieuw begin. Daar is profetie in dat woord. Elke voleindigde oogst draagt telken jare 't zaad voor den nieuwen oogst.

Zoolang er bij dagen zal geteld worden — want dat houdt eens op — hebbe Gods volk dit woord en zoeke genade er bg te leven.

De geschiedenissen van 's Heeren Kerk spreken van heerlijke getuigenissen, dat de Heere met Zijn volk is, in afwending van gevaren, in vernietiging van booze raadslagen, vooral in bizondere vertroostingen, als 't noodig is. Hij liet Zgn Woord niet vallen, op de aarde. Hij geeft geen „brief van afscheid"

Och! neen; doch ik heb er vaak zoo einig aan. Zijt gij er wel hartelijk om erlegen en ernstig op gezet ? Of hebt ge soms ook allerlei andere dingen op t oog ?

Treedt gij op den Koninklijken weg of gaat gij veel langs achterstraatjes? En zoo wou ik verder vragen, doch zou vergeten, dat ik een couranten-artikeltje schrijf.

Daar is een volk, dat het gemis van 's Heeren tegenwoordigheid eene beschreienswaardige zaak werd en dat Gods recht toestemt, als Hij' het verlaten zou voor eeuwig; 'tis dat volk't welk genade begeert, opdat in stilheid en betrouwen zijne sterkte mocht zijn en de blijken van 's Heeren gunstrijke tegenwoordigheid veel in hunne zielen mochten zjjn, in diepe vernedering voor den Heere, in teederheid des harten en in vaardigheid tot al datgene, 't welk God bevolen heeft, en in vreeze „om de oogen Zijner heerlijkheid te verbitteren."

De Heere moge in deze dagen de getuigenissen vermeerderen, tot bevestiging van deze toezegging en velen bewerken door genade des H. Geestes, tot dat geloof, 'twelk vastheid geeft in en voordeel uit 's Heeren verzekering: Ziet, Ik ben met ulieden, alle de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Van een martelaar wordt medegedeeld dat hij het in zijn lijden enkele oogenblikken zoó benauwd had voor zijn 'gemoed, doch daarna verkwikt door 's Heeren genade, als een kind aan moeder, vroeg : Waar waart Gij, Heere ?

Als de Heere nabij is, is 't nooit benauwd.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's