Ingezonden.
„Effatha."
„Effatha", de vereeniging, van welke eenige christelijke school voor doofstomme kinderen in ons vaderland uitgaat, heeft dringend behoefte aan meerderen financiëelen steun. Met name dient het aantal contribuanten te stijgen. t Ging in dit opzicht de laatste jaren zoo goed. Kwam in 1908 aan jaarlijksche contributies slechts f 3684 in, in 914 was dit bedrag geklommen tot 8823. Ondanks dezen, inderdaad prachigen vooruitgang, bleef het bestuur worstelen met tekorten. Ook; ondervond „Effatha" de gevolgen van den oorlog. In 1915 daalden de jaarlijksche bijdragen met f 500. Wel bleek deze daling slechts tijdelijk te zijn, zoodat in 1916 f 8916 kon worden geïnd, maar thans schijnen we gekomen op het doode punt. De uitgaven nemen echter toe, en daarmee dienen de inkomsten gelijken tred te houden. En we zgn overtuigd, dat er in ons land nog een groot aantal belijders van Christus is, dat voor deze noodige zaak gaarne één of meer guldens per jaar wil afzonderen, 't Is waar, de druk der tijden brengt mee, dat velen voor den arbeid in het koninkrijk Gods thans niet kunnen doen, wat zij zouden willen. Maar daar staat tegenover, dat anderen van de tijdsomatandigheden weinig of niets hebben te lijden. Ook zijn er in onze kringen niet weinigen, wier financieele positie in deze oorlogsjaren aanzienlijk is verbeterd, gezwegen nog van degenen, die met de bekende twee letters kunnen worden aangeduid.
Onze correspondenten werken met ijver. En vrij zeker zult gg, indien gg u nog niet tot een jaarlijksche contributie hebt verbonden, binnenkort hiertoe worden aangezocht. Laten we u echter mogen uitnoodigen, niet daarop te wachten. Schrijf even een briefkaart aan onzen penningmeester, den heer W. L. B. den Blaauwen, Antonie Duyckstraat 41, Den Haag, met opgave.van het bedrag, kleiner of grooter, dat gij jaarlgks voor „Effatha" wilt bestemmen. Indien er in uwe woonplaats nog geen correspondent mocht zijn, overweeg dan eens, of gij niet als zoodanig zoudt kunnen optreden.
Wq hebben, in elk geval, uwe hulp noodig Misschien zullen er zijn, die niet kunnen begrijpen dat „Effatha" thans nog geldelgken steun vraagt. Zg hebben gelezen, dat aan onze Vereeniging' van overheidswege subsidie is toegekend. En zij verwonderen zich, dat daarmede niet alle financieele bezwaren zijn weggenomen.
Eenige nadere toelichting zal daarom niet overbodig zijn.
Alle andere doofstommen-instituten in ons vaderland ontvingen van rijkswege steun. Daardoor konden zij, zoo noodig, voor een luttel bedrag, ook wel geheel gratis, leerlingen opnemen. „Effatha" echter kon hieraan niet denken. Er ging tot nu toe geen jaar voorbij, of om financieele redenen zonden ouders hun doofstomme kinderen, die krachtens hun beginsel in „Effatha" behoorden te zgn, naar neutrale inrichtingen. Kon dat, mocht dat zoo blijven ?
De kostende prijs voor elk onzer leerlingen bedroeg f 450, en wordt in dezen duren tgd op minstens f 500 geraamd. De meeste ouders volstonden met het minimum van f 210, velen hunner konden zelfs dit niet uit eigen middelen verschaffen. Deze laatsten ontvingen dan hulp van diaconieën, burgerlijke armbesturen, particulieren, en van de algem. ondersteuningskas, die aan onze vereeniging verbonden is. Deze ondersteuningskas beschikt echter slechts over beperkte middelen; in het laatste jaar bedroegen de inkomsten f 1200. Het is duidelijk, dat met dit bedrag aan niet velen hulp kon worden geboden. Daarom meende het bestuur, dat de ongelgkheid tusschen ons instituut en de neutrale ophouden moest, in dien zin, dat ook voor „Effatha, " subsidie werd aangevraagd. Op deze wgze, ineende het, zou kunnen worden voorkomen, dat christen-ouders hunne kinderen, in strgd met de door hen bij den doop afgelegde belofte, zenden naar een neutrale doofstommonschool.
De aanvrage is toegestaan. „Effatha" zal thans subsidie ontvangen: van rgkswege eenige duizenden (f 4600) en van de provincie Zuid-Holland eenige honderden (f 1400).
Zijn echter daarmede de geldelgke bezwaren ondervangen?
Gg kunt zelf de rekening opmaken. Wg hebben thans 50 leerlingen'. Neem het gunstigste geval, dat voor allen van den kostenden prijs (f 500) de helft (f 250) wordt betaald. Dan moet er voor deze 50 leerhngen nog 50 X f 250, dat is twaalf duizend vijfhonderd gulden worden bijgepast. Ziet gg nu wel, dat wg er met f 6000'subsidie niet komen?
En dan noemen we nog niet eens de salarissen van het onderwijzend personeel, die dringend verbetering eischten. Het kwam herhaaldelijk voor, dat onderwgzers, na een paar jaar in „Effatha" te hebben gewerkt, ons gingen verlaten, wijl zij elHers hooger werden gesalarieerd. Wie zal hun dat euvel duiden ? „Effatha" eischt als regel, bezit van de hoofdacte. Onze onderwgzers zgn dus niet zoo heel jong. Hebben bgna allen een gezin te verzorgen. En wat dit in dezen tijd zeggen wil, weet ieder. Intusschen is zulk een voortdurende mutatie voor het onderwijs schadelijk. Reeds op de gewone lagere school. Maar bizonder op de onze, die geheel bizondere, veel zwaardere eischen stelt. Daarbij komt, dat onderwgzers, die zich aan „Effatha" verbinden, niet moeten behoeven te trachten door hét verkrijgen van taal-, wiskunde-, tuinbouw-of andere acten hun positie te verbeteren. Indien zij zich met alle krachten aan het doofstommen-onderwgs wijden hebben zij daarvoor geen tijd. De studie voor dit speciale vak duurt ongeveer 5 jaren. Studeeren zij met ljver, dan kunnen zg in dien tijd de diploma's A en B behalen. Om dit mogelijk te maken, moet het bestuur in staat zgn, zoo te aalariëeren, dat zij geen geldelijke zorgen hebben, en dat zij niet de studie van het doofstommen-onderwijs laten rusten, en zich toeleggen op het behalen van andere acten, waarmee zij elders een verhoogd salaris kunnen krijgen. Ziet gij nu wel, dat de f 6000 subsidie slechts een kleine tegemoetkoming is in de meerdere uitgaven, die van ons werden gevraagd?
Denk voorts eens aan de leermiddelen, die wij noodig hebben. Het is ons een oorzaak van dank, dat het aantal leerlingen gestadig stijgt. Maar deze aanwas komt ons te staan op een gestadige vermeerdering van uitgaven. De leermiddelen, die „Effatha" noodig heeft, zijn anders en meerder, ook vaak kostbaarder, dan die voor het gewone lager onderwijs. En dan de behoefte aan localiteit. In een doofstommen-school eischt elke klas een afzonderlijk lokaal, terwijl één klas niet meer dan zes à, acht leerlingen mag tellen. Het lokaal dat wij in 1916 tot tqdelijke leerschool moesten inrichten, kwam nog in dit jaar vol, zoodat wij nu reeds tot verbouwing moesten overgaan. De kosten hiervan waren zéér hoog, ook al door de dure prijzen van het benoodigd materiaal.
Eindelijk dienen we ook op uitbreiding bedacht te zijn. Thans is het Internaat vol. Slechts een klein getal leerlingen zijn extern. Onze huisvader en huismoeder zien zich belast met de dagelijksche zorg voor meer dan 40 kinderen. De vraag rijst dan ook, of het niet noodig wordt, met het oog op de bezwaren, aan het toezicht over zoovele kinderen verbonden, bq klimmende schoolbevolking over te gaan tot de oprichting van een tweede Internaat. Dit is thans bij het bestuur in overweging. Maar —we stuiten op de kosten. Of meent ge, dat die ook al uit de subsidie zijn te bestrijden? Indien wij daarmede de uitgaven, waarvoor we eerlang komen te staan, zouden dekken, dan moest deze eerst worden verdriedubbeld.
Wq vertrouwen, dat deze korte toelichting u zal hebben overtuigd, dat „Eiffatha", ondanks de f 6000 subsidie, groote behoefte heeft aan uwen steun, zal zij de taak, waartoe zij geroepen wordt naar eisch kunnen vervullen. Mocht gij meerdere gegevens wenschen, binnenkort verschijnt het jaarverslag over 1917, dat u voldoende zal inlichten.
Laat me ten slotte u nogmaals mogen herinneren aan het adres van onzen penningmeester, den heer W. L. B. den Blaauwen. Hij woont te 's-Gravenhage, Antonie Duyckstraat 49.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 mei 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's