De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

10 minuten leestijd

De verkiezing tot het ambt.

(Slot).

Tot zoover 't geen de Synode te Wezel voorschreef en adviseerde.

Waarbij we hier nog willen overschrijven art. 13, 14 en 15 van de acta der Emdensche Synode van 1571. Art. 13. De Dienaren dea Woorts sullen van den consistorie met hef oordeel ende goet duncken der Olassischer versamelinge, ofte twee ofte drie Ministers uyt de genabuerde Kercken vercooren worden. Vercooren zijnde, sullen sy der Ghemeente voorghestelt worden, op dat sy, ofte door stilswij ghen der Ghemeente aenghenomen worden, ofte soo daer yet ware daerom die Ghemeente in de Verkieainghe niet verwilligen en wilde, dat binnen 15 daghen onghevaerlqck voortgebracht werde. Nochtans of eenighe Kercken, daer de Verkiesinghe bij 't Ghemeene volck staet achteden, dat hare ghewoonheyt niet te veranderen en ware, die sullen ghedragen worden ter tyt toe, dat het door die alghemeene Synodale Versamelinghe anders sal verordent sijn. Art. 14. Die selve wijse salmen oock in die Verkiesinghe der Ouderlinghen ende Diaconen houden, behalven dat men niet behoeven en sal 't ghevoelen des Classis ofte der omlegghende Kercken Dienaren te verwachten. Art. 15. Alle jaren sal 't halve deel, soo wel der Ouderlinghen als der Diaoonen, verandert werden, andere in haer plaetse ghestelt zijnde, die oock twee jaren lanck dienen sullen, doch dat de Kercken (voornamelijck die onder 'tCruys zitten) hare vrijheyt van langher ofte corter tijt te nemen, nae hare gelegentheyt ende nootdruftigheyt behouden."

Laten we nu allerlei bizonderheden in deze artikelen vermeld — hoe belangrijk ook op zichzelf — ter zijde, dan vinden we hier als hoofdbeginsel, dat de Kerkeraad het recht van verkiesdng hebben zal; iets wat ook in art. 4 van de Dordtsche Kerkorde is te vinden waar staat: „De wettelijke beroeping dergenen, die te voren in den Dienst niet geweest aijn, zoowel in de Steden als ten platten Lande, bestaat: ten eerste, in de verkiezing, dewelke na voorgaande vasten en bidden geschieden aal door den Kerkeraad en de Diakenen en dat niet zonder (goede correspondentie met de christelqke Overheid ter plaatse respectievelqk en) voor weten of advies van de Classen, waar 't zelve tot nog toe gebruikelijk is geweest. Ten andere, in de Examinatie of onderzoeking beide der Leer en des Levens, dewelke staan zal bij de Classej ten overstaan van de Gedeputeerden der Synode, of eenige derzelve. Ten derde in de Approbatie en goedkeuring (van de Overheid ©n daarna ook) van de lidmaten der Gereformeerde Gemeente van de plaats, wanneer de naam dea Dienaars den tijd van veertien dagen in de Kerken verkondigd zijnde, geen hindernis daartegen komt enz.

I Ook daar dus wordt de verkiezing van een dienaar des Woords uitsluitend aan Iden Kerkeraad opgedragen.

In de vluchtelingen Kerk te Londen, ! onder leiding van à Lasco, is een geheel andere practijk gevolgd. Daar werd de Gemeente opgeroepen met gebeden en vasten; de Kerkeraad bond haar dan op 't harte een heilige en Gode welbehagelijke keuze te doen. Waarna de gemeenteleden geheel vrij stemden. Nadat deze stemming was afgeloopen kwam de Kerkeraad sè, am, besag de uitgebrachte stemmen en koos nu : uit de candidaten de beste en in zijn oog meest geschikte personen.

In de Fransche vluchtelingen-Kerk te Londen, onder leiding van Valerandus Polkmus, waren weer andere practijken in gebruik. Pollanus vorsekert daarbij, dat hij heel de inrichtiug der Kerk ontleend heeft aan het voorbeeld der Straatgburgsche Kerk, waar Calvijn jaren lang predikant v/aa geweest. Hier maakte de Kerkeraad eerst een dubbeltal, stelde dit aan de gemeente voor en de gemeente zelf koos dan uit dit dubbeltal de ambtsdragers.

John Knox heeft deze wgze van verkiezing in de Gereformeerde kerken in Schotland ingevoerd en Voetius verzekert, dat in de oude kruiskerken in Nederland deze zelfde methode ook gevolgd werd; 't welk bevestigd wordt door het besluit van de Synode der Z. Nederlandsche kerken in 1563 gehouden, die bepaalden : „Wat de verkiezing der ouderlingen en diakenen aangaat, wanneer er één noodig is, zal de Kerkeraad er twee verkieaèn, die aan de gemeente zullen worden voorgesteld, opdat deae na aanroeping van den Naam des Heeren, er één uit kieze." Na 1574 is dexe bepaling weer opnieuw in de Kerkenordeningen der Nedorlandeche kerken opgenomen en zoo vindt" men haar in art. 22 van de Dordtsche Kerkorde terug, waar we aldus lezen: „De ouderlingen aullen door het oordeel des kerkeraads en der diakenen gekozen worden; zoodat het naar de gelegenheid van een ieder Kerke vry zal zijn, zoo vele ouderlingen als er van noode aijn aan de gemeente voor te stellen, om van die zelve (ten ware dat er eenig beletsel voorviel) geapprobeerd en goed gekeurd zijnde, met openbare gebeden en stipulatiën bevestigd te worden —of een dubbel getal, om het halve deel by de Gemeente verkozen te worden en op dezelfde wijze in den Dienst te bevestigen, volgens het Formulier daarvan zijnde." In verreweg de meeste Gereformeerde kerken schijnt het z. g. n. aristocratisch standpunt te zijn ingekomen ; niet alleen in de Volkskerken van Nederland en Schotland, maar ook in do Kerk der Hugenoten in Frankrijk. In do vluchtelingen-Kerk in Londen — gelijk ook elders wel — werd een min of meer democratischen weg bewandeld, waarbig evenwel steeds de leidende macht van den kerkeraad (het ambt) werd erkend en geëerbiedigd. Ook te Londen was het de kerkeraad die tenslotte besliste, welke personen geschikt waren voor het ambt en welke niet.

Tegenover het streven van Jean Morelli die een boek schreef, waarin aan de gemeenteleden een onbeperkt, uitüuitendQio. beslissend recht van verkiezing werd toegekend, koisen de Gereformeerde kerken te Orleans in 1562 saamgekomen, aanstonds partij, en men noemde het een valsche leer, welke op wanorde en verbrokkeling der kerken moest uitloopen. In alle kerken in Frankrijk moest dat vonnis van den kansel worden afgelezen. Ook te Genève deed men daarna Morelli in den ban.

Met korte woorden heeft Beza, Calvijn's trouwste volgeling, het beginsel van Morelli gekenschetst, toen hg schreef: „Morelli wil, dat met niets anders rekening zal gehouden worden, dan met hetgeen door de gemeente met meerderheid van stemmen is uitgemaakt; wanneer dit niet geschiedt, klaagt hij over tyrannie en hiërarchie, die de gemeente verdrukt, maar hij schijnt zelf geen de minste vrees te koesteren voor eene volksregeering, wanneer hij en de zynen daarin maar de baas kunnen spelen."

Ook bij latere pogingen, uit den kring der Independenten, heeft men hier deze democratische strooming tegengestaan. Zoo veroordeelt Mastricht ouder al de verschillende ketterijen op het stuk der beroeping niet alleen de Roomschen, die het recht der verkiezing aan den bisschop toekennen; niet alleen de Erastianen en Remonstranten, die leeren, dat de Overheid kiezen moet; maar ook met name de Independenten, die „het recht van beroeping toekennen aan de gemeentelijke vergadering en haar efzonderlgke leden." daartegenover stelt hg, dat de Gereformeerden het goddelijk recht van de roeping hebben toegekend aan de Kerk als georganiseerd geheel, onder leiding van den kerkeraad, die de gemeente representeert.

Hoe hebben wg nu in den tegenwoordigen tgd tegenover dit alles te staan inzake de beroeping van een herder en leeraar en de benoeming van ouderlingen en diakenen?

Volgens de Dordtsche Kerkorde heeft bij de beroeping van een predikant de kerkeraad de keuze en heeft de gemeente alleen het recht van stilzwijgende toestemming. Het kiesrecht van de gemeente is dus gebonden aan een voordracht van één; en waar over dien éênen persoon niet eens door de gemeente gestemd wordt, welke alleen maar het recht heeft bezwaren tegen hem in te brengen, domineert hier de leiding van den kerkeraad zóó sterk, dat daarmede besliet aan het recht der gemeente te kort gedaan wordt. Hier diende men eerst een groslgat te laten opmaken, met e«n drietal te komen en daaruit te laten kiezen door de gemeente of wat ook — daar de gemeente toch het recht heeft in deze, onder leiding van het ambt, mede te werken tot verkiezing en beroeping van een herder en leeraar.

En hetzelfde zouden we ook willen zeggen bij de verkiezing van ouderlingen en diakenen. De Kerkorde laat daarbij aan den kerkeraad de keuae, of hij zelf de nominatie zal doen, dan wel of de kerkeraad een dubbeltal aan de gemeente zal vooretellen. Ook hier dient, vooral in groote gemeenten, een groslijst te komen waardoor aan de gemeente op het formeeren van het dubbeltal een niet geringen invloed wordt geschonken. Verder kan dan de gemeente uit een dubbeltal, door den kerkeraad opgemaakt, kiezen. Hierin heeft waarlijk de Dordtsche Kerkorde het recht der gemeente niet voldoende erkend en gewaarborgd. Het recht der verkiezing moet toch bij de gemeente blijven; niet als een gave van den kerkeraad, maar als een recht, dat Christus aan Zijn gemeente schonk. De kerkeraad mag en moet daarbij de leiding hebben, zorg dragend dat geen onwaardigen worden gekozen tot het ambt, maar de daad van de verkiezing zelf dient door de gemeente t® geschieden. Aan de gemeente ambtsdragers tegen haar zin met geweld op te dringen mag niet. De gemeente moet steeds vrij big ven om deze keuze af of goed te keuren ; wat in de Dordtsche Kerkorde, waar van „de voorstelling aan de gemeente" gesproken wordt, ook weer niet tot z'n recht komt,

Hoe men dan handelen kan, als de kerkeraad, gelijk de Kerkorde dit toestaat, de keuze der ambtsdragers geheel aan zich wil houden?

De kerkeraad dient dan, na de keuze gedaan te hebben, de gemeente saam te roepen en door vrije stemming de gemeente te laten beslissen of zij de voorgedragen personen hebben wil of niet; ieder moet mondeling of schriftelijk kunnen verklaren of men de keuze goed vindt of niet. Bleek het dan, dat de meerderheid der gemeente tegen de voorgestelde personen zich verklaart, dan moet de kerkeraad opnieuw met eene voordracht komen en de gemeente wederom uitspraak doen. Het moet geenszins zijn of worden alsof de kerkeraad een „onder onsje" is waar men doet wat mon wil, zonder rekening te houden met het oordeel der gemeente. Liever daarom ook wat in Londen gewoonte was: de gemeente zelf wijst de mannen aan en de kerkeraad beslist daarna, of deze mannen aan den eisch, door de Schrift gesteld, voldoen. Waarbij, dit moet aanstonds gezegd, het mooie ideaal niet zelden breekt op de werkelijkheid, dat de gemeente dikwijls voor zoo'n klein gedeelte opkomt en dan niet zelden de stemming weer vertroebeld wordt door allerlei wat niet is naar de heiligheid van Gods Woord en dienst.

Daarom kon misschien goed zijn, dat de kerkeraad een dubbeltal stelle, na de gemeente gehoord te hebben, (uit een groslijst dus), om dan daarna de gemeente uit het dubbeltal te laten kiezen. Deinvloed der gemeente worde xoo ver mogelijk uiibebreid, terwijl toch h»t ambt dn l& idend macht houde. Bij het allee behalve eenparig zijn der gemeente kan dan ook de kerkeraad werkelijk leiding geven ten goede. En of men dan met een tweetal of drietal of zestal tot de gemeente komt blijft een ondergeschikte kwestie, als de gemeente maar uit de door den kerkeraad als aanbevelenswaardige personen voorgedragenen, kiezen mag. De gemeente begint dan op die manier om het gros aan te geven en het krijgt daarna de eindkeuze uit een tal door den kerkeraad uit het gros opgemaakt.

Zoo heeft de kerkeraad geen dwingende macht of tyrannieke overheersching over de gemeente uitgeoefend, maar de gemeente bg haar keuze leidende, haar in waarheid naar Christus' bevel gediend. En anderzijds is het recht der gemeente geëerbiedigd, de invloed van de gemeente versterkt, zonder evenwel te vervallen in democratie of volkssouvereiniteit.

En het ambt èn de gemeente in deze saam-gebonden aan Qoda Woord en de belijderis, kunnen alzoo het goede zoeken en ontvangen tot eere Gods en tot uitbreiding en bevestiging van Zijn Kerk, welke in het midden der wereld heeft te staan ala een pilaar en vastigheid der waarheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1918

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's