Allerlei.
Die uwen Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, Heere! niet hebt verlaten degenen, die U zoeken. Psalm 9 : 11.
Kent gij den Heere ?
Hoe donker is uw weg, o God! Wie kan uw voetstap volgen ? Wie meer wil zien dan uw gebod. Wordt door het licht verzwolgen. Gg wilt niet dat men u doorgrond'. Maar hoor'naar d' uitspraak van uw mond
Al zegt de mensch: „ik ken den Heer', Zijn Woord heeft Hem beschreven: Hij zoekt ons heil. Hij zoekt zijne eer. En straft die Hem weerstreven", — Ziet hg op d' aanwas van het kwaad, Hg weet niet, hoe het samengaat.
Al ziet hij, dat God heilig is In 't richten aller volken; Al toont hem 's werelds duisternis \ Gods bliksem in de wolken; Zijn eigen leven heeft een plan. Dat geen verstand ontraads'len kan.
Al meent hij: God heeft mg bestemd, Om hier een baan te breken. Mij prangt geen boei, die and'ren klemt: Mij gaf Hij macht tot spreken, — Hij raakt zijns levens leiddraad kwijt, Aanschouwt hg dat hij vruchtloos strijdt.
Al toont de Heer' hem 't schittrendst licht Op enkle zijner wegen. Toch dekt Hij weer het aangezicht, En-treedt de nacht hem tegen. Zoo als hij in zijn Woord Hem ziet. Aanschouwt hij Hem daar buiten niet.
De Schrift toont u Gods wil, Gods wet, Daar ziet gij d' eeuwgen Koning, En wat Hg doet in 't kabinet Van z^n verheven woning.
Daar — sterveling, aanbid en kniel I — D4ar, zondaar, spreekt Hij tot uw ziel. Maar buiten 't Woord geen woord van " [God!
Daar heerscht het diepste zwijgen; Daar ^breeuw' de smart, en juich 't genot, ' Moog 't al naar uitkomst hggen — ' 't Is stem van 't schepsel; buiten 't Woord ' Wordt God, de Schepper, niet gehoord.,
Hoe dierbaar moet de Schrift dan zgn, ' Voor hem, die God wil kennen! Die 'tWoord veracht, vliegt naar den schijn. Al is ''t op a'dlaarpennen. De denkkracht wordt in God verward: God opent ons in 't Woord zijn hart.
Gods hart te kennen is 't verstand. Dat ons alleen kan baten. Het geeft bestuur aan hoofd en hand, En doet de zonde ons haten. Wie God in Christus kent als goed. Die prijst zijn Naam bij wat Hij doet.
Al is Gods wijsheid duisternis Voor onze kortziende oogen. Wat zegt het, zoo Hij goedheid is, En enkel mededoogen ? En spreidt Hij ons niet in den Zoon, Al. zijn genade en trouw ten toon?
Op God vertrouwd dan, hoe het ga, Gij Gods geliefde kindren! Hebt ge alles niet in Gods gene, ? — Wat zou u 't leed dan hindren? God geeft u enkel d'angst ten roof, Om u te sterken in 't geloof.'
Al geeft God menig donkren dag, Toch laat Hij 't licht weer schgnen. Van Hem komt beide, kus en lach. Komt lustgevoel en pijnen. En als nu 't kind zijn Vader kent, Dan is 't aan zijn bestuur gewend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's