De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

De lichtzijde.

't Was haast niet te gelooven. En toch is het zoo. De stemmencijfers bij de verkiezingen wijzen het uit. Een vierde gedeelte der kiezers koos revolutionair.

Vooral in de groote steden was het aantalstemmen, dat de Sociaal-democraten op zich vereenigden, verbijsterend.

In Amsterdam bedroeg het aantal dier 'Btetamen, 51, 271 van de 123, 699, in 'n 'sGravenhage 22875 van de 63996 en in Rotterdam niet minder dan 43201 van de 90786.

Vooral in deze gemeenten ging het socialisme sinds 1901 met sprongen vooruit.

Maar niet alleen daar, maar ook op het platteland valt een enorme stijging der roode stemmen op te merken.

.En bij dit laatste accrês zal het wel niet blijven.

Op bovenstaande cqfers en feiten oefent intusschen geen invloed uit de omstandigheid, welke als een lichtpunt wordt aangewezen, n.l. dat de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij in stemmental haar hoogtepunt schijnt bereikt te he'bben.

Was dit zoo, dan zou dit verblijdend zijn. Maar zoo staan de zaken niet.

Van de S. D. A. P. scheiden zich nieuwe groepen af, in wier bedoelen het ligt, het revolutiebeginsel tot in zijn luiterste consequentie door te voeren.

Bg een gelijkblijven der positie van de S. D. A. P. valt er alzoo voor de toekomst niet te hopen op een stilstand, maar moet er gevreesd worden voor een doorwerking van het proces, waardoor niet alleen de parlementaire arbeid zeer aal bemoeilijkt worden, maar waarmede ook de veiligheid van het land gevaar loopt.

Wat als lichtpunt wordt aangemerkt, kan dan ook niet als zoodanig gelden.

Toch is er met betrekking tot het stemmencgfer, dat op de Socialisten werd uitgebracht op een lichtzyde te wgzen. En wel op deze, dat heel wat kiezers, die óp rood stemden naar hun beginsel niet bq de Sociaal-Democraten thuis behooren.

Zoowel onder de kiezers van Protestantsch-Christelijke zgde als onder dié, welke Roomsch-Katholiek zijn, moeten er niet weinigen zign die ditmaal onder de Socialistische vlag optrokken.

De oorzaak daarvan zal wel in de allereerste plaats moeten gezocht worden ja de ontevredenheid, welke bg velen 'ten aanzien van de levensmiddelenvoorziening bestaat. Of deze nu beter geregeld zou zgn onder 'een Socialistisch beleid, daarnaar vraagt men niet. De toestanden in Amsterdam en in Zaandam zouden daarop anders het antwoord binnen geven. Doch men is eenmaal ontevreden en dan schaart men zich maar net liefste onder degenen, die in oppositie zijn.

Er zijn echter nog andere redenen aan te wijzen, die een deel van ons volk gaandeweg zgn stem doet uitbrengen op een sociaal-democraat.

Die redenen zijn van tweeërlei aard.

In de eerste plaats onvoldoende behartiging van de zijde der Overheid van de sociale belangen van het minder kapitaalkrachtige deel van ons volk.

En dit ziet zoowel op hetgeen den middenstand als den arbeidenden stand betreft.

De omstandigheden, waaronder een groot gedeelte van het volk arbeidt, - zijn yaak zeer ongunstig. De klacht is dan ook niet gezocht, dat hier de overheidsbemoeiing dikmaals te kort schiet en dat dien kant te weinig gedaan wordt van om betere levensvoorwaarden te scheppen en de positie der beide genoemde deelen van" het maatschappelijk leven te versterken.

En nu betreft dit niet alleen de stoffelijke, maar ook de geestelijke nooden. Om, wat dit laatste betreft, maar op één punt te wijzen. Door onvoldoende zorg voor de Zondagsrust, verwildert de groote massa.

Onlangs nog klaagde het personeeLbg spoor en tram over den geestelijken achteruitgang van dit personeel. Hebben de spoormannen van de 52 Zondagen er slechts 17 geheel vrij, bij hen die in dienst zijn bij de tramwegen is de toestand nog ongunstiger. De laatsten genieten meestentgds niet meer dan 7 Èi 12 vrije Zondagen per jaar. De Zondagsarbeid, zoo luidt de klacht, verwoest nog meer dan lange diensttijden het gezinsleven. Van bijwoning der godsdienstoefeningen kan in den regel noch voor den man, noch voor de andere huisgenooten sprake iijn.

En bg verschillende andere takken van bedrijf staat het niet veel beter.

Die geestelijke achteruitgang en verwildering onttrekt geheele scharen volks aan de beademing van de prediking van Gods Woord en jaagt er duizenden in de armen van het socialisme.

Voorzeker ligt hier een roeping van de Overheid om met krachtige hand in te grijpen.

En in de tweede plaats valt er op een tekort aan geestelijke bearbeiding van de Kerk op het volk te wijzen. Vooral in de groote steden is de massa niet meer te bereiken. Waar dan nog bijkomt, dat in de prediking vaak datgene niet gegeven wordt, wat de ziel behoeft.

De geestelijke bearbeiding van het volk moet dan ook de volle aandacht van de Kerk hebben.

Op welke wijze hier behoort gewerkt te worden, zoo wil het ons voorkomen, dat uit het centrale punt der Gereformeerden in daad moet geoefend worden op het geheel.

Kort na de verkiezingen schreef ds. Gispen in het Overijsselsche Kerkblad woorden, waarmede wij geheel instemmen.

Na er op gewezen te hebben, dat, wanneer men de twee op zichzelf staande plannen de heeren Staalman en Van der Laar bij de 20 Orthodoxe-Protestantsche kamerleden telt, , men tot 22 leden der Kamer komt, die vertegenwoordigers zijn van het rechtzinnig Protestantsche deel der natie, schrijft d.e Scheveniagsche predikant:

„Dat is nu alles, wat er van de Protestantsche natie in de Tweede Kamer te zien is. En deze twee en twintig heeren rekenen zich nog weder tot vier verschillende partijen. Men moet dan wel een zeer buitengewoon idealisme toegedaan zijn om dan nog de leuze te durven opheffen: heel het volk en geheel de Kerk, gelijk de Oonfessioneelen doen. Deze eerste verkiezing naar het stelsel van Evenredige Vertegenwoordiging heeft de hopelooze verdeeldheid van ons volk wel ten duidelijkste aangewezen. En toch houdt men van die zijde nog vol, dat het geheele volk en de gehéele Kerk moeten teruggebracht worden tot de Gereformeerde Belijdenis, en veroordeelt men het streven van wie men dan met zekere geringschatting „Separatisten" noemt, om dan uit kleineren kring invloed te oefenen op het geheel."

De laatste weg moet ook de onze zijn. En dan is, wanneer deze weg bewandeld wordt, onder Gods zegen nog een dam op te werpen te^en het veldwinnend ongeloof.

Er zgn nog zoovelen te behouden van de dwaalleer der revolutie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's