De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van de Leestafel.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van de Leestafel.

8 minuten leestijd

Ons Arsenaal, Christelijke brochurenreeks, 1ste serie No. 9. Het Leger des heils door ds. H. G. van den Brink, Dieren. Uitgave J. B. van den Brink & Co, Zutphen.

In een gesprek met een „heilsoldaat" bleek den schrijver van deze brochure aanstonds, dat het heilsleger doortrokken is van de oude Pelagiaansch-Remonstrantsche leeringen en daarbij onverschillig is voor d© Kerk. Dat hangt saam met 't geen de stichter William Booth —1829—1912) geloofde en gevoelde. In 1861 verbrak dese merkwaardige man, die op 15-jarigen leeftijd tot God bekeerd aanstonds als evangelist en daarna als leeken-predikant optrad, all© betrekking met de Kerk, om voortaan in het donkerste gedeelte van Londen als een vogel, gansch vrij in de lucht, zijn evangelielied te singen, lokkend tot Jezus alles wat zoo diep ellendig was.

Het gerucht van dit optreden loopt als een vuur door de armste wgken van de groote wereldstad. Een schare mannen en vrouwen stroomt toe en weldra worden bg luidruchtige muziek, van trommelen en pauken, de bekentenissen van dronkaards, zakkenrollers, kaartleggers, gevallen vrouwen enz, gehoord, waarbij zg verklaren tot een nieuw leven te zijn gekomen.

Mevrouw Booth hielp in dit alles haar man trouw en in 1878 worden er reeds-80 Zendingsposten met 127 evangelisten geteld. Het Reddingsleger (Salvation army) werd geboren. William Booth werd generaal, bekleed met onbeperkt gezag, over het leger in al zgn rangen.

Naast hem staat de chef van den staf, die met zgn staf-offlcieren werkzaam ia op de bureaux; dan volgen officieren (mannen zoowel als vrouwen) die in de Training-houses (opleidingsscholen) als cadetten, verdeeld in 3 klassen, worden opgeleid; vervolgens heeft men de - s«rgeents enz. Het orgaan des Legers is de War Gry (Oorlogskreet), om daarmee den duivel t» bestrijden en zielen te winnen voor Koning Jezus.

Reusachtig is de ontwikkeling, welke dit Leger binnen enkele jaren heeft gemaakt. En ook in ons land heeft het zich uitgebreid (Hoofdkantoor Prins Hendrikkade 49—51 Amsterdam).

Wat hebben we nu van dit Heilsleger te denken? De geestesrichting en de onverschilligheid voor de Kerk, zegt ons al aanstonds genoeg. Zeker! kunnen we waardeeren het maatschappelijk werk van het Leger; ook kan zeer zeker wel gearbeid worden tot redding van 't geen diep weggezonken is, maar dat^ neemt niet weg, dat het Leger zich niet houdt aan Goda Woord, wat de ambten en het instituut der Kerk betreft en daarbij

leerstukken voorstaat welke niet Schriftuurlijk zijn. Die daarvan meer wil weten leze het boekje: „De leerstellingen van het Leger d«s Heils ten gebruike van de Kweekscholen door den Generaal." Natuurlqk dat hier „de vrije wil" weer verheerlgkt wordt! „Wie nu maar wil, kan gered worden" zegt art. 6 van de Leerstellingen; en in aansluiting daarmee wordt dan ook heel onschriftuurlijk over de ellende, de verlossing en de dankbaarheid gesproken. Om twee - ding©n nog even aan te stippen: in de Leerstellingen lezen we: „Wat is uw meening omtrent den afval der heiligen? " Antwoord: „Ik geloof, dat het mogelijk is, dat zij, die in waarheid bekeerd geweest zijn, afvallen en ten slotte verloren gaan."

En als curiositeit bij het stuk der heiligmaking lezen we, dat volmaakte heiligheid meebrengt: niet rooken en niet drinken, geen zwierige en opzichtige kleeding en het dragen van de uniform van het Leger.

Wanneer we alles overzien stemmen we met ds. v. d. Brink in, waar hij zegt: „met verbazing staren wij op de reusachtige ontwikkeling van het Leger en tevens op zijn machtige, uitgebreide organisatie — welke wq echter als in strijd met Gods Woord zoo beslist mogelijk moeten verwerpen."

Wil men zich op de hoogte stellen van het Leger des heils, dan koope men deze brochure, welke een nieuw bewijs is van het nut der uitgave „Ons Arsenaal."

Verzoening. Een psychologisch-dogmatische beschouwing door A. Blink Kramer, Ned Eerv. pred. te Saaksum, Uitgave van J. H. Kok. Kampen.

„We zijn, met vele anderen, in den loop der jaren langzamerhand tot de overtuiging gekomen, dat voor onzen tijd de Gereformeerde beginselen, wijl 't meest schriftuurlijk en juist geformuleerd, ook het best voor het heden passend, weer naar voren moet worden gebracht. Dit, om te ontkomen aan de eindelooze verzwakking of ver vloeiing der theologie, waartoe de nieuwere tijd zoo veelszins aanleiding gegeven heeft."

Wanneer de geleerde schrijver aldus het Voorbericht begint hebben we tegelqk de psychologische verklaring van de verschijning van dit boek. Reactie. Behoefte aan stevige lijnen. Meer Schriftuurlijk© waarheid. En zoo is dan de stap gedaan van de ethische beschouwing tot de Geref. uiteenzetting, om te gelijk te trachten het element in de ethische theologie, hier van zooveel beteekenis, niet los te laten.

Wanneer we ons niet vergissen is er bij den schrijver, evenals in zijn stijl, ook in zijn beschouwing iets afgebrokens. Soms vlot het niet in alles zoo heel makkelijk. Maar het is van goeden inhoud wat hier gegeven wordt, waarop allicht meer volgen aal.

Waar de schrijver, naar we meenen, zichzelf een dienst bewezen heeft deze dingen neer te schrijven, heeft hij tegelijk vele anderen een goed boek bezorgd, vooral ook belangrijk door de breede aanteekeningen (blz. 45—85) waarin vooral van ethische theologen veel wordt aangehaald.

De vraag „ Vrouwenstemrecht ook in de Kerk? " ontkennend beantwoord tegenover ds. Lindeboom door K. J. Kapteijn, Geref, pred. te Giesendam. Uitgave: J. H. Kok — Kampen. 1918.

Ds. Lindeboom heeft een artikelenreeks in „de Bazuin" geschreven over het vrouwenstemrecht in de Kerk. Hij kwam daarbij tegenover de beweringen van ds. Schouten tot de conclusie, dat de Schrift het stemrecht van de vrouw eischt, dat de practijk en het voorbeeld der Apostelen het aan de Christelijke Kerk als een plicht verkondigen en zei dan ook: de erkenning van dat recht is niet een eerste stap op een nieuwen weg, maar een terugkeeren naar de „oude paden" der H. Schrift, naar de practijk en het voorbeeld der apostelen."

Ds. Kapteijn komt nu in deze brochure op tegen de redeneeringen en tegen de conclusie van ds. Lindeboom, van geheel ander gevoelen zijnde. Hij zegt: ds. L. heeft een veel te hooge voorstelling van de kracht en waarde van zijn argumenten, waarbij er eigenlqk niet éen positief is uit Gods Woord en 'waarvan we de onhoudbaarheid meenen aangetoond te hebben."

Ds. K. behandelt de artikelenreeks van de. L. stuk voor stuk. Eerst wordt gehandeld over de vraag of er in het stemmen der gemeente wel of niet een element van gezagsoefening zit. Ds. L. wil het naar geref. kerkrecht opvatten als het advies van de gemeente. — Ds. K. zegt „'t is een bindende uitspraak van degenen die stemmen, waaraan men zich te houden heeft. Dit gedeelte van de brochure vinden we zeer zwak. Het tweede waarever het dan gaat is het ambt der geloovigen. Vervolgens wordt dan getoetst wat meer rechtstreeks uit Gods Woord naar voren gebracht is n.l. Hand. 1 de verkiezing van Matthias, Hand. 15, 1 Cor. 14 ; 34 enz. Hier vooral komt ds. K. met kracht tegen de redeneering en eonclusie van ds. L op en we moeten zeggen, hq weet daarbij veel naar voren te brengen wat beteekenis heeft. De vrouw wordt door ds. K. op haar plaats gezet, welke niet in het publieke leven is. „Aan man en vrouw wordt in de H. Schrift ieder naar bestemming, plaats en taak aangewezen." Waarby nog wordt opgemerkt bij Gal. 3:27, 28 „Maar dan is daarmede ook erkend, dat Paulus het niet over gaven en roeping en rechten heeft, maar over de genieting van de heilswoldaden in Christus."

Ds. K. betreurt, „dat de houding van onze anti-revolutionair e partij zóo ongezond is in dit opzicht, dat men op het terrein (van het vrouwenstemrecht) nog ternauwernood zich durft vleien met de hoop, dat in de toekomst weer het zuivere standpunt zal kunnen worden gehandhaafd. Men heeft de schepen achter zich verbrand."

„Doch" zoo zegt hij „eer het ook op kerkelijke erve zoover gekomen is, dat de zuivere Schriftuurlijke gedachten zóo bedolven zijn onder allerlei redeneeringen, dat de conscientiën op dat punt afgestompt zijn, dient er dan ook rusteloos te worden gewaarschuwd en met ijver nagespeurd wat naar Gods Woord ten dezen moet voorgestaan."

Zóo kwam ds. K. er toe deze brochure te schrijven die we met veel belangstelling gelezen hebben (de correctie laat wel wat te wenschen over) en die we ook gaarne ter lezing aanbevelen. Het is een interessant onderwerp, dat trouwens aan de orde van den dag is en waarin helaas! onze Synode wel wat ondoordacht zoo spoedig een veelzeggende beslissing heeft genomen. Doch dat nu daar gelaten, 't Onderwerp is onze belangstelling waard en naar elke ernstige beschouwing dienen we te luisteren.

Waar ds K. meent dat higjds. L op alle fronten totaar verslagen heeft, denken we zoo half, dat ds. L, nog wel enkele reserves zal hebben en nog wel even voor den dag zal komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Van de Leestafel.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's