Staat en Maatschappij.
Nadere toelichting gewenseht.
.Naar te verwachten was, bepaalde de regeering zich in de Troonrede tot het aangeven van de hoofdpunten van het beleid, dat het Kabinet in de naaste toekomst volgen zal.
De tijd moet ontbroken hebben, om de plannen van het ministerie tot in de onderdeelen toe uit te werken. Het Iqkt ons daarom onbillijk, als men, zooals dit hier en daar in de linksohe pers gebeurt, de regeering verwqt, dat ze omtrent hare plannen niet die mededeelingen deed, waarop de Stateu-Geueraal kon aanspraak maken.
Toch hadden ook wij, zonder over de vaagheid van hst regeeringsprogram te klagen, gaarne gezien, dat op sommige punten nader licht ontstoken was.
Zoo missen we in het Staatsstuk elke aanwijzing omtrent de plannen van de regeering ten aanzien van de lijkverbranding.
Terecht verklaart de regeering in de Troonrede, dat zij zonder vertraging uitvoering zal geven aan de in 1913 tot stand gekomen wetten van Minister Talma Maar staat het eigenlijk met de begrafenis wel wat anders?
De gevallen vermenigvuldigen zich, dat met deze wet gehandeld wordt alsof ze er niet is. Terwgl de wet de lijkverbranding verbiedt, gaat men ongestoord voort met haar te overtreden.
Een tweede onderwerp waarover de Troonrede zwggt, betreft de zoo hoog öoodzakelijke herziening der Zondagswet. Ook ten opzichte van het naleven van deze wet wordt weinig ernst gemaakt. ^ wordt beschouwd als te zijn verouderd en hare beteekenis te hebben verloren.
Met niet minder belangstelling hebben *9 uitgezien naar de aankondiging van öeiie regeling ter bestrijding van het woseoopkwaad. Ons volk wordt vergiftigd door hetgesn de bioscoop, tegenwoordig te zien geeft. De jeugd wordt 6r geestelijk en zedelijk mee ten gronde Swicht. Hier is een dreigend gevaar Waarvan de wegneming geen uitstel gedoogt.
Wij noemden drie onderwerpen waaromtrent in de Troonrede gezwegen wordt. 2e zouden met meerderen kunnen uitgebreid worden.
, Doch ook ten aanzien van hetgeen ^ de Troonrede gezegd wordt over de spoedige uitvoering van het gewijzigd artikel 192 der Grondwet hadden we gaarne iets naders vernomen. Omtrent die punten, de uitvoering betreffende, dient volkomen klaarheid te komen.
Ten eerste op welke wijze de bqzondere scholen zullen kunnen gesticht worden en op welke wjjze het onderhoud zal moeten plaats hebben. Er zal aan den eisch moeten worden vastgehouden, dat stichting en onderhoud bg de schoolbesturen in EIGEN BEHEER komeu waartoe uit de openbare kas de fondsen worden verstrekt.
Ten tweede of de mogelijkheid zal zijn toegelaten, om de salarissen der onderwijzers uit de vrijwillige bijdragen of uit andere inkomsten te verhoogen. Aan dit recht, dat zoowel aan de bijzondere als aan de openbare school behoort toegekend te worden, moet onverkort worden vastgehouden.
En ten slotte zal het van belang zijn te weten, of de schoolbesturen het recht behouden om zelf de schoolgelden te innen.
Alle deze punten hebben hunne beteekenis gekregen, omdat het rapport van de Bevredigings-commissie zich in anderen zin uitspreekt.
We hopen dat binnen niet al te langen tijd de regeering de gelegenheid krijge, om hare meening over een en ander te doen kennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's