De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

11 minuten leestijd

Het kerkelijk vraagstuk.

Het is in ons goede Holland tot nog toe geen gewoonte geweest de vuile wasch op straat te brengen. Die dat doen staan bij onze soliede Hollandsche huismoeders niet in een al te beste reuk.

Prof. Visscher wil het oordeel van onze Hollandsche vrouwen in deze trotseeren en hangt de vuile wasch te kijk in de liberale Nieuwe Rotterdammer, 't Is er om te doen zijn kerkelijke beschouwingen, in verband met het Utrechtsche voorstel van een modus vivendi onder veler oogen te brengen, maar — en dat is 't bedenkelijke — om dan tegelijk de naaste vrienden en geestverwanten eens duchtig onder handen te nemen en naakt aan den dijk te zetten.

We zullen niet ontkennen, dat hg veel waars publiceert. Dat op de rechtsche partgen niet met recht kritiek kan worden geoefend. Dat-de gereformeerden niet een afstraffing noodig hebben. Maar als meit dat alles nu leest in dat groote liberale dagblad, waarin geregeld een klopjacht wordt gehouden op de belijdende, orthodoxe Christenen in dezen lande, en men voelt dan, dat de professor zijn pen gescherpt heeft om met , fijne 'zetten" z'n naaste vrienden en geestverwanten te striemen, dan kan 't toch niet anders, of men moet zich bedroeven over deze handelwijze.

Vooral als men z'n tweede artikel (over het eeröte schreven we reeds ieta) in het Avondblad van 15 Mei leest.

Wat is het vermakelijk(? ) om dajir te lezen van de rechtsche partijen m de Hery. Kerk, die als „Egyptische kikvorschen" worden voorgesteld. Daar aal nog wel eens hartelijk om gelachen worden! (Door wie? ). En als de Waarheidsvriend, of beter gezegd, onze goede Penningmeester (was 't eertijds geen vriend en werd hij enkele jaren geleden ook d'oor den pfofessor nog niet op onze Bondsdagen geprezen? ) een Charlatan oi te wel kwakzalver, marktschreeuwer, windbuil of druktemaker (zooals ons woordenboek zoo'n charlatan noemt) wordt geheetén, dan zal men dat in sommige kringen wel verbazend „raak" en „aardig" vinden. (Maar wie zijn dat? )

Neen, neen! professor zóo mogen onze manieren niet zijn. Het booxe duiveltje heeft u te pakken gehad, toen Gg deze dingen bedacht en op papier zette, en naar de liberale Rotterdammer ter plaatsing zondt.

Dan zijn de Chineezen verstandiger. Want die hebben tot spreekwoord: „men spuwt niet in een bron, waaruit men gedronken heeft." Om nu nog maar niet eens te omschrijven, wat hierin christenplicht voorschrijft en broederzin gebiedt Zoo wordt de wet Christi niet vervuld!

We willen hiermee volstrekt niet zeggen, dat men niet het recht heeft critiek te oefenen op de rechtsche partijen in de kerk. Zeer zeker mag men dat doen. Het kan zelfs gebiedende eisch zijn. Maar dan moet men wei toezien, als men over de naaste vrienden en geestverwanten spreekt, wUar men z'n critiek uit en hoe men optreedt. Waarbg men dan heeft te zeggen > jsrat n^n zelf in 25 jaren deed en wat men in de Ign der gereformeerde beginselen weet dat gebiedende eisch is om te doen voor allen,

Nochtans kan men, als men zich vergist in het kiezen van de plaats en het kiezen van den toon, nog wel behartenswaardige dingen zeggen. En als men zelf in 25 jaren niet veel anders gedaan heeft dan wat de rechtsche partijen nog doen, kan men nochtans wel zwakke plaatsen aanwgzen waar bedoelde partijen siich iBuUen moeten leeren herzien. Waarom het van onzen kant dwaas zou wezen, om de redenen van Prof. Visscher, voorkomend in de kolommen van de Nieuwe Rotterdammer hooghartig en boos in een hoek te werpen. Dat mogen we niet doen. Want al zijn we maar Egyptische kikvorschen, ook deze dieren behooren toch acht te geven op eens professors woord en ze hebben zijne bestraffingen ootmoedig ter harte te nemen en zijne raadgevingen gewillig op te volgen.

En daarom willen we ook het geschrijf van Prof .Visscher geenszins voor onze lezers verbergen. Integendeel in den breede willen we zijn 2de (dat is 't mooiste!) en 3de artikel in de kolommeii van „de Waarheidsvriend" opnemen.

Alleen zullen we de inleiding, dat kikvorschengedeelte, maar weglaten ^— dat weten we nu al — om dan het volgende over te nemen.'

Prof. Visscher schrijft dan: „De historie, heeft geleerd, dat het Nederlandsche volk van ouds bij vele, natunrlijk schoone deugden, ook nog eenige kleine gebreken heeft. In enkele daarvan wortelde zeker de kruidenierspolitiek, die onder de oude republiek een rol speelde. Dergelijke karaktertrek valt ook in het kerkelijke op te merken, want met betrekking daarop was er van ouds een volslagen gemis aan belangstelling in groote, beteekenisvolle vraagstukken". Speciaal de gereformeerde elementen hebben meestal opzettelijk uit gemakzucht of uit ziekelijke vroomheid de oogen gesloten voor de gevolgen, die uit insluipende veranderingen konden voortkomen. De ellende in ons kerkelijk leven is goeddeels uit de traagheid en de lamlendigheid te verklaren, waarmede men voor de levensontwikkeling stond. En zie, dat is vooral bij de gereformeerde groepen nog zoo. Als de gereformeerde menschen maar een dominee hebbtn, die den kerkgang niet al te moeilijk maakt, die zoo wat voldoet, waarom zullen zij zich dan nog druk maken? Waarom zullen zij zich dan ook nog bethoeien met hetgeen er verder met de kerk geschiedt?

„Wij hebben immers een dominee, die de waarheid preekt, " Wat moet men nu nog meer! Het deert hun niet, dat er beginselen op het kerkelijk erf in het gedrang raken. Zij vragen er zoo goed als nooit naar. Een enkele maal als het te fel nijpt, komt er berof^ring. Een stroovuurtje, een storm in een glaasje water. Elke herinnering aan beginseleischen op kerkelijk erf wordt met oawil begroet. Wie er sich aan schuldig maakt is vredesverstoorder, in wien vast een nieuwe doleantie schuilt. Inderdaad het kan het gereformeerde volk in Herv. Kerk bitter weinig schelen, hoe het kerkelijk leeft En toch ligt daarin een groot gevaar voor de toekomst, dat over de kerk zal komen, eer zg het verwachten.

Welnu, welke houding nemen nu de confessioneel e groepen aan? wat deden zij om aan de inerte massa den ernst der vragen te doen verstaan? Zoowat niets. Menigmaal maakt het den indruk, als oefenen deze een narcotischen invloed. Het wordt alles omsluierd door eene actie, die meer schijn dan werkelijkheid is. Ja, voor eene formule kan men de menschen krijgen tot onderteekening van een adres aan de Synode. Alle ouderlingen, alle confessioneele predikanten. Welk een ijver! Zooals ik een broeder hoorde zeggen: „dan voel je nog eens datje ouderling bent, als je zoo je naam zet." Dat is de functie der partij de groote vraagstukken te verbergen in plaats van ze te stellen in het licht van den tijd. Zie maar naar den Qeref. Bond. Heel het kerkelijk vraagsttik zorgvuldig opgeborgen onder den weidschen titel: „verbreiding en verdediging der Waarheid in de Herv. (Geref, ) Kerk." En waarin bestaat die verbreiding en verdediging. Lees de Waarheidsvriend en weldra wordt het u duidelijk, dat het alles bestaat in eene wekelij ksche collecte, niet zonder charlatanerié den volke aanbevolen. Men collecteert en dat gaat. Waarom collecteert men en waarom gaat het? Omdat men aan deze gereformeerde menschen dominees en met de dominees alweer gereformeerde preeken voorspiegelt. Als men maar ter kerke kan gaan! Doch het kerkelijk .vraagstuk, hoe belangrijk'ook voor de toekomst van het kerkelijk leven, daaraan mag niet geraakt. „ De menschen zijn er niet rijp voor", , zegt men. Inderdaad, zg zijn er niet rijp voor. Zg zullen er nooit rijp voor worden. Alles moet zoet gehouden, tot de storm komt en de onrijpe partijen voor den val stelt. .

Waarlijk ik heb niet veel respect voor de rechtsche kerkelijke partgen. Ik heb er geen of weinig geloof meer in. De ervaring van een kwart eeuw sloopte het in mg. Laat mr. Schokking getuigen: wat is er nu inzake het nijpende kerkelijke vraagstuk door de partgen gedaan om het tot eene oplossing te brengen? Wie de litteratuur leest van af de veertiger jaren uit de vorige eeuw, verneemt dezelfde klachten, die wij nog hooren. Het is alles gebleven precies zooals, het was. Er is niets, absoluut niets veranderd. Dezelfde roep om formules, dezelfde klachten over loochening der belijdenis, over modernen etc. Zelfs bleek dezelfde Synode, die doet denken aan de teeder minnende vrouw uit Homerus, die om de vrijers van het lijf te houden daags weefde en 's nachts het weefsel weerlosploos. Wat die vrouw eerde, als teekeu harer trouwe liefde, dat wordt van de oude matrone, die Synode heet, een gruwel, omdat zulk een spel op historisch gebied een ramp onafwendbaar z^ maken.

Neen, het is waar, ik gevoel weinig eerbied voor deze partijen, omdat er geen grond is iets van haar te verwachten, dat waarlijk leiden kan tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk. Willen zg werkelijk eene oplossing? Dat zelfs is nog eene vraag. Staan zij niet met de aangezichten naar het verleden en keeren zij niet den rug naar de toekomst? Waar ik het dan wel van verwacht? Van het werk, dat God doet in de geweldige sociale crisis, die, zonder dat wij het genoegzaam merken, het leven der volkeren omvangt en zich in, over, door en zonder de partijen in de kerk in het leven der moderne menschheid voltrekt. Reeds jaren lang gaan de hoofdstroomingen van het sociale leven aan den drempel der Herv. Kerk voorbij; de ure komt, waarin ook het zand onder' hare fondamenten in het volksleven zal zijn weggespoeld. Maar hoe zouden de worstelende partgen dit waarlijk kunnen gelooven!"

Tot zoover het stuk, dat te vinden is in het Avondbl. N. R. C. van 15 Mei,

Staat er niet heel veel in, wat we werkelijk ter harte hebben te nemen? Worden niet veel dingen van onze gereformeerde gemeenten en gereformeerde i dominees gezegd, die helaas! werkelijk waar zijn?

En ja — Prof, Visscher heeft vergeten te zeggen wat hij zei nu gedurende 25 jaren in deze gedaan heeft. Of hij in het Geref. Weekblad jaar na jaar een anderen weg bewandeld heeft, dan geref. preeken te geven en over geref. preeken te schrijven. Of hij iets anders deed dan bijbellezingen geven en stichtelijke stukken laten drukken.

Maar dat laten we nu maar voor 't geen 't is.

Ook heeft hij vergeten, dat er door de confessioneelen en de geref. charlatans ook nog wel iets anders en iets meer gedaan is, dan preeken schrgven en preeken beloven. Onze Zendingsvrienden zouden b.v. nog wel iets kunnen noemen, onze jongelingen ook, voorts studenten en gymnasiasten. En als we een biz. hoogleeraar konden krijgen zoude er ook nog iets meer gedaan kunnen worden. Onze geref. menschen zgn aanvankelgk saamgebracht. Over kerkrechterlijke vragen wordt gehandeld. We vorderen in stad en dorp. We klimmen op tot Class, en Prov. Kerkbestuur. Straks gaat een der onzen naar de Synode. Enz.

Zeker, 't is nog niet zoo héél veel.

We. zijn ook door de doleantie zoo'n stuk achteruit gebracht. En helaas! zijn er zoo weinig geref. candidaten en jonge predikanten.

Weinig, heel weinig is 't dus alles saam genomen. Maar is 't zoo héél veel minder en slechter, dan Prof. Visscher de laatste 25 jaren gewild en gedaan heeft?

Ja — verklaarde Prof. Visscher nog niet zoo héél lang geleden: „we gaan vooruit; 't gaat goed; moed gehouden; en nu opgepast voor alle onnoodige en onvoorzichtige conflicten"?

We zouden ook een Geref. predikantenvereeniging hebben — als Prof. Visscher zelf de boel niet onderstboven had geschopt, na 't pas te hebben opgericht.

Ach, arme ! Wat is met het Utrechtsche voorstel alles op éen kaart gezet. Wat is dat plotseling, zonder dat iemand iets wist, de steen der wijzen geworden. En wat is het nu: „in dit schuitje instappen — of je weet niets van wat gereformeerd is!"

Jammer dat alles zoo geloopen is. Maar nog eens, hoe onbillijk Prof. Visscher ook is in zijn critiek, hoe hard en scherp hij oordeelt over z'n naaste vrienden en geestverwanten in de kolommen van een blad, waarin nooit veel anders staat dan 't geen de belijdende christenen afstraft en bespottelijk maakt, toch zullen we verstandig doen acht te geven, op 't geen Prof. Visscher geschreven heeft. De hand in den boezem! Vooral onze geref. gemeenten en onze geref. dominé's. En onze geref. actie moeten we trekken onder het licht, dat hier nu uitstraalt. Waarbij we hebben te staan naar krachtiger optreden in, het midden van onze Herv. (Geref, ) Kerk, ! welke we niet graag als een legkaart I uiteen zouden zien vallen, maar welke we gaarne weer zagen staan als een pilaar en vastigheid der waarheid, als een herboren Geref. Kerk in het midden des volks, zijnde een getrouwe getuige van Jezus Christus, een stad op een berg en een licht op een kandelaar;

Daartoe is in den middelgken weg zooveel te doen. Ons wachtende voor geforceerde, onnoodige, onhandige, verkeerde en dwaze conflicten, welke niets anders dan schade kunnen brengen over de Kerk, voor welker vrijmaking we bidden en werken, naar uitwqzen van Gods Woord.

De volgende week het derde artikel van Prof. Visscher, dat o.i. veel hooger staat dan het 1ste en het 2de.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 mei 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's