Na 300 jaren.
De getuigenis des Heeren is gewis. Ps. 19 VS. 8.
n618—1918. III.
De Bijbel-vertaling zelve is wel niet het werk der Dordtsche Synode; doch van de voorbereiding komt haar toch de eer toe; zij heeft, als Kerkelijke vergadering, het werk in gang gezet, den steen aan het rollen gebracht; zij wees de mannen aan die zich aan deza taak zouden geven, stippelde de lijnen uit, waarlangs de arbeid zich zou bewegen.
Wij hebben dus het recht, te zeggen, dat de Synode van Dordt aan ons volk den Bijbel heeft geschonken in den vorm, waarin hij sedert het volksboek is geweest; zij heeft voor jong en oud, voor rijk en arm de H. Schrift toegankelijk gemaakt; hun het Woord Goda geschonken, dat Zondag op Zondag het middelpunt was, en nog is, waaromheen de scharen zich vereenigen, om het van den kansel te hooren verkondigen en toelichten.
Wij mogen zeggen: aan deze Synode heeft het Nederlandsche volk zijn'Bijbel te . danken, - . die - -eeuw in eeuw 'uit voor ongetelde en tallooze vromen het tropsten levensboek is geweest; dag aan dag wordt het Woord Gods opengeslagen in de huisgezinnen, is het voor velen het ziele-voedsel, een lamp voor den voet en een licht op het pad.
De veelzijdige invloed, dien de H. Schrift heeft, is moeilijk na te speuren Door zoovele zgstroomen en fijne ade ren worden de wateren des levéns allerwegen heengestuwd, dat maar voor een uiterst klein deel is na te gaan, waar hun levenwekkende, frissohe kracht, onder de werking des Geestes, haar werking doet.
In het algemeen ontsnapt een geesteIijke werking dikwijls aan direote waarneming; er zijn krachten aan het werk, die moeilijk gewogen of gemeten kunnen worden.
Maar niemand zal tegenspreken, dat de beteekenis van de H. Schrift voor het geestes leven van een volk ontzaglijk groot is.
Van haar gaat een invloed uit, die den uitensten omtrek van het geestes leven bereikt, en die in zijn diepste en teederste erkingen het leven van Gods kinderen eheersoht, Zij drukt haar stempel op vele zijden van het rijke menschelijk aanzien.
Hoevele kunstenaars hebben niet uit de H. Schrift de stof en de bezieling geput voor hun kunstscheppingen
Hoe iemand tot de H. Sehrift staat, heeft invloed op zijn gansch bestaan.
Neem als voorbeeld een der grootste kunstenaars van alle tijden, den vorst der schilders, Rembrandt.
Zijne verhouding tot den Bijbel heeft in de verschillende perioden zgns leveng beteekenis voor hem gehad, op zijn kunst invloed geoefend, en is in zijn werk tot uiting gekomen.
Een uitnemend kenner van Rembrandts werken, een geleerde van grooten naam, heeft aan de hand van des kunstenaars meesterwerken (en wat was van dezen meester geen meester-werk) dit duidelijk in het licht gesteld.
Reeds als knaap was Rembrandt door een vrome moeder met de H. Schiift vertrouwd geraakt; zij heeft door al de wisselingen zijns levens heen bestendig invloed op zijn bewustzijn, voor al wat zijn ziel bewoog, heeft hij een uiting gevonden in een aan de H. Schrift ontleend onderwerp. Ook in de laatste periode van zijn leven, waarin hij gekweld en gedrukt werd door een ontrust geweten, heeft hij tot stof voor zijn schilderijen en teekeningen voornamelijk gegevens gekozen, aan de H. Schrift ontleend, die betrekking hadden op zonde en wanhoop, maar ook op boetvaardigheid eu verloS' sing. Eén van zijn laatste werken was „de terugkeer van den verloren zoon, een waarachtig kunstwerk, dat getuigenis afleet van de aielsstemming van den kunstenaar.
Dit is éen voorbeeld uit velen hoe' zijdelings en middellijk de invloed der, H. Schrift machtig is voor liet geestes leven in zijn verschillende - - - uitingen En zooals het is voor den individu, gaat het ook voor geheele volken en tijdperken. Zg nemen datgene in de . Schrift in zich op, laten datgene op zich inwerken, dat voor hun levensmstandigheden en levensnood van toepassing is.
En nu is dit wel duidelijk uit de historie: hoe voller en rijker de waardeering is der H. Schrift, des te breeder ondieper is haar werking.
Zonder tegenspraak vertegenwoordigt de Schriftbeschouwing van het Gereformeerd protestantisme een eigen type, dat in de historie sedert de reformatie verschillende andere beschouwingen heeft zien opkomen, maar nog ten volle waard is, zgn eigen plaats in te nemen en te handhaven.
Voor de mannen van Dordt was de H. Schrift niet maar het klassieke boek van den godsdienst; het gereformeerd protestantisme vindt in de H. Schrift iet slechts onnavolgbare en onovertroffen itingen van vroomheid. Zeker, ook dat. Als in de psalmen de dichter in zijn zielsanget zijn geroep tot God doet hoorec, kan de vrome, die in geestelijke aanvechtiug is, geen beter uitdrukking via. den voor hetgeen hem benauwt, dan wat hij daar, in het psalmboek, aantreft.
Als een ziel verslagen is, vauwage hare zonde, dan belijdt zij haar schuld ea klaagt haar nood en roept om de out-fermingen Gods met de woorden vaa .„„ den psalmdichter, of van den profeet, die weet, dat God, de Hooge en Verheveue, woont in de hoogte en in het heilige, on bg dien, die van een verbrijzelden en nedeiigen geest is.
Geen hoogte van geestelijke verheffing, geen diepte van geestelijke duisternis, die niet haar uitdrukking vindt in de H. Schrift. Geen uitiag van waarachtige vreeze Gods, geen blijdschap van een vertrooste, - geen jubel een er begenadigde ziel, of zij wordt uitgezongen in de H. Schrift. Daarom grijpt de vrome bij allerlei gestallen van zijn geestelijk leven altijd weer naar de H. Schrift. Eu hg doet dat, omdat daarin het Woord Gods toi hem spreekt.
Dit is, behoeft het nog gezegd, immers de beteekenis van de H. Schrift voor het gereformeerd protestantisme: het belydt en beseft, hierin te bezitten het Woord Gods.
Daarvoor buigt de gemeente des levenden Gods, daaraan onderwerpt zij zich, daarvan leeft zij.
De reformatie heeft dit Woord losgewrongen uit de hand der geestelijkheid. en het geschonken aan het volk Heeren, opdat het bij het licht des H, Geestes de schoonheden van dit Woord zou ontdekken, zijn rijkdommen onderzoeken. Luther heeft door zijne bijbelvertaling de H Schrift teruggeven aan het Duitsche volk, van even groote beteekenis is de „Staten-vertaling" voor ons volk geweest, die, gelijk op het titelblad van uw bijbel te lezen is, „volgens besluit van de Synode Nationaal, gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 eu 1619, uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandsche getrouwelijk overezet" is. ~
De Kerk en de H. Schrift behooren bij elkaar. De Kerk van Christus heeft, zoo oud zij is, haar H. Schrift gehad, aanvankelijk het Oude Testament, waar bij de mondelinge prediking kwam der apostelen later ook het Nieuwe Testament.
Dat Kerk en H. Schrift bij elkaar behooren, kan ieder gemakkelijk ook hieruit zien: waar het Woord Gods in ere is, en het licht onbelemmerd op den kandelaar staat, leeft het leven der Kerk weer op; wij behoeven slechts te wgzen op het tijdperk der reformatie.
En omgekeerd: -waar het geestelijk leven in de Kerk inzinkt en kwijnt, verflauwt ook de eerbied voor het Woord Gods.
Daar is een voortdurende werking over en weer; de H. Schrift voedt het leven der Kerk; hoe krachtiger het geestelijk leven, des te meer ook een leven met en in en van de H. Schrift. Staat nu de Kerk steeds bloot aan invloeden van buiten, aan inwerking van geesten, die uit een ander beginsel leven dan dé gemeente van Christus, te grooter is het gevaar van zulke invloeden als de vlam der geestdrift maar flauwtjes flakkert, en het vuur der bezieling is gedoofd,
Dan wordt het gezag van Gods Woord in Zijne Kerk nog wel erkend, o ja, maar niet rneer omdat het zich aan de zielen oplegt met een onweerstaanbaren drang, omdat men den troost ervan indrinkt, en de waarheid zgner beloften aan lut hart ervaart, „omdat (gelijk de Ned, Geloofsbelijdenis het uitdrukt) ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij (d. i. de boeken der H. Schrift) van God zijn; dewijl zij pok het bewijs daarvan bg zichzelve hebben"
Dan wordt er voor het gezag der H. Schrift gestreden uit overlevering. Men geraakt in den waan, dat dit gezag gestut en gesteund moet worden door menschelijke redeneeringen, en-van „bewijzen afhangt, daarmede staat of valt. Zo is het gegaan in den tijd van het socialisme; in het laatst der 18e en de eerste helft der 19e eeuw. De liefde voor de waarheid Gods was bekoeld, de geestdrift voor de erfenis der reformatie was ingezonken. Onder den invloed van de wijsbegeerte dier dagen werd het gezag van Gods Woord aangetast. En daartegenover hadden Kerk en godgeleerdheid toen geen ander verweer dan de goedgemeende poging, om de waarheden van de H. Schrift te verdedigen omdat en voor zoover zij met de rede overeenstemden en „bewijsbaar" waren.
Zoo waa de strijd in beginsel verloren. En het verloop der geschiedenis hefft bewezen, dat op deze wijze aan het ong«loof steeds meer bolwerken moesten prijsgegeven worden, die aanvankelijk als onaantastbaar golden.
Zal het baten, als men meent zich ie kunnen terugtrekken op het „centrale, " en zegt, dat, wèt ook prgsgegeven worde uit de H. Schrift, het geloof in Christus toch niet kan worden aangevochten?
Ach, ook op dit centrale heeft een zich onbevooroordeeld noemende wetenchap reeds lang hare aanvallen gericht; n er zijn zoo waar geleerden, die in ernst en met hartstocht de stelling verdedigeö, dat de Jezus der evangeliën nooit heeft geleefd
Laat de gemeente des Heeren toch goed zien, welke positie zij inneemt. Zij heeft te leven bij het Woord Gods, en „zich ermee te voeden; zij heeft te staan onder het gezag der H. Schrift, en haar geestelijk leven te onderhouden door dat Woord.
Dan is het een levende en levens-kracht voor de gemeente Gods. En dan gaat er van haar ook kracht en invloed uit. Deze liggen niet in het groote getal, maar in innerlijk gezond leven.
In den bloeitijd van de Republiek der Yereenigde Nederlanden, evenals tevoren iu de worsteling met Spanje heeft de gereformeerde religie haar overwicht piet gehad en haar machtigen invloed niet geoefend door haar numerieke meerderheid; het was door de drijfkracht en de bezieling van het beginsel
Dat was, percentsgewijze, het aantal der burgers van Alkmaar klein, dat der gereformeerde religie was toegedaan. en toch, met heldenmoed en reuzekracht werd daar de Spaansche vgand weerstaan, en begon van Alkmaar de victorie.
Ook voor onzen tgd is het dwaasheid, te veel te willen verwachten van de (»roote getallen; de kracht van het gereiormeerd protestantisme zal ook nu niet gelegen zijn in de massa, maar in de trouw aan het Woord Gods.
Niet het kleine getal behoeft vrees in te boezemen iu eene wereld, die hoe langer zoo meer bezig is, onder het beslag van de H. Schrift uit te komen, en van de H. Schrift te vervreemden. Het schuilt niet in de. ontzaglijke menigte, die buiten de Kerk om leeft, en veraf staat van de christelijke religie.
Maar het gevaar is binnen de muren. Een kerkelijk leven, dat verlamd en verscheurd en versplinterd is; een kerkelijk krakeel dat bindt en afleidt wat er nog aan geestelijke kracht aanwezig een roepen om en roemen in het Woord Gods; maar tegelijk bij velen een zichzelven leeraren opgaren naar hun eigen begeerlqkheden"; een tegenzin, om de eenvoudigheid en den rijkdom van het Woord Gods te verstaan, en een zoeken van allerlei buitensporigheid, die Iverbeelding en het gevoel prikkelt.
Ook hier werkt de krankheid van het Kerkelijk leven verderfelijk. De kracht en invloed van het Woord Gods is niet ten halve, wat zij moesten en konden zijn.
Wordt onder het Gereformeerde volk het Woord, ons mede door den arbeid van Dordt geschonken, wel gewaardeerd en verstaan, zooals het moest zijn bij hen, die de belijdenis der vaderen heeten lief te hebben?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's