De roeping der vrouw.
Machtige vragen Beheerschen de dagen Van onzen tijd. Het eenmaal bestaande Is immer vergaande, Verwordt en verslijt.
Maar d'eeuwige normen, Schoon ze wiss'len van vormen, berusten steeds vast in Gods eeuwigen Raad. Brengen nieuwe geslachten Ook andere gedachten, Gods Woord is en wordt voortdurend een [daad.
Mag de wereld ook vragen, - En velen thans klagen Om 't kiesrecht voor 't zwakke en [schoone geslacht. Zij, die er voor strijden. Kunnen nimmer belijden Uit het Woord vaa den Schepper [ontleenen wij kracht.
Wij willen steeds eeren De vrouwen, die leeren Het jeugdige kroost aan gezelligen haard. De strijd in het leven Blijft een mannelijk streven, Vormt den man in karakter, veredelt zijn aard.
Wij blijven waardeeren Haar lieflijk beheeren Van huig en van kelder, van keuken [én haard. Bij 't leed, dat ons griefde. Blijft vrouwelijke liefde Ons het Hoogsts in 't moeilijke leven . [op aard.
Haar teeder gevoelen, . Haar edel bedoelen Staalt en verkwikt ons opnieuw na den [strijd.
Zij verzacht onze wonden In moeilijke stonden, Draagt met ons de zorgen in somberen tijd.
Maar 't recht om te werken In Staat of in Kerken, Is te zwaar, is te veel voor haar téeder [gevoel.
Aan de vrouw is gegeven Een fijn besnaard leven Voor hooger en schooner, verhevener doel.
Waar mannen soms vielen. Wist zij te bezielen Voor de heilige, groote en eeuwige zaak. Het gezin te beschikken, Den strijder verkwikken Te troosten, te sterken is haar heilige taak.
't Is de taak onzer vrouwen In ootmoedig vertrouwen Te dienen in liefde, te verzorgen het huis. In vreugde en in smarten De zoo teedere harten Te leiden tot Jezus aan den voet van [het kruis.
De bloei onzer kerken Zal ieder dra merken. Als de moeder de kind'ren godvruchtig [zoo leidt;
Als zij teeder de armen In liefd'rijk erbarmen', Met haar troost; met haar blik. met haar [gave verblijdt.
De vrouw, die wil kiezen, Zal altijd verliezen Veel van haar teeder en innig gemoed. Bij al wat ons griefde, 't Is haar troost en haar liefde. Die ons voor verharding, ontaarding [behoedt.
Wij willen geen vrouwen, Die ons niet vertrouwen ln 't beheer van de Kerk en ook van [den Staat.
Zij moeten verrichten Haar vrouw'lijke plichten In 't lieflijk gezin, maar niet op de straat.
In blijmoedig vertrouwen Stil 't gezin staèg te bouwen • Tot een sterke pilaar van Staat en van [Kerk,
Blijve de vreugd van haar leven, Moog ze haar liefde steeds geven. Maak' haar edel en krachtig, haar [vroom en haar^sterk.
Arnhem.SV
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's