De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

6 minuten leestijd

Onze kerkelijke flnanciën.

De oorlog heeft ook dit aan ons duidelijk gemaakt dat de sleurgang in zake de kerkelijke financiën zoo spoedig mogelqk mo^t worden verlaten.

Hoe komen we aan de inkomsten voor de Kerk? hoe wordt het geld voor het predikantstractement, voorde godsdienstonderwijzers, voor de kosters en kerkelijke bedienden bij elkaar gebracht?

Gewoonlijk zijn er fondsen. Men kan rekenen op het rijkstractement. Dan zijn er hier en daar wat postjes die wat voordeel afwerpen. En verder moet het komen van plaatsenhuur en van het kerkezakje.

Wat dragen dus de leden der Gemeente bij tot het onderhoud van den eeredienst in vollen omvang?

Gewoonlijk niet veel.

Plaatsenhuur — waarbij groote gezinnen 't meest moeten geven.

Plaatsengeld — waarbij talrijke families een heel sommetje soms moeten afzonderen.

Maar kleine huisgezinnen, ook als ze rijk zijn of 't althans goed doen kunnen, rollen hier aardig door.

Groote families met zware uitgaven worden hier de dupe. Vooral als de plaatsen nog al duur gaan.

En zoo is 't met het zakje eigenlijk weer zoo: groote gezinnen hebben zoo véél handen die in 't kerkezakje gestoken worden; de rentenier met a'n vrouw zijn hier maar sa& .m!

Wat een sleur is er bovendien in deze dingen. Spreekt men niet van kerk...centei/

De diakenen zijn dan ook wat blij als 't , gesneeuwd" heeft en er veel „wit" geld wordt gezien als 't zakje wordtomgekeerd op tafel. Dat valt nog wel eens mee — hoewel lang niet altijd I De fondsen onzer vaderen werken zoo „bevriezend" op hun nageslacht.

En.bij de collecte voor de Kerk is dat nog erger.

Centen, halfjes, — ja, ook wel halve stuivers en stuivers; soms ook dubbeltjes en kwartjes en een enkele gulden. Maar al die „vrijwillige" „liefde":gaven in „het huis des Heeren" saamvergaderd vormen toch nooit een bedrag tot onderhoud van den eeredienst zoo noodig.

Armoedig kunnen onze Kerken er uitzien. De pastorie kon beter zijn ingericht. De dominé mocht waarlijk wel wat meer tractement hebben. Dat de godsdienstonderwijzer zoo weinig heeft eert de gemeente niet. En waarom geeft men den koster en», geen behoorlijk salaris?

O, zeker! het is heel materialistisch dit praatje.

Maar er wordt in deze ook zoo grootelijks gezondigd! Wat is men toch karig inzake de eeredienst, inzake Gods huis!

Nu gelooven we, dat het over 't algemeen ook niet goed ingericht is onder ons wat betreft de kerkelijke financiën.

Niet dat wij er nu zoo vóór zijn, dat alles in groote vergadering behandeld wordt of aan de groote klok wordt gehangen. Maar men kan ook al te conservatief, al te geheimzinnig zijn. En dat is wel 't geval inzake de kerkelijke financiën. Wat weet de gemeente daar nu eigenlijk van? Niets! En waar men niets van weet, daarvoor voelt men ook niet veel.

Daarom zouden wij er veel voor voelen om — voor zoover dat liiogelijk is — de dingen rakende de Kerkvoogdij meer bekendheid te geven in het midden van de belangstellende leden der gemeente; om dan een, begrooting op te maken voor het komende jaar met al den aankleve van dien; en wanneer vervolgens dit met verstand over geheel de gemeente werd omgeslagen, zou een ieder gezin — en ook zij die buiten een gezin leven — kunnen weten wat men minstens per jaar voor de kerkedienst heeft af te zonderen.

Hierbij zouden we het verhuren van plaatsen in de groote steden geheel willen afschaffen. Ieder die komt krijgt ^en plaats die open is en gaat zitten waar nog niemand zit. Alles voor den voet op Waarbij slechts - -voor kerkeraad, kerkvoogden, godsdienstonderwqzers, collectanten enz. bepaalde banken zouden kunnen worden aangewezen.

Natuurlqk moet men dan ook willen betalen op de boven aangegeven manier, opdat de Kerk geen schade lijdt. Als men saam draagt de lasten, kan men ook saam genieten van de voorrechten. Zoo zou bij ^de verschillende kerken in de groote steden het bezoeken van de godsdienstoefenipgen gemakkelijker en aangenamer worden gemaakt. Want het huren van een plaats igazoo moeilijk waar onderscheidene Kerkgebouwen zijn en het wachten vóór den dienst ia een verschrikkelijk ding!

In kleinere gemeenten met éen kerkgebouw kan het gemakkelijker worden geregeld. Natuurlijk moet voor iedereen plaats beschikbaar zijn. Waarbij niet uitgesloten is, dat men de families zooveel mogelijk laat zitten waar men graag zit. Als men van de Kerk maar geen huis van koophandel gaat maken. En als ieder maar een plaats kan krijgen. Als maar niet de arme achter gezet wordt bij den man met den gouden ring of bij de dame met gouden kap Als ieder naar vermogen bijdraagt zijn allen geholpen en komt er in de Kerk althans iets openbaar van het lieflijk samenwonen van broeders en zusters van hetzelfde huis!

Men moet dus het inkomen voor de Kerk niet laten afhangen van de traditipneele Kerk-„cent". Ook moet npien niet 't hoogste woord laten aan degenen die „hoogste bod" kunnen of willen doen. In de gi'óote kerk-familie moeten de Kerkvoogden en Notabelen zoo goed mogelijk regelen, dat ieder z'n deel krggt, waartoe öok ieder naar vermogen heeft bij te dragen. De weduwe haar penningske, de middenstander z'n zilverlingen, de rijke z'n goudstuk. En dan moet er niet worden uitgerekend waaröaee men desnoods toe kan, maar er moet mildelijk gegeven worden, waarbij de omslag door de Kerkvoogden gemaakt, - kan aanwqzen wat men miriatens moet bijdragen.

Ook hiervoor is geest en leven noodig. Onderling vertrouwen Liefde ook en hartelijk samenleven. Gebondenheid aan Gods Woord. Deelen in de genadegaven welke Christus uitdeelt aan de Zijnen.

Neen, onze akkers kunnen niet toe met een armelijke besproeiing van een gieter vol regenwater. Dan verdort en versterft alles. De hemel moet ontsloten worden en de wolken, zwaar van regen, moeten zich op Gods bevel ontlasten. Dan raakt het water weldra den wortel en de vruchten groeien heerlijk voort, komen tot rijpheid in veelheid des overvloeds.

Zoo ook voor - ons kerkelijk Jlexen. Daarvoor is noodig de regen des Cfeestes. De genadige en lieflijke inwoning van Jezus Christus in het midden der Zijnen.

Laat ons bidden dat onze Kerk hare wortelen in vruchtbare aarde mag inslaan, om onder Gcfds gunst nog te bloeien en te groeien tot in lengte van dagen.

En tot haar welvaren" behoort ook een goede regeling van de kerkelgke financiën; waarbij de liefdeoffers ordelijk naar Gods bevel worden gebracht ^n het'midden van Gods huis.

Hierbij goede regelingen te treffen is ïéer gewenscht en noodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's