Stichtellike overdenking.
Het geschiedde nu, als zij ze geslagen hadden, en ik overgebleven was, dat ik op mijn aangezicht viel, en riep, en zeide: Ach, Heere Heere zult gij al het overblijfsel Israels verderven, met uwe grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem? Toen zeide Hij tot mij: de ongerechtigheid van het huis Israels en Juda is gansch zeer groot, en het land is met bloed vervuld, en de stad is vol van afwijking; want zij zeggen: De Heere heeft het land verlaten, en de Heere ziet niet. Daarom ook wat Mij aangaat, mijn oog zal niet verschoonen, en Ik zal niet sparen; Ik zal hunnen weg op hun hoofd geven. En zie, de man, die met linnen bekleed was, aan wiens lendenen de inktkoker was, bracht bescheid weder, zeggende : Ik heb gedaan, gelijk als Gij mij geboden hadt. Ezech. 9:8-11.
Een voorbidder.
De geschiedenis van 't gebedsleven levert veelvuldig bewijs van 's Heeren wonderlgke macht en goedheid. Als eens 't licht zal schqnen, 't voile licht — en dat is hemellicht! — dan zal 't verband uitkomen tusschen 't gebed van een grootmoeder b.v. en de redding èn de zegeningen van het kleinkind. Soms komt: dat hier reeds heerlgk vertroostend uit.' Augustinus vermeldt eene bizonderheid uit 't gebedsleven zgner moeder.
Toen hg, nog in Carthago zgnde, naar Rome wilde om daar 't leven te genieten en in de wijsheid van die dagen dieper! te worden ingeleid, keurde 'zgne moeder; dit plan niet goed. Zg verkoos Carthago, , of zij wilde mee naar Rome.
In die dagen werd de Geest des Heeren \ bijzonder vaardig over haar; één nachti had zij voornamelijk werkzaamheden voor \ haar zoon en bracht dien ganschen nacht \ door met gebed en tranen, smeekende, dat de Heere haar kind niet naar Rome; zou laten gaan. In dienzelfden nacht ging' hij heimelgk scheep naar de stad der; Caesaren, en kwam ter plaatse, waar God hem bekeerde.
Wel mocht Augustinus later schrgven, ' dat 's Heeren goedheid diende geprezen: te worden , als Hij niet geeft wat wg willen, opdat Hij ons geven zou 'tgeen w^" liever willen."
Hg had acht gegeven op Gods eigen Geschrift" en gelezen van Abraham, die bidt: Och, dat Ismael mocht leven voor Uw aangezicht! In deze bede wordt hg niet verhoord naar Zgnen wil, wel tot ^n meerdere profijt, want hg verkrijgt nieuwe verzekering van de vervulling Tan de belofte dea Levens, in de aankondiging van den soon der belofte.
Hg had gelezen van David, die God ernstig bad om 't behoud van 't kind, doch — 't kind sterft, maar David bekomt gewisheid van de zaligheid des kinds en straks geeft de Heere hem een zoon uit Bathseba, een Jedid-ja, een liefhebber (of een geliefde) Gods.
Hoe vaak kwam het meerdere, 'twelk bizonder werd begeerd, dan als het mindere scheen te zgn geweigerd.
De groot-Landheer en ons aller Huis-eigenaar, ook de Eigenaar van al onze meubelen en ons geld — want de aarde is des Heeren en de volheid derzelve, . alles waarmee de aarde vervuld is — is wel aan allen goed en Zgne barmhartigheid is over al Zgne schepselen, doch Hg heeft een volk, - wiens levenswortel Hg komt te bevochtigen met water uit de Levensbron, en die besproeiing. komt 't meest uit in de werkzaamheden! der ziele in de binnenkamer; — is het; daar zoo stil, dan vloeien de wateren van Siloa zachtkens.
Nu leest gij ook van mannen Gods, van profeten, meermalen, dat ze verwaardigd worden voorbidders voor hun volk te zijn. Ook 't gedeelte hierboven afgedrukt spreekt van een biddend profeet, die schgnbaar afgewezen wordt, doch van wien 't ook geldt: niet verhoord naar zgnen wil, wel te zgnen nutte.
Wij hebben in dezen tgd, waarin de vredesklokken nog niet onder de volkeren kunnen geluid worden, zeernoodig, vooral als nieuwe teleurstellingen over ons komen, niet te vergeten, dat Eén Koning is, en daarbg genade om met kracht te worden aangegord in den Heiligen Geest.
De dingen kunnen ons zoo voorbggaan, zoo geheel ongemerkt; — zelfs de hoogemstige dingen, waarin we duidelijk hooreu den voetstap van Hem, die onder de volken rondgaat in den weg Zijner gerechtigheid. Want 's Heeren geriehten zijn gerechtigheid en waarheid, en al Zgne geriehten vaak een diepen afgrond gelgk.
Verachte genade — en goedheid — wordt door bezoekingen achtervolgd; waar de zonde in huis woont en heerscht, daar ligt de straf aan de deur; breekt de zonde meer algemeen uit onder een volk, de Heere doet ook de straffen over allen komen — al is vaak duidelijk, hoe Hg te midden Zgns toorns Zijne ontfermingen niet vergeet , Dan ondergaan wel allen moeite, doch Zgn volk gaat niet onder.
Ezechiël leefde in een tgd van diep verval en een tijd van. ellende van Gods Kerk. Hoe het in Jeruzalem gesteld was, werd hem in gezicht vertoond. De schandelijkste afgoderg werd bedreven. Hg sag • hoe zeventig man uit de oudsten van Israel in duisternis, een , overvloedige wolke des reukwerks" deden opstijgen voor de afgoden. De oudsten schgnen te zgn voorgegaan, de mannen, die de e«rsten moesten zgn in de vreeze Gods, gaven voorbeeld voor dejongereninden weg der afwgking; geen wonder, dat ' jongeren volgen. Op die oudsten zagen velen, en 't voorbeeld van meerderen in positie en jaren is dubbel schadelgk. 't Schgnt dat vrouwen in een soort van zedeloosheid godsdienst zochten en weder anderen zich bogen voor de zon, dat schepsel Gods, 'twelk tot den Schepper wenkt en Zgne heliigheid afbeeldt in den lichtglans, welken ze van Hem ontving.
Lang had de Heere gezwegen; doch eens is de lijn , Zgner lange patientie" afgeloopen «n wordt Hg , agent" Zgner rechtvaardigheid. Hg staat op. De tgd der bezoeking komt. Verval van religie brengt verval in zeden, en baant den weg voor tegenheden.
Nu ook ontvangt de profeet, bg gezicht van de zonden des volks, nader bericht van de uitvoering van Gods oordeslen. Ongewaarschuwd gaat geen volk, dat onder de bediening des Woords leeft. De velen vleien zich wel, dat het zoo'n vaart niet zal loopen en dat het oordtel sluimert, menigmaal, omdat het oordeel niet haastig komt over de booze daad, die geschiedt; doch 't komt soms m«t haaste, als een onweer, over familiën en volkeren,
Ezechiël is nog in den geest in Jeruzalem bg de poort des tempels, die op 't Noorden ziet. Daar hoort hg dat de Heers der heirscharen: met Krachtige stem, als een veldoverste die zgne troepen ten strgde oproept, het bevel geeft: Doet de opzieners der stad naderen elkeen met zijn verdervend wapen in zgne hand.
En ziet, zes mannen, naar 't getal der poorten van Jeruzalem, zoodat ontkoming niet mogelgk was, ze komen van den weg der Hooge poort, die gekeerd is naar het Noorden. Ze kwamen juist door dezelfde poort, waarbg Jeruzalems zonde voornamelgk bedreven werd, want bg die poort, was een beeld der gvering, een afgodsbeeld weUicht, 'twelk den Heere bizonder tot toorn verwekt. (Die 't leest die merke er op O 't Is toch doorgaans dezelfde poort, waardoor wg menschen de zonden binnenlaten, dat zendt. de Heere Zgne oordeelen
De zonde maakt opene poorten voor bezoekingen, en aan de conscientie wordt dit vaak bekend. De Heere lost Zgn „waarom" soms op, door Zgne kinderen terug te leiden tot hunne vernedering in vroegere wegen en dan buigt ach Hiskia onder de stem van Jesaja en zegt: De Heere doe wat goed is in Zijne oogen; Hij is rechtvaardig!
Of dit zestal ook aanwgzing bevat aangaande 't getal der veldoversten of volksstammen, die opkomen zouden omjsmzalem te benauwen, valt niet te zeggen,
In het gezicht kwamen dan die mannen in de stad en stonden bg het koperen altaar, alsof het huime roeping ware 't altaar te verdedigen of om te toonen, dat hun dienst ean heilige dienst was.
Opzettelgk wordt medegedeeld, dat bij 't altaar 't bevel werd gegeven: Gaat door door de stad en slaat! Uw oog verschoone niet en spare niet; doodt ouden en jongelingen en maagden en kinderkens en vrouwen tot verdervens toe.
't Was eene ontzettende aankondiging! .. , , ., ., Als grgze haren geen schild meer vor-men; kinderen-teerheid, maagden-schoonheid, vrouwen-zwakheid geene bescherming bieden en der jongelingen kracht ge«n hope biedt; .Is ni.t. Mee, in aan-1 merking genomen wordt — dan is wel 't verderf ten volle besloten en de beker der goddeloosheid overloopende.
Ezechiël ziet hoe ze uitgaan elkeen met zgn moordend wapen. En zg begonnen van de oude mannen, die voor het nuis des Heeren waren.
Alsof er eenige vreeze weerhield voor de heiligheid der plaatse en zg schuchter waren om in den tempel in te gaan, niettegenstaande hun was aangezegd: begint van Mijn heiligdom, zoo komt bizondere last: Verontreinigt 't huis en vervult de voorhoven met verslagenen en gaat henen uit.
Zg gingen uit en sloeg«n tot in de stad. Eeeds thans zeg ik even, dat 't is geschied. Ze zgn gekomen, machtige legers, ze hebben zich geworpen op de stad en hare inwoneren; ze hebben den tempel geplunderd en 't heiligdom verwoest. Ouden en jongen, mannen en vrouwen zgn geveld, naar Gods gerechtigheid, door woest geweld, en geen medelijden brak de kracht van den zwaardslag of bracht matiging bij de uitvoering van de plannen tot volkomene verwoesting.
De zoon van Bussi zag al deze dingen bg gezichte vooraf en zegt: het geschiedde nu, als zg hen geslagen hadden, dat ik overge'oleven was enop mgn aangezicht vie en riep en zeide: Ae-h, Heere HEEEE! zult Gg al het overblgfsel van Israel verderven met Uwe grimmigheid uit te gieten over Jeruzalem ? Enz.
Hartelgke voorbeê van den profeet, doch rechtvaardig afgewezen, hoewel den voorbidder zijns volks eene rgke vertroosting toekomt.
In 't Koninkrgk Gods zien we gedurig het nauw verband tusschen oorzaak en gevolg. In het heden ligt telkens de toej komst. Maar als dan komt in 't eigen leven wat men vreesde dat komen moest, ja men zelf vaak had geprofeteerd, dan! kan het ook zoo benauwen en ontbreekt dikwijls de moed om Gods gerechtigheid te erkennen en daarin stille te zgn.
Laat het een moeder zgn, die haar eigen dochter gedurig vermaande en haar ernstig de gevolgen onder 't oog bracht van haren verkeerden weg; gaat dan haar kind door in dien weg en neemt zeKs de opzet toe, dan beangstigt dit die liefhebbende moeder zeer, en komt dan straks Gods hand die jonge dochter tegen, dan roept de moeder, bg erkentenis van j Gods gerechtigheid, tegen de bezoeking, in en is het groote genade, als Aaron! bij de Igken zgner zonen stüle zwggt.' De geschiedenis van Gods kinderen' spreekt van ontzettende worstelingen, als 'taan eigen kinderen, aan eigen volk, ! toekomt. Dan is er genade des Heiligen Geestes noodig om God God te laten en Hem in 't recht te prgzen.
Nooit vergeet ik die godzalige moeder die op de begrafenis van haren zoon, die zich verhardde en in ongerechtigheid doorging, dikwgls vermaand zijnde, eindelijk zelfmoord pleegde; nooit vergeet ik die moeder in Friesland, die Gods rechtvaardigheid erkende met den dood van dien zoon; en evenmin dien broeder, die bg 't schrikkelgk einde van zijnen broeder diep bewogen uitsprak 0 Heere! wat zijt Gij rechtvaardig ook in dezen smartelgken weg voor mgn vleesch!
Werd Gods eer ons liever dan alle dingen, dan komt het niet dan na bange worsteling zoover dat wij het versje .De |Heere is recht m al Zgn weg en werk ; van harte goedkeuren.
Ezechiël zag, dat de Heere met Zgne ' roede doortrok, en bij de erkentenis van den rgkdom van Gods ontferming, valt hij in gevoelen zijner diepe en onwaardigheid op zijn aangezicht en werpt zich; tusschen de bekendmaking van Gods voornemen en de uitvoering neder met zgn: Ach, Heere HEEEE!
't Is voorzeker een uitnemend werk van Geestesleiding, als onze ziele, mede geraakt door anderer zonden en nooden, in 't verborgen mag uitgaan tot de aanspraakplaats van Israels God.
Van David lezen wg: groote beroering heeft mg bevangen vanwege de goddeloozen, die Uwe wet verlaten.
De rechtvaardige Lot kwelde dagelijks zijne ziele vanwege de zonden der inwoners van Sodom.
't Is meermalen als eene bizondere genade in eenige van Gods heiligen aan geteekend, dat ze zeer ontsteld geweest zgn over de oneere, dien grooten en goedertieren God aangedaan door anderer zonden.
Een kind, vroeg naar den hemel geroepen, kwam weenende bg moeder, omdat kinderen, met wie 't speelde, zoo l hadden gevloekt.
Wg weten er van, dat het verband tusschen 's Heeren handelingen en 's menschen zonden wordt geloochend. In 't algemeen ziet men geen schuld geteekend in de tegenkomingen Gods. Toch blijft het gewis dat, waar Goddelgke liefde is uitgestort in 't harte, de mensch teeder geroerd wordt door eigen bederf en anderer zonden. Spotters oordeelen dan dat dit uit eigengerechtigheid spruit; spotters deelen Gods volk altgd in bg de Farizeën, die als een "heilige man" praten over anderer zonden; ach, zg weten het niet, dat Gods heiligen arme en ellendige menschen bg zichzelven zgn en die op hunne aangezichten vallen voor den Heere, en berging zoeken in de klove der rotsen, als de stormwinden opsteken. Bidders, ja voorbidders te mogen zgn, is hunne eere, en soms bemoedigend teeken van genadeleven
Och, dat er velen waren, die dit , "machtig motief" in eigen ziele speurden tot heil van land en volk!
{Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1918
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's