De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

14 minuten leestijd

Toch de valsche Kerk?

Enkele weken geleden deden we aan „de Wachter", orgaan ten voordeele van de Theol. School te Kampen, (hoofdredacteur ds. Doekes) de vraag, of men in dien kring nu werkelgk nog dorst beweren, dat de Herv. Kerk de valsche Kerk is? Na het lofifelgk getuigenis van dr. A. Kuyper Sr., tegelgk in ons blad opgenomen, konden we dit haast niet denken. Zelfs zonder dat getuigenis achtten we het haast ondenkbaar. De valsche Kerk 't is toch nog al wat. En dat in den jare 1918!

„De Wachter" heeft hierop het volgende geantwoord:

„De Waarheidavriend is met ons van overtuiging, dat een kerkelijke afscheiding dè, n alleen geoorloofd is, wanneer de band met een valsche Kerk wordt verbroken en niet slechts met een onzuivere Kerk."

Maar wanneer De Waarheidavriend vraagt of de mannen van 1813 (Afscheiding) het nu in 1918 aandurven, om de Herv. Kerk de valsche Kerk te noemen, dan zeggen we (en nu komt wat webedoelen) :

„Het bevreemdt ons, dat hg benieuwd is naar het antwoord onzerzijds. Immers meermalen is in ons blad een en ander geschreven, dat misverstand uitsloot. In de „Acta van afscheiding of wederkeering", waarin de. gemeente te Ulrum zich in 1834 uitsprak, staat nadrukkelgk, dat het Hervormd Kerkbestuur zich ge-Igk gesteld heeft met de door onze vaderen verworpen Paapsche Kerk, dat het i Hervormd Genootschap zich als valsche Kerk geopenbaard heeft, omdat het hare ordinantiën meer aanzicht en autoriteit toekent dan den Woorde Gods en degenen vervolgt, die Godzaliglqk vrillen leven naar 's Heeren Woord. Daarom en daarom alleen hadden ze vrqmoedigheid, de gemeenschap te Verbreken. En niemand zal kunnen loochenen, dat dit getuigenis in de „Acte" met de feiten overeenkwam. Niet Gods Woord, maar het Reglement van 1816 was richtsnoer. Niet de bestrijders, maar de belijders der waarheid werden vervolgd.

Is die toestand sinds 1834 ten goede gewijzigd? Het jaar 1886 heeft een ondubbelzinnig antwoord gegeven. Wie waarlijk den Heere wil dienen naar Zijn Woord, wordt niet geduld".

Ieder voelt, dat „de Wachter" aóó in 't algemeen redeneert, dat het eigenlijk te dwaas is om er door te kunnen.

, Het Hervormd Kerkbestuur heeft zich gelijk gesteld met de door onze Vaderen (de mannen van 1834!) verworpeü Paapsche Kerk, dat het Herv. Genootschap zich als valsche Kerk geopenbaard heeft." Is het niet verschrikkelijk om zoo te schrijven? Wie gelooft dat nu nog ? Immers niemand I En toch schrijft „de Wachter" of liever ds. Doekes het maar kalmpjes neer. En dat in 1918

Vervolgens zegt genoemde redacteur „omdat het degenen vervolgt, die Godzaliglijk willen leven naar des Heeren Woord." „Wie waarlijk den Heere wil dienen naar Zijn Woord, wordt niet geduld." Wat natuurlijk in deze algemeene termen de dingen zeggend niets anders dan een onwaarheid wordt. We hebben dat meer dan eens, onlangs ten opzichte van de Doleantie, nog in den breede aangetoond en met de stukken bewezeö, zonder dat er tegenspraak is gevolgd.

Het verblijdt ons dan ook zeer, dat de Leeuwarder Kerkbode — een stem uil de Geref. Kerken dus — tégen" de redeneering van „de Wachter" protest aanteekent. Een protest, dat ds. Doekes meedeelt met er natuiirlijk iets tegen in te brengen — doch dat is zóó zwak en onbeduidend, dat we den indruk krijgen dat ds. Doekes met a'n eigen uitspraken verlegen zit. Hij voelt dat het niet opgaat zulke dingen te schrijven. Maar ja — 't is nu eenmaal gezegd; en als dat niet meer gezegd kan en mag worden, dan, zoo voelt hij, dan is eigenlijk de Afscheiding en de Doleantie in beginsel veroordeeld. En — nu ja, daartoe te komen is ook een heel ding — — — —

Wat de Leeuwarder Kerkbode tegen „de Wachter" inbrengt laten we hier volgen:

„Hier is weer datzelfde absolutisme aan het woord, dat men zoo vaak in „De Wachter" kan vinden en in de practijk niet alleen niet te handhaven is, maar ook niet gehandhaafd wordt. Wij vinden dat kerkelijk standpunt zuiverder, dat in de Ned. Herv. Kerk tuss«hen de „kerk" en haar „synodale organisatie" onderscheidt. Van kerk mag men toch nooit afscheiden, maar wel van de organisatie, welke in strijd is met het Koningschap van Christus en den eisch van Gods Woord. Wann.eer men dit moet doen, is een zaak der conscientie', evenals de wijze waarop. Zeer veel hangt daarbij van omstandigheden af, van verantwoordelijkheid, inzicht, van den gang der historie en van de verwachting, die men terecht of ten onrechte koestert, om langs den eenen of anderen weg nog tot kerkherstel te komen. Zoo behoeven we de Ned. Herv. kerk nog niet (en dit nog wel als) „de valsche kerk" te betitelen, al schuilt in haar organisatie zouder twijfel een anti-christelijk element, dat zou maken dat de Ned. Herv. Kerk een valsche kerk werd, wanneer zg zich geheel met deze organisatie vereenzelvigde. Tot hiertoe is echter nog in de Hervormde Kerk een conscientie welke tegen deze organisatie getuigt en er zich tegen verzet. Laten we hopen, dat de Gereformeerden in de Hervormde Kerk nog eens op de een of andere wijze van het „juk" dezer organisatie verlost worden, al schijnen de wegen die zij tot hiertoe bewandelen, daarop vooralsnog weinig uitzicht te geven. En geve God ona nog eens een vereeniging van allen, die onze Gereformeerde belijdenis zqn toegedaan, in één kerkelijk verband."

Men voelt, hier spreekt een heel andere toon uit dan uit het stukske van da. Doekes en we hopen dat men in de Geref. Kerken 't meer met de Leeuwarder Kerkb, eens zal zqn dan met „deWachter."

Het lezen van de Wet.

Men vraagt ons of elke week de Wet gelezen moet worden en zoo ja, in de morgen-of in de (middag)avondgodsdienstoefening?

In 't kort willen we hierop dit antwoorden :

Naar het algemeen gevoelen is het van het begin der Hervorming - af aan in de Gereformeerde Kerken gewoonte geweest om de Wet der Tien Geboden voor te lezen; 't valt met den oorsprong onzer Geref. liturgie saam. En dit was nu niet een bloot navolg-en van Rome. Want de Roomsche Kerk, met haar veelheid van inzettingen, kent de voorlezing van de Wet des Heeren niet, In 1532 was in Zurich re«ds voorgeschreven, dat iedere predikant na de preek het Onze Vader, de Wet des Heeren en de Twaalf Geloofsartikelen moest voorlezen. Farel nam die gewoonte in 1533 te Geneve over; en in de Duitsche Gereformeerde Kerk te Straatsburg treffen we dit eveneens aan. En bekend is dat Calvijn iederen Zondag de Wet vóór de predicatie liet zingen (berijming der tien geboden). In 1545 maakt Calvijn daar melding van in zijn liturgie. En aan Calvijn is het te danken dat deze gewoonte werd aangenomen in de Geréf Kerken te Londen, in de Paltz en ook in Nederland. Na lang aarzelen ook, sinds de Synode van 1639, in de Prausche Kerken. Van dien tijd af kan men zeggen, dat het voorlezen (of zingen) van de Wet des Heeren in de Geref. Kerken algemeen is geweest. Noch de Roomsche noch de Luthersche Kerk heeft dat; juist de Gereformeerde Kerken. Daar zette men 't gebed, 't gebod en het geloof weer op de rechte plaats. En 't gebod, om den mensch te bepalen bij zijn schuld en overtreding, tegelijk de wet voorstellend als de eenige regel des levens. »

Waar de verkondiging van het Woord, de predikatie over den tekst, het middelpunt vormt van den eeredienst, daar is noodig dat de Gemeente worde voorbereid om het Woord Gods te onlivangen. En men heeft „het gebed des Zondags vóór dft predikatie" (efgenlijk is de juiste titel „Een openlijke bekentenis der zonden en gebed vóór de predicatie") in de Liturgie der Geref. Kerken in Nederland (achter in ons Psalmboek te vinden) maar te lezen, om aanstonds te voelen, hoe onze vaderen de Gemeente wilden voorbereiden. „Een openlijke bekentenis der zonden" was noodig. En daartoe werd ook gebruikt de voorlezing van de Wet. Opdat dan later, na de schuldbelijdenis, de absolutie of vrijspraak zou kunnen volgen. Welke absolutie Calvijn aldus wilde: „Dat een ieder uwer zich waarlqk zondaar erkenne, zich vernederende voor God en geloove, dat de hemelsche Vader hem genadig wil zijn in Jezus Christus! Aan allen die op deze wijze berouw hebben en Jezus Christus tot hunne zaligheid zoeken, verkondig ik de vergiffenis, der zonden in den naam van. Vader, Zoon en Heiligen Geest, Amen."

Om het zondebewustzijn des menschen te verlevendigen diende nu het gebed en de voorlezing van de Wet vóór dê predicatie. En zóo is-het steeds in onze Geref. Kerken geweest, In de oudere uitgaven onzer liturgie uit de 16e eeuw leest men vóór het gebed voor de predikatie deze woorden: „Nadat men in de gemeente van 'Christus des Zondagsvoormiddags de tien geboden Gods gelezen of gezongen heeft, neemt de Kerkedienaar daaruit oorzaak de Gemeente te vermanen tot boete en bekentenis barer overtredingen en-te gelooven de Evangelische belofte van Christus, welke beide hg met getuigenissen der Schrift bewijst. Waarop hij den onboetvaardigen de straffe Gods en den boetvaardigen geloovigen de genade Gods in Christus verkondigt."

Omdat door de Wet de kennis der zoede is, daarom de gewoonte van ouds in de Geref. Kerken de Tien geboden des Zondagsmorgens voor te lezen; opdat de geloovige zich ook des te dieper verootmoedigen zou — en het evangelie des kruises daarbg zou worden bekend gemaakt.

In het kort kan dus gezegd, dat van ouds de godsdienstoefening in het midden van onxe Geref. Kerken begon met het lezen van de Wet en een gedeelte van Gods Woord, waarop een „kort" gebed volgde om zegen bij de predikatie; welk gebed sloot met het Onze Vader.

Na de preek volgde het dankgebed, waarin tegelijk de nood der Christenheid aan den Heere werd opgedragen.

Wat nu de vraag betreft: moet de Wet des morgens of des (middags) avonds worden gelezen ? het volgende: In den beginne schijnt veelal aan 't eind van 't dankgebed de geloofsbelijdenis te zijn gebruikt (zie ook in het Avondmaalformulier); althans te» Straatsburg en in de Paltz is daar in den beginne sprake van. Datheen bracht haar over aan het slot van het voorgebed vóór de predikatie.-En zoo werden dan èn de Wet èn de 12 artikelen gelezen en gebruikt-in één godsdieastoefening. '^^L

Maar spoedig is algemeen gebruik geworden 's 'morgens de Wot en 's middags de 12 artikelen. Alleen heeft de Synode van Dordrecht, 1574, een besluit genomen wat we vinden in art. 44 van de, Kerkenordening (van 1574 n.l.) en dat aldus luidt: Men sal t' Sondaechs na het' tweede gebet der voormiddaegsche predicatie dese woorden aenhanghen „Wilt ons oock stereken in den waren gheloove daer van wij belijdenis doen met mond en hart, sprekende: lek geloove in Godt den Vader enz. — Ende voor den Catechismi predick, na het ghebet de 10 gheboden verhalen naden text Ex. 20 ende Deut. 5. Maer in den weekpredicken en salmen gheen van beide lesen.

Hier werd dus in den jare 1574 op de Synode te Dordt gehouden als regel gesteld: des Zondagsmorgens de 12 artikelen - — des Zondagsmiddags, bg de Oatechismuspreek, de 10 geboden — en in de weekbeurten geen van beide.

Maar dit besluit heeft aan de gewoonte der Kerken niets kunnen veranderen; want het is steeds in de Geref. Kerken gebruik gebleven: 's morgens lezen van de Wet, 's middags of 's avonds lezien van de 12 artikelen.

Als we nu met een enkel woord nog de karaktertrek van de Gereformeerde liturgie mogen aangeven, dan zouden we dit nog willen zeggen: de Gereformeerde weet, dat, waar de Gemeente vergadert, de eerste eisch is zich te verootmoedigen voor God, inziende in de spiegel der Wet. Daarop wordt aan den oprechte vergiffenis van zonden toegezegd in 's Heeren naam. Daaruit volgt het stuk der dankbaarheid, waarbij de Wet moet ingeschreven staan op de tafelen des harten als een regel des levens voor de kinderen Gods gesteld. Bij dit /alles staat het Woord in het midden als het voornaamste, uitkomende in de prediking, waarbij het „Ónze Vader" zoo schoon aansluit in het dankgebed, met de belijdenis van het Christelijk geloof als slotaccoord.

Met het leggen van den zegen op de Gemeente wordt zij dan door den dienaar Gods in vrede heengezonden.

Is dat alles niet echt christelijk, echt Nieuw-Testamentisch, — om te bewaren tot de wederkomst van Christus?

Solliciteeren van predikanten.

Dat er wel predikanten zijn die keer op keer brieven schrijven dan aan dezen en dan aan gene, waarin om een beroep „gehengeld" wordt, laten we hier buiten bespreking, 't Zgn gewoonlgk dezelfde menschen, die spoedig bij allen bekend zijn en daarna door ieder „met den nek" worden aangezien. Predikanten moesten te hoog staan om hun eer en goeden naam door „lieve" briefjes te grabbel te gooien

Maar wat in den laatsten tijd min of meer een vraag geworden is, loopt over de kwestie: mag een predikant soUiciteeren naar eene vacante gemeente?

Waarom — zoo vraagt men — mag een burgemeester, een arts, een onderwijzer, een ambtenaar solliciteeren naar een vacante plaats, maar een predikant niet als er ergens een vacature is of komt?

Het antwoord kan kort zijn. Tasschen het sollicitatiestelsel op burgerlijk terrein om voor een vacante betrekking benoemd te worden, waarbij aanmelding van zichzelf regel is, en de beroeping en verkiezing tot een ambt in Christus' Kerk is er een principieel onderscheid. Op burgerlijk terrein toch kiest men zelf een betrekking en kiest men zelf z'n plaats. En in het ambt ligt juist de gedachte, dat men er toe geroepen en verkozen wordt. En dit te verwarren of over het hoofd te zien, zou de Kerk maken tot een gewone vereeniging, en het ambt tot een maatschappelijke betrekking, waarvoor men zichzelf aanbiedt en welke men ook zelf weer. kan neerleggen om ergens elders werk te zoeken.

Naar uitwijzen van Gods Woord heeft de Kerk een geheel eigen leven naast den .staat en de maatschappij, met een eigen organisatie en orde van leven, ook met een eigen inzetting in het ambt, waarvoor als regel geldt wat we lezen in Hebr. 5:4 „En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aaron." De Schrift weet van geen „solliciteeren." Niemand der apostelen heeft zichzelven aangeboden of aangediend; ook van de diakenen lezen we niet dat ze solliciteerden maar door de Gemeente werden gekozen. Paulus en Barnabas werden door den H. Geest in de gemeente van Antiochië aangewezen. En zoo ging het ook in de gemeenten bij de verkiezing van oudsten of ouderlingen.

Natuurlijk heeft hier niets mee te maken wat we lezen in 1 Tim. 3 : 1 waar staat: Zoo iemand tot een opzienersambt lust heeft, die begeert een tteffelijk werk", want dat ziet geenszins op het met begeerige oogen zien naar een vacante plaats —' maar het is zich met volle begeerte des harten geveu aan het ambt, waarbij dan alle „hengelen" om ouder» ling of diaken te worden uit den booze is, alsook het schrijven van brieven als predikant om zich hier of daar aan te bevelen in de gunst van een collega of in de liefde der broeders kerkeraadsleden.

Laat men in deze den van God verordenden en Schriftuurlijken weg volgen, geloovende, dat de Heere" ons aller weg kent en Zgne dienstknechten roept naar Zijn welbehagen.

In eigen wegen te gaan geeft toch geen heiL Uit Gods hand te leven brengt altijd het beste voor ons en de onzen.

Natuurlijk, dat de Heere ook hierin dikwijls middellijk werken wil. Maar dan moeten wij onze handen thuis houden en niet pogen om 't God uit de handen te nemen. Want hoe „handig" we daarin soms zijn kunnen, het is niet geraden hierin iets te doen tegen Gods Woord en tegen ons geweten!

„Aller oogen wachten op U", zegt de dichter van Psalm 145, en hij laat er op volgen: ^De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid." Terwijl in Ps. 146 staat:

„Vertrouwt niet op prinsen, op 's menschen kind, bij hetwelk geen heil is." „ Welgelukzalig is hij, die den God Jacobs tot zijne hulpe heeft, wiens verwachting op den HEERE zgnen God is."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's