Uit het kerkelijk leven.
Voor de Classicale Vergaderingen.
Waar ook de Bestuursverkiezingen van 800 groot belang zijn, niet om succesoorzaken maar om redenen^aan ons beginsel ontleend, laten we, gelijk wij vroeger daar zelf herhaalde malen over schreven, nu een stukje volgen geschreven door ds. Knap van Groningen. Het luidt aldus:
De Bestuursverkiezingen.
Hoe is aan dezen wantoestand een einde te maken? Niet met één tooverslag, doch door den eersten stap opeen beteren weg te zetten. Die eerste stap is duidelijk. Zoolang wij mannen in het Bestuur kiezen, die den tegenwoprdigen staat van zaken tamelqk bevredigend achten, komen wij nooit uit de ellende Wij hebben er naar vermogen voor te zorgen, dat in deJBesturen mannen zitting krijgen, die de absolute noodzakelijkheid gevoelen om de ambtsdragers weder te belasten met de regeering der kerk, namelijk de gezamenlijke ambtsdragers. Zóó wil Gods 'Woord het. En zóó moet het met zijn hulp weder worden. Gemakkelijk is dit met steeds Men is soms verplicht overigens verdienstelijke mannen te laten vallen, —men noemt dit dan natuurlijk wippen Maar naar 't ons voorkomt moeten persoonlqke overwegingen voor de beginselen wijken en heefteen man van karakter nóch voor verwijten, noch voor aanklachten op zij te gaan. Gemeenlijk hoort men zeggen, dat het ons om de macht te doen is, en machtshonger Iqkt een leelqke karaktertrek. Nu, dat is het ook, indien men van plan is als een tiran de verkregen macht te misbruiken.
Maar er zijn toch ook nog edeler mensohen, zouden wij meenen. En nu zq toch in trouwe gevraagd: als men een overtuiging, een wel gefundeerde overtuiging heeft, van wier doorvoering men heil voor de kerk verwacht en die bovendien in Gods Woord gegrond is, — hoe ter wereld wil rhen die beginselen dan ooit ingang doen vinden, indien men tot den einde toe van een machtspositie verstoken blijft? Een paedagoog van de nieuwere richting is dankbaar voor een positie waarin hij zijn inzichten tot werkelijkheid kan maken. Een staatsman wil zijn theorie liefst in de praktqk omzetten, en streeft er naar aijn geestverwanten in den nainisterraad of althans in dë Kamer te brengen. Een predikant van moderne richting zoekt ook een kansel en liefst een grooten kansel, vanwaar bij een broeden kring bestrijkt. En zoo is er niemand of bij zal trachten in zulk een positie te komen, dat hij wat waarheid voor hem is tot gelding kan brengen. Het is dan ook volstrekt ongerijmd om de voorstanders van reorganisatie van machtshonger te beschuldigen, indien'zij hun geestverwanten in de Besturen brengen en daarvoor zelfs mannen opofferen met een uitnemenden staat van dienst en rqke ervaring. Dit gebeurt op elk gebied zonder dat iemand er aanmerking op maakt of kan maken. Wij voor ons zien er dan ook niets dan slapheid in, wanneer men de keuze van iets anders laat afhangen dan van het kerkelijk beginsel dat de kandidaten belijden.
De Herv. Kerk de valsche Kerk?
In „De Wachter", Weekblad van de Geref. Kerken, schreef de hoofdredacteur in een ver volgartikel deze woorden (31 Mei jl.):
„Alle gedachte alsof de Reformatoren een zuiverder Kerk naast een onzuivere zouden hebben gesticht, is dus uitgesloten. Een kerkelijke afscheiding is dé, n alleen geoorloofd, wanneer het een breken is met de valsche Kerk. Wie zich afscheidt van een ware, zij het een onzuivere, Kerk, maakt zich aan een groote zonde schuldig. Dit is de gedachte, die aan onze Belijdenis ten grondslag ligt, "
Dit komt wonderwel overeen met hetgeen wij schreven in ons artikel De zuiverste Kerk (zie Waarheidsvriend 31 Mei jl)
Vragen:Durven de mannen van 1834 (Afscheiding) het aan, om de Herv. Kerk de valsche Kerk te noemen?
Ea antwoorden de mannen van 1886 (Doleantie) met „ja", indien hun gevraagd wordt of de Merv, Kerk de valsche Kerk is?
We zijn wel benieuwd naar een antwoord in den jare 1918.
Dat we dan naast het Merkwaardig getuigenis van dr, A, Kuyper Sr. (zie hieronder) zullen leggen.
Geen Afscheiding!
In hetzelfde No. van „De Wachter", in hetzelfde artikel als boven bedoeld, komen verder deze merkwaardige woorden voor:
„Het is mogelijk, dat zulk een groep, die zich van de ware Kerk afscheidde, even zuiver is in belijdenis en wandel als de ware Kerk. Zeus is het denkbaar, dat zij het voor een wijle nog in zuiverheid wint; De gevallen komen yoor, dat iemand, die de gemeenschap met de ware Kerk heeft verbroken, in rechtzinnigheid en in levensopenbaring uitmunt boven menig lidmaat der Gemeente. Zoo kan het ook voorkomen, dat een scheurkerk de merkteekenen der ware Kerk vertoont. Maar dat doet niets af aan het kwaad, dat zij hiermee bedrgven.
De zuiverheid kan hierbij* dus geen maatstaf zijn. Het spreekt toch vanzelf, dat men zich niet bij eene scheurkerk voegen mag, hoe zuiver ze op het oogenblik ook moge zijn, In de Kerk te big ven, in/weerwil van veel onzuiverheid in leer en leven is (zooals prof. Bavinck schreef Geref. Dogm. IV, 47, 11) zoolang plicht, als zij 2a.ch niet als valsche Kerk openbaart.
Niet de onzuiverheid, maar alleen de valschheid geeft recht tot afscheiding. Vooral met het oog hierop kan niet te veel worden aangedrongen op lezing en herlezing van Calvijns Institutie."
Met deze beschouwing van „ De Wachter stemmen we hartelijk iü; en dat is ook de reden, waarom we ons van de Herv. Kerk niet willen afscheiden, hoewel ze veel onzuivers heeft, en ons niet willen voegen bij „de Geref. Kerken", daar we deze Kerken, naar onze opvatting van Schrift en belijdenis, als Scheurkerken beschouwen.
In welk verband we hier gaarne overnemen wat ook „ De Heraut" (24 Eebr. jl.) schreef: „want de Schrift leert ons; dat een Kerk nog niet ophoudt een ware Kerk te zijn, ook al worden in deze Kerk ini«etanden en gebreken gevonden. Hoe heeft de Apostel Paulus niet gewaarschuwd tegen allerlei dwaalleer, die in .de gemeente van Corinthe was ingeslopen; hoe klaagtahij niet over ontheiliging van het sacrament van het Avondmaal, dat niet naar de instelling van Christus bediend werd; en hoe liet ook de tucht niet veel te wenschen over; maar desniettegenstaande heeft de Apostel deze Kerk niet voor een valsche Kerk verklaard en nog veel minder den raad gegeven zich van deze Kerk af te scheiden en een nieuwe te stichten."
Merkwaardige woorden, die wel ter harte mogen genomen worden I Waarbq door „De Heraut" ook er aan heriniierd werd, dat onze Vaderen voortdurend op deze feiten hebben gewezen, om daarmede te waarschuwen tegen een lichtvaardige afscheiding van de Kerk, gelijk Maresius schreef: „dat de kenteekenen, die hier (in onze-Belijdenis) aan , de ware Kerk zijn toegekend, met zekere ruimheid zijn op te vatten, zooals een mensch niet ophoudt een waar mensch te zijn, ook al heeft hij een gebrek of al lijdt hij aan een ziekte."
Waarop in „De Heraut" van 3 Maart nog weer volgde: „Als ik de tegenstelling neem van echt goud en valsch goud en de kenteekenen van beide opgeef, dan moet ik het goud wel als zoodanig omschrijven, maar niemand aal daaruit afleiden, dat het goud, zooals het voor allerlei doeleinden gebruikt wordt, en dat altoos geallieerd is, geen echt goud zou mogen heeten. Er is goud van 24, van 18, van 14 karaat en zelfs van nog minder.
„De Wachter" zelf, die deze citaten uit „De Heraut" in bovenbedoeld artikel inlascht, zegt dan nog:
„Men mag zich niet van de ware Kerk afscheiden, om op zichzelven te gaan staan of als groep een scheurkerk op te richten. De eerste vraag moet voor ons zijn: waar vinden we de merkteekenen van de ware Kerk? En de tweede: welke van de kerkelijke vergaderingen, die de kenteekenen der ware Kerk in prediking, sacramentsbediening én tucht vertoonen, is de ware Kerk in onderscheiding van de scheurkerken, die zich van de ware Kerk hebben afgescheiden?
Deae principieele onderscheiding mag alleen onze maatstaf zijn bij de^eoordeeling van wat zich als Kerk aandient en mag niet vervangen worden door de onderscheiding van meer of minder zuiver. Wie dit doet, verlaat het Gereformeerd spoor, dat onze Confessie aanwijst."
We kunnen hier verklaren, dat we het in deze met „ De Wachter" en „ De Heraut" zoo van harte eens zijn. Laat het voor 't oogenblik eens waar zgn, dat „de Geref. Kerken" percentsgewijze zuiverder zijn dan de Herv. Kerken; zij 18 karaats, zeg 24 karaats, en wij maar 14 karaats — dat geeft dan toch geen recht om zich van de aloude Geref Kerk los te scheuren. Die zulks doet zondigt grootelij ks, oordeelt men terecht.
En daarom, omdat de kenteekenen onzer Belijdenis met zekere ruimheid zijn op te vatten; en de Kerk nog niet de valsche wordt, , indien er misstanden en gebreken gevonden worden, ook niet indien er „allerlei dwaalleer" is, indien de sacramenten ontheiligd worden, indien de tucht veel te wenschen overlaat — daarom durven we onze Herv. Kerk niet V als de valsche te brandmerken, haar verlatende, maar blqven haar, ook in weerwil van haar gebreken, met dr. A. Kuyper Sr. in den jare 1918 de aloude Geref Kerk, de voortzetting van de Kerk der Vaderen, noemen, waar wij, hunne' o kinderen, nog een grootsche en goddelijke taak hebben te vervullen.
En de „scheurkerken", ook al zouden e in rechtzinnigheid en levensopenba d ring uitmunten boven de ware Kerk, mogen toezien!
Een merkwaardig getuigenis.
In de Standaard van 20 Maart 1918 lazen we van de hand van dr. A. Kuyper Sr. deze belangrijke waardeering van de Hervormde Kerk: , .
„Zelfs in de publieke geschriften eij weekbladen, die met de vaderen nog homogeen zijn, doch in de aloude Kerk bleven, en niet tot tijdelijke afzondering genoodzaakt werden, leeft dfe voorv^erlijke naam van Gereformeerd van allen kant met vernieuwe kracht op.
Met het oog hierop nu is het pure volksmisleiding, zoo men in dat Gereformeerd het gevoelige Shibboleth wil zien.
En wat bovenal hier meespreekt.
Historisch staat 't vast, hoe men toenterdijd de Doleerenden op schandelgke wijze mishandeld en in hun rechten aangegrepen heeft, en hoe hun afzondering en uittreding geen daad van willekeur, maar van geboden zelfverdediging was."
Wanneer men tó rustig leest en daarna in stukskenö^'Vbor zich gaat leggen wat er eigenlijk staat, krqgt men, regel voor regel genomen:
1. dat in publieke geschriften en weekbladen uitkomt, dat velen in de Herv. Kerk met de vaderen nog homogeen zijn; geen zijn; .
2. dat de Hervormde Kerk de aloude Kerk is;
3. dat vele Gereformeerden in de aloude Kerk bleven;
.4. dat de Gereformeerde Kerken in tijdelijke afzondering leven;
5. dat dus de Herv. Kerk terecht genoemd moet worden de aloude Hervormde of Gereformeerde Kerk; en
6. dat de Gereformeerde Kerken dus de Afgescheidenen zijn en niet de wettige voortzetting van dè aloude Geref. Kerken, door uittreding uit de aloude Geref. Kerk, in tijdelijke afzondering gegaan zijnde.
Voorzeker een merkwaardig getuigenis; waard om te worden onthouden.
Want nu zijn er wel die ondeugend zeggen, dat dr. Kuyper dit getuigenis heeft gegeven omdat het verkieziugsdagen zijn en hij de Hervormden noodig heeft om te stemmen op de Antirevolutioüaire candidaten, die voor 70% van „de Geref. Kerken" zqn — zoo liet zich o.a. prof. Fabius in „Studiën en Schetsen" en prof. Bouwman in „de Bazuin" zich uit („wat de politiek al niet vermag") .— maar dai gelooven we niet. We gelooven veeleer, dat dr. Kuyper eens behoefte had om te midden van het hate-Igk schrijven over de Herv. Kerk eens een magistraal getuigenis te geven, zeggende, dat zij is de aloude Kerk en dat de Geref. Kerken slechts in tijdelijke afzondering leven.
Dat hiermee „Afscheiding" ea „Doleantie'^ veroordeeld is en hiermee verklaard, dat de Gereformeerden in de Herv. Kerk, met de vaderen homogeen zijnde, in de aloude Kerk hebben te blqven — heeft dr. Kuyper misschien niet zoo gevoeld en bedoeld. Maar dat constateeren we dankbaar,
'Dat is mee de winste van het groote en belangrqke verkiezingsjaar 1918,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's