Na 300 jaren.
1618—1918. IV.
Hetgeen op de Synode van Dordrecht is gedaan om het werk der Bijbelvertaling voor te bereiden bewgst wel, dat wij ten onrechte den strijd tegen het Remonatrantisme zouden beschouwen als het eenige feelangrijke, dat te haren gunste valt te beeken. Het voornaamste mag die strijd vrij worden genoemd; maar niet het eenige.
Wij laten thans dezen arbeid verder rusten, waaraan de Synode zeven zittingen wgdde, om nog kort te wijzen op enkele andere punten, die werden behandeld.
Allereerst kwam, na de zaak der bijbelvertaling, de Catechismus-prediking aan de orde.
Bij de besprekingen hierover bleek er veel te zijn in dit opzicht, dat alles te wenschen overliet. Vooral te plattenlande was het met de Catechismus-prediking treurig gesteld. Zooals dat gewoonlijk gaat, werden daarvoor verschillende verklaringen gegeven.
Sommigen zochten de schuld bij de nalatigheid der predikanten, die des middags geen preek hielden ; anderen deden verwijten aan de bevolking van het platteland, die op den Zondagmiddag niet van hun spel of hun arbeid waren af te houden.
En weer een andere oorzaak voorden onbevredigenden toestand werd gezocht in de houding van de overheid, die landarbeid op Zondag toeliet.
Zij zullen wel geen gelijk gehad hebben, die in hun verklaring ai t@ eenzijdig waren. Ook in dit geval hebben ongetwijfeld verschillende ooraaken samengewerkt.
En gelijk over de oorzaken der kwaal geen eenstemmigheid heerschte, waren ook de geneesmiddelen, die men aanprees, zeer uiteenloopend.
De één verwachtte verbetering van de Staten-Generaal, die de ontheiliging van den Zondag zou moeten tegengaan ; een ander wilde de hulp der stedelijke en plaatselijke overheid inroepen.
Volgens anderen moesten de predikanten scherp aangespoord worden, hun plichten niet te verwaarloozen; weer anderen meenden dat de nalatigheid in het prediken van den Catechismus wel zou verdwijnen als de predikanten niet langer gecombineerde gemeenten behoefden te bedienen.
De raad werd vernomen: volhouden maar; nooit den moed opgeven bij gebrek aan toehoorders; al zou de prediker geen ander gehoor hebben dan zijn eigen gezin; toch moest deze huisgemeente in de Kerk den Catechismus hooren.
De beraadslagingen • leidden tot een besluit, waarin klaarblijkelijk met de verschillende opmerkingen rekening was gehouden: de Synode zou alle predikanten, zoowel in de steden als in de dorpen, scherp aanzeggen den Catechismus te prediken, onder bedreiging van kerkelijke censuur in geval van verzuim.
De Catechismus-prediking, die elk jaar rond eenmaal zou worden behandeld, moest zoer kort en bevattelijk zijn; de gemeenteleden zouden ernstig moeten worden opgewekt, ook de middag-kerk te bezoeken, en de overheid zou worden aangezocht, haar gezag te doen gelden, en de ontheiliging van den Zondag tegen te gaan door verbodsbepalingen.
Zooveel mogelijk zouden de combinaties van gemeenten worden opgeheven, en iedere gemeente haar eigen leeraar krijgen. En ten slotte: de visitatoren zouden scherp moeten toezien dat de predikanten hun plicht niet verzuimden.
Dit besluit der Dordtsche Synode heeft er zeker veel toe bijgedragen, dat aan de Catechismus-prediking de hand werd gehouden.
Tot den huldigen dag wordt uit dit klassieke leerboek der gereformeerde religie gepreekt,
Wanneer wij in het oog houden, wèt de Cate«bismus eigenlijk is, valt bet niet moeilijk, een verklaring te vinden eenerzij ds voor de liefde, die bij velen nog bestaat voor de Catechismus prediking, anderzijds voor de onverschilligheid, ja den tegenzin en hoon, waarmede men over den Catechismus en zijne prediking kan hooren spreken.
De verklaring ligt n. l. hierin: hoe verder iemand afstaat van de gereformeerde religie, des te sterker zullen zijne bezwaren tegen een prediken van den Catechismus zijn.
En omgekeerd, hoe meer gij de gereformeerde beginselen liefhebt, des te minder zult gij het gewicht gevoelen van de bedenkingen, tegen een geregelde Catechismus-prediking ingebracht.
Of zou het werkelijk iels beteekenen, als iemand u zegt: door den Catechismus te prediken, wordt hg gelijk gesteld of loopt althans gevaar gelijk gesteld te worden met de H. Schrift zelve, terwijl hij toch maar menschenwerk is.
Nog daargelaten de vraag, hoe zulk een voorvechter van de H. Schrift over deze denkt, hij moest toch weten, dat geen waarlijk gereformeerd mensch Catechismus en H. Schrift op ééne lijn stelt; en hij kon toch weten, dat Ursiuus, één der opstellers van den Catechismus, nadrukkelijk verklaart, „gelijk de leer van den Catechismus, de hoofd-artikelen en algemeene bewijzen uit de H. Schrift genomen worden, zoo moeten ze ook weer aan de H. Schrift als aan een toetssteen beproefd en goedgekeurd worden."
En als gezegd wordt, dat de Cateehismus niet meer van onzen tijd is, dan komt een dergelijke tegenwerping in den regel van de zijde van iemand, die misschien wel eens erin gebladerd heeft, en mogelijk ook wel eens heeft gehoord, dat in één der Zondagen gehandeld wordt over „de paapsche mis", maar wiens kennis van den inhoud van dit leerboek niet heel veel verder gaat.
Want zoo zijn er velen; napralers, onwetenden, menschen die niet op de hoogte zijn.
Een predikant, en niet de eerste de beste, die vele jaren dienst achter den rug, en dus wie weet hoevele malen uit den Catechismus gepreekt heeft, had aanleiding, nog eens extra-studie van den Catechismus te maken, en kwam toen tot de conclusie: ik heb nooit geweten, dat hij zóó mooi was.
Als zóó iemand dat eerst na vele jaren ontdekt, hoe hoog of hoe laag moet men dan wel de kennis aanslaan van vele anderen, die met weinig waardeering of met groote schamperheid over den Catechismus spreken.
Neen, de tegenzin komt meestal voort, als het niet is uit onkunde, uit antipathie tegen de gereformeerde leer.
. Omdat men daarvan af keerig is, moet men van den Catechismus niets hebben, en zegt, zich liever te houden alleen aan de H. Schrift, waaruit dan kan uitgezocht worden, wat met eigen gedachten over eenstemt.
Dat de Catechismus wordt gepredikt, en gebruikt en geleerd, is juist hierom van zooveel beteekeniis, omdat zoo de voeling met het verleden wordt bewaard, de gereformeerde belijdenis van geslacht op geslacht wordt overgeleverd; en het belang hiervan is niet slechts het voortzetten van een eerwaardige traditie, maar ook het bewaren en verbreiden van beginselen, die ook voor onzen tijd van uitnemende beteekenis zijn.
Een andere vraag werd nog behandeld door de Synode, die nauw met de vorige samenhangt; zóó nauw zelfs, dat bij do discussies de kwestie van den Catechismus door sommigen opnieuw ter sprake werd gebracht; het was die over de wijze van catechiseeren.
Van ouds hadden de gereformeerde kerken het belang van hek catechetisch onderwijs ingezien ; zij begrepen terecht, dat de roeping om de kinderen des Verbonds in de christelijke religie te onderwijzen zoowel voor de ouders als voor de scholen bestond, maar evenzeer voor de kerken zelve.
Op verschillende provinciale èn particuliere Synoden was de zaak ter tafel geweest; meermalen was als leerboek voor het onderricht in de christelijke religie op school en in de Kerk, de Heidelbergsche Catechismus aanbevolen,
In 1618 kwam de wijze van catechiseeren opnieuw ter sprake, den 28sten November, in eene ernstige inleidende rede van Bogermau, den voorzitter, daarna in versobillende adviezen en besprekingen zoowel der buitenlandsche als der binnenlandsche leden. De adviezen der afgevaardigden uit het buitenland werden van groot gewicht geacht, en in de besluiten, die vielen, werd er terdege rekening mede gehouden.
Wij gaan allerlei punten uit de beraadslagingen en de besluiten met stilzwijgen voorbij, om alleen het voornaamste even aan te stippen. De Catechismus van Heidelberg bleef als leerboek aangewezen ook voor de catechisatie.
Daarnevens werden twee korte leerboekjes min of meer officieel aanbevolen, waarvan het ééne het bekende „Kort Begrip" is.
Verder drong de Synode krachtig aan op een getrouw catechiseeren, zoowel bij ouders als bij schoolmeesters en predikanten. Ook daarmede heeft zij zich zeer verdienstelijk gemaakt, toonende't groot belang van een goed catechetisch onderricht klaar in te zien.
Mede is het van beteekenis geweest, dat zij op het gebruik van één leerboek aandrongen. Dit mag eenigssins ten koste van het onderwijs in de bijbelsche geschiedenis zijn gegaan, deze eenzijdigheid vindt bare genoegzame verklaring in de omstandigheden, waarin men verkeerde: midden in een worsteling met Rome, waarin het van het hoogste belang was, nauwkeurig en scherp te omschrijven, wat hen van Rome onderscheidde. Daardoor kwam het dogmatische sterk op den voorgrond.
Geen wonder, en zeer karakteristiek is, dat bg de discussies de tegenzin der Remonstranten tegen den Catechismus duidelijk aan den dag kwam. Als leerboek vonden zij hem ten eenenmale ongeschikt; zg zouden de voorkeur hebben gegeven aan een leerboek, enkel samengesteld uit Schriftplaatsen. Een opvatting, waarin hun afkeer tegen het dogmatische sprak, en waartegenover de Synode met alle kracht opkwam voor de handhaving van den Catechismus, een leerboek, bezegeld met het bloed der martelaren.
Heeft de behandeling van deze zaak door de Dordtsche Synode ook nog beteekenis voor onzen tijd?
Het zou dwaasheid zijn, te denken of te willen beweren, dat zij het woord voor alle tijden zou hebben gesproken.
Maar evenzeer getuigt het van weinig inzicht, te zeggen, dat de band met het verleden moet worden doorgesneden.
Zeker, de onderwijsmethoden zgn sedert 1618 veel veranderd, en herhaalde-Igk gewijzigd. En ook op het catechetisch onderwijs hebben die wisselende inzichten hun invloed doen gelden
Volgens velen zelfs nog lang niet genoeg. Aangedrongen wordt op het loslaten van het vragen-en antwoordensysteem; de vorm van onderwijs moet veranderen; de leerlingen moeten er meer in deelen, zelf hun belangstelling kunüen uiten; hun moet niet worden bijgebracht een dosis kennis, een aantal in het geheugen gestampte formules, maar levende, warme belangstelling in religieuze vragen.
Het spreekt vanzelf, dat het werk van de Dordtsche Synode weinig waardeering zal vinden van de zijde die haar bezwaren aldus omschrijft. De Catechismus als leerboek is déar natuurlijk veroordeeld.
Maar men moet goed onderscheiden, uit welken hoek de bezwaren komen.
De beteekenis en de bedoeling van het catechetisch onderricht wordt door verschillende groepen van ons volk zeer verschillend omschreven.
Breede kringen zijn er, waar de band des Verbonds geheel of nagenoeg geheel is losgemaakt. Een ouder geslacht is opgegroeid buiten alle kerkelijk en godsdienstig leven, verarmd bij de dorre wijsheden van een aanmatigend materialisme. En nu komt daar een jonger geslacht op, dat hunkert naar ziele-voedsel, zoekt naar aanraking met een hocgej, wereld, dat een stemme Gods meent ^ beluisteren in allerlei klank, die hel volle en rgke leven doet hooren.
Wat moeten de ouders van zulke kin. deren doen ? Wel, daar zgn dominé 'e daar is de calechisatie ; dkir kunnen zi wel onderricht worden, ddér vindt mij, schien hun gewekte belangstelling be. vrediging, hun begeerig vrsgen eeuant. woord, dat men hun thuis niet geven kan
Zulke jongen menschen staan natum! lijk volstrekt vreemd tegenover den ge. dachtenkring der gereformeerde belgde. nis, en verstaan niets van de vormen waarin deze zich uit, '
Maar zal het niet anders zijn, waar de lijnen zijn doorgetrokken, de draden niet afgeknapt? Dtór, waar de Verbonds. belofte nog wordt gewaardeerd, en ernst gemaakt met de belofte, bij den doop der kinderen des Verbonds afgelegd?
Is het niet anders met kinderen uij de gewinnen, waar de H. Schrift nog wordt geëerd en gelezen, de prediking gehoord, en de Waarheid Gods leeft, wordt besproken en onderwezen ?
Zulken staan niet als vreemdelingen tegenover de belijdenis, waarvoor vorige geslachtin hun bloed hebben geofferd haar uitdrukkingen zgn hün niet als een vreemde taal. En de Kerk, die hen te onderwijaen heeft, beseft, dat het geloof wel niet een zaak is van het hoofd, dat met een van buiten geleerde les de vreeze Gods niet is verworven, en waarachtioe Godsvrucht niet een zaak is van een goed geoefend geheugen. Maar zij beseft toch ook de waarde der traditie, en kent het profetisch woord van een volk, dat verloren gaat omdat het zonder kennis is,
En daarom acht zij ook voor de catechisatie den Catechismus nog niet verouderd.
Zeker, de tijden zijn veranderd. Het beeld, dat onze tijd vertoont, is door gansch andere trekken geteekend dan dat van den tijd der Dordtsche Synode,
En de menschen, die God vreezen, kunnen noch moeten zich opsluiten in een' engen, benauwden kring. Dat trouwens niet mogelijk. De krachtige stroom van het leven stuwt zich door alles heen. En met name jonge menschen komen in aanraking met alles, wat op de markt des levens komt. In het leger, waarin zij worden ingelijfd, in de fabriek, waar zij werken, in werkplaats of huisgezin, in de steden, waar zij hun levensonderhoud zoeken.
Maar wat hun daar wordt meegegeven of gegeven aan onderricht in de christelijke religie is geen doode, - bezwarende ballast.
Het is het kostelijk erfdeel der vaderen, Doode ballast zou het ddn alleen zijn, als het niet bevatte rijke, levende, diep ingrijpende beginselen ; als niet de kennis van ellende en verlossing en dankbaarheid ook in onzen tijd de ware zaligmakende kennis was; als niet de eenige troost was óók voor de kinderen van onzen tijd, de troost, waarvan de Heidelberger zoo onnavolgbaar schoon getuigt.
Wèl hebben allen, die catechetisch onderwijs geven een open oog en een warm hart noodig voor de vragen en behoeften van onzen tijd. Zij hebben zich terdege rekenschap te geven van de grondlijnen der gereformeerde belgdenia, en te zien, dat en hoe zg, in onzen tqd doorgetrokken, houvast en richtsnoer geven aan de menschen van nu, óok aan de kindoren en jonge menschen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's