Ingezonden. '
Buiten verantwoordelijkheid van. de Redactie
Geachte Redactie!
' Met belangstelling nam ik kennis van uw advies en toelichting inzake punt 2 van de Synodale voorstellen maar ik mag niet verheelen, dat deze mg zeer onbevredigd hebben gelaten. Dat u met het voorstel der Synode, zooals het ons : thans voorligt, niet kunt medegaan, acht : ik alleszins begrgpelgk en ik stem volkomen in met uw exegese van Galaten . 3 : 28, in welke plaats ons wel de geestelgke gelgkwaardigheid van man en ' ' vrouw wordt geleerd, maar die toch het ' . wezens-en karakterverschil van man en vrouw, dat ten allen tgde blgft bestaan, ' niet opheft en niet bedoelt op te heffen. Te veel wordt dit laatste uit het oog I verloren en het is zeer waarschgnlgk, • dat deze gedachtengang mede ten grondslag ligt aan het streven om de vrouw het stemrecht in de kerk te geven op ; volkomen denzelfden voet en in volkomen denzelfden zin als de mannen dat . thans bezitten.
Toch schgnt het mg toe, dat het voorstel der Synode niet zonder meer verworpen mag worden. Het streven om de vrouw een andere, meer werkzame en meer invloedrgke plaats in het midden der Gemeente te geven, hangt onmiddeIijk samen met de ontwikkeling en de behoeften van onze hedendaagsche maatschappg. Gelgk prof. Bavinck in zgn boek over , de Vrouw" met nadruk betoogt, zal deze beweging, tenzg men daarmede instemt of niet, nimmer te keeren zgn. Daarom zoo. ik willen vragen of het niet beter is dit streven ten opzichte van de positie der vrouw in de Kerk in andere en meer schriftuurigke banen te leiden dan zich kortweg daartegen te verzetten en alles wat dienaangaande wordt voorgesteld, zonder meer af te wgzen. .
In uw toelichting toont' u duidelgk laan, dat aan dit vraagstuk meer vast zit dan menig eenvoudig Gemeentelid denkt. : De tekst, dat de vrouw in de Gemeente heeft te zwggen, is ieder bekend, maar niet het verband, waarin deze woorden voorkomen en de bedoeling, die aan deze woorden van den apostel ten grondslag ligt, waar hem vooral speciale toestanden uit de Gemeente van Corinthe voor oogen staan. Het gevoIg daarvan is, dat door de meeste Gemeenteleden in den regel over het hoofd wordt gezien dat volgens andere plaatsen der Schrift faan de vrouw tal van werkzaamheden : in de Gemeente waren opgedragen en ; dat niet alleen werken der barmhartigheid, maar ook de Evangelieverkondiging was haar, al is het misschien niet in den ' ambtelgken zin van het woord, toevertrouwd, gelgk blgken kan (om uit de verschillende plaatsen maar één aan te halen'-uit Phil. 4 : 3, waar van Euodia en Syntyche gezegd wordt, dat ze mede hebben gestreden in het Evangelie en naast de mannelgke medearbeiders van den apostel een eervolle plaats in dit ' werk hebben ingenomen. De dissertatie van mej. dr. C. Gerlings: de Vrouw in het Oud-Christ. Gemeenteleven" heeft bovendien duidelgk aangetoond, dat onze tegenwoordige inrichting der Gemeente volstrekt niet vereenzelvigd mag worden met die uit de eerste en tweede eeuw na Christus, dewgl in die eerste tgden aan de vrouw een veel belangrijker aandeel werd gegeven in de opbouw der Gemeente dan thans het geval is.
Daarom kwam mg de vraag voor oogen te staan: , wat zou er tegen wezen, indien voor de vrouw een nieuw orgaan van werkzaamheid werd geschapen en haar in het midden der Gemeente een welomachreven arbeidstaak werd gegeven ais vrouwelgke ouderling en vrouwelgke diaken gelgk dat in de Oud-Chr. Gem. ook het geval schgnt geweest te zgn ? " (a.w.. prof. Bavinck a.w. pag. 34 en 35) Daarbg zou tevens het bezwaar te ondervangen zgn, dat ons thans te wachten staat, als de vrouw later verkiesbaar wordt gesteld voor het ambt van ouderling of diaken. en dan misschien als een eenlinge in een manlgk college wordt opgenomen. Immers de vrouwelijke ouderlingen en vrouwlijke diakenen zouden een apart college kunnen vormen (al is het dan wel in verband met den tegenwoordigen kerkeraad) en daar haar arbeid geheel kunnen inrichten in overeenstemming met haar eigen karakter en het karakter van den arbeid haar toevertrouwd. Laat ons niet vergeten, dat vooral in de groote steden groote behoefte aan zulk een arbeid is, die thans niet naar behooren kan worden ter hand genomen en evenmin naar behooren zou : kunnen worden verricht al werd het aantal predikanten verdubbeld, eenvoudig, omdat het een arbeid is, waarvoor mannen in den regel niet geschikt zgn. Aan de vrouwlgke ouderlingen zou ik b.v. toegewezen willen zien het opzicht over en de geestelgke zorg voor alleenstaande meisjes en vrouwen zooals dienstboden, winkeljuffrouwen, fabriekarbeidsters, enz. We weten thans hoe het ' daarmede gaat Als onze vrouwlgke leerlingen Tan het dorp naar de stad gaan dienen, gaan ze met de schoonste • beloften, dat ze ter catechisatie en ter kerk zuilen gaan, enz., maar in|prmeert men na een half of heel jaar, dan blgkt soms, dat ze nog heel niet ter catechisatie geweest zgn, zeer zelden ter kerk gaan, • etc. Wanneer deze meisjes in de stad tot een huwelgk komen, raken ze voor de kerk nagenoeg geheel verloren. Is er bovendien voor de vrouwlgke ouderlingen geen schoone taak weggelegd in de godsdienstige vorming van de meer ontwikkelde vrouwlgke jeugd ? Allen zullen toestemmen, dat voor meisjes, die de H. B. S., het Gymnasium of andere inrichtingen van uitgebreid onderwgs bezoeken, waar ze in aanraking komen met : de velerlei geestesstroomingen van onzen tgd, één uur godsdienstonderwgs niet voldoende is, maar dat ze bovendien iets meer èn iets anders noodig hebben, willen ze niet van de kerk vervreemden. Het beste kan haar dit gegeven worden door ontwikkelde vrouwen van beslist christeliik beginsel.
Ook voor de vrouwlgke diakenen zal handen vol werks zgn; denk aan de vele hulp-en bijstand behoevende zieke of zwakke meisjes en vrouwen, die in de stad vaak geheel alleen haar zwaren : weg moeten gaan; denk ook aan de verwaarloosde vrouwelgke jeugd. • Het is waar, dat op dit gebied reeds veel gedaan is en wonit door particulier initiatief, maar systematisch en allesomvattend vindt de arbeid niet plaats, terwgl bovendien het particulier initiatief het behoud van den enkeling meer op het oog heeft maar deze arbeid, zoo ze van de Gemeente zélf uitging en goed georganiseerd werd, de opbouw en samenbinding van heel de Gemeente zou bedoelen en ook ten gevolge zou hebben. De Synode behoeft dan op de vraag door dr. Gerlings gedaan om haar 'n geschikt terrein van arbeid aan te wgzen, niet meer te antwoorden, dat ze als Godsdienstonderwgzeres haar krachten aan den bloei der kerk kan wgden, want aan het hoofd van dezen arbeid van vrouwelgke ouderlingen en diakenen zou de leiding niet alleen van een ontwikkelde maar ook van een gestudeerde vrouw haast onmisbaar zgn. :
Naast dit passieve kiesrecht zou ook het actieve stemrecht voor de vrouwen zich een geschikte plaats zien toegewezen m inzooverre de vrouwelgke ouderlingen en diakenen gekozen konden worden door de vrouwelgke lidmaten der Gemeente.
Dat aan deze gedachten tal van bezwaren kleven, geloof ik gaarne. Dat ze zich op onschriftuurlgke lijn bewegen, kan ik echter niet inzien. Natuurlgk zou de vraag over de verhouding tusschen dezen Gemeente-arbeid en die van het particulier initiatief die naast elkander genoegzaam werk kunnen vinden, nader onder de oogen moeten worden gezien.
Maar weet iemand een beteren weg, dat hg het, zegge en zich daarover uitspreke. Want ik ben overtuigd, dat, zoo we dit voorstel der Synode nu en later kortweg afwgzen, wg ten slotte komen op een weg, waar we niet willen wezen en mede oorzaak zgn, dat de vrouwenbeweging ook op het terrein der kerk, in onschriftuurigken zin zich ontwikkelt. Bij voorbaat dankzeggend voor de opname dezer regelen. ;
Brandwijk, 18 Juni 1918.
Hoogachtend,
J. G. WOELDERINK; .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juni 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's