Een nieuw „Leven van Jezus".
II.
Dr, Lepsius, de schrgver van het onlangs verschenen „Leven' van Jezus" verstaat de kunst, in frissche en levendige kleuren ons het land te schilderen, door 's Heeren voetstappen gedrukt. Een enkele aanhaling in het vorig artikel bedoelde hiervan een proeve te geven.
Daar is in hem, behalve de kennis van het heilige land uit eigen aanschouwing, ook iets van den gloed der Oostersche verbeeldingskracht. Dat heeft zijn verdienste, en daarnaast, in een werk als het zijne, ook Jiijne gevaren. Eenerzijds stelt zulk een verbeeldingskracht den g«hrijver in staat, zich in te denken in de toestanden, die hg beschrijft, zich zooveel mogelijk in te leven in den gedachtengang en het ziele-leven van personen, die hij in de evangeliën vindt genoemd. Doch daar staat tegenover, dat hij somtijds zeer ver afwijkt van de Soberheid, ' die de H. Schrift kenmerkt, Lepsius' „leven van Jems" heeft daardoor vaak iets van een roman, Jiet is eene beschrijving die doet denken aan sommige romantische levensbeschrijvingen uit begin en midden der vorige eeuw. Dit geeft een levendigheid aan hetgeen hij schildert, die somwijlen haast doet vergeten, dat de gegevens louter aan de verbeelding van den schrijver zijn ontsproten.
Zoo weet hij bgv. omstandig te verhalen van Jezus' vestiging te Kapernaüm. Maria, de moeder des Heeren, is afkomstig uit Beth Hanna (Bethanië? ) nabij Jeruzalem, Nadat daar Maria's moeder is gestorven, big kt er een groot vermogen te vererven te zijn; hare zuster Salome, de moeder van Jakobus en Johannes, erfde met haar zoons het ouderlgk huis en het grondbezit, bestaande in een wijnberg, olijven-gaarden en akkergrond, Aan Maria en haar zoon zou hun erfdeel in geld worden uitgekeerd. Dit alles had zich afgespeeld, terwgl Jezus in de omgeving van Johannes den Dooper ver toefde Nu was zijne' pod tie geheel veranderd. /
„Tot 3usver had hij, evenals zijne „broeders, zijn levensonderhoud door „handenarbeid verdiend; na was hij ojj „eenmaal onafhankelijk geworden; onaf-„hankèlgk van zijne broeders, en niet „meer genoodzaakt, zijn handwerk te „blijven uitoefenen. Het grootste deel „der erfenis was heni persoonlijk toege-„wezen. Hij was rijk geworden. De „onafhankelijke positie, waarin hij nu „was gekomen, nam hij aau als een „geschenk van zgn hemelschen Vader, „die hem wilde vrij maken voor grootere „dingen. Het meest echter verheugde „hem de gedachte, dat hij nu zijne „moeder een onbekommerd leven zou „kunnen bezorgen; " > l^^
Zoo wordt in Kapernaüm naar" een geschikt huis omgezien, dat weldra wordt gevonden. „Het lag aan de straat die „langs den oever van het meer liep, op „de grens van het Galileesche en het „Judeesche kwartier. Oorspronkelijk was „het gebouwd ten behoeve van een wel-„gestelden Griek'. Ter zijner tijd had de „groote zaal gelijkvloers een breede licht-„ opening naar de buitenlucht. Later had „men die opening met een laag planken „toegedekt en met grint overdekt, Rondom aan de muren van de groote zaal, „die een groot aantal gasten kon bevataten, waren rustbanken. De andere vertrekken lagen om de zaal heen. Een „voorplein, door een muur omgeven, „scheidde het huis van de straat. Van „de achterplaats leidde een-steenen trap „aan den buitenkant van het nuis naar „het dak. Het huis had ééne verdieping. „Bij het huis was een tuin met vrucht-„boomen. Bij het goed behoorde nog een „flink stuk akkerland, dat door éen „knecht kon bewerkt worden, wanneer „men in den tijd van zaaien en oogsten „daglooners en maaiers huurde. .Het „geheel maakte een indruk zooal niet „van rijkdom, dan toch van flinke wel-„ gesteldheid, zooals het een familie vaa „aanzienlijke afkomst paste."
Verder weet de schrijver ons nog te vertellen, dat Maria het gedoe eigenlijk nog te groot vond. Maar zij stemde toch erin toe, hier te wonen.
Een dergelijke beschrgving heeft dit voor, dat bijv. zeer duidelijk wordt, wat in een ander verband naar Luk. 5, 18 vv. wordt verhaald van den lamme, die door het dak neergelaten wordt voor de voeten van Jezus.
Maar het is toch niet meer dan fantasie; wij kunnen van dergelijke voorstellingen zeggen: het kan wel zoo geweest zijn, doch of het inderdaad zoó was, wij weten er niets van.
Voor een aanschouwelijke voorstelling, voor een leveödigen indruk, van het éen of andere voorval is het te hulp roepen van de verbeelding misschien een geoorloofd hulpmiddel. Menig prediker zal er zich dikwijls genoeg van bedienen, wanneer hij een. soortgelijk verhaal tot stof van zijne prediking maakt. En hoewel men ook hierin van dé soberheid der H. Schrift niet te ver moet afwijken, en een te weelderige verbeelding zeer zeker bedenkelijk is, kan toch worden toegegeven, dat een aanschouwelijke teekening uit artistiek oogpunt geoorloofd is. Mits men hiervan maar maat boude. Wat lang niet "altijd geschiedt. Wat bijv. te zeggen van een' prediker, die zijn gehoor een indruk wil geven van den angst, waarin Kain, de broedermoorder, na zijne misdaad, leeft. Hij schildert hem als een man, die dag noch nacht rust heeft; in den nacht zit hij angstig overeind op zijn bedstede, en siddert bg het ritselen van het bedgordijn! enz.
Vele menschen zijn als kinderen; het concrete verstaan zij gemakkelijker dan het afgetrokkene; méér dan een gedachte spreekt een verhaal t6t hen. Maar vergeten mag toch niet, dat het den prediker niet om het verhaal als verhaal moet te doen zijn; het „verhaal" moet drager zijn van een geestelijke waarheid, die in zulk èen concreten vorm "het gehoor voorgesteld wordt.
Om nu tot. het werk van dr. Lepsius terug te keeren, hij laat niet zelden aan zijne verbeelding den vrijen loop, om tot de beschrijving van „een leven van Jezus" te komen; de fantasie moet. de gapiügen aanvullen, door de evangeliën gelaten. Zoo draagt zijn werk hier en daar meer het karakter van een historischen roman dan van historie.
Hij laat bgv, den Joodschen raad tot Herodus het verzoek richten, Johannes den Dooper te verbannen uit zijn gebied of anders onschadelijk te maken. Nu was Herodiis niet bijster geneigd, de machthebbers te Jeruzalem ter wille te zijn. Maar anderzijds had hg ook met den Dooper niet al te veel op. En hoe dit komt, wordt ons dan op de volgende wijze verhaald: „Het was reeds eenigen „tijd geleden, dat hij met zijn gevolg „aan de kampplaats van den Dooper „was voorbijgereden. Hij was van zgn „paard gestegen, was in de hut van den „Dooper binnengegaan, en had hem in „overmoed gevraagd hem zijne zonden „onder het oog te brengen. In zijn waan „had hij zich voorgesteld, dat de Dooper „den moed niet zou hebben, zijn gebieder iets te verwijten. Toen had Johannes, .zouder hem voor iets meer dan een gewonen sterveling te houden, hem zjin „overspel met zijn broeders zuster Herodia „voor de voeten geworpen, en hem in „het aangezicht gezegd: het is zonde „dat gij de vrouw van uw broeder hebt „genomen.
„Herodes was eerst wit als krijtt „geworden. Doch daarop had hij, zijn „toorn verbijtend, den Dooper, alsof hij „met een waarzegger te, doen had, een „goudstuk toegeworpen, was te paard „gestegen, en weggereden, In den grond „was hij een goedhartig meuscb, en zou „ook den Dooper diens vrijmoedig op. „treden niet aangerekend hebben. Maat , hij was onvoorzichtig genoeg geweest „het voorval aan zijne vrouw te vertellen' „Herodiaa vatte een doodelijken haat „tegen den Dooper op, en viel den koning „onophoudelijk lastig, bespotte hem dat „hij zich ongestraft liet smaden, doot „een vuilen derwisj." En in dien trant gaat het nog voort. En dit mag nu met veel talent, met frissche kleuren en boeienden stijl geschieden, het is toch tevens een bewijs, van hetgeen wg in, den aanvang zeiden; de evangeliën leenen zich niet, om een „levensbeschrijving" eruit te distilleeren, en wie ze gebruiken wil voor dat doel, stuit onvermgdelijk op groote moeilijkheden.
En nog sterker is dit het geval, wanneer men de evangeliën niet beschouwt als „evangelie", of dit „evangelie" wil vervormen tot iels anders dan het evangelie naar de Schriften.
Ook in dit opzicht is deze niéuwste „levensbeschrgving" zeer merkwaardig, In sommige punten wijkt hij sterk af van verschillende opvattingen, die in de kringen der zich „onbevooroordeeld" noemende wetenschap heerschende waren; in andere vinden wij een terugvallen tot het oude en verouderde rationalisme, En telkens zien wij don schrijver zijn eigen weg gaan.
Zeer wonderlijk is zijne vervormiug van de geboortegeschiedenis, waarbij de gegevens van Matth. 1 en van Luk. 1 en 2 op uiterst eigenaardige manier worden verhaspeld. '«
Jozef wordt ten tooneele gevoerd als een hoogbejaard man, een afstammeliag van het Davidisch koningshuis, dcch zeer verarmd. Hij was verloofd met Maria, die te Beth Hanna thuiabehoorde, en afkomstig was uit een oud priestergeslacht. Als weduwnaar, wiens dochters gehuwd waren en te Nazaret woonachtig, viel hem de zorg voor zijne huishouding te zwaar, en besloot hij, opnieuw te huwen, Doch weinig families kwamen in aanmerking voor dezen erfgenaam van het koniklijk huis. Maria voelde zich, in weerwil van het groote onderscheid in leeftijd, tot hem aangetrokken, on haar ouders stemden in de verloving toe.
En wat maakt nu de schr, van het bericht van Matth, 1?
Dit: Jozef gevoelde zich bezwaard dat hij Maria misschien onrecht zou doen; want menschelijkerwijs had' zij van hem geen kind meer te verwachten, en voor een Joodsche, vrouw was er geen grooter schande, dan die van kinderloos te blijven. Daarom ging hij om met de gedachte, haar een scheldbrief te geven. lutusschen verschijnt een engel aan Maria, en belooft haar een zoon. Doch deze engel des Heeren had niet anders dan de verborgen gedachten van haar eigen hart , uitgesproken.'„De duistere aandrang die „haar bewogen had, den bejaarden Jozef „de hand te reiken, was geweken voor „een etralende helderheid, en met blijdschap in de ziel zag zij haar huwelijk „met den Davids-zoon tegemoet, "
Ook aan Jozef valt, vóórdat hg zp besluit om van Maria af te zien, had volvoerd, een droomgezicht ten deel. Daarin wordt hem een zoon beloofd, dien hg Jezus zal moeten noemen. Zoo wordt hij van zijne twijfelingen bevrijd, en besluit, Maria toch maar tot vrouw te nemen.
Zoo wordt, door enkele kleine weglatingen en omzettingen, het evangelie tot roman.
Dit mag den schijn hebben van een psychologische verklaring, doch het doet de vraag rijzen, of het dan maar niet beter is, ronduit te verklaren, dat men die verhalen van de ontvangenis door den H, Geest enz, weigert te gelooven, en er van af te zien, een verklaring te willen geven van hun ontstaan.
Want dat eene poging tot verklaring, als hier gewaagd wordt, wetenschappelijk te verdedigen is, en door iemand waarschijnlijk zal worden geacht, is niet aan te nemen.
Niemand zal toch beweren, dat de gewijde schrijvers iets bedoeld hebben, als dr. Lepsius er van maakt.
Daarom doet een dergelijke „verklaring", die het wonder wil weg-redeneeren, zoo uitermate wonderlijk aan. En een dergelijke opleving van het tocb wel afgeleefde rationalisme treft ons bij dezen schrijver telkens, nevens zijne neiging, niet mede te gaan met verschillende „critische" meeningen.
Daaraan in een volgend no. enkele voorbeelden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's