Ingezonden.
(Buiten verantwoordelijkheid van de Redactie).
Evangeliesatielokaal te Eefde bij Zutphen.
Hooggeachte Redactie,
Onder bovenstaand opschrift kwam in het nummer van 12 Juli een ingezonden stuk voor, waarin aan de Vereeniging tot oprichting en instandhouding van een gebouw voor Christ. Belangen te Eefde (want zoo is de eigenlijke naam) nog al een en ander ten laste wordt gelegd. Het feit, dat de anonieme schrijver of zeer slecht op de hoogte is van den stand van zaken alhier, öf met opzet de feiten in een onjuist licht plaatst, benevens de overtuiging, dat polemiek door middel van ingezonden stukken wel heete hoofden maakt, maar de uitbreiding van het Koninkrijk Gods weinig dienstbaar is, ontnemen ons ten eenenmale den lust, op het courantengeschrijfv van den Geref, Hervormde in te gaan. Waar de redactie de kwestie echter nog al belangrijk acht (ze had dit, dunkt ons, moeten toonen door eerst ons advies in te winnen, alvorens ongeteekende stukken te plaatsen) beschouwen wij haar onderschrift als eene uitnoodiging, om de zaak in kwestie van onze zijde te belichten.
Wij willen trachten dit zoo kort mogelqk te doen en volgen het ingezonden artikel op den voet. Vooraf de opmerking, dat volledigheid, waarop de redactie aandringt, niet wel mogelijk is. Daartoe zouden we te veel plaatsruimte moeten vragen. Wij achten dit voor het doel der aaak ook niet noodig.
Er worden te Eefde inderdaad pogingen aangewend tot het stichten van een lokaal voor Christelgke Belangen van Hervormde zijde. Ook de kerkelqk-Gereformeerden bouwen een lokaal. Hiertegen kan, dunkt ons, niemand bezwaar hebben; ieder kan nu werken op dat terrein, waar hij meent, dat voor hem een roeping ligt. Dat de Hervormden meenen, beter voor de geestelijke belangen der honderden huisgezinnen, die in Eefde wonen, te moeten gaan zorgen, dan tot nu toe het geval was, zal niemand hen kwalijk nemen, als men behalve andere redenen, die er voor pleiten, bedenkt, dat de afstand die Eefde van Warnsveld, waartoe Eefde kerkelijk behoort, scheidt, voor velen meer dan een uur bedraagt.
Dat ook de Gereformeerden voor hun enkele tientallen een gebouw willen plaatsen, zal niemand laken, wel ieder prijzen. Een poging echter, óm met de Orthodoxe Hervormden samen te werken, is nooit van hen uitgegaan. Daarvan is nooit sprake geweest.
De volgende zinsnede is ons onduide-Iqk. Wat de schrijver hiermee bedoeld heeft, is door ons niet na te gaan. Van weren van Gereformeerden is nooit sprake geweest en zal in de toekomst ook nooit sprake zijn.
Verder lezen wig: „een hunner, die er op aandrcmg, dat in de statuten van de Hervormde Vereeniging zou worden opgenomen, dat de belijdenisschriften onzer Kerk de grondslag der Vereeniging zijn, opdat straks ook heel de Vereeniging niet in liberale handen zal komen, werd aanstonds te kennen gegeven, dat hq de vergadering wel kon verlaten!" Dit is zoo onduidelijk mogelijk weergegeven. Toen op de oprichtingsvergadering de statuten waren aangenomen, en men over aou gaan tot het kiezen van een bestuur, verzocht de voorzitter aan ieder, die niet lid wenschte te worden der nieuwe Vereeniging, het vergaderlokaal te verlaten. Het is toch logisch, dat alleen leden meehelpen aan bestuursverkiezing. Niemand werd echter gedwongen te vertrekken; daar werd zelfs geen wenk toe gegeven; wie ging, deed dit geheel vrijwillig. Wij begrgpen verder niet, hoe de Gereformeerd Hervormden hier voor een zeer groote moeilijkheid kunnen staan.
De beide Vereenigingen werken niet tegen elkaar, maar naast elkaar. Van partq kiezen is geen sprake. Willen de GereformeerdeHer vormden, op wier mede werking wij hoogen prijs stellen, ons den rug toekeeren, dan moeten zij dat zelf weten; zij blijven ons echter hartelijk welkom.
En nu over die circulaires. Ja, die zijn verzonden eh het verheugt ons, dat we bg menigeen niet te vergeefs aanklopten.
Het doet ons echter pijn, dat de anonieme inzender spreekt van „allerlei slag Hervormden", terwijl er voor de Gereformeerden geen plaats zou zijn. Deze zinsnede is voor den inzender onteerend. Het lijkt ons het best, hier niet verder op in te gaan. We hebben genoegzaam aangetoond, dat ook voor de Gereformeerden de deur openstaat. Willen zij echter genoeg hebben aan hun leuze en aan ons overlaten den strijd tegen ongeloof en afval, en den arbeid in Gods Koninkrijk, dan is dat te betreuren, maar dan geeft dit hun nog geen reden om ons tegen te werken in dit aan Godgewijde, met gebed begonnen en voortgezette werk. Dat men „ter plaatse niet zoo heel veel voor deze zaak schijnt over te hebben" moest juist voor den Gereformeerden Hervormde een spoorslag zijn om ons krachtig te steunen, waar wij het toch hoofdmkelijk van de belangstellende menschen moeten hebben en het den inzender bekend moet zijn, dat onder hen niet veel edelen en machtigen gevonden worden.
Wij achten de zaak nu van onze zgde voldoende toegelicht en nemen ons voor, op ingezonden stukken zonder naamteekening niet verder in te gaan.
Met de meeste hoogachting,
W. V. D. BEKE CALLENFELS, Voorz.
J. F. GRIMM, Secr.
Onderschrift van de Redactie:
Zoo onschuldig mogelijk ziet alles er uit; dat moeten we bekennen. We hebben evenwel meer van zulk soort dingen gehoord, waarbij tenslotte bleek, dat men vijandig stond tegenover het Gereformeerd beginsel en dat ©ok geducht kon laten merken. Of dat nu hier 't geval is weten we niet. Het antwoord ait Eefde glgdt over de bespreking van de Statuten en de vaststelling daarvan heen; van de discussie wordt niet gerept. Is er geen discussie geweest ?
En als gezegd wordt „willen de Gereformeerde Hervormden, op wier medewerking wij hoogen prijs stellen enz." — dan vragen we : stelt men prijs, hoogen prijs, op hun medewerking met of zonder hun beginsel? Wil men hen er graag bij hebben om dan aan hun beginsel recht te doen, of wil men hen hebben met negatie van hun beginsel?
_ 't Is toch zoo'n wonderlijk verschijngel niet dat men soms voor geen prgs de gereformeerde beginselen in kerk, evangelisatiegebouw, school of vereeniging dulden wil.
Is dat nu in Eefde zoo, ja of neen? Laat men dat eerlijk zeggen en er niet overheen glijden. Want er kan alleen samenwerking zijn op eerlijke manier.
Dat ons de naam van de inzender bekend is, spreekt vanzelf. Hij zal ons nu wel nader inlichten.
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's